column Hoogleraar Marleen Kamperman

De verdeling van wetenschapsgeld is zo oneerlijk, laat een bingomolentje voortaan bepalen wie een beurs krijgt

Ik zit in een commissie. We mogen beurzen uitdelen, geld voor onderzoek. Acht wetenschappers maken we blij. Acht van meer dan dertig gegadigden. Voor ieder feestje dat we veroorzaken sturen we ook drie mensen naar de apotheek voor antidepressiva.

Zo’n commissie neemt haar taak serieus. We lezen onderzoeksvoorstellen, bekijken cv’s, overleggen ons een ongeluk. We maken ons er niet van af door op elk cv alleen maar naar het rijtje publicaties te kijken. Uiteindelijk dienen we allemaal onze persoonlijke rangschikking in. Kwamen in de bovenste regionen van al die rangschikkingen niet meer dan acht verschillende namen voor dan zou de zaak beklonken zijn. Maar helaas. Sommige top 8-en wijken op acht punten af van andere top 8-en, sterker, er zijn combinaties van drie top 8-en die meer dan twintig verschillende namen opleveren.

Onze lijstjes gaan in de computer, er wordt een rekenmodel op losgelaten, er komt een generale rangschikking uit. De verschillen zijn klein, zo klein dat een beetje statisticus de vloer zou aanvegen met wat voor conclusie dan ook op basis van deze reeks cijfers. Over één of twee kandidaten die wel, en twee of drie kandidaten die geen geld krijgen, zijn de meeste commissieleden het eens. Daartussenin heerst duisternis en computergestuurde willekeur. Ik zou nummer tweeëntwintig niet eens naar eer en geweten kunnen uitleggen waarom hij geen geld krijgt, laat staan nummer negen. Een andere commissie zou met een totaal andere rangschikking komen, dat staat buiten kijf. Meer nog, als dezelfde commissie over een maand dezelfde onderzoeksvoorstellen opnieuw beoordeelt, komt er ook iets anders uit.

Goed, dat was de intro. Dan komt nu mijn punt. De verdeling van wetenschapsgelden door middel van beurzen is een ondoorzichtige, oneerlijke, te veel door toeval gestuurde aangelegenheid. We proberen met z’n allen echt wel het juiste te doen – commissie, richtlijn, rekenmodel – maar in de praktijk steken we veel tijd en energie in niet meer dan een schijn van objectieve eerlijkheid. Je kunt net zo goed, nee, beter loten, dat valt tenminste uit te leggen. Laat een commissie het kaf van het koren scheiden, al te gammele voorstellen ertussenuit filteren, en gooi de rest in een bingomolentje. Dat is arbitrair, zeker, maar eerlijker en duidelijker dan hoe het nu vaak gaat.

Een voordeel van loten is bovendien dat beurzen veel van hun overdreven prestige verliezen. Een goede zaak, dat beteugelt het mattheuseffect (wie eenmaal een beurs op zijn cv heeft staan, krijgt eerder een tweede beurs, enzovoort). Je zou op je cv kunnen vermelden dat je voor een bepaalde beurs hebt geloot. Gekregen of niet, dat zet je er niet bij. Iedereen begrijpt dat je je niet hoeft te laten voorstaan, zoals nu wel gebeurt, op iets wat grotendeels door onberekenbaar toeval is bepaald.

Marleen Kamperman is chemicus. Ze is hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen en ontwikkelt nieuwe materialen, waarbij ze zich laat inspireren door de natuur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden