Deze wrakduiker zoekt naar scheepswrakken op de bodem van de Noordzee

Remy Luttik duikt naar onbekende wrakken in de Noordzee - en doet dan onderzoek naar de (spannende) verhalen daarachter. Het begint met een stip op de kaart: wrak. Meestal volgt dan de duik-expeditie. Maar wie wil weten hoe een boot op de zeebodem eindigde, moet ergens anders zoeken.

Beeld Illustratie door Rens Krikhaar

Het exacte getal weet hij niet. Maar het aantal onbekende Noordzeewrakken waarvan Remy Luttik (43) de geschiedenis wist te achterhalen, loopt in de honderden. Sinds twaalf jaar onderzoekt hij fulltime hoe wrakken op de zeebodem terecht zijn gekomen, en waar precies. De geschatte 1.700 wrakken die de Noordzee telt, geven hem nog een half mensenleven aan mysteries om te ontrafelen.

Het begon met een vakantielesje duiken op Tenerife, zestien jaar geleden. Daar was het water kraakhelder, de vissen exotisch. Maar eenmaal terug in Nederland viel het duiken vies tegen. In de Hollandse plassen was de flora en fauna van een ander kaliber. Erger nog, de zogenaamde wrakken -containers, vrachtwagens, vliegtuigjes - waarnaar je kon duiken, waren er bewust neergelegd.

Een duikkameraad wist de oplossing: Luttik moest de Noordzee op, die berucht is vanwege haar grillige weersomstandigheden en stroming. Luttik: 'Het is alleen verantwoord er te duiken tijdens de kentering, het moment waarop hoogtij in laagtij omslaat of andersom. Alle andere uren van de dag is de stroming te sterk en drijf je weg. Bovendien kan het zicht problematisch zijn. Dat is gemiddeld tussen de 2 en 5 meter. Maar op een slechte dag nog geen halve meter.'

Zo voer Luttik 's ochtends vroeg met wat duikvrienden de haven van Lauwersoog uit, zette koers richting Noordzee en stuitte na ongeveer drie uur op een wrak. Luttik en de anderen testten hun persluchtflessen een laatste keer en daalden af, de diepte in.


Eenmaal weer boven zat hij vol vragen. Wat had hij nu net bekeken? Hoe was het wrak er beland? Niemand van de bemanning die het wist.


Dus ging Luttik de archieven in. Wat bleek: van veel wrakken was het verhaal onbekend. Eén uitstapje naar het archief werden er twee, drie, vier, tot het archiefonderzoek zijn volledige (en onbetaalde) dagen ging beheersen. Het onderzoek doen werd een obsessie.

Titanic

Altijd de voorboeg van de Titanic (bekend door de verfilming uit 1997, 'Jack, I'm flying!') van dichtbij willen aanschouwen? Nu kan het. Tenminste, als je wat geld hebt. Het Britse Blue Marble Private, een reisbureau voor de jetset, organiseert in mei 2018 een achtdaagse trip naar het wrak der wrakken. Voor een kleine ton heb je volgens nieuwszender CNN een van de negen stoeltjes in de onderzeeër die je vierduizend meter laat afdalen naar het iconische scheepswrak.

De Titanic

Zou je de Noordzee droogleggen en vanaf de Wadden zuidwaarts volgen, dan kom je van vrijwel alle belangrijke perioden uit de geschiedenis wrakken tegen. De ene keer een stuk van een boeg, de andere keer een onder zand bedolven motorpropellor. In het gunstigste geval: een scheepsdeel dat intact is.


Onderzoek naar de aanwezigheid van wrakken wordt al sinds eind 19de eeuw gedaan. Toen werd de hydrografische dienst opgericht, verantwoordelijk voor het in kaart brengen van de zeebodem. Met hulp van echosignalen werd bepaald of de bodem vlak was of er juist een 'object' lag. In dat laatste geval kreeg de betreffende plek een nummer en een stipje op de zeekaart, en kon het verkneukelen voor wrakfanatici beginnen. Wat zou er liggen?


'Goed onderzoek is schaars', zegt Luttik. 'Natuurlijk is je eerste reactie op zo'n onbeduidend stipje: duiken. Het moment waarop het wrak door het troebele water tevoorschijnkomt. Dan begint het te kriebelen: wat is hier gebeurd? Maar duiken naar wrakken in de Noordzee is, sinds de invoering van de Erfgoedwet afgelopen jaar, aan banden komen te liggen. Duiken als activiteit is niet verboden, maar je anker uitgooien op veel plekken wel. Een wrak aanraken ook.'

De opvallende vondsten die duiktochten soms opleveren, zijn leuk voor de aandacht. 'Maar de meeste informatie over de scheepswrakken ligt op het vasteland, in kilometers dozen in verschillende archieven', zegt Luttik.


Zo'n archiefbezoek verloopt bij Luttik steevast volgens eenzelfde reeks van handelingen. Hij haalt het karretje met stapels documenten op, hangt zijn speciaal hiervoor aangeschafte camera in een statief boven het bureau, en fotografeert alle documenten, aantekeningen, brieven en schetsjes die ook maar iets te maken kunnen hebben met vergane schepen.

Want vertrouwen op het archief als ware het een geoliede zoekmachine, is gevaarlijk, weet hij. Veel mappen in het archief zijn incompleet of hebben verkeerde etiketten. Een cruciale aanwijzing over de toedracht van zeg, een gezonken Duitse onderzeeër in 1944, kan zomaar op een notitiebriefje van een Duitse commandant staan. Voor je het weet, dwingt de zoektocht je naar het Duitse Bundesarchiv te gaan.


Om het overzicht te bewaren van alle documentatie die hij in binnen- en buitenland tegenkomt, legt Luttik een eigen fotoarchief aan. Zodra hij een naam, locatie of datum van een gezonken schip heeft achterhaald, hoeft hij zijn laptop maar open te klappen en de juiste foto's bijeen te puzzelen.


Noordzeewrakken

't Vliegend Hart

Gezonken: 3 februari 1735
Personen aan boord: 256
Herkomst: Nederland
Type: handelsschip

Op het moment dat bemanningsleden de laatste kisten wijn, kruit en goud- en zilvermunten aan boord van het VOC-schip 't Vliegend Hart laden, inspecteert kapitein Cornelis van den Horst zijn schip nog een laatste keer. Over een paar uur zal 't Vliegend Hart vanaf het Zeeuwse fort Rammekens uitvaren naar Batavia, Nederlands-Indië.

Die middag, tegen vijf uur, loopt 't Vliegend Hart vast op een zandbank in het Deurloo-kanaal. Door de noordoosterstorm die is komen opzetten, heeft de loodsboot die het schip naar de zee leidt, moeite een weg te vinden door diep water. Een poging het schip uit de zandbank te krijgen en naar diepere wateren te varen slaagt, maar de romp van het schip is dan al lekgeslagen. Een kwartier later is het schip in zee verdwenen. Geen van de opvarenden overleeft de ramp.

Luttik: 'Bij aanvang van de eerste duiken naar het wrak, midden jaren tachtig, was er veel media-belangstelling. Niet alleen om de geschiedenis van het schip, maar ook omdat de vermogende manager van de Kentucky Fried Chicken-keten in Engeland, John Rose, geldschieter voor het onderzoek was. Rose zou zich, na verschillende aantijgingen over verduistering van de bergingsopbrengst, stilzwijgend terugtrekken uit het project.'

t' Vliegend Hart Beeld Illustratie door Pauline van den Broeke

SS Tubantia

Gezonken: 16 maart 1916
Personen aan boord: 381
Herkomst: Schotland
Type: commercieel, passagiersvaart

Even voor halfdrie 'snachts ziet de brugofficier van de SS Tubantia, de parel uit de vloot van de Koninklijke Hollandsche Lloyd, een torpedo op het schip afkomen. Ontkomen kan met geen mogelijkheid, de bemanning en passagiers zetten zich schrap. Wanneer de kapitein de evacuatie begint, is een aantal reddingssloepen al beschadigd of volledig versplinterd. Toch worden alle opvarenden gered.

Hoe kon een luxe passagiersschip getroffen worden door oorlogsmunitie? Onderzoek door de Raad van Scheepvaart concludeert dat de stukken metaal in een aantal sloepboten afkomstig waren van een Schwartzkopff, een Duitse torpedo. Er was geen waarschuwing gegeven en geen schip in de omgeving. De torpedo moest wel voor de Tubantia bedoeld zijn.

Luttik: 'Volgens een oud krantenartikel was de Italiaanse graaf Carlo Zanardi Landi, vader van Hollywood-actrice Elissa Landi (1904-1948) werkzaam voor de Britse marine toen de Tubantia zonk. Hij zou op een kaart de locatie van zinken hebben aangekruist, om na de oorlog het schip te kunnen bergen en de kostbare lading goud aan boord mee te nemen. Tot nu toe heb ik geen bronnen kunnen vinden die aantonen dat Landi daadwerkelijk het wrak zou hebben aangekruist. Wel is duidelijk dat hij verschillende bergingspogingen heeft ondernomen, tevergeefs.'





De SS Tubantia Beeld Foto Bill Robertson

V1237

Gezonken: 19 april 1944
Personen aan boord: ongeveer 30
Herkomst: Duitsland
Type: voorpostenboot (militaire patrouilleboot)

Met vier andere boten kamt de Duitse voorpostenboot V1237 het gebied rond Schiermonnikoog uit. Na twee uur is er nog geen spoor te bekennen van de schepen die de dag ervoor zijn vergaan, waaronder de V1236, het broertje van de V1237. Het was een groep Beaufighters (Britse gevechtsvliegtuigen) die een dag eerder in korte tijd onherstelbare schade had aangericht. Zijn zij de volgende?

Rond 12.55 uur hoort de bemanning van de V1237 vliegtuiggeluiden aan stuurboordkant, blijkt uit logboeken. Het geluid wordt harder, de bemanning slaat alarm.

Over wat er daarna gebeurt, zijn twee versies opgetekend. Volgens het Duitse Kriegstagebuch zou haar eigen vloot met flink afweergeschut geschoten hebben, met tenminste één voltreffer: een van de Beaufighters stort in zee. Maar de Engelse Operational Records Books schrijft over 'licht onnauwkeurig' geschut. De totale schade zou niet meer voorstellen dan een gaatje in een van de staartvleugels.

De V1237 zelf is flink toegetakeld. De eerste inslaande raketten beschadigen de machinekamer en ketelruimte van het schip, gevolgd door de stuurhut en de radioruimte. Om 13.30uur wordt melding gemaakt dat het schip is gezonken. Drie van de zeven dodelijke slachtoffers zijn nooit teruggevonden.

Luttik: 'Toen ik aan dit wrak begon, verkeerden de duikers die het wrak gezien hadden, in de overtuiging dat dit de V1233 was, niet de V1237. Ze hadden een metalen naamplaatje op een van de kisten opgedoken, en de naam in Duitsland laten natrekken. Die wees op de V1233. Maar dat schip was veel korter dan het schip dat duikers op de bodem hadden zien liggen. Via onder meer foto-onderzoek heb ik kunnen bevestigen dat dit de V1237 is.'





De V1237

Drie kruisers

Gezonken: 22 september 1914
Personen aan boord: 2.296
Herkomst: Groot-Brittannië
Type: oorlogsschip

Vanuit zijn uitzichtpost ziet de Nederlandse kapitein Jan Adam Berkhout vanaf zijn stoomschip Titan een Duitse torpedojager op hoge snelheid wegvaren. Verderop aan de horizon is een Engelse kruiser te zien. Minuten eerder waren dat er drie.

Wat was er gebeurd in de tussentijd? Dit is wat de Brit W.F. Sells die ochtend zag, commandant op één van de drie Engelse kruisers. Zijn schip, de HMS Aboukir, wordt geraakt door een torpedo. De HMS Hogue en HMS Cressy snellen de Aboukir toe, in de veronderstelling dat hun collega-schip op een mijn is gevaren.

Commandant Sells springt over de rand van de HMS Aboukir het water in, en wordt opgepikt door de HMS Hogue. Even later wordt ook de Hogue geraakt door een torpedo. Dat scenario herhaalt zich nogmaals bij de HMS Cressy. Met alle drie de schepen grotendeels onder het wateroppervlak verdwenen, klampt Sells zich vast aan een drijvend wrakstuk. Hij is een van de 114 mensen die door kapitein Berkhout en zijn Titan worden gered. Van de bijna 2.300 opvarenden sterven er 1.459.

Luttik: 'Ten tijde van het identificeren en bergen, werden al fouten gemaakt in de namen die aan slachtoffers werden toegekend. Van een geval is bekend dat hij de broek van een collega-soldaat had geleend, waar diens naam ook in stond. Daardoor werd het eigenlijke slachtoffer verward met iemand anders. In het Engels archief wil ik de hele slachtofferlijst gaan nalopen en verifiëren.'



De HMS Aboukir
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden