'De wereld behoort aan de vrouwen'

De Engelse jeugdboekenschrijver Aidan Chambers (1934) kwam voor het eerst in Amsterdam, toen hij in 1985 een Zilveren Griffel kreeg voor Het geheim van de grot....

Niets is wat het lijkt, niemand is precies zoals je zou denken, en je weet niet wat je weet. Zo is het bij de Engelse jeugdboekenauteur Aidan Chambers. Hij is geen onbekende in Nederland: hij kreeg in het verleden twee keer een Zilveren Griffel. Zijn nieuwste roman Niets is wat het lijkt speelt zich grotendeels in Amsterdam af. Het lijkt een verhaal over drie jongens die vriendschap sluiten, maar het gaat over vrouwen. Niets is wat het lijkt.

Praten met Chambers is alsof je een aangenaam privé-college krijgt over literatuur. Hij daagt je uit, hij houdt je bij de les, en hij overhoort wat je er ervan hebt opgestoken. Hij spreekt zijn bewondering uit voor Iris Murdoch, auteur en filosoof beide. Hij doet alsof het een beperking is dat hij 'alleen maar' de literatuur heeft als voertuig voor zijn ideeën, maar dat riekt naar valse bescheidenheid.

Chambers maakt in zijn boeken waar wat hij in theorie belijdt: dat het de taak van de scrhijver is om de menselijke ervaring te onderzoeken. 'Er is niets mooiers dan lezen over alledaagse dingen, mits die ervaringen goed zijn opgeschreven.'

Eén van de alledaagse dingen die Chambers in zijn werk onderzoekt is seksualiteit. Hij schrijft er uitgesproken openhartig over, maar hij bestrijdt de stelling dat seks al te expliciet aanwezig zou zijn in zijn verhalen. 'Laten we wel wezen: in je late tienerjaren ben je allemaal gepreoccupeerd met seks, je zou niet normaal zijn als het niet zo was. In een roman over een jongen in de late twintigste eeuw kun je seks als onderwerp niet uit de weg gaan. Maar als ik seks beschrijf, is het met een doel, niet om te provoceren. In Niets is wat het lijkt masturbeert Jacob de ochtend nadat hij een leuk meisje heeft ontmoet. De scène is een rustpunt in het verhaal. Jacob onderzoekt niet alleen zijn eigen lichaam, maar ook de aard van zijn verlangens. Hij wordt stapelverliefd op het meisje, maar heeft ook een seksuele fascinatie voor Chris, de homoseksuele jongen met wie zijn biseksuele neef Daan een verhouding heeft.'

Niets is wat het lijkt verbindt het heden en het verleden, de recente geschiedenis en de tijd van de jongeren nu. 'Ik hou niet van historische romans', zegt Chambers. 'Ik vind ze onecht omdat het onmogelijk is je in het bewustzijn van mensen die lang geleden leefden, te verplaatsen. Daarom zijn in dit boek de betrekkingen tussen kleinkinderen en grootouders een belangrijk thema. Je kunt in de geschiedenis teruggaan tot de levens van je grootouders of misschien je overgrootouders. Het gaat erom dat ze nog in leven moeten zijn en zelf over hun ervaringen kunnen rapporteren. Verder terug kun je niet gaan. De relatie met je grootouders is belangrijk voor je historisch besef. Het is bovendien vaak een vormende relatie. Gelijkenissen slaan dikwijls een generatie over. Ik lijk bijvoorbeeld erg op de moeder van mijn vader. Zij was een enorme snob. Dat ben ik ook.'

De enige manier om kennis te nemen van het bewustzijn van mensen uit lang voorbije tijden is lezen wat toen geschreven is. 'Dat maakt dagboeken interessant. Dankzij het Dagboek van Anne Frank weten we iets over het bewustzijn van een veertienjarig meisje in de Tweede Wereldoorlog. Zij was een echt mens en toch bestaat zij alleen nog in geschreven tekst.' Anne's dagboek is voor Jacob, de hoofdpersoon in Niets is wat het lijkt, een soort houvast. Hij is bijna verliefd op Anne, die toch meer de leeftijd van zijn opa - soldaat Jacob - heeft maar op papier voor eeuwig een bakvis zal blijven.

Die ervaring, het gevoel dat je een auteur kent, is vergelijkbaar met wat je met een bepaalde plaats kunt hebben. Chambers kent beide ervaringen, hij heeft ze verwerkt in zijn boek. Hij kwam voor het eerst in Amsterdam, toen hij in 1985 een Zilveren Griffel in ontvangst nam voor zijn kinderboek Het geheim van de grot. 'Ik ben geen stadsmens', zegt hij, 'maar van Amsterdam ben ik meteen gaan houden. Het is als met verliefd worden. Je kunt er heel veel over zeggen, maar het blijft iets waar je niet je vinger op kunt leggen. Amsterdam voelt voor mij behaaglijk en toch spannend. Het is een stad met mannelijke en vrouwelijke kwaliteiten. Het is een heel erg sexy stad, op een nonchalante manier. Een tweede thuis? Nee, ik ga er niet wonen. Zeg nou zelf, wat is leuker, een huwelijk of een affaire? Met Amsterdam heb ik een affaire. Dat wordt nooit voorspelbaar, blijft opwindend.'

Chambers heeft tijdens zijn veelvuldige bezoek aan Nederland hechte vriendschappen opgebouwd. Juist omdat het daardoor voor de hand lag dat hij eens een roman in Amsterdam zou situeren, voelde hij aanvankelijk weerstand bij dat idee, maar alle lijntjes die hij voor zijn verhala bedacht, kwamen in Amsterdam uit en hij toen ging overstag. Het was alleen de kunst om de clichés waarmee de stad vaak wordt beschreven, te vermijden: de drugsscene, de Wallen. 'Het zou best kunnen dat Jacob tijdens zijn verblijf in Amsterdam naar de hoerenbuurt is geweest, maar we weten het niet omdat het niet van belang is voor het verhaal.'

Niets is wat het lijkt vormt het vijfde deel van een zesdelige reeks romans. Vrouwen nemen het over van de mannen, meent Chambers. In het echt en in zijn boeken. De reeks nam een aanvang met Verleden week (1979). 'In dat boek was het meisje een puur mannelijke fantasie, een soort Helena van Troje. Het meisje in Je moet dansen op mijn graf (1985) is ook niet een centraal personage maar slechts een helpende figuur. Julie uit Nu weet ik het (1990) is wel een echte vrouw, maar zij heeft in het hele verhaal letterlijk geen handen, terwijl voor mij handen en ogen het belangrijkste aan een persoon zijn. Als dat niet goed is, vergeet het dan maar. In De Tolbrug (1993) neemt Tess het verhaal letterlijk over omdat ze vindt dat de hoofdpersoon het niet goed vertelt. En nu, in Niets is wat het lijkt gaat het meer om de vrouwen in het verhaal dan om wat de drie jongens beleven. Het ''boek'' binnen het boek is geschreven door de stervende, oudere vrouw Geertrui.'

De ontwikkeling die Aidan Chambers in zijn werk signaleert, is de weerslag van een verandering in het bewustzijn die zich de afgelopen vijftig jaar heeft voorgedaan. Hij bedoelt daarmee niet alleen een verandering in hemzelf, maar in ons hele wereldbeeld. 'De hele wereld behoort aan de vrouwen. De meisjes hebben altijd meer van de jongens geweten dan de jongens over zichzelf.' Chambers nuanceert die stelling onmiddellijk: 'Ik doel op vrouwelijke eigenschappen, kwaliteiten. Kwaliteiten die mannen ook kunnen hebben. In onze perceptie van de wereld worden die kwaliteiten steeds belangrijker, in hoe wij met elkaar omgaan, in wat wij waardevol achten. Taal is een vrouwelijke activiteit. Maar ik hou niet van z'n onderscheid; het aanbrengen van dergelijke scheidslijnen vind ik typisch mannelijk.'

Het zesde en laatste deel van de reeks begint al vorm aan te nemen. 'Bij het schrijven dacht ik ineens: mijn god, het is een meisje!', vertelt Chambers. Het wordt een boek over vrouwelijk bewustzijn, het boek ís een vrouw. 'Ik hou nu al van haar. Ze is geen gemakkelijke dame, ze is heel manipulatief, maar ik hou van haar.' Het boek, deze vrouw, trekt aan hem, voor Chambers een verontrustend gevoel. 'Het wordt de laatste keer dat ik dat terrein bezoek, de laatste keer dat ik over die mensen schrijf. Alsof je weet dat bepaalde mensen dood zullen gaan en je nog een laatste vakantie met hen doorbrengt. Het maakt me vaak heel verdrietig.'

Uitgeschreven is hij daarna niet, zeker niet. 'Hierna komen mijn oudemannenboeken.'

Zijn die ook bedoeld voor jeugdige lezers?

'Dat lijkt mij haast niet. Maar misschien ook wel. Het maakt mij niet uit wie mijn boeken leest, als ze maar gelezen worden.'

De samenstelling van zijn publiek is niet iets wat Chambers bezighoudt. Hij maakt onderscheid tussen schrijvers ('writers') en auteurs ('authors'), wij zouden zeggen tussen literaire en niet-literaire schrijvers. 'Iedereen die vijfhonderd woorden over een onderwerp op papier kan zetten is een schrijver', zegt hij. 'Zo'n schrijver is gericht op zijn publiek. Een author is dat niet. Die is volkomen gericht op het werk. Literatuur, als kunstvorm, gaat niet over lezers maar over het scheppen van een object. Een auteur is iemand die durft te vertrouwen op de richting waarin het verhaal hem meeneemt. Je moet leren leven met het boek dat je schrijft, al is dat vaak niet het boek dat je voor ogen stond.'

Boeken zijn vermommingen, stelt hij. 'We praten met elkaar over personages, maar eigenlijk hebben we het over onszelf. De essentie van schrijven is je vinger te krijgen achter wat ongezegd blijft. In een boek blijft heel veel ongezegd, het is aan de lezer om dat in te vullen. Kunst moet ervaringen in kaart brengen. Het leert ons hoe we moeten zijn wat we willen zijn. Er is nog veel onontgonnen gebied.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden