De vroegste moderne mens komt uit Marokko, wat vinden Marokkanen daar eigenlijk van?

'Deze schedel vertegenwoordigt een enorme waarde'

Marokkanen zijn trots dat de vroegste moderne mens bij hen is gevonden. Misschien vaart hun land er wel bij. Maar hoe passen ze deze vondst in het scheppingsverhaal?

Jebel Irhoud in West-Marokko, vindplaats van de ruim 300duizend jaar oude schedel. De archeologische opgravingen worden beschermd met wit afdekzeil. Foto Alan Keohane

'Het is de grootste trots van mijn leven.' Abdelsalam Fikri (64), nog maar enkele tanden in zijn mond, woont in een huis van stenen die met leem aan elkaar zijn geplakt. Het zijn een paar vertrekken rond een binnenplaats van platgestampte aarde. Bij binnenkomst verdwijnen de vrouwen naar een afgeschermd gedeelte links, de gastenkamer voor de mannen is rechts.

Achter dat huis ligt Jebel Irhoud, de plek waar de oudste overblijfselen ooit zijn gevonden van de homo sapiens: schedels en kaken van 315 duizend jaar oud. De vondst, in juni gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Nature, werd wereldnieuws.

Zo keerde het nieuws ook terug tot Jebel Irhoud, gelegen tussen Marrakech en de Atlantische Oceaan. 'Iedereen uit de omgeving kwam kijken', zegt Fikri. De mensen klommen de berg op waar hij al zijn hele leven doorbracht. 'Zoiets gebeurt niet elk jaar. Hier geldt de routine van het leven van een oud-arbeider als ik.'

Fikri was erbij toen een van de schedels werd gevonden. 'Het is maar een simpele steen, uit materieel oogpunt', zegt hij. Gelijk heeft hij: de schedel is vastgekoekt aan een stuk rotsblok en haast niet te herkennen als menselijk materiaal. 'Maar hij vertegenwoordigt een enorme waarde', stelt de oude man vast.

(Tekst gaat verder onder afbeelding).

Ethiopië

Tot nu toe werd gedacht dat de vroegste moderne mens in Ethiopië, of in elk geval in Oost-Afrika, was ontstaan. Die theorie moest door de vondsten in Marokko worden bijgesteld. Het idee is nu dat vroege mensen verspreid over heel Afrika opkwamen - maar wel honderdduizend jaar eerder dan tot nu toe werd aangenomen. Ze vormden samen een grote populatie. De Sahara bestond nog niet, het was daar eerder savanne-achtig, dus de stammen konden met elkaar in contact staan. 'Heel Afrika was een hof van Eden', zeggen de wetenschappers die over de vondst in Marokko publiceerden.

Jebel Irhoud is als een luikje waardoor we een blik op die paradijselijke tuin kunnen werpen. Hoe leefde de mens daar in zijn prilste dagen? En wat betekent de vondst voor zijn hedendaagse nazaten?

Het in Jebel Irhoud gevonden schedeldeel. Foto epa

Triomf

Veel Marokkanen vierden de ontdekking van de vroegste mens binnen hun landsgrenzen als een triomf. 'We zijn allemaal Marokkanen!', klonkt het op sociale media. Vooral Marokkanen die zijn geëmigreerd wreven zich in de handen. 'Ze hebben ontdekt dat de Marokkanen de basis van de basis van de basis zijn', ratelde de Marokkaanse humorist Amine Radi, die in Parijs woont, in een filmpje. Om te eindigen met: 'Het belangrijkste is dat de echte immigrant Marine Le Pen is!'

Velen vonden dat een mooie gedachte: dat zélfs Donald Trump en Marine Le Pen uiteindelijk Marokkanen zijn.

De Marokkanen vinden de ontdekking dus een enorme eer, maar was de vroegste mens werkelijk zo'n held? Het enige wat hij wist te vervaardigen was bedoeld om te doden of om in stukken te hakken. Hij maakte werktuigen van kwartsiet en van vuursteen, dat hij een eindje verderop vond in een rivier. Vooral krabbers maar ook mesjes en puntige stenen, die misschien werden gebruikt op een pijl of speer.

Jebel Irhoud

De grot van de vroegste mens bevindt zich halverwege de berg Jebel Irhoud. Als hij naar buiten stapte, keek hij uit over een uitgestrekt vlak land, een savanne waarin destijds gazellen en gnoes graasden en leeuwen op de loer lagen. De vroegste mens zocht struisvogeleieren om te eten. Gazellen waren zijn belangrijkste prooidier. 'Hij kan dus niet stom zijn geweest', zegt Abdelouahed Ben-Ncer, de belangrijkste Marokkaanse paleo-antropoloog van het onderzoek, in zijn kantoor in Rabat. 'Gazellen hebben een snelheid van 45 kilometer per uur. Hij had het genie om die te pakken te krijgen.'

Door toedoen van zijn nazaten is het landschap inmiddels onherkenbaar veranderd. De berg van de vroegste mens, met stenen die er als grote schubben op liggen, is bezaaid met geitenkeutels. Het enige wat er wil groeien is stekelig. Voor de rest hebben schapen en geiten alles kaalgevreten.

Abdelsalam Fikri (tweede van links) drinkt muntthee met zijn neef Abdeljabbar El Âariss (rechts naast hem) en archeoloog Saïd Chemsi (uiterst rechts). Links een kleinzoon van Fikri. Foto Alan Keohane

Mentaliteit

Het heeft te maken met de Arabische mentaliteit, verklaart Saïd Chemsi, een 41-jarige archeoloog uit de nabijgelegen stad Safi, die optreedt als gids. De Arabieren zijn veehoeders, geen boeren. Ze zijn niet gewend te zaaien en te planten. Daardoor wordt het steeds kaler. Zelfs de cactussen, de laatste planten die hier wilden groeien, hangen er mistroostig bij, aangetast door een schimmel. Alleen in het dal is een zweem groen te zien, die het water van een rivier verraadt.

De aarde is een graf van vergeten mensen. Ook de vroegste mens lag na zijn overlijden ruim driehonderdduizend jaar ongestoord in zijn grot. Toen kreeg de hedendaagse mens behoefte aan het mineraal bariet. Met explosies en pikhouwelen werd de eeuwige rust van de vroegste mens verstoord. Ook nu nog is de andere helft van de berg een steengroeve. Op de top is te zien hoe stenen worden afgevoerd voor de nieuwe haven van Safi.

In het jaar 1961 stond de vroegste mens plotseling oog in oog met een mijnwerker. Een tweede exemplaar werd in 1962 uit de grond gehaald door een archeoloog. Die blies, 'voor het gemak bij de exploitatie en voor de veiligheid', het dak van de voormalige grot weg met explosieven - een lage dosis, verzekerde hij in zijn wetenschappelijk verslag, om de archeologische laag te sparen.

Archeologen van nu gruwen ervan. Zij werken met een penseeltje. 'De prehistorie is langzaam', zegt Saïd Chemsi, zelf gespecialiseerd in de archeologie van de Middeleeuwen en de moderne tijd. 'Er zijn aardbevingen geweest of overstromingen. Al die fenomenen moet je als archeoloog proberen te begrijpen.' En daarbij telt elk korreltje zand.

Eerst werd de vroegste mens nog aangezien voor een neanderthaler. Daar kwam men later van terug: zijn gezicht was te plat, het voorhoofd te hoog, het gebit leek meer op dat van de moderne mens, de grote ruimte na de laatste kies ontbrak. Toen er eenmaal overeenstemming bestond over het feit dat dit een homo sapiens moest zijn geweest, bleef er een grote vraag over: hoe lang geleden leefde hij? Met dat doel begon er in 2004 een nieuwe opgravingsexpeditie.

In 2007 werd opnieuw een schedel gevonden. Een derde exemplaar van de vroegste mens keek op een dag in april recht in het gezicht van professor Abdelouahed Ben-Ncer, de paleo-antropoloog uit Rabat. 'Het veldwerk was bijna klaar', herinnert Ben-Ncer zich. 'Nog een paar dagen. En toen was daar plotseling die schedel. Alsof hij wilde zeggen: hallo, jullie mogen nog niet weg. We hebben toen nog twee weken extra gewerkt.'

De schedel was vastgekoekt aan een stuk rots en van boven platgedrukt door het gewicht van de aarde waaronder hij begraven lag. Vlakbij lag een onderkaak, met glanzend witte tanden, alleen de voortanden waren afgesleten. 'Hij scheurde daar vlees mee af', weet Ben-Ncer.

Museum

De vroegste mens eindigde in het Museum van de Geschiedenis en de Beschavingen in Rabat; kort geleden heette het nog het Museum van Archeologie. Met zijn grote, holle ogen kijkt de vroegste mens nu uit op de kunst die zijn nazaten zouden gaan maken: een koningsbeeld van marmer, bronzen beeldjes van acrobaten, gladiatoren en Venus. Schuin achter hem zelfs een kleine bronzen gazelle, het beest dat hem ooit zo goed smaakte.

'We gaan door met opgraven', vertelt Ben-Ncer. 'Het doel is meer fossielen en werktuigen te vinden en zo de collectie compleet te maken. Dan kunnen we een expositie inrichten. Of een museum. We zouden de vindplaats toegankelijk kunnen maken voor het grote publiek. Het zou dan nationaal erfgoed moeten worden. Of zelfs werelderfgoed, waarom niet?'

'Wezen voor Adam'

Eenmaal boven de grond stuitte de vroegste mens niet alleen op het team wetenschappers, maar ook op de leer zoals die verkondigd is door de profeet Mohammed. Hij was de grot nog niet uit of hij keek uit op een dal met her en der een moskee. Zelfs in het gehucht van Abdelsalam Fikri, een paar woningen groot, staat een moskee in kapelformaat.

Hoe kan een moslim het idee dat de mens niet al te lang geleden is geschapen door God rijmen met de vondst van die zo ontzettend veel oudere voorouder? Saïd Chemsi, de archeoloog uit Safi, dacht lang na over dat vraagstuk. Hij las erover, onder meer de boeken over de moderne islam van de Franse filosoof Abdennour Bidar. 'Ik geloof in de wetenschappen en in de heilige Koran', zegt hij. 'De evolutietheorie van Darwin klopt, maar de Koranverzen waarin staat dat de oorsprong van de mens bij Adam ligt ook.'

Wat er volgens Chemsi gebeurde: toen Adam zijn entree op aarde maakte, werd de prehistorische mens uitgeroeid. 'Dit is een wezen van voor Adam', zegt hij stellig. 'Vanuit mijn optiek zouden we de mensen van tegenwoordig, de afstammelingen van Adam, de naam homo sapiens adamien moeten geven, als onderscheid met de homo sapiens sapiens.'

Adam was namelijk meteen perfect, denkt Chemsi. Daarom kan de mens uit Jebel Irhoud geen afstammeling van Adam zijn. Hij ziet er niet exact zo uit als wij. Zijn schedel is net iets anders - uitgerekt van achteren, zoals bij neanderthalers.

Bovendien is de vroegste mens domweg te oud. Chemsi laat een stamboom zien van de profeten. Daaruit blijkt dat Adam, de eerste profeet, 10.924 jaar geleden heeft geleefd. 'Het verschil met de mens van Jebel Irhoud, die 315 duizend jaar geleden leefde, is te groot.'

Volgens Saïd Chemsi staat het zelfs allemaal in de Koran. 'God creëerde een 'khalifa' op aarde. Dat is vaak vertaald als vertegenwoordiger. Maar een andere vertaling is 'opvolger'. Volgens mij wordt bedoeld dat Adam en zijn nakomelingen de opvolgers van die eerdere mensen zijn. De Koran heeft veel verborgen betekenissen, en het is aan ons om die waarheid te vinden.'

Ook aan de voet van de berg waar de vroegste mens leefde bestaat volop goede wil om Koran en evolutietheorie in elkaar te passen. Een neef komt het huis binnen, de druppels zweet druipen van zijn voorhoofd. Hij gaat zitten op de kleurige kleden op de grond en krijgt een kop muntthee met veel suiker, al was het maar om wakker te blijven in de hitte.

'Ik heb daar al over nagedacht', zegt Abdeljabbar El Âariss (31), zoals de neef heet. 'Als dit een van de vroegste mensen is, moet het een afstammeling zijn van Adam.' Hij rolt over de grond van het lachen als iemand oppert dat Adam en Eva misschien ter hoogte van Jebel Irhoud op aarde zijn gezet. 'Nee, dat is in het Midden-Oosten geweest. Pas zijn nakomelingen zijn naar Marokko gekomen.'

Abdeljabbars oom, Abdelsalam Fikri, denkt juist, net als Chemsi, dat de vroegste mens van vóór Adam is. 'Hij heeft alle records van de wereld gebroken, hij is ouder dan alle profeten', overweegt hij. Hoe zich dat verhoudt tot de Koran? 'Daar moeten we de tijd voor nemen. We moeten ons bezinnen op de teksten over Adam.'

'Miskende regio'

Misschien worden de mensen die hier nu leven ook nog eens ontdekt en uit de vergetelheid gehaald. De geschiedenis van de vroegste mens leert dat het daarvoor nooit te laat is. De vondst van zijn beenderen heeft de hoop bij de hedendaagse mens aangewakkerd.

'Dit is een miskende regio', zegt Abdelsalam Fikri. 'Maar nu kunnen we mensen gaan ontvangen afkomstig uit de vier hoeken van de wereld.'

Fikri laat zijn schapen zien, die zenuwachtig bij elkaar dringen. De tijd dat hij werk had als mijnarbeider is voorbij. Hij is terug bij de veeteelt.

'We wachten op de staat', zegt Fikri. 'Die moet infrastructuur gaan aanleggen. Een picknickplaats voor toeristen, betere wegen, buslijnen. Een hotel. Heel Marokko moet hier kunnen komen.'

El Âariss wuift zich wat koelte toe met een pet, ook om de vliegen op afstand te houden. Je hoort alleen hun gezoem en een paar mekkerende geiten in de verte. 'We hopen dat de hoge verantwoordelijken nu naar deze regio zullen omkijken. Dat er ontwikkeling komt', zegt hij. 'Misschien kan er een museum komen.'

En dan, hoopvol: 'Heel de wereld identificeert zich nu met Jebel Irhoud. Mij zou het niet storen als dit een regio van massatoerisme werd.'

Land van de vroegste mens

Niet ver van Jebel Irhoud, de berg waarop de vroegste mens leefde, ligt natuurreservaat M'Sabih Talaa. Het landschap lijkt er wat meer op dat in de prehistorie. Het hek trekt een scherpe grens: erbuiten is het kaal, schapen en geiten knagen aan de laatste eetbare planten. In het reservaat is het savanne-achtig: grasland met af en toe een boom of struik. Hier leeft de laatste wilde groep dorcasgazellen van Marokko, zo'n honderd dieren. Gazellen waren het belangrijkste prooidier voor de vroegste mens.