De smaak van topwetenschap

Komende maand ontvangt moleculair bioloog Titia de Lange als eerste Nederlander de Gairdner Prize, de belangrijkste Canadese wetenschapsprijs: 30 procent van de winnaars kreeg later de Nobelprijs. Vorig jaar won ze de Amerikaanse Breakthrough Prize in Life Sciences, 3 miljoen dollar: tweeënhalf keer de Nobelprijs.

Titia de Lange. Beeld Robin de Puy

Denkt u stiekem weleens: misschien ga ik die echte Nobelprijs ook nog een keer winnen?
'Dat ik prijzen krijg: het is allemaal prettig, we zijn allemaal ijdel. Maar de belangrijkste waardering voor mijn werk heb ik zelf. Ik heb er lol in. Of die Zweden het ook leuk vinden, maakt me eigenlijk niet zoveel uit.'

De net geadopteerde katjes Mike & Joe, vernoemd naar de bevriende Nobelprijswinnaars Michael Brown en Joseph Goldstein, racen door de woonkamer van haar lichte, ruime New Yorkse appartement. Het is eigendom van de op wandelafstand gelegen Rockefeller University, waar Titia de Lange hoogleraar celbiologie en genetica is. Op deze prestigieuze universiteit heeft De Lange haar eigen laboratorium en is ze directeur van het Anderson Cancer Center.

Ze zit er al sinds 1990. Na haar promotie aan de universiteit van Amsterdam in 1985 vertrok ze naar de University of California, om te gaan werken bij de kankeronderzoeker en latere Nobelprijswinnaar Harold Varmus. Daarna werd De Lange zelf professor, in New York.

Het onderzoek naar telomeren, repetitieve stukken dna aan het uiteinde van chromosomen, is haar levenswerk. Ze geldt als een van de belangrijkste experts in de wereld. Telomeren zijn cruciaal voor de stabiliteit en het op peil houden van onze genetische informatie. De Lange bestudeert en ontraadselt steeds verder, op basaal celniveau, welke rol dit element van het chromosoom speelt bij veroudering en vooral: bij het ontstaan van kanker.

Met haar specialistische onderzoek betreedt ze een terrein waar de leek niet meer kan volgen. Telomeren worden voor het grote publiek vaak vergeleken met de plastic hulsjes aan het einde van een schoenveter. Het is een veel te simpele vergelijking, ontdekte De Lange. Maar ze geeft wel een goed beeld van de beschermende werking van telomeren - die beschadigd raken bij kanker en ouder worden.

Wat boeit u zo aan die uiteinden van chromosomen?
'Het is voor mij zo'n fascinerend onderwerp, het voelt als liefde. Als iets dat heel diep in me zit.' Later: 'Telomeren waren de meest mysterieuze dingen ter wereld, in mijn ogen, het meest bizar ook. Ze bleken nog complexer dan ik kon vermoeden.'

Bent u ze beter gaan begrijpen?
'Ik begin de complexiteit van het systeem te begrijpen. De eerste, simpele onderzoeksmodellen waren correct, tot op zekere hoogte, maar het ligt zoveel ingewikkelder. Ja, een auto heeft vier wielen en een motor, maar daarmee beschrijf je in de verste verte nog niet hoe een auto rijdt. Ik snap nu beter wat ik allemaal nog niet weet.'

Uw moeder is overleden aan kanker toen u 15 jaar was; u heeft zelf kanker gehad die was terug te voeren op een gen van uw moeder. Denkt u weleens bij uw onderzoek: dit heeft zich afgespeeld in mijn eigen lichaam?
'Daar sta ik nooit bij stil. Ik besef natuurlijk dat de beschadigingen van mijn telomeren te maken hebben met mijn kanker, maar dat geldt voor alle kankers, niet speciaal voor de mijne.'

De president van Rockefeller noemde u bij de bekendmaking van de Gairdner Award een 'fenomenaal wetenschapper'.

Laconiek: 'Ach, hij wordt verondersteld dat te zeggen. Hij representeert het Rockefeller-merk, dus er wordt van hem verwacht dat hij iedereen die aan zijn universiteit werkt geweldig noemt.'

U klinkt wel erg bescheiden.
'O nee, ik weet dat ik het niet slecht doe. Ik hoor zeker tot de bovenste helft van de Rockefeller-faculteit, wat ik ongelooflijk vind. Maar je moet de dingen die anderen over je zeggen in het openbaar niet al te serieus nemen. Het gaat erom wat ze achter je rug over je zeggen. I really think you have to be...' Ze schakelt lachend over op het Nederlands: 'Nuchter.'

Titia de Lange. Beeld Robin de Puy

CV

1955Geboren 11-11
1981Doctoraal biologie, highest honors, aan de Universiteit van Amsterdam en het National Institute for Medical Research in Londen
1981-1985 Promotie bij Piet Borst, aan het Nederlands Kanker Instituut, cum laude
1985-1990 Postdoctoraal aan University of California
1990Assistent-professor aan The Rockefeller University in New York
1997Professor Rockefeller
1999Leon Hess Professor, Rockefeller
2010American Cancer Society Research Professor
2011Director Anderson Cancer Center

Titia de Lange woont alleen.

1.
Natuur: Het landschap rond de San Francisco Bay Area.

'Toen ik net postdoc was aan de universiteit van San Francisco, nam iemand me mee, voor een lange klim in de omgeving. Het was een eyeopener en een schok: ik realiseerde me ineens dat ik nog nooit eerder echte natuur had gezien. Dat ik in Europa eigenlijk alleen maar in parken was geweest. Menselijk landschap. Ik bedoel: zelfs boven op de Alpen staan koeien te grazen. We liepen zes uur en eindigden bij de kust, waar we zittend vanaf de rotsen uitkeken over het strand en de oceaan. Mijlen- en mijlenver - en er was niets te zien. Alleen maar die fantastische golven, een zeehond, een paar vogels. We daalden af naar het strand en voor het eerst van mijn leven liep ik op een natuurstrand. Waar in geen dagen een mens was geweest. Waar alleen wat drijfhout lag. Het gevoel dat me toen overspoelde, dat is het gevoel waar ik nu steeds naar op zoek ben als ik erop uittrek.

'Meer dan 150 jaar geleden is er in de Verenigde Staten besloten: 'We gaan grote stukken land beschermen. Geen landbouw. Niks. Raak die natuur niet aan. Laat 'm zijn gang gaan.' Geweldig, die vooruitziende blik. Daarom bestaat zulke schoonheid nog.'

Frans Lanting/ HH Beeld -

2.
Natuur (2): De bergen in Upstate New York, op twee uur rijden ten noorden van NYC.

'Zelfs in de buurt van deze stad heb je bergen waar je helemaal niemand tegenkomt, als je een zwaar pad beklimt. Afgelopen zondag zag ik er nog een ratelslang. Ja die zitten daar allemaal: ratelslangen, koperkoppen, zwarte beren. Ik ben er doodsbang voor. Mijn secretaris woont in Upstate: in zijn tuin scharrelen continu zwarte beren.

'Je moet wel weten wat je doet, als je de Amerikaanse natuur ingaat. Wees goed voorbereid. Ik nam de postdocs en de promovendi van mijn lab een keer mee, de bergen in. Het was helemaal niet zo'n ingewikkelde klim, van een uur of vijf. Maar het hoogste punt, boven op de rotsen, ligt totaal onbeschut. Toen begon het te onweren. Hagel, enorme pingpongballen. Die arme mensen kregen het heel, heel koud. Onderkoeling is een serieus probleem. Ik dacht: neem ik mijn lab mee op een uitstapje, gaan ze allemaal dood. Kom ik terug zonder lab. Het is met een sisser afgelopen.'

Catskill Mountains in de herfst. Beeld HH

3.
Boeken over wetenschap: Phage and the Origins of Molecular Biology, door John Cairns, Gunther Stent, en James Watson.

'In Holland heb ik weinig geleerd over de geschiedenis van mijn vakgebied, daar doen Nederlanders niet zoveel aan. We verklaren niet hoe ideeën zijn geëvolueerd, waar wetenschappers aan werkten in de jaren twintig, dertig, veertig en hoe ze dachten over genen. Terwijl het erg goed is om de historie van je eigen onderzoeksgebied te kennen. Om je te realiseren dat er in het verleden al zoveel belangrijke observaties zijn gedaan, waardoor je iets verliest van je moderne arrogantie.

'Harold Varmus, bij wie ik postdoc was, gaf me Phage and the Origins of Molecular Biology. 'Dit moet je lezen', zei hij. Ik denk omdat hij in de gaten had dat het me ontbrak aan historisch perspectief. Een zeer inspirerend boek. Daarna ben ik veel boeken over wetenschap gaan lezen, ik heb er hier iets van honderd staan. Ik viel als een blok voor Richard Dawkins, een van de belangrijkste schrijvers over de evolutietheorie. Ik hou in het bijzonder van The God Delusion - een boek dat je gelezen moet hebben. Omdat God inderdaad een misvatting is. Ja, ik ben atheïst.'

Phage and the origins of molecular biology. Beeld Boekcover

4.
Boeken over wetenschap (2): Daniel J. Kevles: The Baltimore Case - A Trial of Science, Politics and Character.

Een reconstructie van de zaak tegen de immunoloog en Nobelprijswinnaar David Baltimore, begin jaren negentig ten onrechte beschuldigd van wetenschapsfraude.

'Sommige boeken heb ik vooral gelezen om hun roddelgehalte. Ze zijn geschreven door mensen die ik ken, over mensen die ik ken. David Baltimore werd president van Rockefeller University, vlak nadat ik daar was begonnen, in 1990. Hij voerde de positie in van assistent-professor, een buitengewoon belangrijke verandering. Tot die tijd was ik 'university fellow' geweest, een vage functie, zonder uitzicht op een vaste aanstelling.

'Baltimore kwam in de problemen vanwege de fraudezaak die is beschreven in dit boek en moest in 1992 ontslag nemen van de universiteit. Deze tijd was voor mij een stoomcursus institutionele politiek. Ik raakte als junior aan de faculteit veel te veel betrokken bij alle herrie. Op een dag kwam een van de senioren naar me toe: 'Ik wil je ervan verzekeren dat je steun voor David Baltimore nooit, NOOIT tegen je gebruikt zal worden als we moeten beslissen over een vast dienstverband.' Ik begreep meteen dat het om een indirect dreigement ging: hou je kop of anders krijg je geen baan hier. Nadat Baltimore ontslag had genomen, besloot ik me voortaan verre te houden van universiteitspolitiek. Ik ben niet geschikt voor dat soort spelletjes.'

The Baltimore case. Beeld Boekcover

5.
Literatuur: Donna Tartt - The Goldfinch.

Een bildungsroman over een New Yorkse jongen die zijn moeder verliest bij een bomaanslag en een moeilijke jeugd tegemoet gaat.

'Romans lees ik als ik op het strand lig. Dat is een week per jaar. Mijn laatste liefde is The Goldfinch (Het puttertje). Een tour de force. Zeer-zeer-zeer New Yorks. En zo precies. Donna Tartt beschrijft perfect elk aspect van de society aan de Upper East Side, mijn buurt, en van de society in Greenwich Village. Verrukkelijk.

'De Britse schrijver Ian McEwan is een favoriet van me. On Chesil Beach vind ik het allerbeste. Zo'n klein boekje en tegelijkertijd zo groot. Compleet. Maar eigenlijk heb ik nauwelijks tijd om te lezen. Ik reis doorlopend en werk bijna altijd, ook 's avonds. Ik ga net zo lang door met puzzelen en denken tot ik het gevoel krijg dat ik echt naar bed moet, omdat ik anders de ochtend daarop te laat op het lab ben. Het is nuttig om te werken totdat je gaat slapen, doorgaan, al raadt iedereen het altijd af. Zo blijven je hersenen aan de gang. Ik ontwaak dan met een beter begrip van de maalstroom aan gedachten die ik de avond daarvoor heb ontwikkeld.'

The Goldfinch. Beeld Boekcover

6.
Beeldende kunst: Louise Bourgeois.

Een Frans-Amerikaanse beeldhouwer (1911-2010), vooral bekend van haar enorme spinnen. Als jong meisje ontdekte ze dat haar Britse gouvernante tevens de maîtresse van haar vader was.

'Ik zou niet elke dag naar het werk van Louise Bourgeois willen kijken, maar de manier waarop ze haar verhaal vertelt via haar kunst is geweldig. In de beeldhouwwerken verweefde ze de gevoelens van angst, eenzaamheid, verraad - zo herbeleefde ze telkens haar trauma. Je zou zeggen: ga naar de psychiater en neem Prozac, maar zij gebruikte de ontreddering van dat 12-jarige meisje om een heel eigen, oorspronkelijke, nieuwe beeldentaal uit te vinden.

'Waarom weet ik niet precies, maar ik hou erg van sculpturen. Misschien omdat we in mijn vakgebied nauwelijks werken met driedimensionaal beeld. Als ik het geld ervoor had, kocht ik een George Rickey, voor op mijn terras. Het meest hou ik van beelden in het open landschap, die spelen met de omgeving. Ken je Andy Goldsworthy? Een zeer interessante moderne kunstenaar, die werkt met materiaal dat hij vindt in de natuur. Briljant. Zijn werk is meestal zeer vergankelijk, dus fotografeert hij het. Goldsworthy bedenkt beeldhouwwerken van ijs, van twijgen, van zand, maar hij heeft ook meer blijvende kunst gemaakt. Zoals een prachtige stenen muur, die nu in Storm King staat.'

Andy Goldsworthy bij het Metropolitan Museum of Art, New York. Beeld Alec Soth/ HH

7.
Beeldentuin: Storm King Art Center, New Windsor, NY.

Een van de belangrijkste beeldentuinen ter wereld, gelegen in de Hudson vallei, op een uur rijden van NYC.

'Vroeger was Storm King een boerderij, met veel landbouwgrond eromheen. Als je over de golvende velden wandelt, kom je om de vijf minuten een nieuw werk tegen. De beelden hebben de ruimte, ze zitten elkaar niet in de weg. Ik vind het erg goed om sculpturen tot hun recht te laten komen in een landschap. Natuur is neutraal. Terwijl de plek in een museum al veel zegt over de rangorde van een kunstwerk. In het midden, in een hoek, ergens achterin. In Storm King kun je gewoon in het gras gaan zitten, uren genieten van een beeld. Er zijn kolossale werken bij die je zowel van dichtbij als van veraf kunt bekijken. Dat lukt nooit in een museum.

'Het Kröller-Müller heeft er iets van weg, maar dan op veel kleinere schaal. Het is een van de weinige plekken waar ik heenga als ik in Holland ben. Maar de kunstwerken die ik graag nog eens zou willen zien in Nederland, ik weet alleen niet waar ik ze kan vinden, zijn de... how do you say... de Strandbeesten, van Theo Jansen. Ik ken ze alleen van YouTube. Prachtig, die beesten lopen echt, voortgedreven door de wind. Ze leven. Ik bedoel: biologisch gezien is het geen leven, maar ze lijken zo levend. Ik hou van kunst die me aan het lachen maakt.'

Beeldentuin Storm King Art Center. Beeld HH

8.
Liefdadigheid: Natural Resources Defense Council.

Een Amerikaanse natuurbeschermingsorganisatie. Het hoofdkantoor zit in New York.

'Geven: dat is een belangrijk deel van mijn leven. Het is niet iets Nederlands. In Holland groei je niet op met het idee dat je anderen, de gemeenschap, moet helpen. Hier is dat normaal. Die mentaliteit heb ik overgenomen en dat is ontzettend bevredigend. Geven, in de vorm van donaties, tijd, hulp: het maakt me gelukkig.

'Ik heb een over-sentimentele inborst. Ik ben gek op dieren. Over elke zieke duif op straat loop ik te piekeren. Ik maak me idioot veel zorgen om de natuur. Terwijl: de natuur maakt zich helemaal geen zorgen om mij. De natuur is wreed, maar dat betekent nog niet dat wij wreed hoeven te zijn. Elke boom op weg naar mijn lab is een soort persoonlijke vriend. Soms gaat er eentje dood, of heeft-ie het moeilijk. Ik ga dan niet meteen een emmer water halen, maar ik tob er wel over, die tree in trouble.

'De milieuramp waarin we nu leven: stop die gekte. Veel van mijn geld gaat naar de Natural Resources Defense Council. Ze beschikken over een team advocaten. Zodra een bedrijf begint met fracking om schaliegas te winnen of iets anders onderneemt dat het milieu schade toebrengt, slepen ze die onderneming voor het gerecht. Bijzonder effectief. Je kunt jezelf wel vastbinden aan een boom die gekapt gaat worden, maar dat levert hooguit vijf minuten televisie op. Einde verhaal.'

Logo van het Natural Resources Defence Council. Beeld -

9.
Topwetenschappers: Mike & Joe, ofwel Nobelprijswinnaars Michael Brown en Joseph Goldstein. Ze houden zich bezig met biochemie en genetica.

'Mike en Joe zijn exceptionele wetenschappers. In 1980 wonnen ze de Nobelprijs voor hun onderzoek naar het cholesterolmetabolisme en ze werken nog steeds samen. Een geweldig team, uit Dallas. Ze zijn beiden heel uitgesproken, ontzettend geestig - en totaal verschillend. Ik ken ze al een jaar of tien en zit met ze in allerlei comités. Joe heeft iets dat heel belangrijk is in de wetenschap: goeie smaak. Dat is net zoiets als goeie smaak hebben op welk gebied dan ook. Joe doorziet wanneer iets nep, namaak is. Welke ontdekkingen echt en waardevol zijn. Het is moeilijk om smaak in wetenschap te ontwikkelen. Er zijn zoveel hypes, net als in muziek of kunst. Dat zit in de mens. Iedereen wil altijd de nieuwste grote wetenschappelijke doorbraak. Elke drie jaar is er wel eentje. Joe ziet wat blijvend is, welke kant het opgaat. Alsof je de visie hebt gehad om een Calder te kopen, toen Calder nog maar 25 jaar was. Joe heeft dat. Zijn visionaire blik bezit ik niet, geloof ik. Maar ik heb wel taste in science.'

Nobelprijswinnaars Joseph Goldstein en Michael Brown. Beeld Ira Wyman/ Corbis
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.