Debat voltooid leven vol misverstanden en taboes

In het debat over stervenshulp voor bejaarden die levensmoe zijn worden zelfbeschikking en goede ouderenzorg tegenover elkaar gezet. Volgens Henk Blanken is dat een schijntegenstelling.

Beeld Rein Janssen

De dood zou het laatste taboe zijn. En ook dat taboe dreigt nu te verdwijnen. Als we niet oppassen, wordt het zelfs nog modieus om maar dood te willen als je op leeftijd raakt. Net zo gewoon als kleiner wonen of overwinteren aan een costa, de norm, zeg maar, voor wat bejaarden te doen staat als ze gaan kwakkelen, hun laatste lief hebben begraven, geen wekelijks uitje meer hebben om naar uit te kijken en zich eigenlijk elke dag stierlijk vervelen. Voor je het weet, wordt dat doodgaan een hype.

Tegenstanders van het kabinetsplan dat stervenshulp mogelijk wil maken voor ouderen met een 'voltooid leven' schetsen een doemscenario. Het aanbod zal de vraag creëren, vrezen Rosanne Hertzberger (columniste NRC) en Aleid Truijens (de Volkskrant). Ouderen naar wie toch al niemand omkijkt, zullen de druk voelen. Leidt stervenshulpverleners op en 'er zullen ook klantjes zijn', redeneert Truijens. 'Zo werken de dingen', schreef Hertzberger.

Grote woorden, bittere morele verwijten en oprechte benauwdheid typeren het euthanasiedebat. Voorstanders gaat geen vernieuwing voorlopig ver genoeg. Na de 'voltooid-leven-oudere' moet ook de verwarde alzheimer-patiënt nog kunnen sterven zoals hij ooit van plan was en niet te vergeten de uitbehandelde psychiatrisch patiënt. Dat is precies het 'hellend vlak' waarvoor tegenstanders waarschuwen: nu de vereenzaamde bejaarde, straks de vegeterende demente, of zij dat nou wil of niet.

Zo gaat het al meer dan veertig jaar. De vraag is telkens hoe het recht van de één op een 'goede dood' te verenigen valt met de plicht van de overheid alle anderen te beschermen tegen een kwaad levenseinde. Hoe helpen we het individu dat weg wil uit het leven zonder de achterblijvers - wij allemaal - het gevoel te geven dat ze hun leven niet zeker zijn?

Zelfbeschikking en goede ouderenzorg worden tegenover elkaar gezet. Dat is een schijntegenstelling. Wie naar voorstanders van zelfbeschikking luistert, denkt weleens dat besluiten over het levenseinde helemaal alleen door individuen worden genomen. Dat is niet zo, de omgeving speelt altijd een rol. Het is daarom ook goed dat er over het lot van ouderen wordt gesproken. Natuurlijk verdienen ouderen meer zorg en aandacht zodat er minder zullen zijn die het leven zat zijn. Maar betekent dat ook dat je mensen die hun leven wel als 'voltooid' beschouwen, daar niet zelf over mag laten beschikken?

Driekwart van de Nederlanders kan zich bij een 'voltooid leven' wel iets voorstellen, peilde Maurice de Hond. De euthanasievereniging NVVE pleit al jaren voor een regeling. Ouderen die niet ernstig ziek zijn maar 'lijden aan het leven', zoals dat vroeger heette, moeten hulp kunnen krijgen, omdat ze nu niet bij hun huisarts terecht kunnen. Artsen wijzen jaarlijks vierhonderd van die verzoeken af, becijferde medisch biologe Mette Rurup in 2005 in haar proefschrift. Hoeveel bejaarden zichzelf alsnog zonder hulp van het leven beroven, meer of minder gruwelijk, weten we niet.

Geen land in de wereld waar euthanasie zo 'gewoon' is, zo breed geaccepteerd als bij ons. Nergens is het zo vanzelfsprekend dat je zelf beslist wanneer je tijd gekomen is - tot in het absurde, zoals de man over wie antropologe Anne-Mei The vertelde in NRC (14 april 2012): op het uur dat hij zou sterven, wilde de man eerst nog een spannende set op Wimbledon uitkijken. Sinds de euthanasiewet van kracht werd (2002), staan we er misschien wel minder bij stil, alsof we een doorlopende reisverzekering hebben afgesloten. 'Ja hoor, mijn dood heb ik geregeld.'

Tolerant

Tegelijkertijd zijn we, als het zo uitkomt, nogal trots op de euthanasiewet, op onze vrijgevochten, tolerante en openhartige samenleving. In ethische kwesties lopen we nu eenmaal graag voorop. Abortus, homohuwelijk, gedoogdrugs, zzp'ende prostituees - ze horen bij ons als tulpen, dijken en windmolens. Het zijn vrijheden die wortelen in de revolutionaire jaren zestig. Kort daarna moest ook euthanasie 'bespreekbaar' worden, waarna het in de jaren tachtig 'moest kunnen', en in de jaren negentig 'doodgewoon' werd.

Inmiddels zijn we werkelijk gaan geloven in dat fundamentele zelfbeschikkingsrecht, de vrijheid om ongehinderd door 'anderen' of door een overheid je leven vorm te geven, en uiteindelijk ook je dood. Sinds die wet van 2002, de eerste in de wereld, denken we dat euthanasie niet strafbaar meer is. De 'goede dood' is immers gelegaliseerd. Niet voor niets beginnen publicaties over euthanasie steevast met de notie dat een patiënt die ondraaglijk en uitzichtloos lijdt, zijn arts nu om euthanasie mag vragen.

Dat klopt niet. Je zou het bijna misleidend kunnen noemen. Vragen om een zachte dood mocht natuurlijk altijd al. Krijgen is iets anders. Niet jij beslist, maar de arts. Een sterfrecht heb je niet. De euthanasiewet is niet geschreven om het recht op zelfbeschikking voor doodzieke patiënten te regelen. Veel meer is die wet een praktische oplossing voor een technisch probleem. Alleen artsen mogen euthanasie verlenen en als zij iemand laten sterven, of helpen bij 'zelf-euthanasie', is dat nog even strafbaar als in 1886 toen de strafwet werd opgesteld, ook als een patiënt smeekt uit zijn lijden te worden verlost.

De wet regelt slechts de strafuitsluitingsgrond voor artsen als zij zorgvuldig te werk gaan. Het recht van de patiënt, of zijn nood, staat niet voorop. Dat blijkt nogal navrant uit de controle op artsen die euthanasie toepassen. Vijf regionale toetsingscommissies moeten, schrijft de wet voor, beoordelen of de arts zich aan de zorgvuldigheidscriteria heeft gehouden, of hij zich ervan heeft verzekerd dat die man of vrouw echt vrijwillig voor de dood kiest, of het leed ondraaglijk was en er voor dat lijden geen andere oplossing te bedenken viel.

De commissies toetsen niet of artsen patiënten in de kou lieten staan door euthanasie te weigeren - wat bij zeker één op drie aanvragen gebeurt. Wie wil klagen over een medische fout, een mislukte operatie of een foutieve diagnose, kan terecht bij het Medisch Tuchtcollege - maar niet voor een afgewezen euthanasieverzoek. Je kunt alleen verder zoeken naar een andere arts, die als het tegenzit je verzoek opnieuw zal afwijzen.

Autonomie

Net als de meeste Nederlanders - acht of negen van de tien - geloof ik graag in mijn autonomie. Als puntje bij paaltje komt, besluit ik zelf wel hoeveel pijn ik wil verdragen en wanneer dat maar eens afgelopen moet zijn. Dat is geen gemakzuchtige, hedonistische keuze. Ik wil ook best accepteren dat lijden bij het leven hoort, net als ouderdomsgebreken. Maar ik prijs me, grootgebracht met de somberste gereformeerde kerk, gelukkig dat de christelijke moraal niet meer dicteert dat die ellende Gods wil is.

Ik moest wennen aan de gedachte dat dat zelfbeschikkingsrecht minder absoluut is dan het leek. Zelf doodgaan mag natuurlijk - suïcide is al heel lang niet strafbaar meer. Maar zodra je een ander om hulp vraagt, je huisarts of je naaste, sterf je niet langer alleen. Dat heeft wel wat consequenties. Je moet accepteren dat de overheid, waarvan we verwachten dat ze het leven beschermt, zorgvuldigheidseisen stelt aan de arts. Zoals de overheid dat straks ook zal doen bij de stervensbegeleider die ouderen met een voltooid leven moet bijstaan.

De vraag is of de sociale verantwoordelijkheid van die ouderen nog verder reikt. Ben je, zodra je besluit dat je dood wil omdat het leven je te zwaar valt, moreel verplicht ook na te denken over de gevolgen van jouw keuze, op de valreep of zelfs postuum? Kan wat de één beschouwt als een 'waardige dood' door een ander - die 'achterblijver' - worden opgevat als oordeel over zijn 'onwaardig leven'? Ouderen hebben toch al het gevoel dat ze niets waard zijn, schrijft Aleid Truijens, en zullen het opvatten als aansporing ook maar een einde te maken aan hun 'nutteloze' bestaan.

Bij dat gevoel van ouderen kan ik mij wel iets voorstellen. Ik hoef alleen maar de zinnen terug te halen die mijn oud-collega Rob Zijlstra, journalist bij Dagblad van het Noorden, schreef. Zijn vader woont met 23 andere demente ouderen in een verpleeghuis, waar de kok was wegbezuinigd en een half jaar lang diepvriesmaaltijden met appelmoes werden opgediend. Daar had Rob Zijlstra iets van gezegd. En toen? 'Op het menu staan kapucijners. Met spekjes. Er is er één blik kapucijners. De spekjes worden uitgebakken in kokend water.'

Natuurlijk is dat onverteerbaar. We zijn zo druk met zelfontplooiing dat we de quality time met ons lief in de gedeelde online-agenda moeten plannen, de kinderen uitbesteden aan een crèche en onze ouders opbergen in een tehuis. Op dat vlak doet de overheid het niet veel beter. Al jaren bezuinigen we op de ouderenzorg, terwijl de kosten oplopen met de vergrijzing; er komen steeds meer ouderen die nóg ouder worden - probeer maar eens uit te rekenen wat het kost als we over 25 jaar tweemaal zo veel dementen moeten verzorgen als nu.

Daar hebben we het liever niet over. Het debat over euthanasie wordt niet alleen vertroebeld door misverstanden, maar ook door taboes. Dementie is een zo groot en onoplosbaar probleem dat we liever niet zien dat oma op een dag opa slaat, op straat verdwaalt en haar kinderen uitscheldt, omdat ze, och here, niet meer snapt wat er loos is. Als ze diep dement is, een plant in een heel grote Tena Lady, geloven we liever dat ze 'best wel tevreden' is, 'het lijden voorbij', dan dat we haar benauwdheid zien, haar pijn kunnen begrijpen of in dat sprakeloze, uitgemergelde mensje de vrouw nog herkennen die gruwde van de gedachte zo 'onwaardig' te moeten sterven.

Verontwaardiging

Wie over de oplopende kosten van de zorg voor demente ouderen begint, of een verband ziet tussen verschraling van de zorg en een plan voor stervenshulp, zoals de SP deed, haalt zich collectieve verontwaardiging op de hals. Zo bespreekbaar als euthanasie is, zo winterhard is dit taboe. Mij lijkt het wijzer om het juist wel ook over de kosten te hebben. Natuurlijk moeten we praten over de zorg voor ouderen en hoeveel we daarvoor over hebben. En we moeten onszelf de vraag stellen of de gebrekkige zorg aan veel ouderen ertoe bijdraagt dat ze hun leven te vroeg als voltooid beschouwen. Dat is een pijnlijk debat, waarbij we pijnlijke keuzes moeten maken. Want als we vinden dat de zorg beter moet, als we willen voorkomen dat ouderen hun leven voltooid vinden, hoeveel hebben we daar dan voor over?

Ondertussen moeten we ons ook afvragen wat we doen met die mensen die wel snakken naar een 'waardig einde'. Uiteraard vindt niemand dat we ouderen moeten laten verpieteren en persoonlijk heb ik niets met 'waardigheid'. Maar ik zou de bejaarde man of vrouw voor wie dat wel belangrijk is, om welke reden dan ook, niet graag mijn norm opleggen. Of van hem verlangen wat moediger te zijn, zoals Janneke Stegeman, theoloog des vaderlands, bepleit in Trouw. Dat lijkt me respectloze dwingelandij.

Het is wreed, zei de in 2002 overleden jurist Henk Leenen al, een van de grondleggers van de euthanasiewet-geving, iemand de plicht tot lijden op te leggen. Je kunt die ene bejaarde toch moeilijk laten opdraaien voor de verkilling van de samenleving en ons collectieve falen in de ouderenzorg.

Henk Blanken is oud-redacteur van de Volkskrant en nu schrijver.

Aanvullingen en verbeteringen: In een eerdere versie van dit artikel stond in een alinea 'dat gebrekkige zorg aan veel ouderen ertoe kan bijdragen dat ze hun leven als onvoltooid kunnen beschouwen' en 'we willen voorkomen dat ouderen hun leven onvoltooid vinden'. Beide keren had er 'voltooid leven' moeten staan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden