Wat hebben we geleerd? Les 11

De schaduwzijde van de geschiedenis komt steeds meer in het licht

Beeld Hilde Harshagen

Tien jaar geleden was er nog geen Zwarte Pietendebat, geen discussie over termen als de Gouden Eeuw of figuren als J.P. Coen. Kunt u het zich nog voorstellen?

Behalve een voetbalelftal delen mensen graag een toffe geschiedenis. Hele naties zijn op dit principe gebouwd. Verslagen vijanden, vergaarde rijkdommen en bereikte prestaties – daar kun je als groep iets mee. Moord, mensenhandel, uitbuiting en onderdrukking geven nu eenmaal minder elan aan je identiteit dan pak ’m beet Rembrandt.

Het afgelopen decennium vertoonde ’s lands zorgeloze patriottisme echter wat scheurtjes, die langzaam in barsten veranderden.

Zwarte Piet, Jan Pieterszoon Coen en de Gouden Eeuw. Las u deze woorden zonder enig sentiment te ervaren, dan leefde u de afgelopen jaren vermoedelijk onder een steen. Want zelfs wie het adagium ‘mag dat ook al niet meer’ graag bezigt, zal het niet zijn ontgaan dat elk van deze namen een lading draagt die verder reikt dan: pepernoot, zeeheld en de VOC-mentaliteit.

Het is veelzeggend dat een politicoloog het afgelopen jaar aan de Universiteit van Amsterdam promoveerde op ‘het Zwarte Pietendebat’. Tien jaar geleden bestond het woord niet eens. Waar de aanwezigheid van zwarte actievoerders als Jerry Afriyie in 2011 (met de tekst ‘Zwarte Piet is racisme’) voor veel Nederlanders nog als een donderslag bij heldere hemel kwam, kende het afgelopen jaar talloze sinterklaasvieringen met louter roetveegpieten, zelfs bij de NTR.

Muntte het Scheepvaartmuseum in Amsterdam in 2011 nog opgewekt de slogan ‘Zonder scheepvaart geen rijsttafel’, in de huidige vaste opstelling wordt de term ‘Gouden Eeuw’ gemeden, vanuit de vraag: voor wie was de eeuw goud?

De eerste schreden op het pad van de teruggave van koloniale roofkunst worden gezet. De ‘politionele acties’ heten voortaan ‘de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog’. Straten en scholen met namen van controversiële historische figuren roepen discussie op, soms zelfs met een naamswijziging tot gevolg. Zoals de Amsterdamse J.P. Coenschool, heden: de Indische Buurtschool. Want die Coen, moordde die niet alle inwoners van Banda uit?

Het lijken misschien kleine gebeurtenissen op het podium van het razende wereldnieuws. Toch voltrekt zich niets minder dan een revolutie. De samenleving krijgt meer en meer oog voor de schaduwzijden van de eigen geschiedenis.

Onze geschiedenis. Alleen dat woord al: ‘onze’. De afgelopen jaren klonk luider dan ooit op debatpodia en historische congressen, in musea en gemeenteraden en in de kolommen van de krant een geluid dat niet per se nieuw is, maar tot op heden vaak niet werd gehoord: van wie is de geschiedenis eigenlijk, over wie gaat het verhaal dat we onze kinderen op school vertellen en wie bepaalt waarop we inzoomen?

Dat ‘de’ geschiedenis niet bestaat, mag voor historici geen nieuws heten. Het verleden is geen verzameling feiten en gebeurtenissen die objectief kunnen worden gepresenteerd in de vorm van één verhaal. Het 19de-eeuwse idee van ‘wie es eigentlich gewesen ist’, is reeds lang achterhaald. In elke beschrijving zit de hand van de historicus. En laat dat in koloniale context nu zelden de hand zijn van iemand met een bovengemiddeld oog voor, laten we zeggen, zij die er bekaaid vanaf kwamen in de 17de of 18de eeuw.

Kritiek op het patriottisme

In 2016 verscheen een boek dat de roerige tijdgeest goed illustreert. Roofstaat van publicist Ewald Vanvugt, een linkse man uit de tijd dat links nog links heette en vreselijk links was. Een boek over de donkere kanten van de Nederlandse geschiedenis: slavenhandel, oorlog, uitbuiting en geweld. De term ‘roofstaat’ ontleende Vanvugt aan Multatuli, die hem als eerste gebruikte om Neerlands charmante overzeese karakter te typeren.

Het boek, dat jaren eerder al in dunnere vorm en met een andere titel verscheen, werd even ruimhartig ontvangen als verguisd. Maar het maakte wel iets los.

Dat er her en der wel iets valt af te dingen op de beweringen in Roofstaat, lijkt minder relevant dan de boodschap die eruit klinkt: kritiek op ongegeneerd patriottisme en op het verzwijgen van wandaden in voormalige overzeese gebiedsdelen van Nederland.

Er wordt helemaal niets verzwegen, riepen tegenstanders. Vanvugt en zijn medestanders hadden het antwoord al klaar. Zeker, de ‘zwarte bladzijden’ van de geschiedenis worden keurig genoemd, maar steevast met de toevoeging: zie ze in het licht van de tijd, het waren incidenten, bijverschijnselen.

Het betoog dat de gruweldaden – van het uitroeien van lokale inwoners tot de slavenhandel – wezenskenmerken waren van het Nederlandse handelsimperium, wordt vooral door nazaten van ‘tot slaaf gemaakten’ (in het boek wordt deze Amerikaanse term voor het eerst gebruikt) als erkenning gezien.

Het is een boodschap die ook resoneert bij een nieuwe lichting historici. Wetenschappers die zich niet schamen voor de typering ‘maatschappelijk betrokken’, omdat ze vinden dat geschiedschrijving niet buiten de maatschappij kan plaatshebben. En dus ook niet zonder oog voor degenen die misschien minder vertegenwoordigd zijn in de wetenschap en zich minder herkennen in de gangbare historische vertellingen.

Wat hebben we geleerd? 16 wetenschappelijke lessen uit het afgelopen decennium

Het klimaat begint voelbaar te veranderen en insecten leggen massaal het loodje. Traditiegetrouw zetten we aan het eind van elk jaar de opmerkelijkste lessen op een rij – deze keer blikken we meteen maar terug op het hele decennium. Er is ook vrolijker nieuws: de duurzame revolutie komt op gang, traumatherapie werkt echt en we gaan niet meer dood aan ziekten die tien jaar geleden nog fataal waren. Bekijk hier de zestien lessen.

Nieuwe perspectieven

Wetenschappers die zeggen: de schaduwzijde staat niet los van de rest. Ze moet onderdeel worden van het Grote Verhaal, ermee verweven raken. Want veranderen kun je de (koloniale) geschiedenis niet meer, maar je kunt haar wel zo goed mogelijk en vanuit zo veel mogelijk perspectieven beschrijven.

Jongere onderzoekers op het terrein van de koloniale geschiedenis (zoals Karwan Fatah-Black, Matthias van Rossum, Pepijn Brandon, Suze Zijlstra en – al wat langer – Susan Legêne) nemen het op tegen voorgangers als Piet Emmer, de éminence grise op het gebied van de Nederlandse rol in de trans-Atlantische slavenhandel.  Emmers boodschap luidt al decennia in versimpelde vorm: natuurlijk was het geen pretje om slaaf te zijn, maar laten we daar niet emotioneel over doen en trouwens, rijk werden we er ook al niet van.

Dit jaar presenteerden samenwerkende historici van het geschiedenisinstituut IISG, de Vrije Universiteit Amsterdam en de Universiteit Leiden de uitkomsten van een uitgebreide studie naar het profijt dat Nederland trok van de slavernij. Een project dat, zoals betrokkenen zeggen, tien jaar geleden nog ondenkbaar was.

Ze becijferden dat de financiële impact van de slavenhandel en alle op slavernij gebaseerde activiteiten in de 18de-eeuwse economie allesbehalve marginaal was – zoals generaties historici voor hen altijd hadden beweerd. Hoofdonderzoeker Pepijn Brandon (IISG) benadrukte in interviews naderhand dat hij hoopte dat de conclusies mede een einde konden maken aan het stelselmatig bagatelliseren van het leed dat met de slavernij gepaard ging.

Het debat knalt in alle hevigheid het volgende decennium in. En dan hebben we het niet zozeer over degenen die het gezicht van Piet blijven schminken uit naam van een traditie, maar eerder over de confrontatie tussen degenen die verhalen uit de schaduw proberen te trekken en zij die de ‘helden’ liever ongestoord op hun voetstuk laten staan.

Hierover is het laatste woord duidelijk nog niet gezegd, maar het valt niet te ontkennen dat er beweging in zit. Met initiatieven als The Black Archives (2015), bibliotheek en debatcentrum ineen, met louter bronnen afkomstig uit ‘een zwart of ander vaak onderbelicht perspectief’. Rondleidingen door historische binnensteden gericht op het verhaal van de slachtoffers van koloniale gruweldaden. En binnenkort Amsterdammers die wonen op de Maria Ulfahlaan of de Hermina Huiswouddreef. Wie, zegt u? Quod erat demonstrandum, voor een ander perspectief.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden