Deze broers ontwikkelden hun eigen stottertherapie

Logopedie

Twee Friese broers kwamen met een zelfontwikkelde therapie van het stotteren af en organiseren nu als de 'Broca Brothers' populaire bootcamps en coaching. Maar werkt voor anderen ook wat voor hen werkte?

Beeld Renate Beense

Een jongen met blond haar en een omgekeerd petje springt met zijn handen in de lucht op en neer aan de Oudegracht in Utrecht. Even later spreekt hij vanaf een afstandje een groep mannen en vrouwen toe. Die doen telkens een stap naar achteren waarna de jongen zijn stem verheft tot hij - ondertussen links en rechts ingehaald door verbaasd winkelend publiek - luidkeels zijn vakantiebelevenissen op Bali over straat schreeuwt.

Welkom bij de Broca Brothers Bootcamp. Een ééndaagse workshop waarop de Friese broers Hille (27) en Sjoerd Stellingwerf (23) deelnemers die stotteren willen helpen de échte oorzaak van hun spraakprobleem te vinden. De broers zijn uit op een revolutie in de therapie, die volgens hen is vastgeroest en te veel aandacht zou besteden aan spreektechnieken die volwassen, chronische stotteraars niet blijvend kunnen helpen.

Stil en verlegen

Stotteren zit volgens de broers voornamelijk tussen de oren. En nee, daarbij doelen ze niet op de subtiele hersenafwijkingen die gevonden zijn bij stotteraars. Ja, er bestaat een genetische aanleg waardoor mensen gaan stotteren. Maar uiteindelijk is het haperen en blokkeren volgens Hille en Sjoerd vooral een sociaal-psychologisch probleem. Kinderen die stotteren maar zich daar nog niet zo bewust van zijn (ontwikkelingsstotteren) kunnen baat hebben bij logopedie, maar voor volwassenen heeft reguliere spraakles of het aanleren van een spreektechniek weinig zin, stellen de broers.

'Met een techniek zoals het spreken op de ademhaling gaat het vaak even beter omdat je aandacht bij een nieuwe manier van praten ligt', legt Sjoerd de bootcampers uit. 'Maar daarna volgt een terugval omdat de kern van het stotterprobleem niet is aangepakt.' De broers kunnen erover meepraten. Zelf stotterden ze vanaf jonge leeftijd en probeerden ze zonder succes verschillende therapieën. Vier jaar geleden waren ze het spuugzat. 'We waren altijd zo stil en verlegen', zegt Hille, die destijds op bijna elk woord blokkeerde en daardoor zijn studie moest staken. 'Of we moesten het stotteren voor eens en voor altijd accepteren, of we moesten veranderen.'

Beeld Renate Beense

Het werd dat laatste. Op eigen kracht begonnen de broers te experimenteren. Ze spraken tientallen onbekenden aan, een oefening die ze nog kenden van een eerder gevolgde anti-stottercursus. Op een dag viel het kwartje, zegt Hille. 'Ik wilde een man vragen hoe laat het was. Dat is een simpele vraag, maar voor ik überhaupt iets had gezegd stond ik al te zweten met een ontzettend shitgevoel.'

Die ervaring bracht de zoektocht van de broers in beweging. Ze lazen boeken over stotteren, verdiepten zich in cognitieve gedragstherapie en pakten hun fysieke houding aan. 'We leerden onszelf om rechtop te staan en oogcontact te maken', zegt Sjoerd. 'Dat gaf ons meteen meer zelfvertrouwen.'

Maar het allerbelangrijkste voor de Broca Brothers, die nu vrijwel altijd vloeiend spreken, was het inzicht dat chronisch stotteren vooral in stand wordt gehouden door een diepgewortelde schaamte erover.

Sjoerd: 'Als kind denk je: ik kan niet goed praten, dus er is iets mis met mij.' 'Vervolgens ontstaat het voetstukprobleem', vult Hille aan. 'Je gaat andere mensen boven je plaatsen. Die mensen zijn daar een beetje aan het chillen en zijn cool. Jij stottert en bent niet oké.'

Mats (23), die zijn vakantiebelevenissen even daarvoor over de Oudegracht schreeuwde, deelt zijn ervaringen met de andere cursisten. 'Ik had het gevoel dat ik gek was', zegt hij. 'Maar op een gegeven moment ga je daar doorheen en is het eigenlijk best lekker.'

En vloeiend. Want wat opvalt, is dat Mats net als veel andere deelnemers bijna niet hapert wanneer hij zijn stem verheft. Volgens de Broca Brothers komt dit doordat stotteraars al schreeuwend door hun weerstand heen breken. De oefening zou daarmee een uitvergroting van het stottermechanisme zijn, stellen zij.

'Dat zou kunnen', zegt klinisch linguïst en logopedist-stottertherapeut Marie-Christine Franken van het Erasmus MC. 'Maar dan moet het zwaartepunt van de spraakverstoring wel bij een gevoel van onzekerheid liggen.'

Franken wijst erop dat de oorzaken van stotteren en de wijze waarop mensen dit doen uiteenlopen. 'Sommige personen zetten bijvoorbeeld te veel spanning op de stembanden. Zij blokkeren vooral op woorden die beginnen met een klinker en zullen vermoedelijk ook problemen ondervinden wanneer zij schreeuwen.'

De manier waarop wordt geschreeuwd, is volgens Franken ook van belang. 'Als je daarbij de woorden verlengt, is dat een techniek die de vloeiendheid bevordert.'

Franken is gecharmeerd van de Broca Brothers. Hun stelling dat de bestaande therapie is vastgeroest vindt ze begrijpelijk, maar ook achterhaald. 'Voorheen moest je geluk hebben dat je een logopedist trof die aandacht besteedde aan de mentale impact van stotteren', zegt Franken. 'Ook werd een bepaalde aanpak vaak nauwelijks geëvalueerd. Dat resulteerde in excessen van mensen die jarenlang zonder succes woordjes moesten oefenen. Zij werden begeleid door een logopedist, terwijl ze hulp nodig hadden van een logopedist-stottertherapeut. Logopedisten leren tijdens hun opleiding door tijdgebrek maar weinig over stotteren en de mentale impact ervan.'

De afgelopen paar jaar is er volgens Franken vooral door de komst van de Richtlijn Stotteren, een handleiding voor logopedisten en stottertherapeuten die in 2014 werd opgesteld, veel veranderd. 'In de richtlijn wordt voor het eerst onderkend dat het behandelen van stotteren een specialisme is. Ook staat erin dat logopedisten een logopedist-stottertherapeut moeten raadplegen als er na drie maanden geen verbetering bij de cliënt te zien is. Die gespecialiseerde logopedist doet onderzoek naar de mentale conditie van de stotteraar.

Beeld Renate Beense

Franken: 'Hoe een kind reageert op zijn breakdowns of fluency bepaalt voor een groot deel het verdere verloop: ontwikkelt iemand zich tot een ernstig stotterend persoon of niet?'

Uit wetenschappelijk onderzoek naar het verminderen van angst, vermijdingsgedrag en problematische gedachten over stotteren blijkt volgens Mark Pertijs, logopediewetenschapper en verbonden aan Hogeschool Utrecht, dat cognitieve gedragstherapie het beste werkt. Stotteraars die bang zijn om te spreken leren daarin om die ideeën uit te dagen en er relativerende gedachten tegenover te plaatsen.

'Het is duidelijk dat de broers de nodige literatuur hebben gelezen en dit gekoppeld hebben aan hun eigen ervaringen', zegt Pertijs. Hij vindt hun vlogs 'charismatisch en pakkend', maar zou hun aanpak niet aanduiden als een nieuwe therapie. 'Dat deze werkwijze voor henzelf effect heeft gehad, maakt het nog geen therapie. Daarvoor heeft het meer gewicht nodig en moet een behandeling ook reproduceerbaar zijn. Oftewel: kan iemand anders met dit concept soortgelijke successen behalen?'

Pertijs wijst erop dat mensen die stotteren zich goed moeten laten voorlichten. 'Veel verzekeraars vergoeden commerciële anti-stotterprogramma's zonder wetenschappelijk bewijs voor de werkzaamheid', zegt hij. 'Programma's die zijn opgezet door mensen die zelf hebben gestotterd, maar geen opleiding tot logopedist hebben gevolgd, dragen het gevaar van blikvernauwing met zich mee. In de praktijk zien we dat zij vaak geloven dat zoals het stotteren voor hen heeft gewerkt voor iedereen opgaat.'

Hille en Sjoerd hebben ondertussen een kleine groep internationale fans die hen volgen op YouTube of deelnemen aan hun onlinetherapie. De bootcampers zijn enthousiast, maar beseffen dat een stotterprobleem zich niet in één dag laat oplossen. Belastingadviseur Peter Berg (33), een van de deelnemers, boekte vooral de afgelopen drie jaar vooruitgang.

'Ik heb een spreektechniek als springplank gebruikt', zegt hij. 'Daarna ben ik net als de Broca Brothers mijn stottergedrag gaan ontrafelen.' Al met al is het een mooie zoektocht, vindt Peter. Maar soms is het zwaar. 'Dan moet ik iemand bellen en komen er angstgedachten op. Die gedachten laat ik er zijn, maar ik volg ze niet langer. De belangrijkste les die ik heb geleerd: vloeiend of stotterend, ik zal mezelf laten zien.'

Feiten en cijfers

5 procent van de kinderen begint op jonge leeftijd, meestal tussen het tweede en zevende levensjaar, te stotteren. Daarmee wordt veelvuldig niet-vloeiend spreken bedoeld; een verzamelterm voor herhalingen, verlengingen en blokkades. Van de kinderen die stotteren geneest ongeveer 80 procent spontaan of door het volgen van logopedie. De overige 20 procent, wat neerkomt op ongeveer 170 duizend Nederlanders, ondervindt blijvend problemen met spreken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.