neuropsychologie

De student voor wie alles plastic leek: de patiënten die neuropsychologen altijd bijbleven

Het kan raar spoken in het brein. Elf klinisch neuropsychologen schrijven in een bundel over hun meest bijzondere patiënten. Drie auteurs vertellen hier over die patiënt.

Ronald Veldhuizen
null Beeld Dagmar Stap
Beeld Dagmar Stap

Mensen kunnen hun hersenen een flinke loer draaien. Elf klinisch neuropsychologen willen het publiek daarin een kijkje geven met hun boek Hoe meneer Prinsen zijn gedachten kwijtraakte. Elke auteur vertelt daarin over zijn of haar bijzonderste hersenpatiënt. ‘We willen ook laten zien dat bijzondere hersenafwijkingen soms bij het leven horen. Daar leert iedereen op zijn eigen manier mee om te gaan’, zegt Martine van Zandvoort van het UMC Utrecht.

Hier vertellen drie van de auteurs kort het verhaal van hun opmerkelijkste patiënt. Om de privacy van de patiënten te beschermen, hebben de onderzoekers de namen gefingeerd en voegden ze soms elementen toe van patiënten met dezelfde aandoening.

De vrouw die de woorden van de wereld vergat

Esther van den Berg, Erasmus MC: ‘De patiënten die mij het meest bijblijven, zijn mensen bij wie moeilijk te zien is wat er niet goed gaat en er eerst vier of vijf verkeerde diagnoses aan voorafgaan. Anja is zo iemand. Ze is een vlotte vrouw van 58 als ze bij mij in de spreekkamer komt. Psychologen dachten eerst dat ze een burn-out had. Als ik haar vraag naar waarom ze in mijn kliniek is, begint ze te vertellen over iets geks dat haar laatst overkwam. ‘Theo vraagt me om de container aan de straat te zetten. En ik denk: container, container? Wat bedoelt-ie nou?’

‘Als dat één keer gebeurt, een woordje vergeten, denk je: dat zal wel. Maar Anja overkomt het de hele tijd. Echt tekenen van een burn-out heeft ze verder niet. Er is ook geen teken van geheugenproblemen of alzheimer. Dus vergeetachtig is ze niet. Als ik haar plaatjes laat zien van zestig voorwerpen, zoals een huis, een koekje of een piramide en een iglo, herkent ze die direct en weet ze waarvoor ze dienen.

‘Maar van die zestig plaatjes kan ze er maar acht of tien bij naam noemen. Dan gaat er bij mij een lampje branden: Anja heeft semantische dementie. Die begint bij de temporaalkwab en haar hersenen verliezen daardoor specifiek de koppeling tussen dingen in de wereld en de betekenis die we eraan geven. Woorden verdwijnen het eerst, maar later ook de betekenissen van andere dingen. Als Anja bijvoorbeeld het geluid van een gitaar achter haar hoort, schrikt ze zich rot. Pas als ze omkijkt, ziet ze de gitaar. Ze koppelt dus niet meer het geluid van de gitaar aan het instrument zelf.

‘Anja is wel opgelucht als ze de diagnose hoort, omdat ze weet dat het niet aan haar ligt, maar dat haar hersenen iets geks doen. Ze is ook verdrietig. De ziekte is progressief en ze zal dus steeds meer betekenissen kwijtraken. De kleuren van de wereld zal ze op een dag niet meer kunnen plaatsen.

‘Een jaar later komt Anja weer langs voor controle. Haar praten is dan sterk achteruitgegaan. Dat gaat in sprongen. Als je niet meer begrijpt wat verdriet is, kun je het er niet meer over hebben. Haar man Theo zorgt voor haar terwijl hij ook al in rouw is, en zij is daar juist niet mee bezig. Ja, dat raakte me enorm.’

null Beeld Dagmar Stap
Beeld Dagmar Stap

De student voor wie de wereld in plastic veranderde

Martine van Zandvoort, UMCU: ‘Lizzy is 23 jaar oud en studeert aan het conservatorium. Als je haar ziet, of eigenlijk toen ik haar voor het eerst zag, denk je: wat een frêle, hippe en moderne meid. Ze heeft wel een gek probleem, vertelt ze. Zo zit ze een keer film te kijken met haar familie. Heel even lijkt alles om haar heen van plastic gemaakt. De bank, de muren en de mensen. Ook haar eigen handen. Alsof ze in een computerspelwereld zit. Ze vindt het niet eng maar wel raar. Bij de huisarts zegt Lizzy dat ze ook wel weet dat ze heel druk is en de huisarts suggereert dat het misschien vanzelf over gaat.

‘Maar het gaat niet over. Het gebeurt vaker. Dat duurt een minuut of twee en dan is alles weer normaal. Daarom gaat Lizzy naar de neuroloog en uiteindelijk ook naar mij. Het is echt een raadsel waarvan ik denk: hóé dan? We weten nog niet wat er aan de hand is en vragen door: zijn alle proporties tijdens die momenten hetzelfde? Kun je nog diepte zien? Alles blijft identiek, vertelt ze, alleen lijkt het alsof elk ding in de wereld spiegelglad is geworden. Er is een hersengebied dat textuur in onze waarneming bouwt, dus ik vermoed dat het probleem daar ligt.

‘Dan blijkt dat Lizzy epilepsie heeft. Haar hersencellen vlak naast het textuurgebied krijgen kortsluiting en tijdens die episodes valt ook haar textuurwaarneming weg. We stellen een hersenoperatie voor om de cellen weg te halen die kortsluiting veroorzaken. Spannend natuurlijk. Wat je níét wil, is het gebiedje weghalen dat voor textuur zorgt, want dan zal voor altijd alles van plastic gemaakt lijken voor Lizzy. Ze verrast ons omdat ze zelf voor iets heel anders vreest: dat haar muzikaliteit verdwijnt. Is er een hersengebied voor muziek? Een van mijn collega-neurologen is zelf muzikant en we testen met elektroden of we bij andere hersenpatiënten het muziekgevoel konden verstoren. Gelukkig niet, dus de operatie gaat door.

‘Lizzy is nu getrouwd, heeft kinderen en zingt nog steeds. Ze heeft geen epilepsie meer. Als ik haar bel om toestemming te vragen voor haar verhaal in ons boek, vertelt ze dat hetgeen de meeste indruk op haar heeft gemaakt, het eetprobleem was. En ik denk: eetprobleem, welk eetprobleem? Ze blijkt kort na de operatie een enorme zucht naar zoetigheid te hebben ontwikkeld. Ze kwam daardoor in het behandelcircuit voor eetstoornissen terecht, waar ze totaal niet thuis was. Uiteindelijk zette ze een knop om en ging dat na verloop van tijd alsnog over.

‘Ik denk nu dat het een tijdelijke bijwerking van de operatie is geweest waarvan ik bijna nooit had geweten. Een patiënt rekent voor elk probleem bij een ander loket af en dat is niet altijd ideaal.’

De jonge moeder die met een monster leeft

Haike van Stralen, Altrecht GGZ: ‘Janice komt met haar vader bij ons omdat ze agressief is. Ze schiet snel uit haar slof en andere mensen begrijpen niet waarom. Haar vader begint zich zorgen te maken, want ze reed laatst met een winkelwagen hard in op een oude man in de supermarkt. Hij probeert haar te helpen met oefeningen zoals tot tien tellen. Dat zijn normaal gesproken best goede tactieken, maar niets helpt. Als ik haar vraag naar waarom ze weleens boos wordt, zie ik haar opnieuw woedend worden. En ja, ze haalt ook uit naar mij. Ze is 32 en zegt dat er ‘een monster in mij zit’.

‘Ik weet dat ze vóórdat haar klachten begonnen een hersenbloeding heeft gehad, een beroerte. Zoals bij wel meer mensen is dat soms een verborgen aandoening, al zie je aan Janice wel een beetje dat ze moeite heeft met lopen. De man in de supermarkt had daar iets van gezegd. Om te herstellen moeten patiënten rust nemen, maar voor Janice gaat dat moeizaam. Ze is van het type dat niet wil opgeven. Na de hersenbloeding denkt ze: dit leven laat ik me niet afpakken. Als alleenstaande moeder heeft ze hard moeten vechten voor alles wat ze heeft kunnen bereiken.

‘Pas als we proberen uit te zoeken wat er gebeurt als ze wel rust probeert te nemen, komen we erachter dat er meer aan de hand is. Wanneer ze stilzit op de bank, wordt ze overvallen door allerlei andere emoties. Ze herbeleeft vooral traumatische herinneringen aan hoe haar zusje is overleden toen ze zelf klein was. Daar had ze voor de hersenbloeding niet op die manier last van.

‘We weten dat de hersenbloeding plaatsvond in een gebied dat we de kleine hersenen noemen, het cerebellum. Daarvan werd altijd gedacht dat het onze fijne motoriek regelt, maar we weten sinds kort dat het ook betrokken is bij het beheersen van emoties. Waarschijnlijk lukt haar dat niet meer, waardoor dus de trauma’s bovenkomen en ze snel boos wordt. Haar mentaliteit als doorpakker zit haar nu dwars. Ze wil alleen maar doorvechten en niet stilzitten.

‘Voor ons is dan ook duidelijk dat Janice moeilijk zal herstellen als ze niet kan rusten. We besluiten daarom haar trauma te behandelen. Ze wil eigenlijk niet terugkijken, want het ligt achter haar. De behandeling is ook echt wel pittig. We gebruiken EMDR, een techniek om traumatische herinneringen op te halen en tegelijkertijd andere taken te doen, zoals rekensommen maken. Omdat al die taken het werkgeheugen belasten, dat eigenlijk maar één ding tegelijk kan, vervagen de emoties rond de traumatische herinnering. De herinnering wordt bij elke sessie weer opgeslagen, maar steeds minder heftig. Het valt Janice vooral zwaar dat ze niet heeft kunnen voorkomen dat haar zusje verongelukte. Haar zusje wou blijven spelen en zij niet, dus ze is naar huis gegaan. Toen is het gebeurd.

‘Het bijzonderste aan Janice vind ik hoeveel veerkracht ze heeft. Ze kan nu weer thuis een film uitkijken met haar zoon. Ze neemt meer rust. Natuurlijk valt ze nog steeds weleens wat sneller uit, dat hoort nu bij haar. Ze wordt nooit meer de oude. Ze grapt weleens: ‘Ik word Janice 2.0.’’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden