Interview

'De wandaden van de Indonesiërs moeten ook onderzocht worden'

Van de onafhankelijkheidsstrijd kennen de Indonesiërs alleen de eigen heldendaden. Historicus Abdul Wahid wil ook de wandaden onderzoeken.

Chinese wijk in puin na actie in Palembang, Zuid-Sumatra. Beeld Spaarnestad

De geschiedschrijving van de 'Indonesische revolutie' is blijven steken in heroïsche heldenverhalen, zegt de Indonesische historicus Abdul Wahid (39) bij een bezoek aan het Nationaal Archief in Den Haag. Van de eigen wandaden hebben zijn landgenoten geen idee. Hij wil de eigen revolutie beschrijven en hij heeft haast. De laatste getuigen zijn nu nog net in levenden lijve te horen.

Slechte mensen

Wahid is universitair docent aan de Gadjah Mada Universiteit in Yogyakarta. Hij promoveerde vorig jaar in Utrecht op de hervorming van het koloniaal belastingsysteem. Sindsdien richt hij zich op het gewelddadige verleden van Indonesië. 'We moeten veel meer van de geschiedenis weten om te begrijpen waarom er toen zoveel geweld was. Nederland heeft de Excessennota uit 1969. Voor zover ik weet, is die nooit vertaald. Vreemd. Voor ons begrip van de geschiedenis is die kennis belangrijk. We kunnen ons blijven opwinden over het feit dat Nederland weigert 17 augustus 1945 te accepteren als onze Onafhankelijkheidsdag. Maar waarom zou je dat doen? Het is niet ons probleem, zeg ik mijn studenten. Wij hebben belangrijkere dingen te doen.'

Wahid groeide op nabij de stad Cirebon op West-Java. Net als elders in Indonesië werd de onafhankelijkheid er uitbundig gevierd met rituelen en ceremonies. Op de avond voor Bevrijdingsdag schaarde iedereen zich rond de ouderen, die verhaalden over de oorlog, de bezetting en vooral over hun eigen heldendaden. Ze keken naar de films op het ene tv-kanaal dat Indonesië rijk was. 'Die strijders waren onze idolen, mensen die alles voor het land over hadden. Rolmodellen, belangrijk voor ons nationale bewustzijn. We groeiden met ze op.'

Tot zijn verbazing viel de Chinese bevolkingsgroep buiten elke vorm van verering. Het zijn slechte mensen, werd beweerd. Ze werden gehaat. Begrijpen deed hij die aversie niet. Thuis hadden ze andere ervaringen. De Chinese handelspartners van zijn vader waren aardige mensen, wiens religieuze feesten ze respecteerden. Hij ging op zoek naar een verklaring, waarmee zijn passie voor de nationale geschiedenis was geboren.

De haat voor de Chinezen stamt uit de koloniale tijd, toen het politieke systeem raciaal was, ontdekte hij. Boven aan de ladder stonden de Europeanen, onderaan de Indonesiërs. De Chinezen hingen ertussen. Ze werden ingezet als vooruitgeschoven posten van de koloniale machthebbers. 'Voor de gewone Indonesiër leek het of zij aan de touwtjes trokken. Zij verkochten op de markt, hadden winkels, inden belastingen en hadden de media in handen. Dat heeft de haat gevoed.'

Beeld Julius Schrank

De razernij

Toen Japan in 1945 capituleerde, koelden de Indonesiërs hun woede niet alleen op Europeanen - van wie velen nog in kampen zaten - maar ook op Indische Nederlanders en vooral op Chinezen. Nooit is precies vastgesteld hoeveel mensen er werden vermoord. Hun aantal moet in de duizenden lopen. De razernij, in Nederland beter bekend als de 'Bersiap-periode', duurde een paar maanden.

Bersiap betekent 'Wees Paraat'. Voor Indonesiërs was het de oproep het eigen land en de door Soekarno uitgeroepen onafhankelijkheid te verdedigen. Nederland stond klaar om de koloniale orde te herstellen.

Wahid: 'Volgens onze nationale geschiedenis verenigden alle Indonesiërs zich. Maar het lag veel gecompliceerder. Er waren grote etnische en ideologische verschillen. Mensen die in de koloniale periode een goede positie hadden gehad, wilden de oude macht terug. De meerderheid vocht voor de eigen staat. Ik noem de militairen die waren getraind door Japanners, paramilitairen en linkse groeperingen. In 1948 namen communisten de macht over. Soekarno onderhandelde met de Nederlanders en dat was tegen hun zin. Zij eisten honderd procent Merdeka - vrijheid en macht.'

De Amerikanen kozen de kant van de Indonesische Republikeinen, terwijl Nederland militairen stuurde en een oorlog begon. Den Haag sprak verhullend over 'politionele acties'. In Indonesië noemden ze die acties bij hun naam: 'Agresi Militer Belanda'. Wahid: 'Het was een cruciale periode voor Indonesië. Toen is een overgang gemaakt van een koloniale naar een onafhankelijke macht. Indonesië werd als natie geboren. Maar hoe Indonesië die onafhankelijkheid in al haar facetten heeft verworven, staat niet in onze schoolboeken. We kennen alleen de heroïek en dat is het. Wij hebben geen antwoord op de vraag waarom Indonesië de staat werd die hij nu is.'

De tijd dringt, zegt Wahid, met name voor het horen van getuigen. 'De generatie die het heeft meegemaakt, is nu in de 80. Nederland en Indonesië moeten samenwerken en alle getuigen horen. Ze moeten zich niet laten hinderen door politieke emoties. Onlangs kreeg ik een vraag over seksueel geweld. Ik vertelde toen dat paramilitairen niet alleen de geiten en koeien opeisten in de dorpen die ze aandeden, maar ook de meisjes. Althans, dat is het verhaal. Het bewijs ontbreekt nog.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden