Diabetespatiënt hoeft niet meer voortdurend op bloedsuiker te letten dankzij kunstalvleesklier

Constant opletten of je bloedsuikerspiegel wel in orde is? Dat hoeft niet meer met de kunstalvleesklier, die dit jaar op de markt verschijnt voor patiënten met diabetes type 1.

Diabetespatiënt Cees Schrikkema controleert zijn waarden met een app. Foto Marcel Wogram

De kunstalvleesklier kan de gezondheid en kwaliteit van leven van diabetespatiënten aanzienlijk verbeteren. Dat concludeert Jort Kropff (AMC) in zijn proefschrift, waarop hij vrijdag promoveert. De technologie - die buiten het lichaam wordt gedragen - komt dit jaar op de markt voor patiënten met diabetes type 1.

Diabetes is een stofwisselingsziekte die de afgifte van insuline door de alvleesklier aantast. Zonder insuline kan je lichaam onvoldoende bloedsuiker (glucose) verwerken. In Nederland lijden een miljoen mensen aan diabetes, van wie honderdduizend aan type 1. Zij moeten continu opletten of hun bloedsuikerspiegel niet onder of boven kritieke waarden schiet.

Bijna helemaal automatisch

De kunstmatige alvleesklier doet dit beter en bijna helemaal automatisch, en bespaart zo de patiënten een hoop kopzorgen. Het apparaat bestaat uit een opplakbare glucosesensor en een draagbare pomp, die op basis van de gegevens van de sensor en een algoritme een gepaste hoeveelheid insuline onder de huid toedient. Alleen rondom maaltijden moeten patiënten voorlopig nog zelf hun insulinetoediening regelen.

Kropff voerde diverse onderzoeken uit, waarin hij patiënten met de kunstalvleesklier vergeleek met een controlegroep die handmatig via de pomp insuline toediende. 'De groep met de kunstalvleesklier had half zoveel hypo's, aanvallen waarbij de glucosewaarde onder een kritieke grens valt', aldus Kropff. 'Daarnaast hadden patiënten met de kunstalvleesklier 70 procent van de tijd ideale glucosewaarden, ruim 10 procent meer dan de controlegroep.' Een ongebalanceerde glucosespiegel kan op lange termijn leiden tot oogschade, nierschade en hart- en vaatziekten.

Techniek

De grootste terreinwinst wordt vooral 's nachts geboekt, legt Kropff uit. De hoeveelheid glucose in het bloed wordt sterk beïnvloed door het gedrag van patiënten: bij de maaltijd schiet die omhoog, bij sporten keldert de glucosespiegel. Kropff: 'Maar 's nachts slapen patiënten, en kan het algoritme veel preciezer inschatten hoeveel insuline moet worden toegediend.'

Eelco de Koning, internist aan het Leids Universitair Medisch Centrum en niet betrokken bij de promotie van Kropff, plaatst een kleine kanttekening. 'Ik kan me voorstellen dat de techniek achter die kunstalvleesklier sommige patiënten boven de pet gaat. De techniek mag nooit de overhand krijgen. Mensen moeten, als zo'n pomp het begeeft, nog wel zelf hun glucosehuishouding kunnen managen.' Desondanks vindt hij de promotie een 'belangrijke studie'.

Ook Olof King, directeur van Diabetesvereniging Nederland, reageert verheugd: 'Op genezing na is de kunstalvleesklier echt de beste oplossing.' Wel denkt hij dat de techniek pas volmaakt is als sneller werkende insuline wordt ontwikkeld. 'De huidige insuline werkt pas op zijn vroegst na een halfuur. Dan moet je dus nog steeds voor het eten of sporten zelf de dosering aanpassen.'

'De angst is weg'

Cees Schrikkema (68), Amsterdam. Diabetes type 1-patiënt sinds zijn 23ste.

'In 2011 kwam ik via mijn internist, een vooruitstrevend type, in de trials met de kunstalvleesklier terecht. Toen had ik al een insulinepomp. Maar het slimme algoritme van de kunstalvleesklier ontbrak daarin.

'De grootste winst van de kunstalvleesklier zit 'm in de kwaliteit van leven. Alles wordt gemakkelijker en je hoeft je eindelijk niet meer continu zorgen te maken over je glucosewaarden. Vroeger kreeg ik nog wel eens spontaan last van een hypo. Dan kon je zomaar ineens omvallen in de supermarkt. Of je werd er heel erg slap van, waarbij anderen soms dachten dat je dronken was. Die angst is nu weg.

'Of ik niet bang ben dat het apparaat uitvalt? Voor mijn pensioen was ik procestechnoloog. Daarbij leerde ik: zorg altijd voor een back-up. Ik heb altijd een reservepomp bij me, en een insulinespuit voor als de techniek het helemaal begeeft.'

Meer over