De wereld van een antiquaar

HET ERGSTE voor een antiquaar is dat hij bijna altijd antiquair wordt genoemd. Ik denk dat Anton Gerits, antiquaar in ruste, zijn leven lang onder die terminologische verwarring heeft geleden....

En daarvoor is hij zeer gevoelig, selfmade man als hij is, maar hij is ook gevormd in de strenge hiërarchie van het antiquariaat waar hij zijn opleiding kreeg - Martinus Nijhoff in Den Haag - en in die van antiquaren onder elkaar - men kent elkaars rang en stand.

Gerits gaf zijn herinneringen de titel Op dubbelspoor en Pilatusbaan, wat nog het meest lijkt op een opgave in een cryptogram. De ondertitel is duidelijker: Boeken als middelen van bestaan. Uit zijn leven als antiquaar heeft hij zeer veel boeiends te vertellen. Hij heeft echter gemeend zijn herinneringen aan zijn vak te moeten uitbreiden tot die aan zijn leven. Voor het schrijven daarvan mist hij stijl, maar lijdt hij ook aan overschatting van eigen levensbijzonderheden. De huiselijke kring is geen lezerskring. De opzet brengt ook mee dat hij in duidelijke uitweidingen zijn opinies over een en ander geeft. Die zijn vaak ronduit beschamend, naïef ook: over het huidige reizen per trein (misschien de goedkoopste passage uit het hele boek), over opvoeding van kinderen, over kledinggewoonten (vlinderdas tegen T-shirt), over literatuur. Voor het laatste moet men weten dat Gerits zelf enige dichtbundels en een verhalenbundel heeft gepubliceerd. Hij weet zich nog altijd literator en schrijft nu en dan een haiku.

Behalve wat hij zegt over zijn weigering lid te worden van een kunstenaarskring, is wat hij nu en dan over poëzie meent op te kunnem merken, verbijsterend. Als hij over de haiku's heeft gezegd dat de eenvoud van de gedichten hem enorm aansprak, schrijft hij: 'Ik herinner me een gedicht, ik weet niet meer van wie, dat begon met de regels 'Ik geloof in het water dat van zee stroomt naar bergen.' Ik begrijp het, naar geloof er niet in. Ik geloof in het water dat van de bergen naar zee stroomt. Het leven is diepzinnig genoeg, men behoeft er geen mythe aan toe te voegen.'

Zo recent is het debuut van Remco Campert niet dat een antiquaar het niet zou mogen kennen. Het eerste gedicht van diens eerste bundel heet 'Credo' en de eerste twee regels daarvan luiden: 'Ik geloof in een rivier/ die stroomt van zee naar de bergen.' Misschien is de onverschilligheid tegenover het citaat minder erg dan het toegevoegde commentaar, dat in elk geval kan verklaren waarom het met dat dichterschap van Gerits niets geworden is. Was hij zijn herinneringen maar begonnen met zijn indiensttreding als jongste bediende bij Nijhoff. Van dat grote boekenhuis, een der voornaamste die Nederland heeft gekend, krijgen we een uistekend beeld: over die hiërarchie (met een bijna negentiende-eeuws karakter), over de internationale handel, zowel in recent verschenen als in antiquarische boeken, over de - soms heel goed gekarakteriseerde - medewerkers daar (enkelen echte grote specialisten in hun vak), over de liefde voor het boek gecombineerd met een grote handelsgeest, over de in- en de verkoop.

Gerits heeft zich het hiërarchisch denken eigen gemaakt: heel veel namen laat hij voorafgaan door 'de heer' en de door hem zeez bewonderde Wouter Nijhoff Pzn, de tweede hoofdfiguur van het boek, wordt altijd met voornaam en toevoeging benoemd. Gerits heeft er twintig jaar - met een korte onderbeking - gewerkt, lang als hoofd van het antiquariaat. Het gaat hier om een wetenschappelijk antiquariaat. De bibliofiel blijft in het boek nagenoeg buiten beeld. Men koopt wetenschappelijke of voor de wetenschap belangrijke verzamelingen - de kennis van de antiquaren is ongeëvenaard - en verkoopt die door aan universiteiten over de hele wereld. Er wordt ook bij andere, in dit geval alleen buitenlandse, antiquaren gekocht. Bij Gerits zijn dat vooral Franse en Duitse.

Het geeft hem gelegenheid enkele uitzonderlijke vakgenoten in het buitenland te portretteren. (Zijn Nederlandse collega's komen er vaak slechter af; wat venijnig roddelen is de auteur niet vreemd.) Hij werkt nog bij twee andere antiquariaten en het laatste wil hij tot een nieuw Nijhoff opbouwen. Maar als bij zijn vertrek bij Nijhoff, dat ten onder ging, maakt ook het financiële grootdenken van concerns een einde aan zijn laatste dienstverband. Vrij laat begint hij voor zichzelf. Zijn zoon leidt nu het antiquariaat A. Gerits & Son. Een belangrijke klantenkring zijn de laatste jaren Japanse universiteiten.

Men kan zeggen dat zijn begintijd bij Nijhoff zijn leerjaren waren, als de carrière van een antiquaar niet uitsluitend uit leerjaren bestaat, zoals deze memoires bewijzen. De boekwetenschapper - en een antiquaar is dat in zekere zin - heeft het allermoeilijkste vak dat er is, juist doordat het zo'n enorme voorkennis veronderstelt. Men kan het unieke alleen ontdekken als men alle niet-unica kent.

De antiquaar, die een tussenpersoon van twee verzamelaars is, moet niet alleen weten waar iets berust, maar ook wie op bepaalde werken of verzamelingen zit te wachten. Hij moet twee klanten bedienen en beiden gelukkig maken. Van al die activiteiten geeft het boek een fascinerend beeld. Ook van de wereld van de antiquaren, die individualisten die helaas niet zonder elkaar kunnen.

Het logo van A. Gerits & Son is een achttiende-eeuwse gravure van een man die in een bos loopt te lezen. De auteur schrijft erover: 'Helaas liet ik indertijd na te noteren uit welk boekje ik die charmante gravure liet kopiëren. Een slordigheid die, vrees ik, wel wat bij mijn manier van werken past. Was het uit een uitgave van Rousseau's Rêves d'un promeneur solitaire?' Waar hij het vandaan heeft, weet ik niet. Wat ik wel weet, is dat het hier om een gravure gaat van Balthasar Anton Dunker (1746-1807). De titel ervan is: 'Lesender in Natureinsamkeit.' De gravure staat in het boekje Poseren voor de bladspiegel - Lezers in de lijst, dat vorig jaar bij Querido verscheen. Een exemplaar van de gravure was in het bezit van de door Gerits hoog bewonderde antiquaar S. Emmering. Dit terzijde van de Pilatusbaan, waar die ook mag lopen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden