Reportageklankkast Miet

Deze klankkast met dialecten reist langs Brabantse zorgcentra en vrolijkt ouderen op

Een klankkast met dialecten reist langs Brabantse zorgcentra. In Eindhoven wordt het doel van de kast bereikt: het opvrolijken van ouderen. Achter de kast gaat een interessant onderzoek schuil van het Meertens Instituut.

Bewoners van zorgcentrum Engelsbergen in Eindhoven bewonderen de klankkast, die hen toespreekt in hun eigen dialect.Beeld Marcel van den Bergh

Of ze even meegaan naar Miet, een nieuwe bewoonster van zorgcentrum Engelsbergen in Eindhoven? Harrie (83) en Joke (79) Verhoeven wonen al jaren in het aanpalende seniorengebouw van deze Brabantse ouderenzorglocatie. Samen stappen ze Miets huiskamer  binnen. 

Die blijkt sinds vorige week volgestouwd met een bonte verzameling kasten. Een wankel nachtkastje, antiek dressoir, glanzende buffetkast. Pronkstuk is een Britse klerenkast met glazen luikjes, een stang voor operahoeden en een verborgen vakje voor pikante lingerie. Het meubel blijkt ontworpen om te verschepen. ‘Keileuk!’ lacht Joke.

Het bezoek mag de kastdeuren één voor één openen. En dan horen ze Miet. Een pittige bejaarde, niet bang haar zegje te doen, in een mengelmoes van Brabants en Nederlands. ‘Ik schaamde me eigen kapot’, zegt ze over een ‘bakje lauwe klats’. En terwijl een elpee in zijn groef blijft hangen, klinkt haar commentaar op die eeuwige standaardbegroeting: ‘Hoe gaat het met u?’.

Miet: ‘Wat: hoe ga ge me oe? Moet ik wéér zeggen dat ik al dagen niet kan poepen en mij iedere nacht in slaap huil? Hoe is’t? Dat zeggen we hier. En dan krijg je als antwoord: Tis wa.’ Ja, beaamt  schipperskind Joke, ‘zo gaat dat hier.’ Harrie: ‘Al praten wij zo plat Eindhovens ook weer nie.’

De tien klankkasten van Miet zijn een initiatief van Stichting Laudio, in samenwerking met Erfgoed Brabant, Universiteit Maastricht en het Meertens Instituut Amsterdam. De komende maanden reizen ze langs Brabantse zorgcentra. Voor WoonincPlusVitalis past het project bij hun visie op ‘de kunst van gelukkig oud worden’.

Op iedere plek voegt Miet zich naar het lokale dialect. Want Tilburgs ‘gesauwel’ verschilt van het ‘taoltje’ in Roozendaal. En Eindhovens klinkt per buurt anders. De geoefende Brabander hoort zo of iemand van Stratum komt, Strijp of Villapark.

Ouderen, zo blijkt uit onderzoek van hoogleraar taalcultuur Leonie Cornips (60), vallen in hun laatste fase vaker terug op hun ‘thuistaal’: wat in de wieg tegen hen is gesproken of waar emoties huizen. ‘Mensen worden ingekapseld in de verzorgingsfunctie van een geriatrische instelling. Als iemands wereld krimpt, krimpt de taligheid vaak mee’, legt Cornips uit in bijbehorende podcast, te beluisteren via  stichtinglaudio.nl. ‘De thuistaal wordt dan een anker.’

In het verlengde daarvan deed sociaal cultureel antropologe Jolien Makkinga (35) twee jaar lang onderzoek naar de invloed van taal op het welbevinden van ouderen in verzorgings- en verpleeghuizen. Makkinga concludeert: ‘Als ouderen in hún dialect worden aangesproken, voelen ze zich sneller thuis in een nieuwe omgeving.’ Ze bemerkt dat zorginstellingen protocollair vastleggen hoe bewoners uniform moeten worden aangesproken, bijvoorbeeld met ‘meneer/mevrouw’: ‘Dat klinkt beleefd maar sommige bewoners horen hierdoor hun voornaam haast nooit meer.’

De één wil wel door de schoonmaker met koosnaampje ‘sjat’ of ‘sjattepoemel’ worden aangesproken, de ander niet. Daarin spelen normen, waarden én klassenverschillen mee. Daarvan moet je gebruik maken.’ Makkinga, die volgend jaar bij het Meertens Instituut op haar onderzoek promoveert, ontdekte dat wanneer bewoners zelf mogen kiezen naast wie ze aan tafel eten, stiltes wegvallen, er meer wordt gekletst en mogelijk zelfs beter wordt gegeten.

In de Lenculenhof in Maastricht, een van haar onderzoeksplekken, hebben ze het protocol inmiddels aangepast. Tijdens een intake wordt nu standaard gevraagd naar de taal waarin de toekomstige bewoner wenst te worden aangesproken. ‘Het helpt al wanneer iemand z’n best doet de bewoner daarin te begroeten. Bij persoonsgerichte zorg hoort ook taal.’

Mierentietjes en mopperdralen

De initiatiefnemers van de reizende klankkast Miet deden een oproep aan Brabanders om vijftien woorden in hun eigen taal of dialect in te spreken. Een deel van de 966 reacties is te horen via Miets klankkast. Zo hoor je mierentietjes, tietenvel, kiekenvel, hinnenvel en keekebisj (oftewel kippenvel), getikt, keigek, zot, kierewiet en joef (alias gestoord),  thuus, thoès, taus, thoos en tèùs (= thuis) en haspelen, sukkelen en mopperdralen (wat zo veel betekent als stuntelen).

Podcast- en documentairemaker Lubert Priems (44) bedacht dit reizend kabinet met klankkasten om Makkinga’s bevindingen een stem te geven. Zorgcentra in Maastricht en het Limburg Museum in Venlo kregen al voorproefjes van de luister-kijk-kastjes met draaiende koffiemolens, gewijde Mariabeeldjes, letterplankjes en serpentines. Daar sprak Miets ‘zus’ Mia de bewoners toe in zuidelijke tongval. 

Theatermaker Jacqueline Kerkhof (54) schreef op basis van interviews tien miniatuurverhaaltjes en vertaalt die telkens naar het lokale dialect. Miet is ingesproken door de 76-jarige Netty van der Linden, een vrijwilliger uit een ander zorgcentrum. ‘We willen geen professionele actrice. We maken van Miet een bejaarde van vlees en bloed. Iemand die een zaak had en aan de schoenen van kopers dacht te zien hoeveel ze te besteden hadden.’ Miet kan even vrolijk als opstandig zijn, zo blijkt uit de luisterkastjes. ‘Dan zet ze haar dialect in als wapen.’

De betrokkenen zijn het erover eens: communicatie in de laatste fase van een mensenleven behoeft meer aandacht. De thuistaal als medicijn tegen verlies van autonomie. Kerkhof: ‘Wanneer je naar een verzorgingscentrum verhuist, raak je veel kwijt. Je bed mag niet mee. Je badkamer en keuken worden standaard. Je uniciteit zit vaak in je taal en je kast. Vandaar dat we kiezen voor een kabinet van kasten.’ Priems: ‘Na een overlijden blijft een kast in een verzorgingshuis soms verweesd achter.’

Harrie inspecteert het antieke scharnierwerk van de Engelse klerenkast. Binnenin verschieten foto’s van kleur; langzaam verdwijnen sokken, broeken, riemen. Joke: ‘Ik zag het meteen, dat vestje is nu weg.’ Harrie: ‘Heeft dat met de dood te maken? De dood heurt hier erbij. Die is nooit ver weg.’ Joke: ‘Wij hebben het leven gehad.’ En dan volgt een ontroerend relaas, waarom Harrie na het verlies van twee jonge kleinkinderen zes jaar ‘op de rouwauto heeft gezeten’, om vertrouwd te raken met kleine lijkkistjes. ‘Het helpt te zien dat anderen ook zoiets meemaken.’

‘Duw die plank maar in da gat.’ beveelt Miet. Wat zoveel betekent als: ‘Doe de deur effekes toe.’ ‘Houdoe!’ roepen Joke en Harrie. Want ‘tot ziens!’ of ‘pas goed op uzelf!’, dat zegt echt bijna niemand in Brabant.

Miet: Klankkasten in lokaal dialect in Brabantse zorgcentra, door Stichting Laudio, m.m.v. Erfgoed Brabant, Universiteit Maastricht en Meertens Instituut Amsterdam.

T/m 3/1 in WoonincPlusVitalis Zorgcentrum Engelsbergen, Eindhoven (vanwege corona beperkt toegankelijk). Daarna in zorgcentra Brunswijck en Wilgenhof. Later in Tilburg en Roosendaal. www.stichtinglaudio.nl/miet

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden