De unieke methode voor gezichtsherkenning van de Stasi's

Ver voordat hightech als irisscans werd ingezet bij de grensbewaking, werkte de Stasi al aan een unieke methode voor gezichtsherkenning. Het verhaal van een grenswacht die het IJzeren Gordijn in zijn eentje nóg steviger wilde maken.

Beeld Taschen /collectie Wende Museum

Nazomer 1961. De Berlijnse muur is nog geen maand oud en de bewoners van de stad beginnen zich langzaamaan te realiseren wat die voor hun leven zal betekenen. Voor Thomas Müller, een jonge arts in een kliniek in Oost-Berlijn, is het een ramp: hij kan niet meer naar de West-Berlijnse universiteit waar hij geneeskunde studeert. Hij besluit te vluchten. Met de identiteitskaart van Bernhard Schuster, een West-Duitser die sterk op hem lijkt, wandelt hij Checkpoint Charlie binnen, de grenspost in het centrum van Berlijn, in de hoop als Herr Schuster de grens over te kunnen steken.

De beambte achter het loket werpt een scherpe blik op Thomas, op zijn valse papieren, en weer op hemzelf, en zegt dan, tot Thomas' afgrijzen: 'Maar u bent toch Herr Schuster niet? U bent dokter Müller van de polikliniek in Pankow, ik ken u!' Thomas wordt ingerekend en veroordeeld tot twee jaar gevangenis wegens Republikflucht, vluchten uit de DDR, wat werd gezien als desertie.

Had Müller niet de pech gehad dat de beambte hem eerder in het ziekenhuis had gezien, dan had zijn vluchtpoging best kans van slagen gehad. Want terwijl mensen gezichten die ze eerder gezien hebben over het algemeen vrij makkelijk herkennen, zijn onze hersens niet goed uitgerust om totaal onbekende gezichten te matchen met een pasfoto.

Het is het tijdloze probleem van paspoortcontroleurs overal ter wereld, maar voor de DDR-regering was het extra prangend. Ondanks de bouw van de Muur vertrokken in de jaren zestig jaarlijks duizenden inwoners 'illegaal' uit de DDR. Velen van hen werden geholpen door West-Duitse handlangers.

Müllers verhaal komt van zo'n West-Duitser, Burkhart Veigel. Veigel hielp naar eigen zeggen 650 mensen de grens over, van wie een groot aantal met vervalste paspoorten. Hoe het met Müller is afgelopen, weet hij niet. Veigel vertelt via e-mail dat hij al gauw overstapte op andere vluchtstrategieën, omdat de valse paspoort-methode in Berlijn haast ondoenlijk werd: de grenscontroles werden in rap tempo aangetrokken.

In 1964 kwam de paspoortcontroledivisie onder direct bevel van de beruchte Stasi. Die begon de controleurs te trainen in het opsporen van identiteitsfraude.

Een van die controleurs was Peter (76). Hij wil niet met zijn achternaam in de krant; Peter loopt niet graag te koop met zijn Stasi-verleden. Zijn buren vertelt hij dat hij in de tandtechniek heeft gewerkt. Hij werd geboren in de oorlog als zoon van een soldaat die sneuvelde aan het Russische front, en groeide op in het door oorlog verwoeste Dresden. Het optimisme van de socialistische jeugdliederen won hem voor de DDR. 'Na die verschrikkelijke oorlog wilden we de wereld verbeteren', vertelt hij, zestig jaar later, in zijn kleine Sovjetflat in een Berlijnse buitenwijk. Na een opleiding aan een Stasi-college werd hij in 1975 gestationeerd op de beroemdste grensovergang in de Muur: Checkpoint Charlie. Hij zou er als hoofd van de paspoortcontroledivisie veertien jaar lang de grens bewaken. Het werd zijn levenswerk de controles te perfectioneren.

Beeld Taschen/collectie Wende Museum

Aan de manier waarop Peter erover praat zie je hoe zintuiglijk zijn werk was. Paspoortcontrole was een kwestie van kijken, ruiken en voelen. Hij wrijft zijn vingers tegen elkaar: 'Je moet de dikte en gladheid van het papier voelen, de ribbels van een stempel, de kleur van de inkt herkennen.' Ook persoonsidentificatie is een intuïtieve vaardigheid. Maar intuïtie, zegt hij, kun je trainen.

Als trainingsmateriaal gebruikte de Stasi criminologische identificatiemethoden uit de jaren dertig. Aan de hand van instructieboekjes vol oren, neuzen, monden en haarlijnen moesten de controleurs leren gezichtskenmerken te herkennen en te classificeren, van borstelwenkbrauw tot Kartoffelnase (aardappelneus).

Maar Peter kwam al gauw tot de conclusie dat die methoden niet goed werkten aan de grens, toegesneden als ze waren op forensisch onderzoek, waarin veel meer tijd is voor identificatie. Paspoortcontroleurs hadden maar enkele seconden, hoogstens minuten, om te beslissen of paspoortfoto en reiziger bij elkaar hoorden.

Ze werkten bovendien onder permanente spanning, vertelt Peter. Op de grens tussen twee mondiale machtsblokken die op permanente voet van oorlog stonden, kon het kleinste incident tot een internationale crisis leiden.

Grenswachten hadden desondanks orders om met scherp te schieten op mensen die probeerden te vluchten. De media aan de westzijde hadden hun kantoor pal naast de grenspost om niets te missen. En zo vlak bij de westerse vijand waren de Oost-Duitsers 'permanent bang voor terrorisme', zegt Peter. 'Er werd constant gecontroleerd op explosieven.'

Dan was er nog de Stasi zelf, die er ook alles in de gaten hield, niet in de laatste plaats zijn eigen medewerkers. Er was geen divisie zo vergeven van Inoffizielle Mitarbeiter, Stasi-informanten, als de grenstroepen. En regelmatig stuurde de Stasi mystery guests met een paspoort van een lookalike langs de grens om de controleurs te controleren.

In deze hogedrukpan eiste de Stasi van de paspoortcontroleurs dat ze foutloze controles uitvoerden. Dat lukte natuurlijk niet. Hoewel door de strenge Berlijnse controles de meeste vluchtroutes verplaatsten naar de Hongaarse en Tsjechoslowaakse grens, bleven er op Checkpoint Charlie mensen tussendoor glippen, zegt Peter. 'Vaak ontdekten we identiteitsfraude doordat iemand een verloren paspoort kwam melden nadat iemand anders daarmee de grens overgestoken was.'

Beeld Taschen/collectie Wende Museum

De controleurs waren extra bedacht op Republikflucht, maar naarmate de jaren verstreken zag Peter ook veel andere redenen voor identiteitsfraude. Een liefje aan de andere kant van de Muur, een verlopen dagvisum. 'De redenen voor fraude waren net zo divers als het leven zelf.'

Dus begon Peter aan zijn project: hij wilde zijn collega's een biometrische blik aanmeten. Checkpoint Charlie werd zijn laboratorium. Hij begon stiekem foto's van nietsvermoedende reizigers te maken, en van hun paspoortfoto's. Met die fotosets van valse en echte matches liet hij zijn collega's oefenen. Hij onderzocht op welke gezichtskenmerken zij het meest letten. 'Dat waren vrijwel altijd de ogen, neus en mond.' Ook dit inzicht verwerkte hij in de training.

Hij leerde zijn collega's gezichten in drie horizontale delen te verdelen, voorhoofd, neus en kin. 'Ik wilde dat het werk goed gedaan werd', zegt hij. Niet uit ideologische overtuiging. Integendeel: hij was er naar eigen zeggen van overtuigd dat ideologie niet bevorderlijk was voor een goede grenscontrole. 'Aan de grens heerste de gedachte dat als je maar recht in de ideologische leer was, je een goede controleur was. Onzin. Ik wilde het wetenschappelijk aanpakken.'

In de jaren tachtig, terwijl in het Westen de basis voor de Schengenzone gelegd werd en in het Oostblok de onrust toenam, werkte Peter gestaag verder aan zijn onderzoek. Ook rond de grenspost rommelde het. Er ging haast geen dag voorbij zonder verstoringen: van dronken Oost-Duitsers die 's nachts eisten doorgelaten te worden naar het Westen, tot westerse demonstranten die bloemen over de grens gooiden of op de grens pisten.

In september 1989 presenteert Peter eindelijk zijn 'objectieve identiteitsleer' aan zijn collega's. De bedoeling is dat de methode standaardtraining wordt voor alle grensposten.

Het loopt anders. In de loop van 1989 zijn al honderdduizenden mensen de straat op gegaan om te protesteren tegen het regime, en het worden er alsmaar meer. Het regime zwicht. Op 9 november ziet Peter thuis op televisie hoe de DDR-politicus Günter Schabowski per abuis aankondigt aan dat de grens per direct open gaat.

Peter haast zich naar Checkpoint Charlie, waar een enorme massa mensen onmiddellijke doorgang eist. Na een paar uur geven de grenswachten toe. De rest is geschiedenis. Zeven maanden na de val van de Muur zijn het de grensmedewerkers van Checkpoint Charlie zelf die de grenspost afbreken.

Beeld Taschen/collectie Wende Museum

Na de Wende biedt Peter de West-Duitse grensbewaking zijn identificatietheorie en trainingsmethode aan. Maar die heeft geen interesse. Omdat ze hun hoop al op computercontroles gevestigd hadden, denkt hij. Maar dat het verenigde Duitsland Stasitechnologie zou overnemen was misschien ook wat onwaarschijnlijk, al zijn claims van wetenschappelijkheid en objectiviteit ten spijt.

Dus verdween zijn werk in het archief. Zijn eigen archief, dat een goed deel van een muur van zijn kleine flat beslaat. Hij beheert het zelf; hij is bang dat het materiaal 'verkeerd geïnterpreteerd' zal worden als West-Duitse historici zich erop storten. 'Geschiedenis wordt geschreven door de winnaars, en wij zijn de verliezers.'

Peter is desondanks trots op zijn werk. Niet dat hij een warm voorstander van de Muur was. Hoewel die volgens hem 'rust' en 'vrede' bracht, ziet hij ook de 'negatieve effecten'. Hij is trots dat hij het volgehouden heeft, die onmogelijke opgave om een ongewenste grens te bewaken.

Met de verkoop van een deel van zijn archief aan het Wende Museum in Los Angeles, ver genoeg verwijderd van het herenigde Duitsland om Peters vertrouwen te genieten, werd zijn identificatietraining definitief een museumstuk. 'De rest van mijn archief blijft hier, in mijn kast, tot het moment waarop Duitsland er klaar voor is. Over twintig jaar misschien.'

Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. fondsbjp.nl

Iron Curtain Project

Een onderzoek in woord en beeld naar de invloed die het voormalige IJzeren Gordijn nog altijd heeft op hedendaags Europa. ironcurtainproject.eu

Beeld Taschen/collectie Wende Museum

Verraste expert

David White, gezichtsherkenningsdeskundige aan de universiteit van New South Wales in Australië, is verrast door de overeenkomsten tussen de Stasi-methode en hedendaagse gezichtsherkenningstrainingen. 'Het lijkt wel of die trainingen in de loop der geschiedenis keer op keer gekopieerd worden.'

White onderzoekt de effectiviteit van zulke trainingen. Die worden veel gebruikt, maar zijn vreemd genoeg nog nauwelijks onderzocht, zegt hij. Algemene uitspraken over wat werkt en wat niet doet hij dus nog liever niet. Maar hij herkent in Peters verhaal een paar trucjes die wel getest zijn. 'Dat classificeren van gezichtskenmerken, een neus als haakneus labelen bijvoorbeeld, heeft geen zin. Er zijn te veel mensen met een haakneus om aan de hand daarvan één individu te identificeren. Wel weer slim is het onderverdelen van gezichten in afzonderlijke vlakken. Ons brein registreert gezichten doorgaans als één geheel, waardoor het vaak allerlei kenmerkende details over het hoofd ziet. Effectieve trainingsmethoden leren je dat soort visuele automatismen te omzeilen.'

Ook de foto-training vindt hij slim. 'Proefpersonen die hebben geoefend, scoren beter, mits ze tijdens het oefenen feedback gekregen hebben.' Wat Peter en collega's in elk geval niet geholpen zal hebben, volgens White, is de stress op Checkpoint Charlie. 'In een recent experiment bleek dat als proefpersonen nerveus zijn, hun gezichtsherkenningsscores snel achteruit gaan.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden