Dear Sir,

Op verzoek van de Volkskrant wenden briefschrijvers zich tot Charles Darwin. Zie ook brievenaandarwin.volkskrantblog.nl Volgende week: Cees Dekker, nanofysicus..

Dezer dagen bent u zo alomtegenwoordig in de media dat het niet eens zo vreemd voelt mij over de drempel van de eeuwigheid heen tot u te richten. (De aanhef kostte wel wat hoofdbrekens: ‘Geachte heer Darwin’, ‘Beste Charles’ – ik kreeg het niet uit mijn pen.)

De reden waarom ik u schrijf heeft te maken met een onderwerp dat onze gemeenschappelijke interesse heeft: de fokkerij van huisdieren. Uw Origin of Species uit 1859 begint met een hoofdstuk over erfelijke variatie bij gedomesticeerde rassen. Uw stelling is dat fokkers die variatie gebruiken om nieuwe huisdierrassen te maken. Bijvoorbeeld: door generaties lang te selecteren op snelheid, dapperheid of reukvermogen, hebben fokkers de windhond, de bulldog en de bloedhond gecreëerd. De verschillen tussen deze rassen zijn zo groot, zegt u, dat een bioloog ze voor verschillende soorten zou aanzien als ze in de vrije natuur leefden. En u concludeert dat fokkers in het klein doen wat de natuur in het groot doet: fokkers gebruiken kunstmatige selectie om nieuwe rassen te maken, de natuur gebruikt natuurlijke selectie om nieuwe soorten te maken.

De analogie tussen kunstmatige en natuurlijke selectie is zo een centraal element in uw pleidooi voor de evolutietheorie. Hiermee komen we bij de kern van mijn brief: ik denk dat die analogie niet opgaat.

Begrijp me goed, voor uw evolutietheorie is dat geen punt: ook zonder de overeenkomst met kunstmatige selectie staat de theorie als een huis. Maar er is wel degelijk een probleem: tot op de dag van vandaag wordt de analogie klakkeloos geaccepteerd. Biologen, wetenschapsjournalisten, leraren – iedereen gebruikt de fokkersanalogie om het ontstaan van nieuwe soorten te illustreren, net als u.

Selectie is belangrijk bij de huisdierfokkerij, daarover geen twijfel. Koeien gaven rond 1900 gemiddeld 2.500 liter melk, tegenwoordig halen ze 8.500 liter. Dankzij selectie. We moeten ook aannemen dat de allereerste rassen ten dele door onbewuste selectie zijn ontstaan uit wilde soorten. Maar zijn de talloze huisdierrassen die wij kennen ook het product van selectie, zoals u stelt? De meeste niet. Fokkers zijn veel te ongeduldig om jaren en jaren te gaan selecteren om een nieuw ras te krijgen. Al sinds mensenheugenis kruisen ze rassen onderling om snel de gewenste eigenschappen bij elkaar te krijgen. Onze Barnevelder kip was het resultaat van kruisingen tussen boerenkippen en Aziatische kippenrassen. Het Engelse volbloedpaard dankt zijn adel aan Arabierenbloed. De Schotse collie kreeg zijn lange schedel van de Russische windhond. Het Texelse schaap veranderde van een schriel eilandras in een bodybuilder door inkruising van Engelse vleesrassen, en zo kan ik doorgaan. Om uit kruisingen een stabiel nieuw ras te krijgen moet je wel weer selecteren, maar de basis van de rasvorming zit toch in het kruisen.

Hoe kwam u erbij dat de meeste huisdierrassen door selectie zijn ontstaan? Deels uit eigen ondervinding, zegt u: u hebt zelf duiven gefokt. Maar met alle respect, uw ervaring was beperkt: toen u de Origin schreef, had u pas drie jaar een duiventil. Ik fok zelf tien jaar schapen, maar ik leer nog te veel bij en maak nog te veel fouten om mijzelf ervaren te durven noemen.

Ik bespeur wel enig voortschrijdend inzicht in uw publicaties, vooral in uw Variation of Animals and Plants under Domestication uit 1868. Tegen die tijd had een kenner u verteld dat kruisen onder schapenfokkers gangbare praktijk was. Maar toch: in uw conclusies blijft u selectie als voornaamste mechanisme zien. De reden, vermoed ik, is uitgerekend uw ervaring met duiven. De duivenfokkerij had een lange traditie, en sommige populaire rassen waren eeuwenoud. De liefhebbers probeerden die rassen steeds verder te perfectioneren. Uitsluitend door selectie, want met kruisen zou je ongewenste eigenschappen kunnen binnenhalen. Kruisen was daarom not done. Deze voorkeur voor selectie binnen het ras was tamelijk uitzonderlijk in uw tijd – iets voor hobbyisten. Praktische fokkers van kippen, varkens, koeien, paarden en schapen kruisten er nog onbekommerd op los om hun rassen te verbeteren.

Juist de duivenfokkers waren uw voornaamste informanten, en tja, zo hebt u de uitzondering voor de regel aangezien.

Zoals gezegd, uw evolutietheorie kan het zonder de vergelijking met de fokkerij stellen. Het gaat me erom dat we geen onjuiste informatie moeten gebruiken om de theorie te verdedigen. De huisdierenfokkerij is geen evolutie in het klein.

Vriendelijke groet,

Bert Theunissen, wetenschapshistoricus

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.