Column Casper Albers

De statistiek zit vol racisten

De afgelopen weken was de kliklijn van Forum voor Democratie over linkse indoctrinatie in het onderwijs ruimschoots in het nieuws. Aandacht voor rechtse indoctrinatie is er nauwelijks, terwijl dat juist iets is waar ik mee worstel. Ik kan namelijk nauwelijks een college statistiek geven zonder een of andere racist op te hemelen.

Er zijn aardig wat prima statistici die, voordat ze zich met statistiek bezighielden, nobele beroepen zoals bierbrouwer of verpleegster uitoefenden. Er zijn echter ook verrassend veel statistici met een donkerbruin verleden en laten dat nou net de statistici zijn die de grootste bijdragen aan het vak hebben gebracht.

Neem Francis Galton. Behalve het uitvinden van mijn favoriete scabblewoord, de quincunx, was hij de eerste die statistische kernbegrippen als variantie en regressie goed beschreef. Daarnaast was hij groot liefhebber van schedelmeten en de grondlegger van de eugenetica, de theorie van genetische rasverbetering. Toegegeven, Galton kwam niet met zijn theorieën met het doel om miljoenen de vernietiging in te jagen en het was decennia voordat de nazi’s hun weerzinwekkende eugenetica-experimenten uitvoerden. Toch zit er op z’n minst een nare bijsmaak aan de naam.

Een ander voorbeeld van that didn’t age well is de eerste psychologische vragenlijst ooit, die in 1932 door de Amerikaanse sociaal-psycholoog Rensis Likert werd ontwikkeld. Deze schaal, getiteld The Negro Scale, schetste onder meer een aantal situaties met daarbij de vraag of het dan geoorloofd was een neger te lynchen. Zoals bij elke psychologische vragenlijst wordt er wel bijgezegd dat er geen ‘goed antwoord’ is, maar ook hier hangt die nare bijsmaak aan.

Het racisme ligt er dikker bovenop bij de Engelsman Karl Pearson. Pearson is ‘uitvinder’ van zijn correlatiecoëfficiënt, de p-waarde en de chi-kwadraattoets. Dit zijn basistechnieken uit de statistiek dus Pearson komt in elk inleidend college aan bod. Dat hij het Joodse ras fysiek en mentaal inferieur aan de oorspronkelijke bewoners van Groot Brittannië noemde, komt dan weer niet aan bod in colleges.

En misschien wel de grootste statisticus van de vorige eeuw, sir Ronald Fisher? Behalve grondlegger van variantieanalyse en statistische onderzoeksplanning kleeft ook aan hem een nare bijsmaak. Toen de VN in 1950 een verklaring wou opstellen waarin racisme veroordeeld werd, stond Fisher vooraan om hier kritiek op te leveren. Uiteindelijk is het hem zelfs gelukt om een ‘nuancerende bijsluiter’ bijgeleverd te krijgen aan de VN-verklaring.

Sinds de HBO trial-by-documentary van Michael Jackson is de vraag gesteld of we nog wel van Jacksons kunst mogen genieten. Bij wetenschap ligt het iets anders: Pearson heeft wiskundig bewezen dat zijn correlatiemaat optimale eigenschappen bevat. Dat hij er verachtelijke ideeën op nahield, verandert de wiskunde niet en wiskunde is, in essentie, waardenvrij. Het is dus onzinnig om die methodes niet te gebruiken.

Maar het is evengoed onzinnig om de kwalijke rol van veel wetenschappers te negeren ten faveure van hun wetenschappelijke bijdragen. Daarnaast: ook het bewust niet noemen van bepaalde zaken is een keuze en zou door kwaadwillenden net zo goed als indoctrinatie bestempeld kunnen worden. Beweren dat neutraal onderwijs bestaat, is populistische indoctrinatie.

Casper Albers is hoogleraar statistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden