Den Helders schat ligt onder de grond

Het karakter van veel steden en dorpen wordt mede bepaald door de aanwezigheid van militaire objecten, die vaak, maar niet altijd, hun oorspronkelijke functie hebben verloren....

In Den Helder ligt de geschiedenis voor het oprapen. Je moet alleen iemand weten die haar voor je opraapt. Zo iemand is André Koning (56), secretaris van de Stichting Stelling Den Helder. De gids, voor deze gelegenheid.

Koning, tevens werkzaam bij defensie, wil even iets laten zien. Hij rijdt door de slagbomen van het Marinehaventerrein en duikt vanaf de parkeerplaats ineens het hoge gras in, kruipt onder een rood-wit lint door, dat de bouwplaats van het nieuwe Coördinatiecentrum van defensie afzet, en zegt dan bij een groot roestvrijstalen deksel: ‘Hier is het.’

Alsof hij er dagelijks komt, daalt hij de trap onder het deksel af, zoekt naar een stekker, steekt die in het stopcontact. En opeens is daar, verlicht door een slinger van peertjes, een complete ondergrondse stad uit de negentiende eeuw: in werkelijkheid een gepantserd kustfort uit 1879.

‘Twee jaar geleden zijn we begonnen met opruimen. En het leuke is’, zegt Koning, duidelijk in z’n nopjes, ‘dit fort is nog helemaal puntgaaf.’ Met gezwinde pas gaat hij voor. Officierskamers, de kamers voor De Manschappen (180 man indertijd), een ruimte met latrines, twee ronde kamers waar de kanonnen stonden. Waterdruppels echoën, overal is het kil. ‘Kijk’, zegt Koning terwijl hij plots zijn pas inhoudt. ‘Dit was de keuken.’

Als het fort niet van defensie was en dus openbaar toegankelijk zou zijn, én de stichting Stelling van Den Helder geld in overvloed had, dan zou Koning het wel weten: vergaderzalen, een conferentieoord. En, wat hij noemt, ‘spannend overnachten’, zoals dat ook al wordt gedaan in de oude Kustwachttoren. ‘Het mooist zou natuurlijk zijn als de droge gracht wordt ontgraven. Ik zie de mensen hier al zitten op terrasjes. Dit is toch net een Frans straatje!’

Kustfort Harssens is een van vijf forten in en om de stad die samen de Stelling van Den Helder vormen. Gebouwd in opdracht van Napoleon, die het vissersdorp begin 1800 promoveerde tot Oorlogshaven van De Republiek. Doorslaggevend voor Napoleon was de ligging van wat hij beschreef als het ‘Gibraltar van het Noorden’: strategisch. Aan zowel de Noordzee als de Waddenzee.

Precies op die scheidslijn ligt nu zeerestaurant Nogal Wiedus, waar de Noordzeesalade van paling en zalm verser dan vers smaakt. Het is windkracht 7. Uitkijkend over zee zie je daar, waar eind achttiende eeuw de vijandige troepen van de Engelsen naderden, nu kite- en windsurfers op en neer ploegen naar zandplaat De Razende Bol.

Koning: ‘Helder, zoals het toen nog heette, had volgens Napoleon het voordeel dat je vanuit drie richtingen weg kon varen. Dus je hoefde nooit lang te wachten op de goede wind. Bovendien is het getijdeverschil hier het allerlaagst van de hele kust. Bij Vlissingen bijvoorbeeld is het een paar meter, hier maar 80 centimeter.’

Den Helder, inmiddels uitgegroeid tot thuisbasis van de Koninklijke Marine, barst van de historie. Behalve de Napoleontische verdedigingswerken die met elkaar verbonden zijn door een langgerekte Liniedijk, heeft ook de Tweede Wereldoorlog duidelijke sporen nagelaten in de stad. Overal vind je nog oude Duitse bunkers, onderdeel van de zogeheten Atlantikwall. Op nog geen steenworp afstand van het station ligt midden tussen de huizen er een: de zogenaamde telefoonbunker met daarin een piepklein privémuseumpje. Koning: ‘Den Helder heeft, zeker onder de ouderen, opvallend veel verzamelaars van alles wat met de Tweede Wereldoorlog te maken heeft: emblemen, uniformen, en insignes. We zouden hier musea zat kunnen oprichten.’

Maar Den Helder heeft nog meer: ‘We hebben bijvoorbeeld ook een heel bijzonder kerkhof, waar allemaal mensen zonder naam zijn begraven, en mensen die op zee zijn gestorven.’

Het lastige is alleen, legt Koning uit: het overgrote deel van de Heldenaren heeft er geen boodschap aan, en de mensen van buiten weten het gewoonweg niet.

En waarom zou je ook?

Op het eerste gezicht oogt Den Helder nou niet direct als een rijk cultuurhistorisch stadje. Dat komt: het hart van de stad werd in de Tweede Wereldoorlog door bombardementen weggevaagd en door de noodzakelijke grootschalige dijkverzwaring van de jaren zeventig moesten ook nog eens hele stukken van de oude stad wijken. Den Helder Centrum omvat nu niet veel méér dan een (onooglijk) station en twee (al even onooglijke) winkelstraten.

‘Den Helder is geen eindbestemming.’ Een potentiële toerist denkt bij Den Helder toch eerst en vooral aan de veerpont naar Texel, of anders aan de marine, de visserij of misschien de offshore-industrie.

Koning: ‘Per jaar nemen een miljoen mensen de boot naar Texel, en we hebben een miljoen bezoekers aan de kust, maar ze brengen hier nooit één dagje door.’

En zoals gezegd, de Heldenaren zelf hebben ook te weinig oog voor hun verborgen juwelen. In de volksmond liggen wel wat verwijzingen bestorven. Zo worden wijken nog altijd aangeduid als gelegen ‘binnen’ of ‘buiten de Linie’, en houden namen als het Ravelijn Center voor een industriegebied het verleden in herinnering, maar voor de rest leeft het allemaal niet zo. Koning: ‘Over de renovatie van een deel van de Liniedijk, een paar jaar geleden, is nog steeds discussie. Voor het in oorspronkelijke staat terugbrengen moest groen worden gekapt. Veel mensen vonden dat doodzonde.’

Her en der wijst Koning op ogenschijnlijk onbeduidende zaken. ‘Dit is eigenlijk heel bijzonder’, zegt hij terwijl hij zijn auto stilzet op een onbestemd terrein naast een poortgebouw en een oude loods. ‘Dat wapen daar is van de Onderhoudsdienst van de Duitse marine-artillerie.’ Schuin achter de loods staat een ruïne van een groot neoclassicistisch gebouw. ‘Dat noemt men het Logementsgebouw. Er zijn personen die zeggen dat het van de hand van Albert Speer is. Het stond heel lang leeg en zoals dat dan gaat, gaat de jeugd erin rondhangen. In 2009 is het in de fik gegaan.’

Een gevleugelde uitspraak in Den Helder is: ‘Het komt door de wind.’ Of door het weer. Om aan te geven dat de omstandigheden ook niet altijd even gunstig zijn. Koning: ‘Den Helder heeft last van krimp. Jongeren trekken weg, en de mensen díe hier werken, offshore, in de haven of bij de marine, wonen vaak elders. Dat is soms wel lastig.’

Maar er is nog iets anders. De echte ambities van Den Helder richten zich niet op het land maar op de zee. Op de toekomst in plaats van op het verleden. Op de duurzame energiemarkt, op windmolenparken die vanuit de haven bevoorraad gaan worden. En niet op een paar forten.

Grootste wapenfeit als het gaat om stadsvernieuwing is het opknappen van de Rijkswerf Willemsoord. De afgelopen jaren is er 70 miljoen euro gepompt in deze monumentale scheeps- en onderhoudswerf van de Koninklijke Marine, teneinde deze te reanimeren tot een nieuw stadshart. Met musea, eet- en drinkgelegenheden, een ‘kinderspeelparadijs’, bioscoop, ‘familievermaakcentrum’, overdekte ijsbaan, bowling, en tot vorige zomer de replica van VOC-schip de Prins Willem (die door kortsluiting volledig uitbrandde).

Maar het nieuwe hart wil maar niet kloppen. Op weg naar de Marinehaven rijdt Koning er langs. De Jacht- annex Museumhaven biedt een troosteloze aanblik: de terrassen van grand-café en steakhouse zijn compleet uitgestorven.

Koning: ‘De exploitatie is hier overal een probleem. Er zijn wel voorzieningen maar niet genoeg mensen die er gebruik van maken.’

En datzelfde geldt ook voor de forten. Fort Kijkduin, het oudste fort, huisvest behalve een historisch museumpje, ook een luchtkussen, een aquarium en, een beetje ongepast vindt ook Koning zelf: een wokrestaurant. Alles om het hoofd boven water te houden. ‘We hebben jaarlijks vijftigduizend bezoekers, dat is niet genoeg om het onderhoud te bekostigen.’

Toch ziet Koning de toekomst zonnig in. ‘Den Helder heeft genoeg potentie.’ Voor Fort Westoever, gelegen aan het Noordhollands Kanaal, is hij betrokken bij de plannen voor een nieuw science-centre en een vertrekpunt van huurboten en rondvaarten. ‘We zouden de handen veel meer ineen moeten slaan met de Rijkswerf, gezamenlijke fietstochten uitzetten, en boottochten.’

Maar tot dat allemaal zo ver is, zijn de forten gedoemd tot een bestaan in de marge. Het meest geïntegreerd in het heden is nog wel Fort Dirks Admiraal, gelegen aan de rand van de volkswijk Tuindorp. Geheel volgens de moderne stedenbouwkundige mores heeft het fort een multicultureel karakter. En wel als kazerne van de Koninklijke Marechaussee, als asielzoekerscentrum, en als oefenruimte voor allerlei (hiphop)bandjes. ‘Wij zijn daar heel blij mee’, zegt Koning. ‘Het geeft een beetje sociale controle. Want er gebeuren hier wel dingen die niet mogen.’

Ook hier is in een van de openingen in de bomvrije kazerne duidelijk fikkie gestookt.

Meeste zonuren, maar weinig toeristen
Historische data:

1811 Napoleon Bonaparte bezoekt Den Helder. Volgend jaar is dat tweehonderd jaar geleden, reden voor een feestje met concerten in de forten, van de militaire kapel, of een re-enactment van een vijandelijke aanval.

31 juli 2009

De replica van het VOC-schip de Prins Willem wordt verwoest door een brand. De grote publiekstrekker van de Museumhaven Willemsoord is niet meer te redden.

Bezienswaardigheden:

Het KIM (‘het Klooster’ in de volksmond), het opleidingsinstituut voor Officieren. Een prachtig gebouw uit 1869.

De Vlootdagen worden dit jaar niet gehouden maar pas weer volgend jaar zomer, vanwege bezuinigingen. De frequentie is teruggeschroefd naar twee keer per drie jaar.

Weetjes:

Den Helder heeft al heel vaak de titel veroverd van plek met de meeste zonuren in Nederland.

Fort Erfprins, tegenwoordig in gebruik als opleidingsinstituut van de marine, is het grootste fort van Nederland

Inheemse Heldenaren heten Jutters, import-mensen zijn de Nieuwe Diepers, vernoemd naar de nieuwe haven die in 1954 is aangelegd.

Napoleon noemde Den Helder het Gibraltar van het Noorden omdat het ook op het grensgebied van twee zeeën ligt: de Noordzee en de Waddenzee.

Den Helder heeft ongeveer 60 duizend inwoners, van wie er 20 duizend in Julianadorp wonen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.