'Deze taal is als licht'

DE AVANT-GARDE heeft school gemaakt. In de tijd dat futuristen, dadaïsten en andere brokkenmakers erop uit waren de kunst af te schaffen, was de waardering voor hun artistieke daden niet groot....

In deze tijd schrijft, dicht en schildert iedereen en dat kan natuurlijk alleen doordat in de loop van de twintigste eeuw de traditionele kunst is afgeschaft. Er zijn geen regels meer, geen normen. Wie een paar zinsflarden aan zijn tekstverwerker heeft onttrokken en ze print, heeft een gedicht.

In het proza is het al niet anders. Jongens en meisjes die nog nooit een boek hebben gelezen en geen idee hebben van literatuur, gaan achter hun pc zitten, tikken hun meest verborgen gevoelens eruit en mailen hun product direct naar een uitgever, die er meestal een 'verrassend debuut' in ziet.

In de beeldende kunst nemen we eenzelfde bedrijvigheid waar. Soms wordt er inderdaad nog van verf, penseel en linnen gebruik gemaakt, maar vaker wordt ons een 'installatie' geschonken en ja, daar hoef je alleen maar een idee voor te hebben, en een ideetje heeft iedereen wel eens, niet waar?

Het is niet moeilijk om aldus de invloed van de avant-garde tot een karikatuur te maken, maar is het wel de invloed van de avant-garde? Of is het iets anders?

De avant-garde kwam niet uit de lucht vallen. Ze reageerde op de bestaande kunst en de bestaande maatschappij - of hoe je het geheel aan krachten dat op het individu inwerkt, ook wilt noemen - en de vraag is dan ook of de processen die aan deze ontwikkeling ten grondslag liggen, niet van een geheel andere orde zijn dan puur artistiek of cultureel. Walter Benjamin heeft eens gezegd dat sommige technische vondsten van de vroeg-twintigste-eeuwse avant-garde (de collage, de flashback, de montage) anticipeerden op een geheel nieuw artistiek medium dat de technologie had voortgebracht: de film.

Hebben we het, als we praten over de avant-garde, over kunst? Of hebben we het over een maatschappelijk proces, dat sowieso alles verandert, en voor grote groepen van de bevolking mogelijkheden creëert, die er eerder niet waren: creatieve ontplooing bijvoorbeeld?

In de bewogen jaren zestig van de vorige eeuw kwam er plotseling weer heel wat avant-gardemateriaal boven water. De mentaliteit die eruit sprak, sloot aan bij de houding die de babyboomers in landen als Frankrijk, Duitsland, Engeland, Nederland en de Verenigde Staten ten opzichte van hun ouders en docenten aannamen; volstrekte fossielen, die absoluut niet begrepen waar het in het leven om ging.

Je zou zeggen dat die golf nu wel voorbij is, maar nee, nog steeds zijn er individuen, die ons van hun geloof in de daden van die vroege avant-gardisten op de hoogte willen stellen. Nog steeds verschijnen er boekjes met 'teksten' van grote figuren uit die tijd en dat lijkt niet langer modieus, maar pure interesse.

Een recent voorbeeld is Zangezi van Velimir Chlebnikov, een uitgave die we te danken hebben aan de vertaalster Aai Prins die als slaviste in de ban moet zijn geraakt van de literaire (of misschien wel: linguïstische) experimenten die de Russische bard in zijn korte, trieste leven ondernam.

Chlebnikov werd in 1885 in het district Astrachan geboren en na een periode in Kazan te hebben vertoefd, ging hij naar Petersburg, waar hij biologie, Sanskriet en Slavische talen studeerde, maar Chlebnikov was geen student in de gewone zin van het woord: hij was een doldrieste geest die de chaos zoals deze uit de buitenwereld op hem afkwam, wilde ordenen - was het niet met behulp van het woord, dan wel met behulp van wiskundige formules (zijn werk wemelt ervan).

Hij kwam in contact met (symbolistische) dichters als Ivanov en Koezmin, maar leek een thuis te hebben gevonden toen hij David Boerljoek, Aleksej Kroetsjonych en Vladimir Majakovski leerde kennen, dichters met wie hij het pamflet Een klap in het gezicht van de publieke smaak schreef. Het wordt beschouwd als een eerste uiting van het Russische futurisme, een van de vele bewegingen aan de vooravond van de Russische revolutie, die het culturele leven in steden als Moskou en Petersburg toen zo op dat in Parijs, Milaan, München of Berlijn deed lijken.

Chlebnikov schreef voortdurend, op alles, en wat hij schreef droeg hij, als de zwerver die hij was, in een kussensloop mee, die hij vaak vergat. Dat er überhaupt iets van hem werd gepubliceerd, had hij aan zijn vrienden te danken.

Met hen trad hij ook veelvuldig op, hoewel hij daarbij in de schaduw bleef van de grote Majakovski. Met hen ook bedacht hij een nieuwe taal (zaoem geheten) waarmee 'de nieuwe mens' in het nieuwe tijdperk dat gloorde, uitdrukking zou kunnen geven aan zijn (nieuwe?) gevoelens en gedachten.

De praktijk was dat die zaoem niet veel verschilde van de nieuwe taal die dada of de Italiaanse futuristen voorstonden, wat alleen te begrijpen valt als je ziet wat al die literaire avant-gardisten deden: de taal als het ware concretiseren. De klank, of liever gezegd de morfologie in het algemeen, wordt veel belangrijker dan de semantiek. In feite scheidden ze klank en betekenis. Aan de schok (of de vreugde), die ze met hun werk de toehoorders bereidden, lag het nog ongereflecteerde inzicht ten grondslag dat woord en ding niet één waren, dat de relatie tussen die twee arbitrair was, een idee dat in de loop van de twintigste eeuw grote invloed zou hebben op de literatuur (en vooral de poëzie), maar ook op de linguïstiek en de filosofie. De vraag waarvoor je als denkend wezen kwam te staan, was: kun je het in taal nog wel over de wereld hebben.

U ziet, wie zich met avant-gardisten als Chlebnikov inlaat, is niet voor één gat te vangen. Intussen liep het slecht met hem af. Hij stierf, arm en uitgeput in 1922. Gezien zijn leven en de manier waarop hij met zijn werk omging, is het een godswonder dat er nog zoveel van hem bewaard is. Zangezi is maar een klein deel van het ganse oeuvre, dat in 1972 volledig beschikbaar kwam in een Duitse uitgave van Rowohlt.

Het is het soort werk, dat je niet leest, maar waarin je eindeloos bladert, steeds weer verrast door (soms) krankzinnige vondsten, ideeëen en vooral ook zinnen als: 'Dit is het pad van de wenende nacht'; 'Gekerkerd in de kamer/ Van een mensenleven schrijf ik, een vlinder,/ De regels van mijn stof/ Op barse ramen en laat mijn naam/ Na op het straffe noodlotsglas.' Of: 'Laat de wereldtaal van profetische klanken de nevel der tijden verwaaien. Deze taal is als licht. Luistert.'

Chlebnikov schreef Zangezi tussen 1920 en 1922. Het is een verhaal dat zich op geen enkele manier laat navertellen, al zou je kunnen zeggen dat het gaat over een profeet die gezeten op een klip zijn 'leer' verkondigt (aan mens en dier, zoals Aai Prins in haar heldere inleiding schrijft). Maar de inhoud van Zangezi is, net als bij de andere geschriften van Chlebnikov, van minder belang dan de vorm: Zangezi is een spel met de taal en daardoor voor ons niet makkelijk toegankelijk. Het gaat er bij deze 'tekst' niet om wat de schrijver overdraagt, van welke ervarig hij ons deelgenoot maakt, maar om de wijze waarop dit 'bouwwerk' uit taalelementen is opgetrokken. Het creatieve zit 'm puur in de behandeling van het materiaal, die ons tot een inzicht moet brengen dat het traditionele gebruik van de taal ons niet kan schenken.

Eerlijk gezegd, geloof ik dat wel. Interessant blijft wat er gebeurt. Het zal ook de vertaalster hebben geïntrigeerd, die de hondsmoeilijke opdracht had voor de formele problemen van deze tekst een oplossing in het Nederlands te vinden, zonder dat een globale interpretatie daarbij een leidraad kon zijn (want ik geloof niet dat deze tekst zo'n interpretatie oplevert, ze is per definitie hermetisch). Wat zich dan aandient is een esthetiek die aan de taal wordt ontworsteld. Of die in het Nederlands van dezelfde waarde is als in het Russisch, valt niet te beoordelen. Het enige wat ik kan zeggen is dat de vertaalster Chlebnikov zo letterlijk mogelijk heeft gevolgd en zo op het oog schitterende oplossingen heeft gevonden voor de grappen die Chlebnikov, ongetwijfeld ernstig bedoeld, met zijn materiaal uithaalt, als hij bijvoorbeeld de krijgers van het alfabet, de Ka, El, Er en Ge, met elkaar laat strijden of eindeloos varieert op de mogelijkheden die het willekeurige gebruik van suffixen, affixen en andere morfologische delen van het woord te bieden hebben (en daarbij dan de stam 'lach' gebruikt).

Zangezi is voor de lezer (of moet ik zeggen de gebruiker?) in het Nederlands een spel op drie niveaus geworden, of eigenlijk moet ik zeggen (zo'n schrijver dwingt je voortdurend je taal te herzien): het is een spel tot de derde macht geworden: dat van de schrijver, dat van de vertaalster en ten slotte het spel van de lezer, die alles uit de kast moet halen om met vrucht de vele ertslagen in deze oude, avant-gardistische, Russische mijnschacht te kunnen aanboren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden