Dik Wolfson graaft zich autobio

Lommerrijk en deftig is de Haagse buurt waarin de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid haar werk doet, en dezelfde kwalificaties zijn van toepassing op het donderdag gepresenteerde Van verdelen naar verdienen....

Het rapport is inderdaad beperkt en halfslachtig. De WRR maakt zich zorgen over de toekomst. De euforie over de ontwikkeling van de Nederlandse economie is misplaatst. 'Men heeft hier blauwe plekken van het zichzelf op de rug slaan', zei de opsteller van het rapport Dik Wolfson vrijdag (terecht) in een interview met de Volkskrant. In werkelijkheid, vindt de WRR, heeft Nederland hoogstens een kortstondige adempauze om na te denken over de geëigende reactie op de naderende vergrijzing en de veranderende arbeidsmarkt.

Vergrijzing legt een grote financieringslast op de werkende beroepsbevolking (AOW, gezondheidszorg), en die blijft alleen dragelijk als meer leden van de beroepsbevolking daadwerkelijk een beroep uitoefenen. Bij ongewijzigd beleid blijft het aantal actieven tot 2020 grofweg gelijk op zes miljoen; het aantal inactieven stijgt van vier tot zes miljoen, vooral AOW'ers.

De arbeidsmarkt wordt krapper. De afgelopen jaren groeide de werkgelegenheid voorspoedig, maar bleef de afname van de werkloosheid beperkt doordat de arbeidsmarkt jaar in, jaar uit, overspoeld werd met nieuwkomers (jongeren, herintreders, migranten). Dat extra arbeidsaanbod neemt af, met krapte als gevolg.

De logische verwachting is dat er dan 'vanzelf' meer kans op werk ontstaat voor wie nu uit het arbeidsproces gestoten wordt, van ouderen tot gedeeltelijk arbeidsongeschikten. In de huidige conjuncturele opleving, die slechts een voorproefje is van wat komen gaat, neemt het aantal langdurig werklozen af. Het CBS telde deze week dertigduizend langdurig werklozen minder dan een jaar geleden.

Nee, zegt de WRR, het gevaar is dat de krapte op de arbeidsmarkt vooral leidt tot loonstijgingen. Inactieven zijn er genoeg, maar er is weinig effectief arbeidsaanbod. De improductieven, die hun loon voor hun werkgever moeilijk terugverdienen, krijgen door loonstijgingen minder in plaats van meer kans op een baan.

Scholing is de aanbevolen remedie. Krik het niveau van de laagstproductieven op tot een niveau waarop ze kunnen participeren in de kenniseconomie. Dan blijft de opwaartse druk op de lonen beperkt, stijgt de participatiegraad en blijven de kosten van de vergrijzing betaalbaar.

Dat is niet alleen efficiënt maar ook rechtvaardig: het schept kansen voor mensen met weinig talenten. Efficiëntie en rechtvaardigheid, die twee gezworen vijanden, lopen hand in hand de eenentwintigste eeuw binnen.

Stel dat deze analyse juist is. Volgt hier dan uit dat het verstandig is de sociale zekerheid te hervormen langs de door de WRR voorgestelde weg? Dat wil zeggen: het herstellen van de balans tussen de rechten en plichten van uitkeringsgerechtigden, zwaar investeren in een afrekenbare bureaucratie die inactieven schoolt en bemiddelt, en, desnoods het verstrekken van loonkostensubsidie.

Eigenlijk niet.

Richt de analyse zich nadrukkelijk op de toekomst, de voorgestelde remedie is uit op het corrigeren van fouten uit het verleden. De balans tussen rechten en plichten van uitkeringsgerechtigden is verstoord geraakt - begin jaren tachtig. Werkgevers, werknemers én de politiek misbruikten de sociale zekerheid en werden daarop niet afgerekend - in de jaren tachtig. Maar in grote lijnen zijn de verantwoordelijkheden inmiddels beter gespreid. Niet via de bureaucratie, maar via financiële belangen.

De gemeenten hebben, sinds kort, financieel belang gekregen bij het terugdringen van het aantal klanten van hun Sociale Diensten. De uitvoerders van werknemersverzekeringen moeten zelfs gaan concurreren. Dit geldt eigenlijk pas vanaf 2000, maar minister van Onderwijs Jo Ritzen liet deze week merken dat het nieuwe denken al is ingeburgerd: hij verbrak het contract met zijn uitvoerder, het USZO.

Uitvoerders hebben belang gekregen bij efficiënt werken en het 'wegzetten' van hun clientèle en dat moet, zeker in een krapper wordende arbeidsmarkt die de WRR ziet ontstaan, resultaat gaan opleveren. Dat je deze uitvoerders nog wat meer vrijheid van handelen kunt geven - Wolfson maakt daar nogal een punt van - , is in dit verband eigenlijk een detail.

Resteert het scholingsprobleem. De uitvoerders van de sociale zekerheid hebben alleen belang bij scholing van hun klanten als de kosten hiervan opwegen tegen de opbrengst: de verhoging van de kans dat hun klant een baan vindt. Dit oogt wel efficiënt, maar is mager. Langdurige, algemene scholing is voor uitvoerders altijd onrendabel. Maar, is de terechte vraag die de WRR niet stelt, laat staan beantwoordt, is dat een probleem dat opgelost moet worden in de sociale zekerheid, of in het onderwijs? Het laatste ligt in de rede.

'Beperkt en halfslachtig': de kwalificatie van VNO-NCW lijkt het rapport dus te verdienen. Maar 'onbegrijpelijk', de derde typering, is het rapport niet. Waarschijnlijk zijn de werkgevers in de deftige hoofdstukken over sociale zekerheids-economie gestruikeld over termen als rent-seeking, moral hazard, en asymmetrische informatie, en misschien is het onderscheid tussen verdelende rechtvaardigheid en kanssolidariteit hen ontgaan. Dat is jammer. Want deze hoofdstukken, die de ondertitel Dik Wolfson graaft zich autobio echt hadden gerechtvaardigd, zijn de aardigste van het rapport.

Het is scheef gelopen bij de poging de deftige analyse te vertalen naar praktische beleidsaanbevelingen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden