Interview Shahira Sharaf

Deze Syrische vluchteling en wetenschapper onderzoekt waarom vluchtelingen en Nederlanders elkaar moeilijk begrijpen

Shahira Sharaf. Beeld Jiri Buller

Doctor of hoogleraar in het buitenland, maar vluchteling in Nederland. Dat betekent vaak het einde van de academische carrière. Nu biedt de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) twaalf gevluchte academici een eenjarige aanstelling aan op verschillende Nederlandse universiteiten, zodat zij toch weer als onderzoeker aan de slag kunnen.

Zo ook Shahira Sharaf (48). Zij promoveerde aan de universiteit van Damascus, een plek waar de politieke conflicten in het land een flinke impact konden hebben op de werkrelaties tussen collega’s en leidinggevenden. In 2015 vluchtte ze naar Nederland en komend jaar onderzoekt ze in hoeverre Nederlanders en vluchtelingen elkaars emoties begrijpen. ‘Ik zie emoties als een internationale taal. Ook als je de taal niet spreekt: als je elkaars emoties begrijpt, versta je de ander. Maar heel vaak lukt dit niet en komen vluchtelingen in een isolement waardoor ze moeilijker integreren. Dit zie ik om me heen gebeuren.’

Uw academische loopbaan begon aan de universiteit van Damascus, wat deed u daar?

‘Eerst werkte ik tien jaar in een nationaal laboratorium waar we meetinstrumenten kalibreerden en gaf ik les in werktuigbouwkunde. Na een tijdje wilde ik iets anders doen en schreef mijn promotieonderzoek over onderzoeksmethoden in de sociale wetenschappen. De promotiecommissie was onder de indruk en gaf me hele hoge cijfers, waardoor ik cum laude zou afstuderen. Niks daarvan, vond het faculteitshoofd; hij dwong sommige leden van de promotiecommissie om lagere cijfers te geven. Hij wilde voorkomen dat ik zou lesgeven, iets wat alleen mag met een cum-laudediploma.’

Uiteindelijk had het weinig uitgemaakt of u nu les mocht geven of niet: u bent na het promoveren niet lang in Syrië gebleven.

‘Het werd voor mij steeds moeilijker om naar de universiteit te komen, maar thuisblijven was geen optie. Je moest komen, ongeacht de omstandigheden, ongeacht of je wat te doen had of niet. Niet of te laat komen betekende minder salaris.’

‘Toen mijn promotie af was en de situatie verslechterde, besloot ik te vertrekken. Ik wilde graag op legale manier in Europa aan het werk en solliciteerde bij veel universiteiten in Europa, ook in Amsterdam. De universiteit van Bern in Zwitserland nam mij aan als onderzoeker, maar ik kreeg mijn visum niet bij de ambassade. Daar dachten ze: dit is zo’n Syrische vluchteling, als we die toelaten vertrekt ze nooit meer.’

Shahira Sharaf. Beeld Jiri Buller

Uiteindelijk kwam u als vluchteling in Nederland terecht en volgde u lessen op de universiteiten hier. Wat zijn de verschillen tussen Syrische en Nederlandse universiteiten?

‘Dat zijn er nogal wat. Allereerst is de kwaliteit hoger op Nederlandse universiteiten, veel staan in de top-100 van de wereld, terwijl Syrische universiteiten daar niet bij in de buurt komen. Daarom moeten academici uit Syrië hard werken om hun wetenschappelijke carrière hier voort te zetten. Daarnaast opereren wetenschappers aan Syrische universiteiten individueler. Hier help je elkaar op de universiteit, maar daar zeker niet. Hooggekwalificeerde onderzoekers hebben veel gedaan voor hun positie, ze zijn erg individueel ingesteld.’

‘Ook verschijnen er weinig publicaties aan de universiteiten in Syrië. De focus ligt op lesgeven. Deze lessen lijken niet op Nederlandse lessen: er is geen interactie en er wordt geen kritische houding van de studenten verwacht. Meestal gebruiken docenten de lestijd alleen om zelf te praten, daarna vertrekken ze weer. Toen ik eens van mening wilde wisselen met de docent zei hij: ‘Je verspilt mijn tijd!’

‘In Syrië zijn bovendien weinig gespecialiseerde boeken en er is geen vrije toegang tot online literatuur. Ik zocht soms wel een maand voor een boek dat ik nodig had. Tijdens mijn promotieonderzoek stuurde een vriend in Engeland mij de literatuur die ik nodig had. Dat was de enige manier, omdat de universiteit helemaal niks doet om de onderzoekers te ondersteunen. Cursussen, conferenties of workshops zijn er niet, die volgde ik online. Nu ik hier in Nederland werk, zijn er een heleboel mogelijkheden.’

Nu gaat u onderzoeken in hoeverre vluchtelingen en Nederlanders elkaars emoties begrijpen. Wat gaat daar mis dan?

‘De grote vraag die ik wil beantwoorden is: waarom is het begrijpen van emoties tussen Arabische vluchtelingen en autochtone Nederlanders zo moeilijk? Liefde, boosheid, angst, verdriet of verlegenheid kun je van iemands gezicht aflezen, maar dit is moeilijker bij iemand uit een andere cultuur.’

‘Een voorbeeld zag ik bij de cursus Nederlands. Daar wilde een mannelijke klasgenoot de docente niet aankijken als hij met haar praatte, omdat oogcontact in Arabische, met name islamitische culturen niet normaal is, zeker niet tussen mannen en vrouwen. De docente vond dat respectloos en zei voortdurend: ‘Kijk mij aan!’ Hij kon dat niet en blokkeerde. In de klas konden wij zien dat hij zich schaamde, maar de docente zag dat niet. Uiteindelijke riep hij uit: ‘Dat kan ik gewoon niet.’

‘Zelf vind ik emoties aflezen ook wel eens lastig. Toen ik bij een Nederlands gezin kwam eten, waren daar twee kleine meisjes. In Syrië knuffel en kus je de kinderen gedag. Dus ik gaf ze een knuffel, maar de kinderen waren erg terughoudend. Ik dacht dat ze verlegen waren, maar in werkelijkheid waren ze bang, weet ik nu.’

Shahira Sharaf op de Roeterseiland campus van de Universiteit van Amsterdam. Beeld Jiri Buller

Uiten we die emoties dan ook echt op een andere manier?

‘Soms wel. Liefde bijvoorbeeld: hier in Nederland knuffel je een vriend, maar in de Syrische cultuur gebeurt dat alleen bij geliefden. Als een Syriër verliefd wordt op een Nederlander leidt dat soms tot onduidelijkheid: zijn de knuffels vriendschappelijk of is er meer?’

En na dit jaar? Wilt u ooit terug naar Syrië?

‘Moeilijke vraag. Ik wilde niet op deze manier vertrekken uit Syrië en ik zou het land graag verder willen helpen. Maar de oorlog is nog niet voorbij en als het voorbij is moet het land weer helemaal opgebouwd worden. Ik richt me eerst op komend jaar, bouw netwerken op en blijf leren, zodat ik volgend jaar mijn academische loopbaan kan voortzetten. En dan zie ik wel waar ik terechtkom: Syrië of Nederland, waar ik mij maar het best kan inzetten.’

Wie is Shahira Sharaf?

Shahira Sharaf werkte tussen 1993 en 2004 in een universitair laboratorium voor meetapparatuur. Daarna was ze tot 2012 universitair docent werktuigbouwkunde en haalde ze ondertussen een diploma voor filosofie. Tussen 2010 en 2013 schreef Sharaf een proefschrift voor filosofie over methodologie in sociale wetenschappen. In 2014 ontvluchtte Sharaf Syrië vanwege de Syrische burgeroorlog. Zij reisde via Turkije naar Nederland.

Eenmaal aangekomen liet Sharaf haar diploma’s ook in Nederland erkennen. Ze volgde diverse cursussen, zoals een taalcursus en een cursus academische vaardigheden aan de Volksuniversiteit Tilburg en de universiteiten van Amsterdam. Ook deed ze vrijwilligerswerk. Zo was ze bestuurslid bij ‘Gast aan tafel’ in Den Haag, dat een vluchtelingengezin en een Nederlands gezin bij elkaar brengt om samen te eten. Bij Vluchtelingenwerk Rotterdam onderzocht ze de klanttevredenheid over de diensten van de organisatie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden