DRIE VRAGEN

Dinsdag is dag van de waarheid voor het Janssen-vaccin. Waarop moeten we letten?

Het Europese geneesmiddelenbureau EMA zal dinsdag naar verwachting plechtig verklaren dat trombose helaas een zeer zeldzame bijwerking is van het coronavaccin van Janssen. Drie vragen liggen daardoor straks op tafel.

De eerste vaccins van farmaceut Janssen uit Leiden komen aan bij distributiecentrum Movianto in Oss. Beeld ANP
De eerste vaccins van farmaceut Janssen uit Leiden komen aan bij distributiecentrum Movianto in Oss.Beeld ANP

1. Is er wel sprake van een bijwerking?

Tot dusver heeft het EMA weet van zes (Amerikaanse) gevallen van zeer ongewone trombose na 7 miljoen inentingen met het Janssen-vaccin. Daarbij krijgt een ingeënt persoon na een dag of negen opeens veel minder bloedplaatjes, en uitgebreide bloedstollingen, onder meer in de poortader naar de lever, en in de hersenen. ‘Ik denk dat wel duidelijk is dat er echt iets aan de hand is’, zegt hoogleraar vaccinologie Anke Huckriede (UMCG). ‘Al is de incidentie natuurlijk wel heel erg laag.’

Het EMA zal de aandoening daarom vermoedelijk net als bij het vaccin van AstraZeneca formeel aanmerken als een bijwerking die in zeer zeldzame gevallen nu eenmaal voorkomt. ‘En net als de vorige keer zal het EMA zeggen: de voordelen van het vaccin wegen ruimschoots op tegen de nadelen. Dus ga vooral door met vaccineren’, verwacht hoogleraar epidemiologie Frits Rosendaal (LUMC). Waarmee het EMA de bal in feite doorkopt naar de Europese regeringen: het vaccin kan op de markt blijven, doe ermee wat je wilt.

2. Hoe reageert Den Haag?

Bij het AstraZeneca-vaccin, dat andere vaccin waar de EMA een zeer zeldzame bijwerking vaststelde, bleek de aanbeveling van het agentschap in feite een judaskus. In plaats van het vaccin volop in te zetten, besloten meerdere Europese lidstaten (waaronder Nederland) het gebruik ervan in te perken.

Zo zal het nu weer gaan, vreest Rosendaal. ‘De Gezondheidsraad kan nu onmogelijk iets heel anders zeggen. Die heeft zijn eigen gat gegraven.’ Nederland heeft immers 11,3 miljoen doses Janssen-vaccin besteld. Dat kan zich vertalen naar een stuk of tien vaccinslachtoffers, vaak jonge vrouwen die niets mankeerden, weinig te duchten hadden van het virus zelf en zodoende veel publieke verontwaardiging kunnen veroorzaken.

Anderzijds: de belangrijkste reden voor de Gezondheidsraad om het gebruik van het AstraZeneca-vaccin te beperken tot mensen boven de 60, is dat er voor dat vaccin voldoende alternatieven waren. Met het Janssen-vaccin zit dat anders. Op papier is het vaccin het werkpaard van de vaccinatiecampagne, in elk geval totdat in de herfst de vaccins van Curevac en Sanofi worden verwacht. Met alleen Pfizer en Moderna zouden tot de zomer ruwweg tien miljoen mensen kunnen worden gevaccineerd, waarmee de belofte van Hugo de Jonge om begin juli alle Nederlanders te hebben ingeënt, de prullenbak in kan.

Dat zal meewegen, net als het feit dat de bijwerking bij Janssen vooralsnog vier tot tien keer zeldzamer is dan bij het vaccin van AstraZeneca. Misschien zal de Gezondheidsraad aanraden het vaccin bijvoorbeeld niet te gebruiken bij mensen onder de 30 of 40 jaar. Dat zou ‘consistent’ zijn met het AstraZeneca-advies, een van de onderdelen waarop de Raad zijn adviezen toetst.

3. Is het mankement te verhelpen?

De mogelijkheid bestaat dat wetenschappers een verklaring vinden voor de zeer zeldzame bijwerking, en het gebrek kunnen fiksen. Bij de bijwerking (‘VITT’, in jargon) lijkt iets in het vaccin te zorgen dat we antistoffen gaan aanmaken tegen een bepaald bloedeiwit, waarna het lichaam de bloedklontering op gang brengt: we worden aangevallen, snel de bloedvaten afsluiten. Maar wat dat ‘iets’ precies is, weet niemand. ‘We weten alleen dat de vaccins van Pfizer en Moderna dit niet doen, en die van AstraZeneca en Janssen wel’, zegt Rosendaal. ‘Dat is toch een aanwijzing dat het ligt aan dit type vaccin.’

Een andere mogelijkheid is dat het probleem ligt aan een technisch detail van de productie, en is te verhelpen door in de fabriek een bepaalde wijziging door te voeren. Of wellicht kan men erachter komen welke mensen precies gevaar lopen op de bijwerking, en welke niet. ‘Het lijkt vooral te gaan om relatief jonge vrouwen, maar preciezer dan dat is het beeld niet’, zegt Huckriede. Als men erachter zou komen wat mensen met de bijwerking gemeen hebben, zou men het vaccin wellicht bij die groep kunnen ontraden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden