Deze man wil kunstmatige intelligentie inzetten voor vrede, echte vrede

Ergens in Finland werkt een geleerde aan een computer die wereldwijd vrede moet brengen. Tegelijk rekent de professor af met zijn jeugdtrauma. John Schoorl toog naar Helsinki.

Timo Honkela: 'Ik wil niet overdrijven, maar dit restaurant heeft een belangrijke rol gespeeld bij de totstandkoming van de vredesmachine.' Beeld Laura Lisalo

In Chinees restaurant 'Family' eet Timo Honkela (55) zeer zorgvuldig met stokjes zijn tjaptjoi met groenten, kip en rijst. De Finse professor heeft net zijn bord volgeschept uit de metalen bakken van het buffet en drinkt er een groot glas water bij. Hij zit op zijn vaste lunchplek onder een Chinese lampion, met zicht op een reeks Chinese stillevens.

Op deze achter rafelige vitrage verscholen plek in het centrum van Helsinki - afhalen behoort ook tot de mogelijkheden - kreeg zijn vredes-machine gestalte. Drie keer per week loopt hij van zijn werkkamer van de Universiteit van Helsinki naar het kleine restaurant, een in gepeins verzonken wandelaar. Op een van die tochten begin dit jaar schoot zijn resolute oplossing voor wereldvrede hem te binnen: een ingenieuze vertaalcomputer die alle misverstanden wereldwijd wegneemt.

Terwijl hij het vertelt, lijkt er wel een lichtje in zijn ogen te gaan branden. We moeten weten, Honkela heeft in die dertig jaar best een aardige wetenschappelijke loopbaan in de kunstmatige intelligentie opgebouwd, als professor research into digital information. Vooraanstaand kun je hem noemen, bekend spreker op congressen, onderzoeker met hier en daar gepubliceerde wetenschappelijke artikelen, jarenlang voorzitter van de beroepsvereniging. Keurig binnen de lijntjes is eigenlijk een betere omschrijving. In zijn eigen woorden: 'Het leek alsof ik nooit echt iets durfde af te maken en voor het gemak van onderwerp naar onderwerp huppelde.'

Totdat er in 2014 agressieve tumoren in zijn hersenen werden gevonden. 'En dat was mijn geluk', zegt hij, tussen twee zoetzure hapjes door. 'De kanker bood me een nieuw perspectief, als mens en als wetenschapper. Daardoor ging ik anders kijken naar mijn leven. Ik mag wel zeggen, ik ben totaal veranderd, alsof ik de kanker nodig had als ultieme wake-upcall. Vóór mijn ziekte was ik een bittere, tobberige man met tal van psychische stoornissen. Ontevreden over het leven. Altijd maar denken dat het beter moet. Nu heb ik gevoel dat elke dag een geschenk is.'

Het zag er aanvankelijk somber voor hem uit. Na een levensbedreigende operatie, waar met succes de tumoren werden verwijderd, werd hem verteld dat de kans groot was dat de kwaadaardige cellen snel zouden terugkeren. Hij kreeg zware medicijnen, en verdomd, beetje bij beetje krabbelde hij op. Vooralsnog blijkt de kanker niet aan te groeien, hij mag nog even door, zegt hij, al gaat lezen en schrijven hem slecht af. Zijn gezichtsvermogen is blijvend aangetast, net als zijn geheugen.

Beeld Laura Lisalo

Op de universiteit werd hij academicus op halve kracht, die af en toe een bijeenkomst organiseerde. 'Maar dat was niet genoeg', vertelt hij. 'Ik werd steeds rustelozer. Ik wilde niet bij de pakken neerzitten en langzaam uitdoven. Ik bedoel: ik heb dertig jaar ervaring op het gebied van kunstmatige intelligentie. Ik begrijp hoe het werkt, ik heb veel gereisd, ik ken de mensen. Wat kan ik doen met alles wat ik afgelopen jaren heb opgezogen aan informatie en ervaringen en wetenschap? Zeker als je maar beperkte tijd hebt en binnen een jaar dood kan gaan. Wat kan ik nalaten dat er echt toe doet?'

Hm, wereldvrede... dat zou pas een uitdaging zijn, zo sprak hij zichzelf toe tijdens een wandeling. Ja, natuurlijk was het krankzinnig en grotesk. Iedereen zou hem bespotten. Hmm, maar waarom eigenlijk niet... Toch? Kom op! Want raar toch: kunstmatige intelligentie wordt wel ingezet voor militaire doeleinden maar nooit voor vrede, echte vrede, een wereld waarin mensen elkaar niet willen bestrijden. Dáár zou nieuwe technologie voor moeten zorgen.

Op een volgende wandeling nam hij twee hooggeleerde collega's mee naar restaurant Family. Nadat ook zij hun borden hadden volgeschept uit de metalen bakken en de miniloempia's in de pittige, rode saus hadden gedoopt, legde hij zijn vondst op tafel. Bedeesd en aarzelend, dat wel, want zometeen zouden die no-nonsensegeleerden hem een lijpe wolkenridder noemen en dat mocht je toch niet overkomen als wetenschapper.

Oh, great! Wonderful! Dat was wat hij aan tafel kreeg te horen. Ga door!

En dat is wat hij deed, hij ging aan de slag om zijn plan verder uit te voeren en in binnen- en liefst ook buitenland aandacht en geld te genereren. Zijn verhaal belandde bij Helsingin Sanomat, de grootste Finse krant, die ermee uitpakte. Op primetime vertelde hij op de Finse televisie over zijn Peace Machine. In april sprak hij het National Dialogues Conference toe, waar vredesonderhandelaars, politici en wetenschappers van overal ter wereld luisterden naar zijn voornemen om 'de dialoog aan te gaan met miljoenen mensen'. Van alle kanten werd hij toegejuicht en geknuffeld.

Honkela: 'Vijfhonderdvijftig jaar geleden werd de boekdrukkunst uitgevonden. Hierdoor konden mensen delen wat ze hadden geleerd. Nu moeten we een computer ontwikkelen die ons verder helpt met uitleggen wat we bedoelen, waardoor we met elkaar in vrede kunnen leven.'

De universiteit van Helsinki heeft inmiddels in de gaten dat Honkela een wetenschappelijke ster in opkomst is en laat hem in alle rust in twee werkkamers rondscharrelen, werkend aan zijn uitvinding. Vrienden, collega's en andere betrokkenen begonnen een crowdfundactie zodat hij een boek kan afmaken, dat binnen een half jaar verschijnt, Peace Machine: the testament of an AI-researcher. Behalve over de uitvinding en de wetenschap gaat dat vooral over zijn persoonlijk leven. Want, zegt hij, je kunt pas begrijpen hoever hij is gekomen, als je weet van de cruciale gebeurtenis uit zijn jeugd - de dood van zijn moeder.

Spraaksoftware

Voor zijn boek spreekt hij een dictafoon in op zijn smartphone, waarna de woorden door spraaksoftware worden omgezet in tekst. Dat wordt vervolgens verwerkt door leden van zijn team, twintig mensen in totaal, die hem helpen bij zijn vredesmissie. Samen hardop dromen, daar is niks mis mee, zegt Honkela. 'Onderzoek heeft bewezen dat de manier waarop wij nadenken over de toekomst van invloed is op hoe die eruit zal zien. Zo heeft de onderzoeker ook een droom dat hij Barack Obama ontmoet. 'Want hij heeft het vermogen om de wereld te laten kennismaken met de Peace Machine.'

Honkela heeft zijn bord leeg en legt zijn stokjes heel precies naast zijn bord. Langji Chen, de Chinese uitbater van Family, zegt dat hij hem graag deze maaltijd wil aanbieden. Zijn vrouw Runlian staat te wokken in de keuken. 'Zij weten precies wat er aan de hand is met mijn gezondheid', zegt Honkela, 'en adviseren me wat ik het beste kan eten. Deze plek is echt belangrijk voor mij. Het vredelievende tafereel van deze twee oudere mensen heeft zeker meegespeeld in mijn denkproces. Ik zie ze nooit strijden met elkaar. Ze doen het samen, twee hardwerkende geliefden. Ik wil niet overdrijven, maar dit restaurant heeft een dominante rol gespeeld bij de totstandkoming van de Peace Machine.'

Killer robots

Het stond er echt, in juni dit jaar, in Het Financieele Dagblad, er was een Peace Machine uitgevonden. In Finland, misschien niet toevallig, met die dreigende agressor als buurman, Rusland. Een vredesmachine - dat klonk verdomd goed. Daar zat de mensheid op te wachten, het werd ook tijd, zo'n apparaat. Sluit de oorlogshitsers aller landen er meteen draadloos op aan en je krijgt peace for all time. Of maak een supersonische robot die als een Superman over de wereld suist en alle strijdende partijen scheidt. Een man van staal, voor de wereldvrede.

Want je kunt wel dichten voor de vrede, of fakkels branden voor de vrede, mediteren voor vrede, hashtaggen voor de vrede, op één been neusfluiten voor de vrede, en noem al die goedbedoelde pogingen maar op, maar het is tijd voor next level. John Lennon kon in bed kroelen voor de vrede met duifje Yoko en luid 'All we are saying, give peace a chance' zingen, maar dat was toen. Als de wereld robotiseert kan zoiets essentieels als vrede stichten echt niet overgelaten worden aan onvoorspelbare houthakkers, zijnde de menselijke soort.

Yuval Noah Harari, de Israëlische bestsellerauteur, schrijft in Homo Deus, een kleine geschiedenis van de toekomst dat we leven in een tijd van 'de Nieuwe Vrede'. Vroeger kon je nog zeggen dat vrede de afwezigheid was van oorlog, als een soort tussenpauze. Bij de Nieuwe Vrede gaat die vlieger niet meer op, naar vrede moet je echt streven, dat is namelijk een stuk praktischer dan oorlog en goedkoper bovendien. Het Institute for Economics and Peace rekent elk jaar voor dat de vrede wereldwijd toeneemt en goed is voor de portemonnee.

Kunstmatige intelligentie, Honkela's vakgebied, heeft zich met autonome wapensystemen - zoals zelfdenkende kanonnen, zelfrijdende tanks - een plekje veroverd op het strijdtoneel. Geen gezellig idee. Onlangs waarschuwden wetenschappers en bedrijfslieden voor de aanwas van deze 'killer robots' die de vrede, op termijn, zouden bedreigen. De vrees is dat kunstmatige intelligentie leidt tot een nieuwe wapenwedloop.

Dus Timo Honkela, de doodzieke vijftiger die nu licht gebogen door de gangen van de Universiteit van Helsinki naar zijn nummerloze werkkamer sloft, is de man waarop de wereld zit te wachten. Bij deze technologische vredesapostel komt alles samen. Nooit, nooit meer hoeven kostbare, sciencefictionachtige militaria en nucleaire gedrochten aangeschaft te worden nu een slimme machine het mensdom rechtstreeks naar het walhalla van de vrede kan transfereren.

Beeld Laura Lisalo

Trukendoos

'Dit is het centrum van de wereldvrede, dit is de Peace Machine', zegt Honkela glimlachend, terwijl hij in een kleine, grauwe kamer wijst naar een muur met roze, oranje en gele plakkertjes vol Finse kreten. 'Dit zijn de uitgangspunten waaraan we werken en die de pijlers worden van mijn concept. In deze kamer werken we aan de wetenschappelijke onderbouwing van mijn idee.'

Oké, duidelijk, professor Honkela, maar waar is het magische bouwsel dat eerdaags naar de grens tussen Noord- en Zuid-Korea wordt gereden en alle ruziezoekers uit hun schoenen blaast? 'Dit is het', en hij richt zich nog een keer naar de muur, met enige spot in de ogen de teleurstelling registrerend bij het bezoek. 'Dit is het begin. Technisch gezien is er nog niks, eerst moet het boek er zijn. Hier moet je het mee doen, voorlopig. Het concept.'

In de kunstmatige of artificiële intelligentie worden apparaten ontwikkeld die zelf kunnen redeneren en beslissen. Het zijn robots en computers die het menselijk denken en handelen kunnen imiteren of beter uitvoeren. Die elektronische trukendoos wordt gevoed door methoden die 'machinaal leren' heten en 'neurale netwerken', het specialisme van Honkela.

Wat de vredesmachine moet doen, is het oplossen van conflicten die worden veroorzaakt doordat verschillende partijen elkaar niet wezenlijk begrijpen. Vertaalsoftware en andere taaltechnologie moeten dat gaan oplossen, zegt Honkela. Door miljoenen boeken en teksten te analyseren en deze informatie te verwerken, moeten 'interculturele misverstanden' voor-komen kunnen worden.

Volgens Honkela kan onbegrip al veroorzaakt worden door één woord. Neem 'eerlijk', als woord. Honkela: 'Als iemand zegt: 'Dat is niet eerlijk', hangt de betekenis daarvan af van iemands eigen ervaring, cultuur, land en geschiedenis. Dan hebben we het pas over één woord. Daarmee begint al de miscommunicatie, het onderhandelen over de betekenis van een woord. Technologie moet ons daarbij helpen.

'De machine kan zeggen: 'Hé John, Timo begrijpt je niet, die begrijpt iets anders'. Zo word je door het gesprek geleid, als een gids bij taalproblemen, waardoor angst en woede in de communicatie kunnen afnemen. Machines kunnen mensen niet vervangen, maar wel kennis, mogelijkheden en ondersteuning bieden. De techniek kan ons, emotionele wezens, helpen uit de agressieve dynamiek te komen. Naïef? Idealistisch? Je moet ergens beginnen.'

Overdosis

Timo Honkela was 8 jaar toen hij zijn moeder vond, achter de keukendeur. Ze had een overdosis medicijnen genomen en hij was de eerste van het gezin die haar dood aantrof. Dat ze depressief was vermoedde hij wel, al kende hij dat woord niet. Vaak zag hij haar zitten, kettingrokend, in stilte starend, ongelukkig, somber. Ze was ooit zo'n prachtige, stralende vrouw geweest, als laborant in Helsinki.

Nadat ze zijn vader had ontmoet, gingen ze 500 kilometer noordelijker wonen. Zijn vader zocht de stilte van een dorp, hij kon de prikkels van de grote stad niet verdragen. In de Tweede Wereldoorlog was hij als soldaat gewond geraakt, hij had aanhoudend last van paniekaanvallen. Telkens dacht hij dood te gaan, hij kon amper functioneren zonder medicijnen. Zijn moeder had het gevoel in de schaduw van zijn oorlogstrauma te verdorren. Ze had niet op het platteland willen zijn als huisvrouw, moeder van twee jongens.

Honkela: 'Ik heb twee weken gehuild na haar dood. Alsof een deel van mijn geheugen werd leeggeveegd, vergat ik bijna direct hoe mijn moeder eruitzag. Ik was in shock. In de bibliotheek in het dorp ging ik wanhopig op zoek naar antwoorden. Hoe kon dit gebeuren? Waarom deed mijn moeder dit? Ik dook in boeken over de samenleving, de menselijke geest, sociale wetenschappen, en langzaam maar zeker ging het over in logica, wiskunde en taal. Een verklaring wilde ik hebben - een oeverloze zoektocht werd het.'

Bij een bezoek aan zijn oudere broer in Zwitserland las hij voor het eerst een boek over kunstmatige intelligentie. Hij was 15 jaar en voelde zich 'in het hart geraakt door de materie'. Veel later heeft hij dat proberen te verklaren: hij was door de zelfmoord van zijn moeder teleurgesteld geraakt in de mens en zocht zijn heil in techniek, in een maakbaar universum.

'Ik was veel te kort kind geweest en groeide uit tot iemand die zijn mond hield. Niemand vertelde ik over de zelfmoord. Ik sprak niet met mijn vader over belangrijke kwesties. Over mijn gevoelens. Ik was zo gesloten als een machine. Het schuldgevoel waar mijn vader mee rondliep, had hij op mij overgedragen, net als de paniekaanvallen. Ik was tijdens mijn studie ook doodsbang voor vrouwen. Ik bewonderde ze, maar had het gevoel dat ze je zomaar in de steek konden laten - zoals mijn moeder had gedaan.'

Beeld Erik Kriek

Uitgegumd

Als Honkela in het Engels zijn verhaal doet, lijkt het of hij in een monotoon ritme zijn levensgeschiedenis dicteert. Alsof het een logische aaneenschakeling is, een algoritme van gebeurtenissen die elkaar wel moesten opvolgen. Zonder door iets te worden afgeleid of te beseffen hoe ontroerend zijn verhaal is, zet hij uiteen hoe die getraumatiseerde jongen uiteindelijk kunstmatige intelligentie ging studeren. Hoe hij een uitblinker werd in zijn vakgebied, promoveerde en kortstondig een eigen ict-bedrijf had.

De buitenwereld dacht dat hij zijn zaakjes voor elkaar had, maar hij had zichzelf aangeleerd met een masker rond te lopen. Hij hield zich met moeite staande, zegt hij, en was een vat vol psychische stoornissen. 'Ik had in mijn vakgebied al lang miljonair kunnen worden, Google wilde me ook hebben. Behalve dat ik niet geïnteresseerd was in geld, voelde ik me niet ook goed genoeg voor zo'n stap. Ik had het gevoel dat ik het niet verdiende om rijk te worden.'

Zijn eerste huwelijk sneuvelde, net als zijn tweede. Inmiddels is hij voor de derde keer getrouwd. Vooral de dissociatiestoornis waaraan hij bleek te lijden, leidde ertoe dat zijn relaties boordevol spanning zaten. Bij de minste kritiek kromp hij ineen en was niet meer aanspreekbaar. Voor het gezinsleven vluchtte hij: met werkdagen van 12 uur en zo vaak mogelijk in het buitenland. Zijn twee dochters, nu 18 en 28 jaar, zag hij nauwelijks opgroeien.

Honkela: 'Het positieve van de echtscheidingen is dat mijn dochters niet de kans hebben gehad om mijn gedrag te imiteren. Daarvoor was ik te kort in hun jeugd. Dat is een negatieve gedachte, dat geef ik toe, maar het was echt beter dat mijn dochters niet de hele tijd bij mij waren. Er was altijd het risico dat ik onvoorspelbaar gedrag vertoonde.'

Vijf jaar geleden had hij een depressieve periode en leek hij definitief ten onder te gaan. Op de universiteit waar hij werkte vond een grote bezuinigingsronde plaats waarbij de vijftigers het moesten ontgelden. Dat hij mocht blijven, stelde hem niet gerust: Honkela had het gevoel dat hij niet meer nodig was, dat hij langzaam maar zeker werd uitgegumd. 'Ik nam het veel te serieus, ik kon niet meer functioneren. Toen later de hersentumor werd gevonden, dacht ik dat het mijn eigen schuld was. Had ik maar niet zo moeten piekeren, dat krijg je ervan. Een therapeut zei ooit: 'Het lijkt wel alsof je hoofd van je lichaam is gescheiden, jij leeft alleen in je hoofd.'

Een van de schaarse herinneringen aan zijn moeder is hoe trots ze keek toen visite hem begroette met: 'Ha, daar is de toekomstige professor!' 'Het lijkt alsof ik weer wat van die jongen heb', zegt hij. 'Ik ben zoveel blijer door dit project. Al die opwinding en steun, collega's die meedenken, op een hoog internationaal niveau. Ik hoef maar de deur uit te gaan voor een korte wandeling, zoals vandaag, en ik word door veel mensen aangesproken. Heerlijk. '

Trots

Vanuit de keuken zwaait het echtpaar Chen als Honkela hun restaurant Family verlaat. Davie, de zoon des huizes en een vaste gesprekspartner van de Finse wetenschapper, was er deze keer niet. Die verzekerde hem onlangs nog dat de Chinese markt voor de vredesmachine voor het grijpen ligt. Via een neef van een neef in China zou een uitgeverij interesse hebben getoond, wellicht dat daarna de Amerikanen en de rest van de wereld voor zijn boek zullen vallen, zo hoopt hij.

Honkela hoopt dat binnen tien jaar zijn Peace Machine er echt is. Op de wereldvrede durft hij geen prognose los te laten. Eerst moet een groot bedrijf erin geloven; oorlogsmateriaal produceren lijkt vooralsnog lucratiever. Google zou het kunnen, denkt hij, die hebben de technische knowhow. 'Ik zou het ook niet erg vinden als het idee voor de Peace Machine gestolen wordt. Hoe meer het wordt gekopieerd of gejat, hoe beter het is voor de mensheid. Ik hoef er geen erkenning voor te hebben.'

Wel hoopt hij nog het resultaat te kunnen zien. Zijn plan is voorlopig in leven te blijven, een kleine twintig jaar erbij lijkt hem wel wat. 'Ik zei laatst tegen mijn vrouw dat ik nu ook lang wil leven, 75 jaar is een mooi streven, zeker zoals het nu gaat. Voor het eerst van mijn leven, durf ik wel te zeggen, ben ik echt trots op wat ik doe. Altijd was er dat schuldgevoel over de zelfmoord van mijn moeder. Nu trek ik mezelf niet langer naar beneden. Ik ben gelukkig, gewoon gelukkig. Ik heb vrede met mezelf.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden