Wetenschap Iconische foto's

Deze zes iconische foto's kent de halve wereld, alleen de manier waarop we er naar kijken verschilt van land tot land

Dit beeld van 9/11, van het tweede vliegtuig dat de Twin Towers in New York binnenvliegt, is mogelijk ’s werelds bekendste historische foto. De maker is geen fotograaf, maar een verpleegkundige uit Arkansas, Carmen Taylor, die op bezoek was in de stad. Die ochtend stond ze net op een veerpont naar het Vrijheidsbeeld. Ze stuurde haar foto op advies van een omstander naar een lokale nieuwszender die hem verder verspreidde. Beeld AP

Zijn er foto’s die deel uitmaken van een wereldwijd visueel geheugen, vroeg historicus Rutger van der Hoeven zich af. Onderzoek bracht hem tot een topzes.

80 procent van de wereldbevolking kent de foto van het tweede vliegtuig dat de Twin Towers invloog op 11 september 2001. Daarmee is het mogelijk ’s werelds bekendste historische foto, op de voet gevolgd door de maanlanding van Neil Armstrong (1969) en het portret van Che Guevara (1960). Zo blijkt uit promotieonderzoek van historicus Rutger van der Hoeven (Universiteit Utrecht).

‘Onder wetenschappers leeft het idee dat er foto’s bestaan die tot een soort wereldwijd collectief geheugen behoren’, zegt Van der Hoeven, die behalve universitair docent ook buitenlandredacteur bij De Groene Amsterdammer is. ‘Ik wilde weten of dat ook echt zo is.’

Van der Hoeven doelt op iconische beelden die telkens terugkeren, via media of geschiedenisboeken, en zo symbool zijn gaan staan voor gebeurtenissen in het verleden. Hij besloot de proef op de som te nemen en schakelde het internationale onderzoeksbureau SSI in om een panel van wereldburgers naar 25 beroemde nieuwsbeelden te laten kijken. Foto’s, zo stelde hij ook vast, die voornamelijk zijn verspreid via ‘een westerse infrastructuur’ van de persbureaus Reuters (Brits), AP (Amerikaans) en AFP (Frans).

Astronaut Neil Armstrong fotografeerde zijn collega Buzz Aldrin na hun landing op de maan in 1969. Beeld NASA

Uiteindelijk bekeken drieduizend deelnemers uit twaalf landen – Turkije, Argentinië, Brazilië, de VS, Nederland, Groot-Brittannië, Duitsland, Italië, Rusland, India, China en Japan – de door Van der Hoeven gekozen beelden. Afrikaanse en Arabische landen ontbreken, daar had het onderzoeksbureau te weinig respondenten. Per land namen mensen deel van verschillende leeftijd, opleidingsniveau en politieke oriëntatie.

‘Mensen over de hele wereld hebben gedeelde referenties van het verleden’, concludeert Van der Hoeven op basis van zijn onderzoek. ‘Ik heb zes foto’s gevonden die deel uitmaken van een gezamenlijk mondiaal visueel geheugen.’

Behalve 9/11, de maanlanding en Che zijn er nog drie beelden die pakweg de helft van de wereldbevolking (her)kent. Dat zijn het naakte wegrennende ‘napalmmeisje’, ‘tankman’ op het Tiananmenplein in Beijing (1989) en de zes Amerikaanse soldaten die een vlag hijsen op het Japanse eiland Iwo Jima in 1945.

De kracht van deze beelden schuilt volgens Van der Hoeven niet in de esthetiek. ‘Ze hebben vaak meer culturele dan kunstzinnige status. Het zijn vooral simpele beelden met een heldere betekenis.’

Foto uit de Vietnamoorlog van de Vietnamees Nick Ut, 8 juni 1972. Ut kreeg een Pulitzer en World Press Photo voor ‘het napalmmeisje’. Aan de rechterzijde is de foto afgesneden - daar was een andere fotograaf te zien. Het meisje, Kim Phuc, werd tegen wil en dank bekend. Beeld AP
Foto die de Amerikaan Jeff Widener op 5 juni 1989 nam van een man die tijdens de studentenprotesten op het Tiananmenplein in Beijing in zijn eentje voor een kolonne tanks ging staan. Bekend als ‘tankman’. Beeld AP

Van der Hoeven wilde ook weten wat mensen met een verschillende achtergrond lezen in de iconische foto’s. ‘We gaan ervan uit dat een beeld voor zichzelf spreekt, of dat onze interpretatie overeenkomstig is, maar dat is helemaal niet zo. Waar de een zegt: dit is hoe honger eruitziet, zegt een ander: dit is een commentaar op ongelijkheid in de wereld en ons onvermogen om dat op te lossen.’

In zijn proefschrift onderscheidt Van der Hoeven vijf manieren om een foto te interpreteren: puur informatief/documentair (‘zo ziet oorlog eruit’), als een praktische wenk (‘gooi geen eten weg’), een emotioneel appèl (‘we moeten onze kinderen beter beschermen’), een moreel oordeel (‘de mens is slecht’) of meer categorisch (deze foto staat voor ‘honger’ of ‘terrorisme’).

Tot slot vonden oudere deelnemers in alle landen beelden van de oorlog in Vietnam en de Tweede Wereldoorlog vaker belangrijk dan jongeren. Jongeren (tot 35 jaar) kozen daarentegen voor het beeld van hongersnood in Soedan.

Italianen zijn veruit de beste herkenners én – mogelijk houdt dit verband – ze hebben de grootste emotionele respons bij de beelden, ontdekte Van der Hoeven. Japanners herkennen het minst en worden het minst geraakt door de beelden die ze zagen, zij zien foto’s meer als informatief. Eén beeld riep in Japan geheel andere associaties op dan in de rest van de wereld: de 9/11-foto van de man die uit het raam van de wolkenkrabber springt. Veel Japanners kenden de foto niet. Een aantal schreef : ‘Dit is wat werkdruk met je doet.’

De Amerikaan Joe Rosenberg fotografeerde in 1945, aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, zes Amerikaanse soldaten die de vlag hijsen op het Japanse eiland Iwo Jima. Bekroond met een Pulitzer. Beeld AP
Portret van Che Guevara door de Cubaan Alberto Korda, de huisfotograaf van Fidel Castro, maart 1960. Beeld ANP
Niet in de topzes, maar wel opgenomen in het onderzoek van Van der Hoeven is een beroemde foto uit 1993, genomen in Soedan, door de Zuid-Afrikaanse fotograaf Kevin Carter. Op de voorgrond: een klein broodmager meisje dat is ingestort. Op de achtergrond: een loerende gier. De fotograaf won met zijn foto, bekend als ‘het meisje en de gier’, de Pulitzer Prize. Behalve lof was er veel controverse. Critici vergeleken de fotograaf zelf met een gier, door een foto te nemen van dit breekbare meisje (jaren later bleek dat het een jongen was). Niet veel later pleegde de fotograaf op 33-jarige leeftijd zelfmoord. Van der Hoeven: ‘Er is zoveel te doen geweest om deze foto, toch werd hij amper herkend in de VS. Terwijl tweederde van de Argentijnen en Brazilianen hem wel kennen.’ Ook opvallend, volgens Van der Hoeven: de wereld gooit Afrikaanse landen op een hoop. Van de drieduizend deelnemers wisten slechts tien dat de foto in Soedan is genomen. ‘Blijkbaar is Afrikaanse honger een soort generieke gebeurtenis waarvan de precieze plaats niet uitmaakt.’ Beeld Getty

Zit er een limiet aan het aantal mensen dat je kunt kennen? Wat bewijst de uitslag van een schriftelijke test eigenlijk? In onze Grote Vragen Podcast beantwoorden we ‘vragen waar je nooit over na hebt gedacht maar plotseling dolgraag een antwoord op wilt hebben’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden