De Sindi-dam in de Estlandse rivier de Pärnu wordt weggehaald.

Ecologie Dammen en stuwen

De sloophamer wacht om het rivierleven een nieuwe kans te geven

De Sindi-dam in de Estlandse rivier de Pärnu wordt weggehaald. Beeld Ministerie van Milieu, Estland

Veel van de honderdduizenden dammen en stuwen in Europa hebben geen functie meer, terwijl ze wel de natuur schaden. In Estland wordt een dam verwijderd om de zalm weer te laten paaien. Een voorbeeld om te volgen? Geheel zonder risico is het niet.

Het is oerdegelijk ingenieurswerk. Toch ontkomt de betonnen dam die in de Sovjettijd werd aangelegd in de Estlandse rivier de Pärnu niet aan de slopershamer. Een deel is al weggehaald, de rest volgt later. Voor het eerst in tientallen jaren stroomt het grauwe water van de Pärnu weer vrijelijk naar zee. De sloop van de metershoge barrière moet de terugkeer mogelijk maken van zalm en andere migrerende vissoorten die hier onverbiddelijk werden tegengehouden.

De Sindi-dam in de Pärnu is een van de talloze waterkeringen in Europa die geen praktisch nut meer hebben en die wat ecologen betreft opgeruimd moeten worden om het rivierleven een nieuwe kans te geven. Dammen blokkeren niet alleen de migratie van trekvissen, ze kunnen in een heel stroomgebied het dieren- en plantenleven nadelig beïnvloeden. Ze verslechteren de waterkwaliteit door opeenhoping van sedimenten en organisch materiaal in de stuwmeren die ontstaan.

Dammen en stuwen worden gebouwd om de mens te dienen. Ze vormen reservoirs voor drinkwater, leveren energie, maken irrigatie van landbouwgronden mogelijk en beperken overstromingsgevaar. Veel barrières verliezen in de loop der jaren echter hun functie en zijn dan alleen nog maar schadelijk voor de natuur in en om de rivieren. Daarom pleiten natuurbeschermers voor het verwijderen van in onbruik geraakte obstakels.

Door het weghalen van de Sindi-dam, gelegen op 14 kilometer van zee, komt voor vissen ruim 140 kilometer rivierwater vrij. Alle zijrivieren en verbonden beekjes meegerekend gaat het zelfs om 3.300 kilometer stromend water. Zo kan de zalm, die hier zo goed als verdwenen is, zich herstellen, zegt projectleider Külli Tammur van het Estlandse ministerie van Milieu. Ook de zeeforel, de aal en rivierprik behoren tot de dertig vissoorten die volgens haar zullen profiteren.

Projectleider Külli Tammur: ‘Ik heb zeven bijeenkomsten belegd om de plannen uit te leggen. Mensen stonden woedend tegen me te schreeuwen.’ Beeld Iwan Hoving

Staand op restanten van de waterkering wijst Tammur aan waar keien en grind in de rivierbedding zullen worden gelegd, zodat er voor de zalm een aantrekkelijke omgeving ontstaat om te paaien. Verder stroomopwaarts komen meer van zulke plekken. ‘Zalmen zijn net ratten. Als ze een plaats hebben om zich voort te planten,  herstellen de populaties snel’, zegt de Finse bioloog Sampsa Vilhunen die ook naar de ontmanteling is komen kijken.

Voor zalmen uit de Golf van Riga was de Sindi-dam tot voor kort het eindpunt van een onvoltooide reis naar hun paaigebied. Zalm zwemt het grootste deel van zijn leven in zout water, maar keert terug naar zijn geboortegrond in de rivier om zich voort te planten. Stroomopwaarts leggen vrouwtjes hun eitjes in ondiepe grondbeddingen, waarna die door de mannetjes worden bevrucht. Jonge zalmpjes trekken na verloop van tijd naar zee. Dammen maken deze levenscyclus onmogelijk en zo verdween de zalm ook uit de Pärnu. De vispassage, een constructie in de dam om trekvissen doorgang te bieden, veranderde daar niets aan. ‘Er gingen hooguit twee vissen paar jaar doorheen.’

De 150 meter lange dam is in de jaren zeventig gebouwd toen Estland nog deel uitmaakte van de Sovjet-Unie. De dam leverde water aan een wolfabriek, die in de jaren negentig de deuren sloot. Het grijze gebouw waarin de installaties waren ondergebracht staat er nu gehavend bij. Een troosteloze herinnering aan de tijd dat de Russen hier de dienst uitmaakten.

Niet iedereen stond te juichen toen de sloopplannen bekend werden, vertelt Tammur. ‘Ik heb zeven bijeenkomsten belegd om ze uit te leggen aan de plaatselijke bevolking. Mensen stonden woedend tegen me te schreeuwen.’ Het gemeentebestuur van Sindi weigerde mee te werken omdat bewoners bezwaar maakten. Die klaagden dat ze ’s zomers niet meer in het stuwmeer konden zwemmen. Dit ondanks het feit dat er de afgelopen veertig jaar elf zwemmers zijn verdronken. Vooral etnische Russen betreurden het verdwijnen van een symbool van een bloeiend industrieel verleden.

Uiteindelijk wisten de Estse autoriteiten de omwonenden te winnen voor het 15 miljoen euro kostende ecoproject, dat voor een groot deel met Europees geld werd bekostigd. Daarvoor moesten ze beloven dat in de rivier een stuk zou worden uitgespaard waar kan worden gezwommen. En dat er mogelijkheden komen om – legaal, dus met vergunning – op zalm te vissen. De sloop kon beginnen en werd vorig najaar feestelijk ingeluid. Tammur verwacht dat de eerste zalm volgend jaar zijn weg stroomopwaarts zal hebben gevonden.

De Sindi-dam in Estland. Beeld Ministerie van Milieu, Estland.

Grote invloed op ecosysteem

In Europese rivieren en beken liggen honderdduizenden dammen en stuwen. Veel daarvan zijn niet meer in gebruik. Sommige zijn (tientallen) meters hoog, de meeste zijn lage en kleine constructies. Ondanks hun geringe omvang kunnen ook die waterkeringen grote invloed hebben op het ecosysteem. Stroomopwaarts ‘verdrinken’ leefgebieden van plant en dier. Stroomafwaarts blijft een mager stroompje over. Sedimenten die voorheen de zee bereikten, blijven nu achter in rivier of stuwmeer.

De biodiversiteit in rivieren en waterrijke gebieden is de afgelopen halve eeuw dramatisch afgenomen, stelt het Wereldnatuurfonds in zijn Living Planet Report 2018. Sinds 1970 is het aantal populaties van soorten die in en bij zoetwater leven – vissen, vogels, amfibieën en reptielen – wereldwijd met 83 procent afgenomen. Europa doet het met zijn grote ‘damdichtheid’ niet beter dan andere continenten. De zalm, de steur en de paling zijn in aantal sterk verminderd of verdwenen, met gevolgen voor visetende vogels als de lepelaar, de zwarte ooievaar en de zeearend.

‘Rivieren vol vis zijn zeldzaam geworden in Europa’, zegt Herman Wanningen van de World Fish Migration Foundation. Deze stichting werkt voor het project Dam Removal Europe samen met Europese natuurorganisaties, onderzoeksinstituten en sportvisserij-organisaties. ‘Vissen zijn een maatstaf voor de gezondheid van het hele ecosysteem van een rivier. Als er veel vis is gaat het goed met de rivier en met het stroomgebied. De aanwezigheid van vis biedt kansen voor andere dieren, van beren tot otters, van vogels tot waterinsecten.’

Nederland

Ook in Nederland verdwijnen waterkeringen om de visstand en de waterkwaliteit te verbeteren. In de Gelderse beek Boven Slinge heeft het Waterschap Rijn en IJssel in 2015 bij Winterswijk twee stuwen afgebroken die waren aangelegd om het (grond)waterniveau te controleren. Resultaat: herstel van de natuurlijke stroming en meer dan verdubbeling van het aantal waargenomen vissen. ‘Een voorbeeld van het verschil dat een kleine verbetering kan maken’, aldus de World Fish Migration Foundation. Het waterschap De Dommel gaat dit jaar stuwen verwijderen in de beek de Run, bij Eindhoven.

In Europa stromen weinig rivieren zonder barrières, maar er zijn initiatieven om daar verandering in te brengen. De EU vaardigde in 2000 een richtlijn uit die lidstaten opdraagt hun zorg voor rivieren en meren te verbeteren. In landen als Frankrijk, Spanje, Groot-Brittannië, Zweden, Denemarken en Nederland zijn zeker vijfduizend waterkeringen verwijderd. Met spectaculaire verbetering van leefgebieden als gevolg, zegt Wanningen. ‘Rivieren blijken sneller te herstellen dan gedacht.’ Dat neemt niet weg dat er volgens hem nog heel wat te doen staat om de Europese rivieren gezond te maken.

Tegelijkertijd klinken uit wetenschappelijke kring waarschuwingen om de sloophamer niet onbezonnen ter hand te nemen. Het weghalen van dammen kan ook risico’s met zich meebrengen: giftig bezinksel dat zich heeft opgehoopt achter een dam kan loskomen, invasieve soorten als rivierkreeft en grondel kunnen hun kans schoon zien om op te rukken. Bovendien zijn er historische dammen die behoren tot het cultureel erfgoed van een regio, zoals de door de Romeinen gebouwde Prosperina-dam in West-Spanje.

‘We moeten oppassen dat het openen van rivieren niet meer kwaad dan goed doet’, zegt Carlos Garcia de Leaniz, hoogleraar aan de universiteit van Swansea in Groot-Brittannië. ‘We moeten ons afvragen waarom een dam wordt weggehaald. Alleen omdat het kan of omdat het prioriteit heeft? Dammen zijn gebouwd met veronachtzaming van de gevolgen voor het milieu. Met het verwijderen ervan moeten we niet dezelfde fout maken.’

Garcia de Leaniz is coördinator van Amber, een met EU-geld gefinancierd project om Europese rivieren ‘vrij’ te maken. Amber brengt alle dammen en andere barrières in Europese rivieren in kaart en weegt aan de hand van algoritmes de kosten en baten van sloop tegen elkaar af. ‘We willen de belastingbetaler niet laten opdraaien voor de sloop van een dam als die geen positieve invloed heeft op de gezondheid van een rivier. Dat is bijvoorbeeld het geval als er stroomopwaarts meer dammen zijn.’

Een dam in de Sélune in Normandië die op de nominatie staat te worden gesloopt. Beeld Iwan Hoving

Dat het afbreken van dammen kan leiden tot protest blijkt niet alleen in Estland. In Frankijk komen activisten in verzet tegen de voorgenomen sloop van twee elektriciteit leverende dammen in de Sélune in Normandië. Honderden activisten, verenigd als Les Amis du barrage, roeren zich sinds de afbraakplannen bekend werden. Ze vinden het onaanvaardbaar dat belangrijke bronnen van schone energie en het grootste waterreservoir in de regio verdwijnen. Ze krijgen inmiddels steun van demonstranten in gele hesjes.

Het verwijderen van dammen lijkt inderdaad op gespannen voet te staan met het streven om meer schone energie op te wekken, erkent Garcia de Leaniz. ‘Europa vraagt de lidstaten de productie van waterkracht te verhogen en wil tegelijkertijd dammen weghalen. Dat lijkt onverenigbaar, maar ik denk dat het mogelijk moet zijn dammen te handhaven die niet zoveel schade toebrengen aan het milieu. Als we vinden dat elke dam moet verdwijnen, hoe krijgen we dan elektriciteit, drinkwater, water om de velden te bevloeien?’

De waterkrachtsector maakt zich geen zorgen over botsing van belangen. De meeste Europese dammen die worden weggehaald leveren geen elektriciteit, zegt Mathis Rogner van de International Hydropower Association, een organisatie voor de promotie van waterkracht. Hoewel slechts een klein deel van de dammen is gebouwd om stroom op te wekken levert waterkracht op dit moment zo’n 16 procent van alle elektriciteit in de wereld. ‘Gezien de voordelen van waterkracht wordt verwacht dat dit nog vele jaren de belangrijkste bron van hernieuwbare elektriciteit zal blijven’, aldus Rogner.

De dam in de Vantaarivier in Finland, wordt in juni verwijderd.

Terwijl in tal van Europese landen dammen verdwijnen, wordt op de Balkan, waar in tegenstelling tot de rest van Europa een aanzienlijk deel van de rivieren nog in goede ecologische conditie verkeert, volop gebouwd aan waterkrachtcentrales. De komende jaren is in Balkanlanden – van Slovenië tot Griekenland - de bouw van zo’n 2800 centrales gepland. De ‘dam-golf’ wordt mede gefinancierd door de Europese Bank voor Reconstructie en Ontwikkeling (ERBD). Het is een gruwel voor natuurorganisaties die vrezen dat grote schade wordt toegebracht aan de weinige onaangetaste rivieren die Europa nog heeft.

Een van de laatste wilde Europese rivieren is de Vjosa, die ontspringt in Griekenland en door Albanië naar de Adriatische Zee stroomt. De Vjosa slingert door prachtige canyons en andere ongerepte natuurgebieden. De rivier is van levensbelang voor diverse bedreigde trekvissen, de omgeving is rijk aan vogelsoorten. De rivier wordt gekoesterd door lokale vissers en kleine boeren met een stukje landbouwgrond langs de oever. De rivier is een geliefde bestemming voor (eco)toeristen.

Dit voor Europa unieke stroomgebied dreigt volgens natuurorganisaties te worden opgeofferd aan Europese behoefte aan ‘groene’ energie die niet zo groen is. In het (grootste) Albanese deel van het stroomgebied zijn acht dammen en 23 kleinere waterkrachtcentrales gepland. De regering van Albanië kan het geld dat met waterkracht kan worden verdiend goed gebruiken. Verzet van milieuactivisten en bewoners tegen de plannen heeft tot nu toe weinig concrete resultaten opgeleverd. De komst van de bouwkranen wordt gevreesd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden