Deze wetenschappers krijgen 2,5 miljoen euro voor vrije research

De Spinozapremies gaan naar deze vier wetenschappers

De Spinozapremies gaan dit jaar naar vier wetenschappers. Behalve de 2,5 miljoen euro een grote eer, ook voor hun universiteiten (slechts twee dit keer). Die hebben intensief gelobbyd voor hun kandidaten.

Internist Mihai Netea zoekt vaccinversterkers. Beeld Jiri Buller

Twee Groningse wetenschappers maar liefst krijgen dit jaar een Spinozapremie, de meest prestigieuze wetenschapsprijs van Nederland. Dat maakte wetenschapsfinancier NWO vrijdagmiddag bekend. Ook in Nijmegen zijn dit jaar twee winnaars.

De Groningse quantumfysicus Bart van Wees en de filosoof Lodi Nauta krijgen ieder 2,5 miljoen euro voor vrije research. In Nijmegen geldt dat voor de internist Mihai Netea en de systeembioloog Wilhelm Huck.

Het nieuwe gouden tweetal brengt het aantal Nijmeegse winnaars van een Spinozapremie in ruim twintig jaar op 11. In Groningen hebben ze er nu 8. Nationaal is Leiden met 19 winnaars huizenhoog koploper, gevolgd door Utrecht (12) en Amsterdam (11).

Baanbrekers zijn het, de Spinozapremiewinnaars, en spelbepalers, dit jaar meegerekend inmiddels 81. De universiteit waar ze werken wentelt zich gewoonlijk gretig in de eer, helemaal als de prijs tweemaal valt. Op de dag na de publieke bekendmaking feliciteren ze de winnaars in grote advertenties. Maar in feite vooral toch ook zichzelf: missie geslaagd.

De Spinoza's zijn een belangrijk wetenschappelijk eerbetoon, ook internationaal. Het is dus niet per ongeluk zo dat bij universiteiten de beleidsafdelingen marketing en strategie (MSO) intensief lobbyen voor Spinoza's. Want goeie wetenschappers zijn er te over in Nederland, maar hoe laat je ze de hoofdprijs winnen?

Op papier is dat keurig geregeld. Volgens de reglementen, opgesteld door NWO, is er een vastomlijnd gezelschap dat kandidaten mag nomineren, maximaal twee namen per jaargang: de rectors van alle Nederlandse universiteiten, afdelingsvoorzitters en adviseurs van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, afdelingsvoorzitters bij NWO-wetenschapsgebieden, de club van vrouwelijke hoogleraren LNVH en de voorzitter van ingenieursplatform ACTI. Elke nominatie moet vergezeld gaan van een uitgebreid dossier over wetenschappelijke verdiensten, internationale aantrekkelijkheid en publiek aanzien.

Een zware commissie van doorgaans twaalf senior wetenschappers van gerenommeerde buitenlandse universiteiten weegt de voorliggende nominaties en geeft het NWO-bestuur een advies voor drie of vier winnaars. Dat advies wordt gewoonlijk overgenomen.

Dit jaar, meldt NWO, telde de lijst genomineerden 37 namen, waarvan 10 vrouw, percentueel meer dus dan de 17 procent vrouwelijke hoogleraren in Nederland.

Interessant is dat verschillende partijen vaak op dezelfde kandidaten inzetten. Zo is fysicus Van Wees aangedragen door de Groningse rector én door de voorzitter van de afdeling natuurkunde van de KNAW. In Nijmegen werd Mihai Netea voorgedragen door de rector van de Radboud én door de voorzitter van het medische NWO-gebied in Den Haag, ZON-Mw.

Officieel verloopt de hele procedure elk jaar weer in strikte stilte en weten de genomineerden zelf niet dat ze genoemd worden.

In werkelijkheid hebben de betrokken instellingen en partijen wel degelijk overleg, formeel maar vooral informeel in alle academische netwerken en netwerkjes die het land telt. Daar worden, vertellen ingewijden off the record, de kansen geschat en soms ronduit deals gemaakt: dit jaar steunen we jullie kandidaten, maar dan volgend jaar jullie die van ons.

'Spinoza' staat bijvoorbeeld standaard op het lijstje gespreksonderwerpen waarmee het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren (LNVH) de colleges van bestuur van de universiteiten bezoeken. Voor de LNVH, die sinds 1999 jaarlijks namen aandraagt, valt de prijs onder het kopje 'capaciteitsvergroting'. Tot nog toe kregen 15 vrouwen een Spinozapremie, op 81 winnaars totaal; procentueel ongeveer net het aandeel vrouwelijke hoogleraren in Nederland.

Alweer officieel spelen meervoudige nominaties in de selectie voor de Spinozapremie geen rol, zegt een NWO-woordvoerder. Maar zeker de helft van de winnaars had meerdere voordrachten achter zich, blijkt uit de statistieken van de laatste jaren.

Anderzijds gaat het altijd om kleine aantallen, waardoor toeval ook gekke dingen kan doen. Dat slechts twee universiteiten alle winnaars leveren is zeldzaam, meestal zijn het er toch wel drie. Waarbij, zegt NWO alweer nadrukkelijk, er geen sprake is van streven naar rechtvaardige verdeling. De Spinozapremie is een individueel eerbetoon. Toppunt was 2010, toen drie wetenschappers de premie kregen, allemaal verbonden aan de universiteit Leiden.

Dat principe eist soms zijn tol. De eerste jaren na 1999 had de vrouwelijke inzet zichtbaar effect, daarna gedurende een lange reeks magere jaren minder. De afgelopen vijf jaar leek het aantal vrouwelijke winnaars weer te stijgen, maar dit jaar zijn het er nul. Interessant detail: sinds jaar en dag bestaat de helft van de internationale selectiecommissie uit vrouwelijke topwetenschappers.

Fysicus Bart van Wees temt de elektronen

Bart van Wees, hoogleraar technische natuurkunde in Groningen, is een natuurkundige van het meer praktische slag. Nieuwsgierigheid is de motor voor zijn onderzoek aan de eigenschappen van nanometerkleine structuren en materialen. 'Maar in het achterhoofd is een potentieel voor toepassingen voor mij wel belangrijk. Zwaartekrachtgolven of de uitdijing van het heelal: ik vind het allemaal prachtig. Maar ik werk liever aan dingen die we uiteindelijk misschien zullen kunnen gebruiken.'

Maar tegelijk: geen misverstanden. Van Wees (1961) is bepaald geen man voor de rechtstreekse toepassing. Die laat hij graag aan geïnteresseerde industrie, die met de magie van de quantumwereld betere chips kan bedenken, slimmere sensoren, materialen met merkwaardige nieuwe eigenschappen. Dat hij er al jaren kennis voor levert, is wat anders. The pleasure of finding things out, zoals fysici het wel noemen.

Fysicus Bart van Wees Beeld Jiri Buller

Alles draait bij Van Wees, al sinds zijn studie en promotie in Delft, om het gedrag van elektronen in materie. Dat die elektrische stroom leveren, weet iedereen. Maar er is veel meer. Op de allerkleinste schaal beginnen elektronen zich als golven te gedragen en wordt stroom juist brokkelig. Maar elektronen bepalen ook hoe licht en materie elkaar beïnvloeden en geven dus optische eigenschappen. En nog interessanter: ze tollen op een eigenwijze manier om hun as, met een zogeheten spin.

Van Wees geldt internationaal als een van de pioniers die de fysici hebben geleerd hoe ze met die spin kunnen spelen. Inmiddels heeft dat een heel nieuw vak opgeleverd: de spintronica, waarin niet ladingen in chips rondgaan, maar de subtiele elektrontollingen zelf, hoppend van plek naar plek.

Voor dat laatste veld is Van Wees sinds enkele jaren een van de kapiteins op een Europees megaproject van een miljard euro, het Graphene Flagship. Dat draait om de ongekende mogelijkheden die grafeen biedt: het één atoomlaag dunne koolstof, waarvan ook industrieel wonderen worden verwacht, van vederlichte beeldschermen tot supersterke tennisrackets. De Groningse fysicus was de eerste die uitvond dat elektronspins zich geen betere plek kunnen wensen dan in grafeen.

In de Groningse labs, met eigen clean rooms, wordt nu vooral gezocht naar kunstmatige structuren waarin spineffecten, elektronica en optica tot nieuwe verschijnselen leiden. 'Mijn studenten bakken van alles om te zien wat er werkt', zegt Van Wees. 'De magie van het quantum blijkt daar gewoon ook gereedschap te zijn.'

Aan ideeën en plannen geen gebrek, zegt Van Wees. Zijn dagen zijn te vol en te kort. Zo'n reuzenprijs als de Spinozapremie is prachtig, die geeft een tijdlang vrijheid zonder dat er ieder jaar een visitatiecommissie op de stoep staat.

Maar tegelijk betekent het feestjes, praatjes en interviews die uren kosten die hij liever in research zou stoppen. 'Gewoon in Groningen, waar het gemoedelijk toegaat en men elkaar op het instituut kent. Ik hoor wel verhalen over de VS, waar zogenaamd alles beter is. Maar waar collega's een kamer verder op de gang soms al geen idee hebben wat je eigenlijk doet. Niks voor mij.'

Internist Mihai Netea zoekt vaccinversterkers

Hij heeft de laatste weken geregeld zijn tong moeten afbijten om niet tegen collega's te beginnen over zijn Spinozapremie. Niet om op te scheppen, welnee, als de Nijmeegse internist Mihai Netea íéts is, is het dankbaar en deemoedig. 'Er zijn immers zoveel uitstekende wetenschappers in Nederland. Dit is veel eer om te krijgen.' Dat van die tong afbijten was vooral lastig omdat hij graag al gezamenlijk had gebrainstormd over wat voor bijzondere dingen je als onderzoeker kunt doen met 2,5 miljoen euro. 'Ik heb ideeën genoeg en het is een hoop geld, genoeg voor vijf, zes jaar werk. Wat dan helpt is erover praten met je collega's.' Maar die mochten dus nog even niks weten, zo is nu eenmaal de afspraak.

Mihai Netea (1968) kwam in de jaren negentig als arts in opleiding vanuit Roemenië naar Nederland, nadat hij op een zomerschool in Amsterdam zijn leermeester Jos van der Meer had ontmoet, hoogleraar te Nijmegen. Roemenië krabbelde moeizaam op na de dood van Ceausescu in 1989, fundamenteel onderzoek had er geen prioriteit. En Netea wilde medisch onderzoek doen. Fundamenteel onderzoek, de diepte in. Hij promoveerde bij interne geneeskunde in Nijmegen, was een tijdlang postdoc in Colorado, vestigde zich daarna in Nijmegen. Hij doet onderzoek, haalde er VICI- en ERC-beurzen voor binnen, maar ziet ook nog steeds patiënten. Dat moet, vindt hij, in zijn vak. 'In de kliniek zie je de problemen die opgelost moeten.'

Internist Mihai Netea Beeld Jiri Buller

Hoe herkent het afweersysteem ernstige infecties, van bloedvergiftiging tot schimmels, is de vraag waarom zijn werk in Nijmegen draait. Een paar jaar geleden zette een toevallige vondst hem op zijn wetenschappelijke speurtocht. Bij onderzoek met het veelgebruikte BCG-vaccin tegen tuberculose kwam een bizar effect aan het licht: de ingeënte studenten bleken niet alleen antistoffen te maken bij een besmetting met tuberculose, maar ook met de schimmel Candida. Dat is niet volgens het boekje, waarin een vaccinatie B- en T-afweercellen traint met een ongevaarlijke versie van een ziekmaker. Dat heeft letterlijk niks te maken met een schimmelinfectie. Maar kennelijk schudt een specifieke inenting ook het aangeboren afweersysteem op. Hoe, is de vraag waaraan Netea sindsdien onder groeiende internationale belangstelling werkt. 'Het aangeboren systeem heeft een geheugen, en nu we dat weten moeten de diepte in. Daar zit het harde werk, de genetica en moleculaire biologie.' Daarbij is een miljoenenpremie meer dan welkom, zegt Netea. 'Een idee krijgen kost weinig. Het goed uitzoeken is duur.'

Zijn hoop is dat de inzichten gaan leiden tot betere vaccinatieprogramma's die bredere bescherming bieden door het versterken van de aangeboren afweer. Een klinische trial met BCG plus een specifiek vaccin is net in gang gezet. Binnen een jaar of vijf moet duidelijk zijn of de combinatie ook dat vaccin effectiever maakt. 'Betere vaccinatie hoeft geen halve eeuw te duren.'

Filosoof Lodi Nauta ontleedt wereldbeelden

Historische zelfrelativering, dat is een belangrijke les die de Groningse filosoof Lodi Nauta zou willen trekken uit alles wat hij in zijn onderzoek heeft zien passeren. 'We hebben de onverbeterlijke neiging te denken dat we de zaken nu echt veel beter doorhebben dan vroeger. Het is belangrijk te begrijpen dat mensen dat vroeger net zo dachten, maar dan vanuit een heel ander wereldbeeld.'

Nauta (49) begon ooit, dol op de natuur, als een enthousiaste student biologie in Groningen. Vogelliefhebber, met veldkijker en telescoop op vroege ochtenden, is hij nog altijd. Toch schakelde hij na een jaar plantjes en diertjes over op filosofie en, nog wat later, vooral op de geschiedenis van de filosofie. 'Kunnen zien wat en hoe mensen lang geleden hebben gedacht over de wereld, ethiek, kennis, dat blijft me intrigeren', zegt hij.

Filisoof Lodi Nauta Beeld Jiri Buller

Nauta promoveerde op het denken van de vroeg-christelijke filosoof Boëthius, waarvoor hij en passant een groot aantal onbekende middeleeuwse handschriften opspoorde.

Bijna zoals in de aardwetenschappen komen zulke denksystemen en wereldbeelden het beste aan het oppervlak als zich een breuk aandient. Nauta geldt als een specialist op de overgang van de Middeleeuwen naar de moderne tijd. Hij schreef enkele jaren geleden een breed geprezen boek over de 15de-eeuwse Italiaanse humanist Lorenzo Valla. 'Op zich geen onbekende denker, een soort voorganger van Erasmus. Maar er waren alleen wat lofzangen of rücksichtlose verwerpingen waarvan je niet veel wijzer werd.'

Nauta kon deze Valla gaandeweg veel beter tot leven wekken, door diens kritiek op de middeleeuwse denkwereld nauwgezet te interpreteren. Voor Valla was dat vooral een taalkritiek. 'Hij begreep hoe taal tot luchtkastelen kan leiden. De middeleeuwers, vond hij, waren abstract en vervat in slecht Latijn.'

Nauta's aanpak leverde hem internationaal lof en vele prijzen op. Hij werkt aan een boek over taalkritiek in de periode van Petrarca (1300) tot Leibniz (1700) en heeft plannen voor een project over de erfenis van het humanisme. 'Spinoza wordt vaak gezien als een radicale breuk tussen het humanisme van de Renaissance en de rationele Verlichting. Ik denk dat dat beeld een stuk genuanceerder ligt.'

Het is, zegt de Groningse filosoof, allemaal actueler dan we denken. Hij heeft het graag over intellectueel erfgoed, dat gekoesterd moet worden. 'Dat je goed moet zorgen voor de oude Rembrandts begrijpt iedereen, maar dit geldt ook voor Spinoza of Plato. Intellectueel erfgoed is net zo belangrijk. Anderzijds is dit het type onderwerpen dat het niet makkelijk heeft. De bv Nederland denkt dat hij er niks aan verdient.'

Voor filosofen zijn premies van 2,5 miljoen geen alledaagse zaak, zegt Nauta. Met het geld gaat hij een nieuwe groep optuigen, maar hij vat de premie ook op als een signaal. 'De filosofie en de geschiedenis worden ermee in het zonnetje gezet, in een tijd van geldverdienen en maatschappelijke relevantie waarin dat niet vanzelfsprekend is. Mijn premie betekent dus ook een verantwoordelijkheid, die ik overigens graag aanga.'

Chemicus Wilhelm Huck gaat leven bouwen

Op de plaatjes in de schoolboeken ziet het er misschien niet zo uit, maar in werkelijkheid zitten de cellen in levende wezens bómvol, zegt de Nijmeegse chemicus Wilhelm Huck (46). En dat is een probleem, in elk geval voor de chemici. 'In de cel is enorm veel gaande, van de aanmaak van eiwitten tot genen die communiceren, alles door elkaar en ook nog zonder te roeren. Chemisch is zoiets een nachtmerrie, wij kunnen traditioneel vooral uit de voeten met nette en verdunde systemen. Dit is onduidelijke soep, waar toch het leven huist. En daar is dus ook nog heel veel over te leren.'

Volgens de Nijmeegse onderzoeker kan dat het beste door zelf cellen na te bouwen. Van onderaf: met ingrediënten van uit elkaar geslagen E.coli bacteriën, die van de darm, die in een emulsiedruppeltje worden opgesloten. Een primitieve kunstmatige cel, eerst met weinig ingrediënten en dan met steeds meer. Sommige mengsels van eiwitten en andere chemische stoffen klonteren spontaan, andere vinden een balans waarin dat kennelijk voorkomen wordt.

Chemicus Wilhelm Huck Beeld Jiri Buller

Het werk is anders dan bijvoorbeeld dat van genpionier Craig Venter, die cellen steeds verder ontmantelt, om zo de minimale voorwaarden voor het leven te ontdekken. 'Pas als je iets zelf kunt bouwen, begrijp je echt hoe het werkt', is Hucks stellige overtuiging.

In feite is Huck als wetenschapper rond 2010 gewoon helemaal opnieuw begonnen. Voor die tijd was hij in Leiden opgeleid, in Twente gepromoveerd en jarenlang post-doc in de VS en later hoogleraar in Cambridge, voornamelijk in de polymeerchemie. Mooi werk, goed voor tientallen publicaties per jaar en nuttig ook, bijvoorbeeld voor coatings, sensoren, betere en goedkopere zonnecellen. Maar niet zo opwindend als Hucks echte droom: het leven zelf doorgronden. Hij maakte een plan, kreeg er een Europese ERC-grant voor en Nijmegen gaf hem er een eigen groep voor en vrij spel. 'Er was geen druk, we begonnen met niks', zegt Huck. 'Publiceren komt wel weer als we wat beginnen te zien, was het idee. Ik heb er nog nooit spijt van gehad.'

En dat publiceren is er inderdaad gekomen. Meer en meer komen de Nijmeegse celbouwers, zo'n twintig in getal, in hun experimenten te weten over de stijfheid en beweeglijkheid van cellen, van de netwerken van chemische verbanden die erin spelen, van complexe ritmen in de reacties die optreden. 'Waar je eigenlijk naar kijkt is een ecosysteem van moleculen, waaruit je de formule van het leven probeert op te maken.'

Van echt kunstmatig leven is vooralsnog geen sprake, benadrukt Huck ook in zijn publieke optredens. Maar dat moment zou kunnen komen, realiseert hij zich. 'Een zelfgemaakt zakje moleculen dat leeft, zoiets gaat ook morele vragen geven. ik maak me daar nu nog niet zo druk om en als we er dichterbij komen, praat ik mensen graag bij over hoe we ermee om moeten gaan. Anderzijds is dit wel een van de meest wezenlijke vragen die we als mensen al duizenden jaren stellen: wat is leven? Als mij later wordt gevraagd waar ik als wetenschapper aan heb gewerkt, is het liever aan zo'n grote vraag dan aan efficiënte zonnecellen. Hoe belangrijk die ook zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.