Interview

De onderzoekersonderzoeker

Gerenommeerd etnograaf Steve Woolgar bestudeert al jaren lang wetenschap en wetenschappers. Belangrijke conclusie: wat wetenschappelijke kwaliteit is, is bepaald relatief. En wel hierom.

Steve WoolgarBeeld Els Zweerink

Etnograaf Steve Woolgar kan het vragen stellen niet laten. Terwijl hij zijn broodje smeert, filet americain, wil hij van de verslaggever weten waar de Volkskrant staat, politiek. Links? Rechts? Hoeveel mensen werken er precies? En is wetenschap een belangrijk thema? We zitten in een zijkamertje in het Trippenhuis in Amsterdam, het bepaald statige hoofdkwartier van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.

Later vanmiddag zal hij er een lezing geven over de kwaliteit van wetenschap. Zijn boodschap: de huidige definities van kwaliteit, gemeten naar aantallen publicaties en hoe vaak die geciteerd worden, zijn onvermijdelijk noch logisch. 'Het is een systeem van regels, en zoals met ieder systeem zie je dat mensen gaan gamen. Ze gaan zich naar de regels gedragen, in plaats van naar wat ze zelf belangrijk vinden.'

Broodje, keuvelen, een opgetrokken wenkbrauw, een verbaasde vraag: de methode-Woolgar ten voeten uit. Tegenwoordig is de etnograaf een bekende hoogleraar wetenschapsstudies in Oxford, maar hij maakte ooit naam met zijn studies met filosoof Bruno Latour. Samen bestudeerden ze de wetenschap, niet vanachter een bureau met de ramen dicht. Woolgar en Latour trokken letterlijk naar het lab, veegden er desnoods eerst even de vloer om vertrouwen te winnen. Geleidelijk deden ze ook mee in het onderzoek, de vergaderingen, de feestjes. Alles om te zien hoe het mensenwerk dat wetenschap heet er in de alledaagse werkelijkheid aan toegaat. 'Het is antropologie in het veld, met de opstelling van de etnograaf die zich afvraagt wat het volk dat hij bezoekt waardevol vindt.'

Wat voor stam zijn wetenschappers?

'Dat hangt er sterk vanaf waar je komt. Het is belangrijk vast te stellen dat wetenschapsfilosofen sterk de neiging hebben om in grote woorden te denken. Bewijs. Feiten. Terwijl die woorden niet in alle gemeenschappen dezelfde betekenis hebben.'

Hetzelfde geldt voor wetenschappelijke kwaliteit, zegt u?

'Ik trek graag de vergelijking met een begrip als intelligentie. Dat wordt gemakkelijk gedefinieerd als IQ. Terwijl iedereen weet dat dat maar één maat is voor intelligentie, en dat de meetmethode bepalend is voor de uitkomst. IQ is wat een IQ-test meet. Zo is het met wetenschappelijke kwaliteit ook.'

De huidige kwantitatieve normen voor kwaliteit zijn niet onvermijdelijk?

'Als een groep twaalf papers heeft afgeleverd, is dat wat in de sociologie een 'mobiele onveranderlijke' heet: een gegeven waarmee een onderzoeksgroep naar een research council (een instelling die wetenschap financiert, red.) kan gaan, en dan weten groep én council wat je bedoelt. Dat is dus een hard gegeven. Maar ook een beperkt en zeker niet logisch gegeven. In Groot-Brittannië zijn de criteria bij de vijfjaarlijkse onderzoeksevaluaties steeds veranderd. De enige constante is dat er gemeten moet worden. Wie er ook aan de macht was trouwens, Thatcher of Blair. Het is de technocratische benadering van wetenschap.'

Waarom is het zo belangrijk om naar de alledaagse wetenschap te kijken?

'Voor ons als onderzoekers is het sowieso interessant, maar critici van het huidige wetenschapssysteem zouden er betere argumenten uit kunnen putten tegen die technocratie, die op een veel te algemeen schema van het wetenschapsbedrijf berust. En dat is nodig ook, want van die critici hoor ik nu vooral veel verontwaardiging en geklaag, over de aantasting van de academische vrijheid bijvoorbeeld. Dat geklaag is niet effectief. Wat je veel beter kunt doen, is laten zien dat het geld en de energie die in de technocratie worden gestoken veel meer opleveren als je het gebruikt om meer onderzoekers mee aan te stellen.'

Ranglijstjes van beste universiteiten en instituten zijn razend populair. Terwijl iedereen weet dat ze nogal discutabel zijn.

'Het grappige is dat bijvoorbeeld decanen een persbericht uitgeven als hun universiteit is gestegen en dat daar dan altijd eerlijk bij wordt vermeld dat het natuurlijk geen keihard gegeven is, maar wel een mooie opsteker. Als hun instelling zakt, is dat jammer, maar stellen de lijsten natuurlijk niet te veel voor.'

Weg met die lijsten en rankings?

'Ik heb daar niet eens zo'n harde mening over. Ik denk dat een volwassen reactie op het systeem van ranking is: laten zien dat je met een iets andere indeling van vakgebieden opeens niet op plaats 17 staat, maar op plaats 2. Of omgekeerd. Dat is wat wetenschappers moeten doen: niet klagen, maar de relativiteit laten zien.'

Als groepsleider in Oxford laat u uw medewerkers onderhandelen over de waardering die hun werk verdient.

'Dat begon als een experiment rond de vraag of een groep zelf criteria kan vinden voor kwaliteit en productiviteit. Dat blijkt zo te zijn. Zij het dat er wel forse discussies ontstaan over de vraag of een paper in Nature tienmaal meer waard is dan een poster op een congres, of twintigmaal.'

Ruzies?

'Integendeel. Ik geloof erg in de humor van de dingen. Zelfreflectie is een heel belangrijk academisch instrument, inclusief de mogelijkheid om te lachen om jezelf.'

Steve Woolgar.Beeld Els Zweerink

U liet een studie naar de meetbaarheid in het brein van het effect van reclame lezen door mensen in een hersenscanner, en publiceerde daarover. Een grap?

'Helemaal niet. Het klinkt hilarisch, en dat was het ook. Maar waar het om draait, is vragen oproepen. In dit geval: wat is de invloed van de hersenwetenschappen op sociologisch onderzoek? Dat punt hebben we denk ik echt wel kunnen maken.'

En dat wordt ook opgepikt?

'Ik hoop het. De nadruk op het brein heeft verstrekkende gevolgen. Sociologen gaan tot nog toe uit van het individu dat verantwoordelijk is en keuzes maakt. Als opeens niet het individu maar het brein keuzes maakt en de verantwoordelijkhied heeft, is de traditioneel sociologische analyse vanuit het zelfstandige individu niet de juiste.'

Wetenschappers zijn intelligente mensen, bijna per definitie. Dat kunnen ze toch zelf ook wel bedenken?

'Intelligent ja, zelf bedenken nee. Wat dat betreft zijn er binnen elke onderzoeksgemeenschap vele vaste waarden en vooronderstellingen, die je pas ontdekt als er vreemde ogen op de werkvloer komen. Dat irriteert, dat zie ik best, mensen die denken: O my god, bloody social scientists. Maar uiteindelijk is er altijd een vraag die ze wel verbaast en aan het denken zet.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden