De sof van Nieuwpoort

ZOU DE Slag bij Nieuwpoort een plaats verdienen in de tophonderd van de mooiste veldslagen aller tijden?..

Jan Blokker

Ik ben geen expert, maar m'n gevoel zegt nee. Cannae, Roncevalles, Poitiers, Kortrijk (Guldensporenslag), Torgau, Jena, Borodino, Waterloo, Gettysburg, de Marne, Stalingrad, El Alamein (ik noem er maar een paar) - die waren allemaal interessanter, rijker, ingenieuzer en verrassender. Die hebben bovendien, nog helemaal los van hun militaire kwaliteit, historisch aanwijsbare consequenties gehad. Ze markeerden het begin of het einde van een ontwikkeling, een breuk in gevestigde verhoudingen, een ommekeer in de krijgskansen. Na de slag zag het er anders uit dan ervóór.

Nieuwpoort heeft eigenlijk niets teweeggebracht. Het verloop van de Tachtigjarige Oorlog is op geen enkele manier door die ene slag beïnvloed, de vrijheidsstrijd van de rebelse Hollandse calvinisten tegen de Spaanse papen heeft er geen dag korter of langer om geduurd. Het leger van Maurits versloeg op die zondag - 2 juli 1600 - de legers van de Spanjaarden, dat wel. Maar het gebeurde, om in bokstermen te spreken, meer op punten dan met een knock-out, en het was precies zoals Fruin later zou schrijven: 'De overwinning is overigens volkomen vruchteloos gebleven. Er is niets bij gewonnen dan eer. Daarmee stelde Maurits zich tevreden. (. . .) De Staten moesten stilzwijgend toezien, dat de eerstvolgende dagen niets tegen Nieuwpoort ondernomen werd, en dat het beleg, toen het den 6den hervat werd, nadat de vijand zich reeds van zijn schrik en zijn nederlaag had hersteld, na tien dagen als hopeloos weer werd opgebroken. Eer de maand Juli verstreken was, keerde het Statenleger onverrichter zake uit Vlaanderen terug.'

Einde van een avontuur dat niet was begonnen om Vlaanderen - 'de Zuidelijke Nederlanden' - van de Spanjaarden te bevrijden, maar om een eind te maken aan de piratenactiviteiten in met name Duinkerken. Het amfibische plan (over zee naar Oostende, en vandaar in drie dagmarsen naar het kapersnest, dat na zuivering misschien verkocht kon worden aan Engeland) werd gelanceerd door de Zeeuwen, wier koopvaart het meest te lijden had van de zeeroverij. En met een soort gretigheid werd het omarmd door de Staten-Generaal, die het vervolgens ter uitvoering voorlegden aan hun hoogste militaire ambtenaar, te weten de stadhouder.

Als er profijt op het spel stond, konden ze het ook toen al snel eens worden, in de polder.

Dat Maurits grote bezwaren aanvoerde lag voor de hand. Hij was van huis uit een omzichtige, risicomijdende, calculerende krijgsman - meer een weloverwogen schaker dan een romantische bestormer. Hij wilde best geloven dat er weer een golf van muiterij ging door de Spaanse gelederen, of dat aartshertog Albert minstens twintig dagen nodig zou hebben om z'n hoofdmacht van het Limburgse naar de kust te verplaatsen, of dat de Vlaamse bevolking als één man in opstand zou komen bij het verschijnen van de broederlegers uit het noorden - maar hij wilde eerst zekerheid.

Mogelijk kwam daar nog iets bij. Maurits was geen Tilly, geen Wallenstein, geen Gustaaf Adolf, en in de strikte zin des woords geen veldheer. Als belegeraar, vestingbouwer en 'stedendwinger' (de erenaam die z'n halfbroer later zou krijgen) kon bijna niemand aan hem tippen, maar een veldtocht - überhaupt een schaars goed in onze onafhankelijkheidsoorlog - had hij nooit ondernomen, en op Nieuwpoort na heeft hij geen enkele echte 'slag' op z'n naam gezet.

Maar als gehoorzame dienaar van de Staten had hij geen keus, dus hij ging, zij het met tegenzin. En hij verlangde dat de Heren, met landsadvocaat Oldenbarnevelt aan het hoofd, meereisden - op zichzelf niet onhandig (er gingen altijd een paar gedeputeerden mee die als goede boekhouders voor de soldij-administratie konden zorgen), maar wel opmerkelijk: als wanneer generaal Couzy het voltallige kabinet er in Srebrenica bij had willen hebben.

Voorzover het om de logistieke voorbereiding van de operatie ging, liet Maurits zich andermaal kennen als de gedroomde Eisenhower van 1600. Op D-Day, 20 juni, lag de vloot van 1250 schepen met vijftienduizend manschappen en officieren, drieduizend paarden, dertig stuks geschut en honderden karren met munitie, proviand, brugstukken en overig gereedschap, bij Vlissingen klaar om uit te zeilen.

Daarna ging alles mis wat er maar mis kon gaan.

Om te beginnen konden ze helemaal niet uitzeilen, want er woei - niet ongebruikelijk in juni, denk aan 1944 - een straffe noordwestenwind, die na twee dagen wachten niet ophield met waaien. Langer wachten was onverantwoord, met al die paarden aan boord. Alternatieven werden in voortdurend overleg tussen bevelhebber en regenten gewikt en verworpen. Oldenbarnevelt wist inmiddels dat de stadhouder de zaak liefst meteen had afgeblazen, en hij weigerde te wijken. Ten slotte werd besloten door te varen naar Philippine in wat nu Zeeuws-Vlaanderen is, de hele cortège daar te ontschepen, en over land naar Nieuwpoort te marcheren.

Ik heb het een keer gereden: van Philippine via Assenede, Eeklo, Maldegem, Jabbeke, Oudenburg, Leffinge, Slijpe en Mannekensvere tot aan de duinen. Geen grote toeristische of culinaire route natuurlijk, meer een aardige ochtendtrip van zo'n zeventig kilometer. Maar toen! In een drassig land zonder behoorlijke wegen, vol verlaten boerenhoeven, want de Vlamingen zaten helemaal niet te wachten op wéér een plunderend of brandschattend leger, zonder fatsoenlijke landkaarten of betrouwbare gidsen, en dan met vijftienduizend mannen, drieduizend paarden, dertig stukken geschut en een paar honderd karren die gedoemd waren om de haverklap tot over hun assen in de modder te blijven steken - daar hebben ze toen acht volle dagen over gedaan.

Aan Anthonis Duyck, die als financieel deskundige van de Raad van State vrijwel alle 'staatse' operaties tussen 1591 en 1602 heeft gevolgd, hebben we het ooggetuigenverslag van ook die tocht door Vlaanderen te danken: een heel precieze rapportage van wat zich tussen 24 juni en 2 juli van het gedenkwaardige jaar aan groot en klein onheil moet hebben voltrokken - van reusachtige en tijdrovende verdwaalpartijen, onverhoedse beschietingen en onoverbrugbare sloten tot aan kapitale fouten die de Republiek haar halve krijgsmacht en misschien zelfs haar vrijheid had kunnen kosten.

Want natuurlijk was aartshertog Albert intussen uit Limburg terug, een deel van Maurits' leger kwam in de tang en werd in de pan gehakt, en Maurits zelf hoefde niet meer de illusie te koesteren dat hij Nieuwpoort kon innemen - hij mocht blij zijn als hij zich zonder al te veel schade uit Nieuwpoort kon vechten. En dat heeft hij dus gedaan. Dat was de roemrijke slag, die een roemloze ondergang op het nippertje heeft voorkomen.

Vanwege de vierhonderdste verjaardag schreef C.E.H.J. Verhoef in de beste geschiedenislerarentraditie een inzichtelijk boekje over voor- en naspel, en bovendien is voor de goede gelegenheid een deel van Duycks Journael uitgegeven in een toegankelijke, want modern-Nederlandse vertaling. Duyck is natuurlijk het leukst: de anabasis van Maurits, bij wijze van spreken, en een regelrechte bron. Maar jammer dat de bezorger het relaas heeft ingekort op een aantal politieke punten, die de slag toch een beetje gedenkwaardig maken. Want Nieuwpoort heeft op z'n minst de kentering versneld in de relatie tussen Maurits en Oldenbarnevelt: het 'gouden duo' van de vroege republikeinse jaren, tussen wie het na 1600 steeds minder zou gaan boteren.

Om het met Fruin samen te vatten: 'De Staten, en Oldenbarnevelt als hun leider, kregen van alle teleurstelling de schuld. Hun roekeloosheid had den Staat in een gevaar gestort, waaruit hem alleen het beleid van Maurits als door een wonder gered had.'

Of in de woorden van Oldenbarnevelts biograaf Den Tex: 'Binnen enkele dagen na de expeditie was Oldenbarnevelt de meest gehate man bij het leger geworden.'

Tot bijna op z'n schavot - in z'n apologie (de 'Remonstrantie' van 1618) heeft de landsadvocaat zich tegen dat beeld, dat toen al het beeld van een verrader en een papenvriend was geworden, moeten verdedigen. Oud conflict dus eigenlijk: de generaals hebben een probleem, en de politiek krijgt de schuld.

Maar eerlijk is eerlijk: ook in 1600 is de 'politiek' niet helemaal vrijuit gegaan.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden