Column Joost Zaat

De zuurgraad van dokters verontrust me, net als het dedain van beleidsmakers waarmee ze maatregelen aankondigen

Er heten maar vier dokters Zaat, zag ik toen ik in het BIG-register keek. Daar moet je in staan als dokter, apotheker, fysiotherapeut, tandarts, gezondheidspsycholoog, psychotherapeut, physician assistent, verpleegkundige of verloskundige. Het idee is dat het register de kwaliteit bevordert: je moet een diploma hebben en kwakzalvers hebben dat niet. Als je een maatregel van de tuchtrechter hebt gekregen, komt er een vinkje bij je naam en kan iedereen zien dat je mogelijk iets stoms hebt gedaan. Die 11 cijfers van mijn bignummer kan ik niet onthouden. Het staat dus in mijn telefoon. Daar heeft een patiënt die wil weten of ik een tuchtmaatregel achter mijn naam hebt, niks aan. Die vier ‘Zaat’-en zijn inhet BIG-register makkelijk te vinden maar het aantal dokters Jansen is simpelweg te groot. Als je de verjaardag van je huisdokter Jansen of haar big-nummer niet weet, krijg je alleen de mededeling dat er meer dan 50 zijn. Dat moest beter vonden heel veel mensen binnen en buiten de gezondheidszorg. Het is immers een maatschappelijk belang dat dokters zonder diploma of zij die geen dokter meer mogen zijn, herkenbaar zijn. Maar hoe koppel je dokter Jansen aan haar nummer? Twee weken geleden kwam de oplossing: vanaf 1 april moeten alle artsen hun big-nummer op hun naambordje dragen en die nummers moeten op de website van de praktijk of instelling en op de facturen komen.

Onmiddellijk stak er een donderstorm op in dokters-Twitterland: dokters veranderden hun Twitternaam in hun bignummer, gaven ambtenaren en beroepsorganisaties de volle laag en iedereen probeerde de schuldvraag bij de ander neer te leggen. Bijna niemand ging na wat de geschiedenis van de voorstellen was. De ideeën zijn namelijk oud: zes jaar geleden was er al een moeilijk leesbaar rapport over gewenste veranderingen in de Wet BIG. Op pagina 286 staat daar dat er een wettelijke verplichting moet komen voor het melden van je bignummer op de website en de facturen van je praktijk of ziekenhuis. De wetswijziging is in april 2018 in de Tweede Kamer aan de orde geweest. Ik snap dat niemand voor zijn plezier beleidsrapporten of Kamerverslagen leest, maar het voorstel inclusief de vermaledijde naambordjes stond toen ook in een nieuwsbericht in het doktersvakblad Medisch Contact. Dokters hadden het kunnen weten.

De huidige opwinding geeft vooral aan dat het water veel zorgverleners tot de lippen staat. De zuurgraad van dokters verontrust me net als het dedain van beleidsmakers waarmee ze maatregelen aankondigen. Die nummerplaten zijn onzin. In je werkgeheugen passen 7-9 cijfertjes. Een patiënt, ziek in een ziekenhuisbed of zenuwachtig in de spreekkamer, kan zo’n bignummer dus helemaal niet onthouden. Zorgverleners die niet meer mogen werken, staan trouwens allang op een apart gedeelte van de site van het BIG-register.

Goede bedoelingen stranden wel vaker in een uitvoeringsmoeras. Dát is misschien het grootste probleem in de zorg. Waar zijn de wijze, bedachtzame bestuurders gebleven die óók de uitvoering goed doordenken? Of bestaan die alleen in mijn fantasie?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.