Een Europese bever in een Franse stad.

Nieuws Wetenschap

Dieren leven steeds meer ’s nachts (behalve het konijn)

Een Europese bever in een Franse stad. Foto Geslin Laurent

Het hert, het wilde zwijn en de wolf hebben het wel gezien met al die drukte overdag: ze trekken zich terug in de nacht. Zoogdieren over de hele aardbol zijn in gebieden met veel menselijke activiteit vaker ’s nachts actief, en zodoende steeds meer nachtdier aan het worden.

Dat constateren wetenschappers in vakblad ScienceHet team, onder leiding van ecoloog Kaitlyn Gaynor van de universiteit Berkeley in Californië, analyseerde de uitkomsten van 76 eerdere studies naar in totaal 62 soorten zoogdieren, verspreid over zes continenten: van olifanten in Afrika tot rendieren in Noorwegen. Overal is het patroon hetzelfde. Waar de mens overdag actief is, verschuift de activiteit van de dieren naar de nacht. Uit schuwheid, stelt Gaynor.

Neem het wilde zwijn in Polen: een dier dat in onverstoord gebied deels overdag, deels ’s nachts rondscharrelt. Maar rondom de stad Krakau is het zwijn inmiddels haast alleen nog ’s nachts actief. Gemiddeld zijn zoogdieren nabij de mens 36 procent méér actief in de nacht, becijfert Gaynor door al het bewijs op een rij te zetten.

Foto Geslin Laurent.

 Voor- en nadeel

Dat heeft een voor- en een nadeel, duiden de wetenschappers. Aan de ene kant leidt meer nachtelijke activiteit tot ‘makkelijkere co-existentie’ op plekken waar mens en dier op elkaars lip leven, noteert het team. Aan de andere kant is het ook een sprong in het duister: de dieren zullen zich toch moeten aanpassen en ’s nachts voedsel en water moeten zien te vinden.

Dat geeft te denken over natuurbeheer, reageert dierecoloog Kamiel Spoelstra van het Nederlandse ecologie-instituut NIOO-KNAW in Wageningen desgevraagd. Wellicht is het raadzaam om behalve natuurgebieden ook bepaalde natuurtijden in te stellen. ‘In feite gebeurt dat al’, merkt Spoelstra op. ‘In het broedseizoen mogen er in de bossen geen activiteiten plaatsvinden. En tussen zonsondergang en zonsopgang mag je de meeste natuurgebieden niet in. Het ligt voor de hand dat dieren in Nederland daardoor juist de nacht opzoeken.’

De vlucht naar de nacht is niet overal even sterk. Soorten die toch al een deel van de tijd in het donker actief zijn, zoeken vaker de nacht op. Daarbij drijft vooral verstedelijking de dieren de nacht in: minder groot is de invloed van bijvoorbeeld wandelaars, of de landbouw.

Uitzonderingen

Bovendien zijn er uitzonderingen, blijkt uit de cijfers. Ongeveer een op de zeven zoogdieren gaat in de nabijheid van de mens niet minder, maar juist méér overdag leven. Zoals het Europese konijn, een dier dat zich rondom de mens kennelijk beter beschermd voelt tegen roofdieren, of dieren die hun voedsel snaaien bij de mens, zoals de dingo in Australië of de halsbandpekari (een soort varken) in Zuid-Amerika.

De vraag is of het patroon ook opgaat voor kleinere zoogdieren en andere diergroepen, zoals vogels of insecten, merkt Gaynor op. Aanwijzingen daarvoor zijn er in elk geval wel. Zo wijst bioloog Menno Schilthuizen (van het Leidse biodiversiteitscentrum Naturalis) in zijn net verschenen boek Darwin in de stad op de brugspin, die zijn web tegenwoordig ’s nachts bij kunstlicht spint, om beter vliegjes te kunnen vangen. Een strategie die meteen bewijst dat de ‘vlucht’ naar de nacht niet alleen nadelen heeft: de brugspin is een van de succesvolste spinnen van Nederland.

Spoelstra is in elk geval lovend over het nieuwe onderzoek. ‘Dat dieren hun activiteit veranderen in de nabijheid van mensen, weten we. Maar het is niet eerder op zo’n grote en grondig uitgevoerde manier in kaart gebracht.’

Foto vk graph