INTERVIEW

De wereld zou er veel beter voorstaan als we minder dierlijk eiwit consumeren

Interview met Harry Aiking over milieuvervuiling

Minder vlees, melk en kaas: dat zou de prioriteit moeten zijn van het milieubeleid, zegt pensionerend biochemicus en toxicoloog Harry Aiking. En niet alleen omdat de aarde erdoor opwarmt. Er zijn nog veel grotere problemen.

Foto Valentina Vos

Vergeet nou eens eventjes windmolenparken op zee, elektrische auto's, groene stroom. Allemaal reuzebelangrijk als stap in de richting van een duurzaam energiebeleid. Maar laten we onze aandacht eens richten op iets dat letterlijk onder onze neus ligt: dierlijk eiwit.

De karbonade bij de aardappels, het plakje kaas op de boterham, de beker drinkyoghurt bij het ontbijt, ze staan mede aan de basis van de grootste milieuproblemen van deze tijd, zegt Harry Aiking, biochemicus van de Vrije Universiteit in Amsterdam. De wereld zou er aanzienlijk beter voorstaan als we minder dierlijk eiwit zouden consumeren - vlees, maar ook melk, kaas en eieren - en meer plantaardig.

De vervanging van dierlijke door plantaardige eiwitten hoort wat Aiking betreft hoger op het urgentielijstje dan de overgang naar duurzame energie. 'Maar het belang daarvan wordt in Nederland onderschat. Een paar clubs houden zich ermee bezig. De Vegetariërsbond, de Partij voor de Dieren, Milieudefensie. Maar verder?'

Harry Aiking is van huis uit biochemicus en toxicoloog. Sinds 1980 is hij verbonden aan het Instituut voor Milieuvraagstukken van de VU, waarvan hij deze maand afscheid neemt. Aiking is 65, hij gaat met pensioen. Op 23 oktober was zijn afscheidssymposium over duurzame voeding.

In de afgelopen 34 jaar heeft Aiking zich bezig gehouden met tal van onderwerpen. Hij deed onderzoek naar ruimtelijke ordening, bodemsaneringen, asbest en PCB's, publiceerde over klimaatverandering, biodiversiteit en de transitie van dierlijk naar plantaardig eiwit. De afgelopen twintig jaar richtte Aiking zijn aandacht vooral op de rol van onze voedselvoorziening in milieuproblemen. Wat hij ziet, bevalt hem niet. 'Volgens mij zijn we niet op de goede weg.'

Foto Judith Baas

Harry Aiking

Harry Aiking (1949) is biochemicus en toxicoloog. Sinds 1980 is hij verbonden aan het Instituut voor Milieuvraagstukken van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Aiking deed onder meer onderzoek naar bodemvervuiling in Gouderak en de Vogelmeerpolder in de jaren tachtig.
In 2000 kreeg Aiking de leiding over Profetas (Protein Foods, Evironment, Technology and Society), een multidisciplinair onderzoek naar de wenselijkheid en mogelijkheid om dierlijke eiwitten in onze voeding te vervangen door plantaardige eiwitten. In het kader van Profetas werd ook onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van vleesvervangers op basis van eiwit uit erwten. Meestal wordt daar soja voor gebruikt.
Profetas werd in 2005 afgesloten met een eindrapport waarin werd gesteld dat de vervanging van dierlijke door plantaardige eiwitten duurzaam is, technologisch haalbaar en sociaal acceptabel.

Wat is het probleem met ons voedsel?

'In 2050 hebben we volgens de VN-landbouworganisatie FAO 60 procent meer voedsel nodig om de groeiende wereldbevolking te voeden. Terwijl de aarde nu al onder grote druk staat. Met onze manier van leven hebben we natuurlijke kringloopprocessen in een versnelling gebracht. Daarmee verstoren we de balans in ecosystemen. De voedselvoorziening is een belangrijke aanjager van die processen.'

U bedoelt het broeikaseffect.

'Sinds Al Gore in 2006 met zijn film An Inconvenient Truth kwam, staat het klimaat boven aan het lijstje van milieuproblemen. Zeker: de opwarming van de aarde is een groot probleem en de voedselvoorziening heeft daarin een belangrijk aandeel. Maar er is bijna een blinde vlek ontstaan voor andere milieuproblemen dan het broeikaseffect. De effecten daarvan gaan we vooral na 2050 merken. De verstoring van de stikstofkringloop is veel urgenter.'

Wat is het probleem met stikstof?

'Op zichzelf niets. Stikstof is essentieel voor het leven op aarde: planten, dieren, mensen en micro-organismen hebben allemaal stikstof nodig om te groeien. De atmosfeer bestaat voor 78 procent uit stikstof (N2). Die is inert, omdat de twee stikstofatomen sterk aan elkaar gebonden zijn. Als die verbinding wordt verbroken, krijg je reactief stikstof dat bruikbaar is als voeding voor planten.

'De aarde kent natuurlijke processen waarbij uit stikstof in de lucht reactieve stikstofverbindingen worden gevormd zoals ammoniak. Dat gebeurt door bliksem en bacteriën. De uitvinding van kunstmest, een kunstmatige manier om onbruikbare stikstof om te zetten in bruikbare verbindingen, heeft dat proces in een versnelling gebracht. Met het gebruik van kunstmest brengt de mens 100 tot 200 procent extra stikstof in het milieu, boven op de natuurlijke kringloop. Ter vergelijking: de menselijke bijdrage aan de natuurlijke CO2-kringloop is maar 1 tot 2 procent.'

Dankzij kunstmest kunnen we veel meer voedsel produceren. Dat is toch geweldig?

'Er is uitgerekend dat de aarde drie miljard mensen van voedsel kan voorzien op basis van de natuurlijk gevormde hoeveelheid reactief stikstof. Door het gebruik van kunstmest kunnen we nu zeven miljard mensen voeden. De keerzijde is dat we onbedoeld bezig zijn de aarde te bemesten. De ammoniak die onze varkens uitstoten, waait met een zuidwestelijke wind richting de Oeral. Onderweg komt het met een regenbui mee omlaag en tast de bossen aan.

'En de schade blijft niet beperkt tot de bossen. Gewassen nemen maar de helft van de stikstof in kunstmest op. De rest komt in het water en stroomt via de rivieren naar zee, waar het algengroei en vervolgens vissterfte veroorzaakt. In de Golf van Mexico is een dode zone ontstaan zo groot als de helft van Nederland. Dezelfde problemen spelen in de Oostzee en bij de monding van de Yangtze in China. Door de verstoring van de stikstofcyclus komen hele ecosystemen in gevaar. Dat lijdt tot een groot verlies van biodiversiteit.'

Waar staat biodiversiteit op de ladder van milieuproblemen?

'In de topdrie van de urgentste mondiale milieuproblemen staat het verlies van biodiversiteit op 1, de verstoring van de stikstofcyclus op 2 en de opwarming van de aarde op 3. De mens heeft de natuurlijke kringloopprocessen in zo'n versnelling gebracht dat de draagkracht van de aarde in gevaar komt. Geschat wordt dat het verlies aan biodiversiteit nu tien keer sneller gaat dan het systeem aan kan.'

Waar komt eiwit in dit verhaal om de hoek kijken?

'De opwarming van de aarde, de versnelling van de stikstofkringloop en het verlies aan biodiversiteit zijn nauw met elkaar verbonden. De verbindende factor is dierlijk eiwit en met name de intensieve veehouderij. De bijdrage van veeteelt aan het broeikaseffect wordt door de FAO geschat op 18 procent, meer dan de transportsector.

'Industriële vleesproductie speelt ook een belangrijke rol in het opjagen van de stikstofcyclus. Van de wereldgraanoogst wordt 40 procent aan de veestapel gevoerd, 70 procent van alle soja gaat in het veevoer. Daar staat tegenover dat slechts 15 procent van het geproduceerde eiwit de menselijke mond bereikt, want voor de productie van een kilo dierlijk eiwit is gemiddeld 6 kilo plantaardig eiwit nodig. Dat is geen win-winsituatie, eerder een dubbel verlies.

'Voedselzekerheid is ook een probleem dat daarbij om de hoek komt kijken. Door de groei van de wereldbevolking en de stijging van de welvaart neemt de vraag naar voedsel toe, maar de opbrengst per hectare groeit niet in gelijke mate mee. Het gevolg is dat de voedselprijzen omhoog gaan. In een recent rapport van KPMG wordt geschat dat de voedselprijzen tot 2030 zullen stijgen met 70 tot 90 procent. Dat betekent dat er niet voldoende betaalbaar voedsel zal zijn. Dan hebben we het gewoon weer over hongersnood.'

Foto Valentina Vos

Afbraak van bossen, dode zeeën, hongersnood: u bent een zwartkijker.

'Ik vind mezelf meer een realist. Ik ben in mijn leven begonnen met één dag in de week vlees op tafel. Dat is gegroeid naar elke dag vlees en ik ben nu weer op de weg terug. Maar in China, India en Brazilië zijn honderden miljoenen mensen bezig met de weg omhoog. En die zijn met geen kanon tegen te houden.'

Sinds 1950 is de wereldbevolking bijna verdrievoudigd. Volgens de FAO is de productie van voedsel per hoofd van de bevolking sindsdien alleen maar gestegen. Waarom zou dat in de toekomst niet lukken?

'Die aanname is op drijfzand gebaseerd. Met genetische manipulatie kunnen we het natuurlijke proces van kruising en selectie versnellen, waardoor de voedselproductie kan worden opgevoerd. Maar vertrouwen op techniek is een piramidespel. Zodra er een hapering in het systeem optreedt, klapt de boel in elkaar.

'Het probleem dat ik heb met genetische modificatie is dat het een onomkeerbaar proces is terwijl de gevolgen nog niet goed zijn te overzien. Met pesticiden hebben we ook problemen gehad; het gaat nog tientallen jaren duren voordat we van de restanten van DDT af zijn. Met gemanipuleerde levende organismen is er geen weg terug.

'Maar techniek is niet eens het grootste probleem. Wat het meest achterblijft, is het beleid. Alles gaat sneller, behalve de politiek. Deze problemen vragen om een internationale oplossing. Maar de politieke structuren zijn al vijftig jaar niet veranderd. Zo'n Verenigde Naties bijvoorbeeld, dat is een log orgaan. Dat wringt.

'Op dit moment zijn de Verenigde Staten de grootste vervuiler. Maar China en India zijn bezig met een inhaalslag. Het is goed mogelijk dat over twintig jaar het zwaartepunt is verschoven naar Azië. Hoe wordt daar gedacht over milieu en duurzaamheid? Als voedsel schaarser en duurder wordt, zal hun voornaamste probleem zijn hoe ze hun eigen bevolking kunnen voeden. Anders dreigen er hongeropstanden. Dan komen mondiale milieuproblemen op de tweede plaats.

'In Nederland denken we dat voedselzekerheid iets is van ver weg. Maar als de voedselprijzen zo drastisch stijgen als is voorspeld, komen mensen ook hier in de problemen. In Engeland gaan nu al dagelijks vier miljoen mensen met honger naar bed. Stel dat de wereldhandel in voedsel stilvalt omdat landen voedsel voor zichzelf houden. Dan hebben we een probleem.'

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) kwam onlangs met een rapport. Daarin wordt gepleit voor de overgang van een landbouw- naar een voedselbeleid. Is dat een goed idee?

'In het rapport van de WRR worden veel problemen goed geschetst. Maar vervolgens concluderen ze dat 'Nederland er op het gebied van voedsel goed voor staat'. Dat vind ik bepaald niet. Ik mis ook de urgentie om internationaal tot oplossingen te komen.'

De WRR zegt over vlees eten: 'Het reeds ingezette beleid op het ontwikkelen van alternatieve eiwitbronnen dient te worden geïntensiveerd.'

'Dat vind ik zwak uitgedrukt. Ik gaf van 2000 tot 2005 leiding aan Profetas, een onderzoeksproject naar de vervanging van dierlijk door plantaardig eiwit. Er loopt nu nog een programma voor eiwitinnovatie. Samen is daar 6 miljoen euro voor beschikbaar. Dat is een druppel op de gloeiende plaat. Het gevoel dat mij bekruipt bij het WRR-rapport is dat er geen echte keuzen worden gemaakt. '

Wat hadden ze dan moeten voorstellen?

'De overheid zou op zijn minst een campagne kunnen beginnen om de consument duidelijk te maken dat het duurzaam is om minder dierlijk eiwit te consumeren. Niet alleen vlees, maar ook zuivel. Nederland is een buitenbeentje. Wij consumeren de meeste zuivel en het minste plantaardig eiwit in Europa. Maar als je dat zegt, krijg je de zuivellobby op je dak.'

Zou een vleestaks een oplossing zijn?

'Je krijgt er de handen niet voor op elkaar. Maar ik zou er wel voor zijn, al is het maar vanwege de signaalwerking die ervan uitgaat. Je zou de discussie ermee op gang brengen. Nu wordt vlees helemaal niet als probleem gezien. Je zou ook kunnen verbieden om met goedkoop vlees te stunten. De overheid zal het voortouw moeten nemen. Je kunt niet verwachten dat de consument het uit zichzelf doet, daarvoor is het een te complex verhaal.

'In het eindrapport van Profetas kwamen wij tot deze aanbeveling: eet eenderde minder eiwit, zowel dierlijk als plantaardig, vervang eenderde van het dierlijke eiwit in je dieet door plantaardig eiwit en gebruik voor wat je aan dierlijk eiwit consumeert dieren die grazen of gevoed worden op reststromen.'

Eet meer plant en minder dierlijk eiwit, dat is uw boodschap.

'Volgens de Gezondheidsraad heeft de mens genoeg aan 50 tot 60 gram eiwit per dag. We zitten nu op bijna anderhalf keer zoveel. Minder eiwit eten is niet alleen duurzamer, maar ook gezonder. Er is een geweldige overlap tussen die twee, voor het grootste deel van ons dieet geldt dat duurzamer ook gezonder is. Zo moet je het propageren, want duurzaam verkoopt toch niet.'