De tulpen bloeien!

Meer dan 1750 soorten narcissen, tulpen en hyacinten bloeien deze weken in de Hortus Bulborum, een internationaal befaamd bollenpark bij Alkmaar....

door Steffie Kouters

CHRIS VAN Keeken en Theo Dijkman gaan in deze tijd van het jaar natu urlijk nog wel naar huis om te eten en te slapen, maar daar houdt het dan ook mee op. 'Onze vrouwen mogen nu niet te veel zeuren. Dat weten ze ook wel, hoor.' Het privéleven moet even wijken; het is momenteel een 'gekkenhuis' tenslotte. De tulpen staan in bloei!

Dijkman: 'Een mens leeft er weer helemaal van op.'

Van Keeken: 'Ik ben absoluut niet gelovig, maar dat er zoiets wonderbaarlijks ontstaat uit zo'n onappetijtelijk knopje, dat vind ik toch wel eh, erg-zeer-mooi.'

'Tulpenmaniakken' noemen ze zichzelf, de 70-jarige gidsen van de stichting Hortus Bulborum in Limmen, in de buurt van Alkmaar. Beiden handelen vroeger in tulpenbollen en hebben hun oude liefde nooit meer kunnen loslaten. 'Wij denken tulp', zegt Van Keeken, over de bloem die aan het einde van de zestiende eeuw vanuit Turkije naar Nederland kwam.

Ruim zeventig jaar geleden zette een Limmense hoofdonderwijzer tuinvakbouw de hortus op, omdat hij het jammer vond dat bepaalde soorten bolgewassen dreigden te verdwijnen. Was het aanvankelijk een privétuin waarin alleen donateurs rondwandelden, inmiddels komen bezoekers en cameraploegen uit de hele wereld af op de hortus - voor dit weekeinde heeft zich weer een clubje Russische filmers aangemeld. Meer dan 1750 verschillende tulpen, narcissen en hyacinten bloeien er tussen begin april en 20 mei, de periode waarin de tuin is geopend.

Op het eerste gezicht ziet de hortus, die nu op zijn mooist is, eruit als een miniatuurbloembollenveld. Charmant, maar verder niks bijzonders. Allemaal rijen felgekleurde blokjes naast elkaar. Sommige bezoekers draaien zich al na vijf minuten om. 'Ik ga er effe achteraan', roept Van Keeken dan. 'Je moet de mensen dingen laten zien die ze zelf niet kunnen zien.'

Vervolgens brengt hij ze naar de oudste tulp ter wereld, die stamt uit 1595, de Duc van Tol Red and Yellow. 'Vierhonderd jaar lang zijn de nakomelingen van zo'n bolletje in de grond gestopt en er weer uitgehaald. Ook in tijden van oorlogen, plunderingen, branden en overstromingen.'

Hij vertelt ze dat de 'superduurste tulp aller tijden', de Semper Augustus, waarvoor in 1637 op de veiling van Alkmaar omgerekend tweeënhalf miljoen gulden is betaald, waarschijnlijk een zieke tulp was. Een virus veroorzaakte de grillige patronen in deze rood-witte bloem. Hij legt ze uit dat tulpen spontaan kunnen 'muteren', dat er tussen een rijtje gele ineens een rode kan opduiken waaruit weer een nieuwe variant geteelt kan worden. 'Na zo'n ontdekking loop je natuurlijk te juichen en te springen. Want het is jouw kind tenslotte.'

Waar zijn passie voor de tulp precies vandaan komt, vindt hij lastig onder woorden te brengen. Misschien omdat het de eerste bloem is die bloeit; het nieuwe jaar begint. Het sneeuwklokje en 'nog wat van die dingetjes' komen natuurlijk eerder op, maar ja, wat is het sneeuwklokje nu helemaal?

De tulp, schrijft Independent-tuinjournaliste Anna Pavord in haar onlangs verschenen tulpenbijbel, is een 'bloem die mensen tot waanzin heeft gedreven'. De gekte bereikte in Nederland een hoogtepunt tussen 1634 en 1637, toen de 'tulpenmanie' heerste en een enkele bol in de windhandel evenveel opbracht als een compleet grachtenpand. 'Uiteindelijk bestaat er geen verklaring waarom de tulp de solide, respectable burgers van Holland zo wist beroeren', stelt Pavord in The Tulip (Bloomsbury, * 110,-). 'Ze waren bezeten, geobsedeerd door deze bloem.'

Pavord, die zes jaar heeft besteed aan haar meer dan 400 pagina's tellende standaardwerk, bracht ook dagenlang door in de Hortus Bulborum. Tot grote trots van Van Keeken en Dijkman. 'Ze is híer geweest. Voor dát boek.'

Van Keeken handelde vroeger voornamelijk met de Engelsen, Dijkman met de Amerikanen. Beide groepen hebben specifieke voorkeuren. Engelsen willen vooral tulpen die vroeg opkomen, met een korte steel. 'De Yankees houden van groot', zegt Dijkman.

Hij herinnert zich een rijke Amerikaan, die helemaal idolaat was van de tulp. Brak de bloeiperiode aan, dat sliep deze bioloog in zijn kas. Naast hem stond een grote wekker. Die stelde hij af op het tijdstip waarop de tulpen zijns inziens water moesten krijgen - ook al was dat vier uur 's nachts. Dijkman ziet deze Amerikaan nog langs een rij tulpen lopen, waartussen zieke exemplaren zaten, met slechts vier bloemblaadjes in plaats van zes. 'No good', prikte hij met zijn wandelstok. 'No good.' Het was een opgave met hem door Nederland te rijden. 'Stop!', riep de Amerikaan, bij elke 'ook zomaar een rode' tulp in een voortuintje. 'Vraag welke soort dat is.'

Aan het einde van de hortus staan de favoriete tulpen van Amerikanen, de Darwinhybriden, gekweekt in de Tweede Wereldoorlog. De tulpenhandel lag stil. 'Behalve dat de mensen de bollen opaten', zegt Van Keeken. De telers konden niet exporteren en besteedden hun tijd aan experimenteren, het ontwikkelen van nieuwe soorten. Lange tulpen, met dikke éénkleurige koppen, die na de oorlog meteen populair werden in de VS. 'Je zou kunnen zeggen dat de oorlog goed is geweest voor de tulp', constateert Van Keeken.

T ULPEN WAREN de eerste bloemen die speciale namen kregen. Van Keeken kent elke tulp in de Hortus, en geeft op elke soort commentaar: 'Atje Keulen-Deelstra moet daar ergens staan. Mieke Telkamp is al onthoofd, volgens mij.' Zijn lievelingstulp is een roze-wit gevlamde, die stamt uit 1620. De Zomerschoon. Helaas, merkt hij een paar keer op, die staat nog nét niet in bloei. Maar de kleuren zijn mooi pastel en de steel is lang. 'Daar hou ik van. Dat maakt een tulp gracieus, zeker als ie zo zachtjes heen en weer wiegt in de wind.' Bovenal: de Zomerschoon heeft een fijn 'stevig bolletje'.

Want als Van Keeken en Dijkman door de hortus wandelen, zien ze niet alleen de bloemen zelf, voor hun geestesoog verschijnt ook wat eronder zit. 'Een heel mooi rond bolletje', zegt Van Keeken bij het passeren van een kleine witte tulp, de Cottageboy, broertje van de roze Cottagemaid. 'Glad in de huid.'

Bollen met een te dunne huid worden snel kaal, waardoor ze gauw 'verkalken', legt hij uit. De beste bol is die met een 'mooi gesloten huidje'. Of, ook hele sterke, de wilde bollen die uit de bergen van Centraal-Azië komen. 'Die hebben een wolhuidje', zegt Van Keeken. 'Een soort dekentje tegen de kou.'

Dijkman wijst naar de White Beauty, een stoere, forse tulp, die het echter 'nooit helemaal heeft gemaakt' en allang uit het assortiment van de telers is genomen. Dijkman: 'Een moeilijke groeier.' Van Keeken: 'Er zitten ook weinig jongen aan hè.' Dijkman: 'Zo heeft elke tulp zijn bijzonderheden.' Van Keeken: 'Ze hebben allemaal wat.'

Maar de tulp is een veel minder gecompliceerde bloem dan, bijvoorbeeld, de hyacint. Dat was vroeger 'rijkeluisteelt' in Limmen en omstreken, omdat de temperatuurgevoelige hyacint beter geschoold personeel vroeg dan de 'eenvoudige' tulp. Van Keeken: 'De krokussenteelt was natuurlijk al helemáál dubieus.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden