ColumnJoost Zaat

De tombola is nog niet zo’n slecht selectie-instrument voor toekomstige artsen

‘Je valt me tegen’, zei de rector toen ik in 1971 mijn eindexamen haalde. Bijlessen Latijn en Grieks hadden me gered. Vlak voor mijn mondeling examen had ik daar twee stukjes tekst vertaald. Met open mond luisterden mijn knorrige leraren hoe ik de vertalingen van diezelfde stukjes vrijwel foutloos oplepelde. Door dat mazzeltje wipte mijn gemiddelde naar 5,7 en had ik maar bij 5 van de 14 vakken een onvoldoende. Bijna ging ik weer in de goddelijke voorzienigheid geloven. Gelukkig was er nog geen loting of decentrale selectie. Met loten win ik nooit en door een decentrale selectie was ik niet gekomen. Ik kon destijds niet uitleggen waarom ik dokter wilde worden en mijn voorliefde voor protesteren en organiseren van alternatieve culturele happenings zou bij zo’n selectie geen pre geweest zijn. Mijn enige probleem was dat ik niet zelf mocht kiezen waar ik wilde studeren. Zo kwam ik in Leiden, destijds het prototype van een corpsballenstad. Boetedoening volgt na mazzelen.

Een paar jaar later moest je loten, eerst gewoon en later in een systeem waarbij je met zo’n lijst als die van mij geen enkele kans maakte. Dat gewone loten werd een gewogen loting, omdat ‘het toch oneerlijk was dat je met gemiddeld een 10 geen dokter kon worden’. Bij die gewogen loting ontstond het probleem dat alleen ‘hockey-meisjes met staartjes’ dokter leken te worden. Hard werken op de middelbare school hielp en meisjes deden dat beter dan jongens. Het systeem zou ook communicatieve harken selecteren die wel veel kennis hadden maar niet konden praten met patiënten.

Het moest dus anders. Universiteiten gingen voortaan zelf studenten selecteren. Sinds 2017 moet je als aspirant-dokter dus door brandende hoepels springen: kennistoetsen, personal statements schrijven, interviews ondergaan en met patiënten praten, overgangscijfers tussen 5- en 6-vwo, je ‘probleemanalytisch vermogen’, het telt allemaal mee. Op die manier zouden de echt goede toekomstige dokters worden geselecteerd. Prompt zie je bijlesfabriekjes opduiken. Dat helpt de ongelijkheid natuurlijk de wereld niet uit, want nu selecteren universiteiten vooral slimme, goedgebekte én goed getrainde studenten en vallen allerlei andere groepen buiten de boot. Botte harken vis je er niet allemaal uit en rare opbloeiers en slimme maar arme sloebers zul je missen.

Zelfs studenten zijn nu tegen, al zijn de eerstejaars geneeskundestudenten die dat hoepelparkoers net hebben afgelegd wat minder negatief dan ouderejaars. Eind vorig jaar liet minister Engelshoven van Onderwijs
nog weten dat ze er niks aan kon doen, maar twee weken geleden werd een motie in de Tweede
Kamer
 aangenomen om opnieuw te kijken naar loting (tegen waren: FvD, VVD, CU en Haga). Als ze maar weer teruggaan naar rechtvaardig ongewogen loten als verdelingsinstrument bij schaarste en gelijke kansen voor iedereen met een vwo-diploma, hoop ik dan. Als ik vier jaar later geboren was, was ik waarschijnlijk nooit dokter geworden. Meer dan 40 jaar na mijn artsenbul denk ik dat dat – niet alleen voor mij – jammer geweest zou zijn. 

Meer columns van Joost Zaat

Na twee maanden hadden we een nieuw probleem: ze ging niet dood.

Ik koester de mogelijkheid om onder de cholesterolmaffia uit te komen.

De patiënt moet niet de dupe zijn van mijn drukte

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden