Deze kaak heeft geen kin. Is het van een mens of een neanderthaler?

Antropobioloog Paul Storm en zijn zoektocht naar het origineel

Antropobioloog Paul Storm heeft veel schedels gezien in zijn leven, maar nooit zo'n fascinerende kaak als de prehistorische die hij nu onder ogen kreeg. 'De kin ontbreekt, bizar.'

Foto Niels Blekemolen

Antropobioloog Paul Storm weet nog goed wat hij dacht toen hij voor het eerst object nummer UP-1182 van het Universiteitsmuseum Utrecht onder ogen kreeg. 'Wauw! Wat ís dit?', somt hij zijn indrukken op. 'Dit klopt niet. Dit kan helemaal niet.'

Het voorwerp dat conservator Paul Lambers behoedzaam en gehandschoend voor Storm uit een platte, kartonnen archiefdoos had getild, is onmiskenbaar een menselijke onderkaak. Prehistorisch, verkleurd, met negen kiezen er nog in. 'Ellewoutsdijk', staat er in precieze, zwarte lettertjes op de zijkant: het Zeeuwse kustdorp waar een oplettende verzamelaar de kaak in 1957 opmerkte, tussen de opgezogen schelpen uit de Westerschelde. Maar het was vooral de kin die Storms aandacht trok.

Storm pakt een theelepeltje, buigt zich voorover en wijst behoedzaam met de achterkant van het steeltje naar de voorkant van de kaak, die vandaag opnieuw voor hem ligt. Dáár zou het moeten zitten, vertelt hij. 'Een klein, uitstekend knobbeltje. Een soort omgekeerde T van bot, als je het van voren ziet. Een kin.'

Maar de kin zit er niet.

Gipsen afgietsel

En dat is bizar, legt Storm uit. 'Ik heb heel wat schedels gezien. Van Europeanen, van Aboriginals, van mensen uit Papoea Nieuw-Guinea. En soms is die kin inderdaad heel klein. Maar dat hij helemaal ontbreekt, heb ik bij de moderne mens nooit gezien. Dat zie je alleen bij andere mensachtigen zoals neanderthalers.'

Dan is dit trouwens nog maar een gipsen afgietsel. Gemaakt ergens in de jaren zestig, samen met nog twee andere exacte kopieën, door hoogleraar menselijke biologie Johan Huizinga. Veelzeggend, vindt Lambers: kennelijk was ook Huizinga geobsedeerd door de kaak. 'Hij moet hem zeer bijzonder hebben gevonden, dat hij er drie replica's van liet maken.'

Storm snapt dat wel. Want kijk eens goed, begint hij de kaak langs te lopen, wijzend met zijn theelepeltje. Hoe het kaakbot achter de verstandskies omhoog gaat. Die symmetrie in de knobbels boven op kies nummer drie. De ovale vorm van de foramen mandibulae, een zenuwdoorgang aan de binnenkant van de kaak die enige faam geniet als de plek waarop de tandarts zijn verdovingsspuit richt.

Het wijst allemaal op een normale, moderne mens, zegt Storm. Homo sapiens. Maar dan met de kin van een neanderthaler. Het is toch een beetje alsof je een mens met een apenstaart ziet - zo voelen kenners dat. Want de neanderthaler is allang uitgestorven. Zo'n 30 duizend jaar geleden verdween de laatste van de aardbol.

'Ik gebruik expres niet het woord hybride', gebruikt Storm het woord hybride. Want inmiddels is ook duidelijk dat homo sapiens en de neanderthaler het met elkaar deden, waar ze elkaar ontmoetten. In onze cellen zit nog altijd een paar procent neanderthaler-dna, vermoedelijk kleine aanpassingen die ons weerbaarder maken tegen bepaalde ziekten en het ons wat makkelijker maken om vetten te verteren.

Subtiele aanpassingen in de fijnmechaniek van onze cellen, dus eigenlijk. En dan nu opeens dit: een hele kin. Storm zwaait met zijn theelepeltje alsof hij een dirigent is die de onderkaak wil laten zingen. 'Ons neanderthaler-dna kun je niet zien. Maar hier zou het zomaar kunnen dat je tastbaar bewijs ziet van de menging tussen homo sapiens en neanderthaler.' Fascinerend als dat zo is, vindt hij: 'Evolutie in actie zie ik hierin. Een homo sapiens die wat kenmerken uit het verleden heeft meegenomen.'

Paul Storm Foto Niels Blekemolen

Mengelmoes

Buitenlandse experts, zo gaat dat, aarzelen. 'Een creatieve interpretatie, afkomstig van een doorgewinterde onderzoeker', mailt desgevraagd de eminente Amerikaanse paleoantropoloog Ian Tattersall vanuit New York. 'Maar of het gemis van een duidelijke kin genoeg is om deze conclusie te rechtvaardigen, is een kwestie van persoonlijke smaak.' Ook neanderthalerexpert Erik Trinkaus ziet een mengelmoes van neanderthaler- en homo sapiens-trekjes. 'Maar je moet in gedachten houden dat dit soort kenmerken nogal eens aanwezig zijn in beide groepen. Op basis van de informatie die we van dit specimen hebben, is het eigenlijk onmogelijk om de implicaties te geven', mailt hij. 'Als de kaak jonger is dan 40 duizend jaar, kun je hem zien als een vroege moderne mens met enkele neanderthalereigenschappen. Maar ouder dan 45 duizend jaar, en het kan gewoon om een neanderthaler gaan.'

Eigenlijk is er maar één manier om het zeker te weten, beseffen Storm en Lambers: de originele kaak erbij halen, wat dna ontfutselen aan een kies, en kijken hoeveel neanderthaler-dna de mens van Ellewoutsdijk in zijn vezels had. Maar is dat even frustrerend. Het origineel is kwijt.

Jawel: kwijt.

Verloren gegaan misschien bij een grote brand die in mei 1987 een deel van de collectie van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam vernietigde, de plek waar de kaak destijds stond ingeschreven, denken Storm en Lambers. 'Maar wie weet', houdt Storm de moed erin. 'Misschien duikt het origineel opeens toch nog ergens op als mensen erover lezen.'

Verwaaid in de tijd is ook de eigenaar van de kaak. Wie verliest er nou zijn kaak? Een prehistorische man of vrouw van begin twintig, dat is alles wat de twee onderzoekers ervan kunnen maken. Onduidelijk is zelfs wanneer de bezitter van de kaak leefde: in zee spoelen nu eenmaal alle tijdvakken samen. Laat staan waar zij of hij leefde, welke taal de kaak passeerde, wat voor voedsel de kiezen kauwden - en door welke gebeurtenis de mond uiteindelijk voorgoed zweeg.

'Zo'n kaak spreekt toch meer aan dan zomaar een bot uit het lichaam', zegt Storm. 'Een gezicht is waarmee we communiceren, waarmee we ons voeden, waar de zintuigen zitten. Dat merk je. Hij pakt je echt.'

Paul Lambers Foto Niels Blekemolen