De zorgpaleizen van de 17de eeuw

Met een unieke bravoure bouwden rijke Hollandse burgers in de 17de eeuw liefdadigheidinstellingen. 'Als paleizen', schreven verbaasde bezoekers. Waarom deden ze dat? En waar zijn eigenlijk de prestigieuze bejaardenhuizen en asielcentra in ónze tijd?

De ingang van de Hermitage aan de Amstel, ooit de ingang van het Amstelhof, in 1680 opgeleverd als wooninstelling voor arme ouderen. Beeld Marcel Wogram

Hoe herken je de waarden die een samenleving hooghoudt? Wat vindt Nederland belangrijk? Historici van de toekomst zullen er wellicht pas veel later de helderste blik op hebben. Maar het hoeft ons ook niet te ontgaan.

Misschien de beste en eenvoudigste manier om nu een indruk te krijgen van de waarden die Nederland belangrijk vindt: kijk welke gebouwen met het meeste prestige worden neergezet. Prestigieuze gebouwen - vaak ontworpen door de 'starchitects' van Nederland - zijn duur én zichtbaar. Opdrachtgevers maken ermee duidelijk: wij besteden hieraan meer geld dan functioneel strikt noodzakelijk, want we willen dat iedereen dit ziet. Hier hechten wij waarde aan.

In Nederland rezen in het eerste anderhalve decennium van de 21ste eeuw, in weerwil van de kunstbezuinigingen, bijvoorbeeld spectaculaire gebouwen in de cultuursector: de aanbouw van het Stedelijk Museum en Museum de Fundatie, filmmuseum EYE, de aan- en verbouw van Rijksmuseum en Mauritshuis, en de particuliere musea Voorlinden en MORE. Daar werd niet alleen veel geld, maar ook visueel aandacht aan besteed: de gebouwen moesten in het oog springen. Een toekomstig historicus kan gerust concluderen: de mensen van begin 21ste eeuw vonden cultuur nogal belangrijk.

De overheid maakte daarnaast de titel Paleis van Justitie waar met een kasteel in het IJ in Amsterdam, de Tweede Kamer (al in 1992) en verschillende ministeries in Den Haag kregen een spectaculair nieuw uiterlijk met zorgvuldig ontworpen gebouwen. Conclusie: rechtspraak en democratie staan bij ons in hoog aanzien en dat stralen we met grandeur uit. Dit moet overtuigingskracht hebben. De stations van Arnhem, Utrecht, Rotterdam, Den Haag Centraal en Breda kregen opvallende ontwerpen, die voor reizigers in één aanblik de plaats en allure bepaalt. Elk van die stations is een beeldmerk voor de stad. Boodschap: wij Nederlanders zijn innovatief, wij hebben onze structuren en technologie op orde.

Er wordt ruim geld en aandacht besteed aan publieke gebouwen en daarbij weegt niet alleen functie, maar evenzeer esthetiek mee bij de budgetbepaling. Blijkbaar willen we uitstralen dat we hechten aan cultuur, aan rechtspraak, aan onze infrastructuur en innovatie. Als je er de zakelijke, ook opvallende architectuur op de Zuidas in Amsterdam bij optelt, kun je nog toevoegen dat ook trots op economie en handel met weinig bescheidenheid wordt uitgestraald.

Het EYE Film Instituut in Amsterdam. Beeld anp

Geen prestige

Maar terugkijkend in de geschiedenis valt op: er ontbreekt iets in dit rijtje. Je moet er even je blik voor verbreden tot de 17de eeuw, maar dan zie je één type publieke gebouwen dat nu niet in het oog springt: de zorginstellingen. Weeshuizen, asielopvang, bejaardentehuizen, verpleeghuizen, psychiatrische instellingen, zelfs gevangenissen. Ze worden wel gebouwd en de interieurs zijn zeker de laatste decennia vaak zorgvuldig gemaakt, met oog voor kleinschaligheid en de leefwereld van de bewoner. Maar een bijzonder prestige wordt er niet aan gehecht; een Koolhaas, Pi de Bruijn, Hans van Heeswijk of MVRDV-asielopvang zul je niet vinden. Ook geen bejaardenhuis, zelfs geen ziekenhuis. De bouwkunstenaars die worden ingevlogen als we echt iets zichtbaar willen maken, zijn afwezig in de zorgarchitectuur.

Langs deze meetlat bekeken, doen we als samenleving maar weinig moeite zichtbaar te maken dat zorg voor hulpbehoevenden een prioriteit is. Dat we dit willen uitstralen als onderdeel van de maatschappij. Dat we het überhaupt zíchtbaar maken, eerlijk gezegd. De mensen die buiten de norm vallen, buiten de geoliede economische motor van de maatschappij. Weet u waar de verpleeghuizen in uw buurt zijn? Of de asielopvang?

Ingang van het spinhuis in Amsterdam. Beeld Marcel Wogram

Wat een verschil met de 17de eeuw. Nooit in de geschiedenis, en nergens ter wereld, werden met zo veel geld én oog voor esthetiek zorghuizen gebouwd als in de 17de eeuw in Amsterdam. Beroemde (stads)architecten als Pieter Post (van het Mauritshuis en Huis ten Bosch in Den Haag) , Hendrick de Keyser (Westerkerk en Munttoren in Amsterdam) en Lieven de Key (van de Vleeshal en de stadhuisgevel in Haarlem) werden aangetrokken om hofjes voor gepensioneerd personeel of indrukwekkende weeshuizen te bouwen, grote dichters als Vondel en P.C. Hooft kregen opdracht gedichten te maken voor aan de gevel van onder meer de gevangenis en het weeshuis in Amsterdam. De huidige Hermitage in Amsterdam is in 1680 gebouwd als reusachtige zorgvoorziening voor arme ouderen en beslaat een oppervlak langs twee grachten en de Amstel.

De Hollanders stopten hun wezen in paleizen, schreven toeristen in die tijd. 'Je zou denken dat hier vorstinnen wonen, en niet de verachtelijke, lelijke vrouwen die er huizen', schreef een Duitse reiziger in 1664 over het Spinhuis in Amsterdam, de vrouwengevangenis waar bezoekers tegen betaling mochten kijken hoe de dames wol sponnen. Stadsbeschrijver Melchior Fokkens schreef over het nieuwe Diaconieweeshuis in Amsterdam in 1656.

Lees verder onder de afbeelding.

Elisabeth Weeshuis, Culemborg. Beeld Marcel Wogram

Aandacht en geld

'Niet of 't een weeshuys, maer een Princen Huis sou wesen...

Wijdtluchtigh Amsterdam, waer vindt men uw's gelijkken?

Daer d'arme Weeskens zijn gehuyst als groote Rijkken.'

In Amsterdam, Leiden, Haarlem, maar ook in Culemborg, Groningen, Deventer, Zaltbommel, Dordrecht - overal in de Republiek werd bovenmatig aandacht en geld besteed aan armenzorg. Deze gebouwen bepaalden mede het aanzien van de steden. Er werden hofjes gebouwd en oudemannen- en -vrouwenhuizen, weeshuizen en aalmoezeniershuizen - dat waren opvanghuizen voor niet-geregistreerden in de stad, die bijvoorbeeld waren opgepakt voor bedelarij. Vergelijkbaar, enigszins, met de asielopvang van nu, behalve dat deze niet-burgers niet werden weggestuurd. Ook niet-burgers hadden recht om in de steden te leven. De aandacht en esthetiek deden niet onder voor die van stadhuizen en grachtenpanden. Er zat enorm prestige aan liefdadigheidsinstellingen in de Gouden Eeuw. Deze vorm van armenzorg hield een samenleving draaiende waarin wezen, minderbedeelden en ouden van dagen zichtbaarder waren dan ze op dit moment zijn.

Er is nog een enorm verschil met nu: al deze instellingen werden níet gebouwd of betaald door de regering. Achter de vele beeldbepalende gebouwen voor de Hollandse steden stak geen overheidsgeld. Ook had de kerk er niks mee te maken: hoe charitatief ook, het waren geen kerkelijke instellingen. Om op de terug te komen; die werd gebouwd uit de gift van één rijke koopman, Berent Helleman, die zijn vermogen speciaal met de bestemming voor een armenzorgtehuis naliet.

Het meest opmerkelijke is dat al de 'paleizen voor de armen' kwamen uit burgerlijk initiatief. Het idee kwam van rijke burgers, het geld kwam van de burgers en het opdrachtgeverschap was van de burgers. Een gewoonte die zo ver af staat van de hedendaagse werkelijkheid dat de grote vraag rijst: wat was hun motivatie?

Historicus Lodewijk Wagenaar was jarenlang conservator in het Amsterdam Museum en is onder meer specialist op het gebied van armenhuizen in de Gouden Eeuw.

Paleizen voor de armenzorg

volkskrant.nl/kijkverder

Christelijke plicht tot naastenliefde

Hij wijst op een gedicht aan de gevel van het Burgerweeshuis, een van de oudste particuliere initiatieven in Amsterdam en het gebouw waar nu nog het Amsterdam Museum huist. Waarschijnlijk is het van Vondel: 'Hier treurt het weeskind met geduld / dat arm is zonder zijne schult / en in zijn armoe moet vergaan / indien gij weigert bij te staan / Zo gij gezegent zijt van Godt / vertroost ons met uw overschot'.

'Wat daar staat maakt de motivatie van de opdrachtgevers duidelijk', zegt Wagenaar: 'Even samengevat: er is natuurlijk wel een vader in de hemel, maar zonder hulp op aarde van mensen die goede gaven doen, schiet het niet op. Dat is de overtuiging van de Hollandse burger in de Gouden Eeuw.'

Natuurlijk deden ze het uit christelijke plicht tot naastenliefde - in het christelijk geloof is armenzorg verankerd, gebaseerd op de Bijbel (Mattheüs 25), waarin Jezus mensen aanmoedigt armen te kleden, hongerigen te voeden, dorstigen te drinken te geven, vreemdelingen te herbergen, zieken te verzorgen, gevangenen te bezoeken en de doden te begraven. Maar al in de Middeleeuwen treedt in de Nederlanden een secularisering op van de taken, zegt Wagenaar. Het weeshuis in Culemborg bijvoorbeeld, dat nog bestaat (al is het niet meer in functie), werd opgericht in 1560 uit de nalatenschap van gravin Elisabeth van Culemborg, die kinderloos stierf. Ze liet vastleggen dat het bestemd was voor de 'regte armen' - het is het eerste in Nederland speciaal gebouwde weeshuis. Helemaal privé gefinancierd: het startkapitaal was 32 duizend gulden. Het was in functie tot 1952.

Toegang tot het Sint Annahofje in Leiden. Beeld Marcel Wogram

Het ook nog bestaande Brouwershofje in Haarlem werd in 1457 gesticht door twee telgen uit een rijke brouwersfamilie, Jacob Huyge Roeperszoon en Katrijntje Huyge Roepersdochter, om het gepensioneerd personeel van hun bedrijf een goed leven en huis te geven. Gratis, en met een uitkering, wekelijks een half vat boter en turf om te stoken, twee stoelen in de kerk op zondag en een begrafenis bij overlijden. Het prachtige Sint Annahofje in Leiden, dat een eigen kapelletje heeft, werd opgericht in 1491, ook door brouwers, maar niet voor bejaard personeel. Het was bestemd voor 'dertien arme vroukens van guede faem ende naem' - een aalmoeshuis dus voor arme vrouwen.

Maar voor de nieuwe elites in de 17de eeuw telden ook andere dingen. Wagenaar: 'Belangrijker dan het christendom was een algemeen aanvaarde burgerplicht. Noem het peer pressure. Je werd erop aangekeken als je het níet deed.' Wie rijk was, voelde de plicht voor de stad te zorgen, naar voorbeeld van het Romeinse SPQR ('Senatus Populusque Romanus', de Senaat en het Volk van Rome) dat op veel gebouwen en tegels staat. Een verantwoording in beeld van het welvaren in de stad werd vanzelfsprekend gevonden. Kunst, gebouwen en gevelstenen en -gedichten hoorden daarbij.

Was het dan allemaal ijdeltuiterij? Voor een deel zeker, zegt Wagenaar: 'De zaken gaan goed, dus je doet iets terug voor de stad en zijn bevolking, en dat doe je gratis, dus dat mag je laten zien.' Aan die gewoonte kleefde zware sociale druk: wie nieuw in de elite was, telde mee als hij ook een hofje stichtte of op zijn minst regent werd in een weeshuis of aalmoezeniershuis. En daarmee maakten ze weer reclame voor zichzelf. De weeshuizen hingen vol kunst van de beste meesters: Rembrandt, Ferdinand Bol, Govert Flinck, Bartholomeus van der Helst, enzovoort. Regenten lieten graag hun betrokkenheid zien.

Lees verder onder de afbeelding.

Gevelsteen Elisabeth Weeshuis, Culemborg. Beeld Marcel Wogram

Humanistische ideeën

Net zo veel als de motivatie van de burgers te maken had met christelijke waarden, had het ook met de toen nieuwe humanistische ideeën van filosoof-politicus-kunstenaar Dirck Coornhert. Hij is de man door wie wij vrijheidsberoving als straf voor criminelen zijn gaan instellen. Daarvoor bestond het straffen van criminelen uit lijfstraffen. Coornherts plan was medemenselijk en pragmatisch: straffen waren humaner, en werkende gevangenen hadden meteen economisch een betekenis voor de samenleving. Bovendien keren ze na de straf makkelijker terug op de arbeidsmarkt. Daarom werden in de 17de eeuw ook de gevangenissen tot liefdadigheid gerekend.

Deze manier van denken drong ook door tot weeshuizen, zegt Wagenaar: 'De burgerelite had er alle baat bij om wezen opgevoed en opgeleid weer af te leveren, zodat ze konden werken - voor hen.' En dus kregen zelfs de armste wezen - die van de ongeregistreerde bewoners - in de weeshuizen reken- en taalles.

Het belang van burgers om prestigieuze instellingen voor hulpbehoevenden te maken, bestond dus uit een mengsel van peer pressure, christelijke plicht, economisch pragmatisme en public relations. Van het algemeen belang was het maar een kleine stap naar het eigenbelang: elk gebouw was ook reclame voor henzelf.

Aan behoeftigen was in elk geval geen gebrek. Net als nu was de toestroom van armen tijdens de Republiek groot, mede vanwege religieuze onderdrukking en oorlogen in omringende landen. Met de val van Antwerpen in 1585 werd de Schelde afgesloten en koos de scheepvaart nieuwe routes: via Middelburg, maar later vooral ook Amsterdam. De immigratie uit alle klassen nam spectaculair toe: in een krappe eeuw tijd verzevenvoudigde de Amsterdamse bevolking van 30- naar 210 duizend bewoners. Steden lieten toe wie kon werken. Maar dat het hier tolerant was is een fabel, zegt Wagenaar. Het katholiek geloof moest in schuilkerken worden beleden en wie niet tot de Publieke Kerk (zo heetten de gereformeerden) behoorde, kon op geen enkele hulp van overheidswege rekenen. 'Spinoza werd verbannen naar Rotterdam en kon weliswaar schrijven, maar zag zijn economische bestaan als handelaar ineenstorten.'

Bekende 'armenpaleizen'

- Burgerweeshuis (nu Amsterdam Museum, 1598) - Hendrick de Keyser
- Tuchthuis Leiden (1598) - Arent van 's Gravesande
- Van Brouchovenhofje Leiden (1631) - Arent van 's Gravesande
- Catharina Gasthuis Gouda (nu Museum Gouda, 1665) - Pieter Post
- Rasphuis Amsterdam (mannentuchthuis, 1663) - Hendrick de Keyser
- Amstelhof (nu Hermitage, 1681-83) - Hans Jansz. van Petersom en Elias Bouman
- Walenweeshuis Amsterdam (nu Maison Descartes, 1683) - Adriaan Dortsman
- Oudemannenhuis Haarlem (Halsmuseum, 1607-11) - Pieter van Campen
- Frans Loenenhofje Haarlem (1625) - Lieven de Key
- Hofje van Nieuwkoop Den Haag (1659-62) - Pieter Post.
- Aalmoezeniersweeshuis Gouda (1642) - Pieter Post?
- Koninklijk Weeshuis Buren (nu museum der Koninklijke Marachaussee, 1613) - Adriaan Frederickszoon van Oudendijk.

Juiste gelovigen

De zorginstellingen waren particulier, maar het stedelijke bestuur maakte wel veel liefdadigheid mogelijk - als het tenminste van de juiste gelovigen was. Andersgelovigen als de luthersen, Walen, remonstranten, joden en katholieken stichtten hun eigen wees- en zorghuizen. Het stedelijk bestuur faciliteerde door grond of gebouwen (zoals onteigende kloosters) te doneren ten behoeve van zorginstellingen. Regenten van zorghuizen kregen ook geld uit stedelijke boetes en deelden in winsten van sommige andere instellingen, zoals de schouwburg. Steden maakten het privé-initiatief om zorgarchitectuur te bouwen dus wel makkelijk.

Maar ergens hield het op. In de 18de eeuw werden nog hofjes gesticht - Pieter Teyler, van het Teylers Museum, is een bekende stichter in Haarlem bijvoorbeeld. In de 19de eeuw stopt het grootschalige particuliere opdrachtgeverschap. Daarna werden verpleeghuizen, weeshuizen, bejaardenhuizen, gevangenissen en ziekenhuizen zaak van staat en stad. Dat kwam deels omdat de steden het geld voor de gemeenschap gingen beheren, het bestedingspatroon sloeg om toen de belastingen in de 19de eeuw toenamen. Belastingdruk en de mate van vrijgevigheid van rijken houden vermoedelijk verband; wie al veel afdraagt aan de staat, zal misschien minder gauw zelf initiatief nemen voor een heel nieuwe woongelegenheid voor hulpbehoevenden.

Toegangspoort tot het Elisabeth Weeshuis in Culemborg. Beeld Marcel Wogram

Sinds kort neemt de privatisering in de zorg weer toe. Er zijn geen bedrijven die hun werknemers tot hun dood in een prachtig bejaardenhuis of hofjes onderbrengen, laat staan hen onderhouden. Maar er is doorgaans wel veel aandacht voor nieuwe publieke plekken als verpleeghuizen en ziekenhuizen. Hedendaagse ontwerpers richten zich nadrukkelijk op interieurs; in zogenoemde 'healing environments' moeten verpleegden zich veilig voelen. En sinds 2010 is de Hedy d'Ancona-prijs voor excellente zorgarchitectuur in het leven geroepen, die nu drie keer is uitgereikt.

Vrijgevigheid uit zich nu in andersoortige initiatieven, zoals in Italië en Frankrijk, waar rijke families de zorg voor erfgoed op zich nemen. Er zijn particuliere initiatieven voor vluchtelingenhulp. In Rotterdam bijvoorbeeld heeft Stichting de Verre Bergen van de vermogende havenfamilie Van der Vorm honderd huizen gekocht voor Syrische vluchtelingenfamilies, en is ze van plan nog honderd leegstaande woningen op te kopen met dit doel.

Maar geen bejaardenhuizen als paleizen vooralsnog. Lodewijk Wagenaar ziet in de extravagante zorgarchitectuur van de 17de eeuw wel een voordeel: 'Een gebouw kan mensen zichtbaar maken. Als je nieuwkomers onderdak biedt in leegstaande gevangenissen, zoals nu onder meer gebeurt in Doetinchem, Arnhem, Veenhuizen en Alphen aan den Rijn, welk signaal geef je dan als samenleving? Architectuur kan een belangrijke rol spelen in de acceptatie van mensen.'

Gevelsteen met gedicht op het Spinhuis, Amsterdam. Beeld Marcel Wogram

Ware woorden op de gevels

Gevelsteen Spinhuis
Amsterdam (vrouwentuchthuis, Spinhuissteeg)

Beeld van Castigatio, personificatie van boetedoening, die twee vrouwen tuchtigt, door Hendrick de Keyser, met de regels naar P.C. Hooft:

'Schrik niet, ik wreek geen quaat maar dwing tot goet
Straf is myn hand, maar lieflyk myn gemoet'

Hofje van Bakenes
Haarlem (Bakenessergracht naast 66)

'Ingang van 't gesticht van Dirck van Baekenes, voor vrouwen acht en twee mael ses (1632)'


Dit gedicht is een raadsel met twee uitkomsten:
8 + (2x6) = 20 en (8+2) x 6 = 60
Het hofje was namelijk gebouwd en ingericht voor twintig vrouwen vanaf 60 jaar.

Heilige Geestehuis
Leiden

GOD IS DER WEES EN HELPER
'Die op der armen boot verstaet
- hem god verlost van alle quaet
En die den armen mildlyc geeft
- Syn schat in den heemel heeft'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden