De Pluim: Hier geen paniek om superresistente bacteriën, dankzij ons 'doe-normaal-gen'

Zomerrubriek - Jaloerse blikken uit het buitenland; dít doen we goed

Slimme bacteriën die aan hun bestrijders, de antibiotica, ontsnappen door trucs toe te passen: zie daar de basis van een probleem dat wereldwijde proporties heeft aangenomen.

Regelmatig verschijnen er alarmerende berichten over 'superbugs', multiresistente bacteriën die op geen enkel antibioticum meer reageren, waardoor infecties onbehandelbaar worden. In Nederland is nog geen sprake van paniek: de problemen nemen wel toe, maar de resistentie is hier nog relatief laag. Zo laag dat we een voorbeeld zijn voor andere landen, weet Heiman Wertheim, hoogleraar medische microbiologie aan het Radboudumc.

Wat doen we zo goed?

Wat is 'De Pluim'?

Het nieuws wordt vaak beheerst door misstanden en andere zaken die niet goed gaan. Maar gelukkig zijn er ook veel dingen die we wel mooi voor elkaar hebben hier in Nederland. En vaak hebben we dat zelf niet eens zo in de gaten. In de rubriek De Pluim gaan we naar deze zaken op zoek. Onze fietscultuur, onze waterwerken, ons spoorwegennet: wat kan op jaloerse blikken uit het buitenland rekenen? En waarom eigenlijk?

'Nergens in Europa wordt zo weinig antibiotica voorgeschreven als in Nederland en ook wereldwijd scoren we erg goed. Dat is belangrijk: om resistente bacteriën te voorkomen, moeten artsen spaarzaam zijn met antibiotica en die medicijnen op de juiste wijze voorschrijven: alleen bij patiënten die het echt nodig hebben en in de goede dosering. Immers: hoe vaker bacteriën met antibiotica te maken krijgen, hoe meer ze de noodzaak voelen om een ontsnappingsroute te zoeken. Ook preventie van infecties is belangrijk, we moeten voorkomen dat resistente bacteriën in het ziekenhuis van de ene naar de andere patiënt overspringen. Ik noem het maar even 'de basisschoonmaak' - en die is hier goed geregeld. Het gevolg van dat alles is dat de resistentie van bacteriën hier al jaren laag is'.

Waarom doen wij het zo goed?

'Dat is vermoedelijk nuchter verstand, het doe-normaal-gen van de Nederlanders. Ben je ziek dan is toch vaak de reflex: kopje thee en vroeg naar bed, even aankijken of het morgen over is. Huisartsen zijn terughoudend bij het voorschrijven van antibiotica. Iedereen gaat er hier verstandig mee om. En dat al tientallen jaren.'

Zijn we een voorbeeld voor het buitenland?

'Jazeker, en daarom willen we onze kennis gaan overdragen. Er zijn zoveel goede experts, ook onder artsen die reeds met pensioen zijn en die hier graag bij willen helpen. We zijn al met een aantal gepensioneerde wetenschappers en artsen in gesprek. Het moet geen hobbyisme worden natuurlijk, er moet een goed secretariaat komen, en er moet nazorg zijn. Denk aan een soort buddy-ziekenhuizen die als vraagbaak kunnen dienen. We zijn in onze beroepsgroep aan het kijken hoe we dat kunnen opzetten. Er zijn ook andere landen die het goed doen, Zweden bijvoorbeeld, dus misschien willen buitenlandse artsen meedoen, zodat we een pool van enkele honderden deskundigen kunnen opzetten. Dan kunnen we echt wat bereiken.

Ik heb negen jaar in Vietnam gewerkt. Ik was eraan gewend om in Nederland een enkele patiënt per week te zien met een multiresistente bacterie, maar daar zag ik ze de hele dag binnenkomen. In zo'n land zou onze kennis echt goed van pas komen.'

Is het Nederlandse model gewoon te kopiëren?

'Niet zo snel, dat kost tijd. Wij hebben in Nederland weinig hiërarchie, en iedereen werkt samen. Dat past in het 'doe maar normaal'-idee. In andere landen is er vaak een professor die de leiding heeft en als die een bepaalde visie heeft, is het lastig daar tegenin te gaan. Om infecties voor te zijn, moet iedereen in het ziekenhuis bovendien weten wat te doen en moet niemand daar van afwijken.'

Hoe houden we de koppositie vast, nu er zoveel wordt gereisd en iedereen bacteriën meeneemt uit het buitenland?

'Dat is inderdaad een probleem. Wie zonder resistente bacterie naar Azië reist, heeft minstens 30 procent kans er één mee terug te nemen. Gewoon door daar te zijn. Je pikt zo'n bacterie op door contact met de bevolking of via besmet voedsel. Geen probleem als je gezond bent: dan verdwijnt de bacterie na een tijdje uit je lichaam. Maar wie verzwakt is en ondertussen bijvoorbeeld een urineweginfectie oploopt, kan in de problemen komen.'

Daarom werken artsen en zorgorganisaties nu samen om nog betere afspraken te maken. Neem de verpleeghuizen, waar broze ouderen wonen die snel een infectie oplopen. Het personeel kan daar niet met mondkapjes gaan lopen, dat is te onpersoonlijk.

Hoe voorkomen we dan dat een bacterie het hele huis besmet? En kunnen we misschien bepaalde ingrepen, waarvoor bewoners nu naar het ziekenhuis komen, in het verpleeghuis uitvoeren?

Dan voorkomen we dat een resistente bacterie de kans krijgt om zich in het ziekenhuis te verspreiden. 'We houden nog stand. Patiënten kunnen hier nog steeds worden behandeld. Maar de komende jaren zullen steeds meer ouderen een heup- of een knieprothese krijgen en bij die groep liggen infecties op de loer. Als zij zonder het te weten een resistente bacterie bij zich dragen, ontstaan er fikse problemen. Laatst was ik bij een grote bijeenkomst in het Europees Parlement over antibioticaresistentie en daar zat ik naast een ouder echtpaar. Ik vroeg ze: waarom zijn jullie hier? Hun antwoord: wij zijn de doelgroep.'