De oervogel archaeopteryx vloog rond tussen de dinosauriërs (maar vraag niet hóé)

Doe uw armen naar voren als Superman. Zwaai ze naar achteren als bij de vlinderslag. Trek ze in. Zó ongeveer moet de beroemde oervogel archaeopteryx 150 miljoen jaar geleden in het tijdperk van de dinosauriërs hebben rondgevlogen. Een manier van vliegen die duidelijk maakt dat de natuur destijds talloze manieren van vliegen uitprobeerde, constateert een team onder Nederlands-Franse leiding in Nature Communications.

Tekening van een archaeopteryx Foto Science Photo Library

Het dier, niet groter dan een raaf, zal korte stukjes hebben rondgefladderd tussen de tropische eilandjes waaruit zijn leefgebied in het huidige Duitsland destijds bestond. 'Hij heeft de dunne botwand van een vliegende vogel', vertelt paleontoloog Dennis Voeten, die drie beroemde fossiele archaeopteryxen doorlichtte met de extreem sterke röntgenapparatuur van het Europese onderzoekslab ESRF in Grenoble. 'Dus zou hij tenminste gevlogen moeten kunnen hebben', drukt hij zich voorzichtig uit.

Archaeopteryx is een van de beroemdste dinosauriërs: ooit cruciaal bewijsstuk voor Darwins evolutietheorie, en in meer recente tijden hét fossiel dat aantoont dat vogels eigenlijk dino's zijn. Maar of het dier echt vloog of hooguit soms wat zweefde, bleef onduidelijk: het dier had veren, maar ook een schouderbouw die een vleugelslag op en neer verhindert.

Maar nu het beest dunwandige vliegbotjes blijkt te hebben, slaat de wijzer door naar vliegen. Het dier zal het luchtruim hebben gekozen om bijvoorbeeld aan roofdieren te ontkomen of over obstakels te komen, een beetje als een fazant. 'Het moet een ongewoon gezicht zijn geweest. Hij maakte waarschijnlijk een soort roeibeweging, alsof hij iets vóór zich wilde pakken,' zegt Voeten, die momenteel promoveert aan de Tsjechische Palacký Universiteit.

Luchtwaardig

'De fysica rond de stevigheid van holle vogelbotten is niet heel anders dan die van de holle buizen in een fietsframe', zegt ook Anne Schulp (Naturalis), niet betrokken bij het onderzoek. 'In de evolutie van vogeltjes werd net zo genadeloos geselecteerd op de combinatie van stevigheid en gewichtsbesparing als nu in de Tour de France'.

Dát archaeopteryx in enige mate luchtwaardig was, wist men al, zegt Schulp: 'Dat verklaart hoe hij in die lagune terechtkwam. De fossielen die we kennen, zijn prachtig uit de lucht komen vallen. Het debat ging erom of het slechts een tamelijk belabberde vlieger was of dat-ie best redelijk vooruitkwam.'

Een fossiel van een archaeopteryx Foto epa

Alle nu levende vogelsoorten stammen af van een gemeenschappelijke voorouder die zo'n 75 miljoen jaar geleden leefde. Maar vliegende familieleden waren er al eerder: de pterosauriër met zijn vleermuisachtige vleugels vloog al vanaf zo'n 220 miljoen jaar geleden rond. Later ontstonden bovendien twee groepen gevederde oervogels, door kenners uit elkaar gehouden door een iets andere skeletbouw. Archeaeopteryx was van die groepen een voorganger, 'al denk ik niet dat hij de eerste was', benadrukt Voeten.

En zoveel vogels, zoveel manieren van vliegen, denkt hij. Zo leefde er in China een dino met gevederde vleugels voor én achter. Die kon waarschijnlijk slechts zweven vanuit de boom, 'anders komen zijn voor- en achtervleugels met elkaar in de knoop', zegt Voeten. Uit hetzelfde gebied komt Yi, een bizarre gevederde dino die in de lucht bleef dankzij een vlies tussen zijn vingers. 'Alleen zijn al die andere soorten kassiewijle gegaan. We hebben slechts de vogels overgehouden.'

'Waardevol' om te weten dat archaeopteryx ook zónder speciale aanpassingen kon vliegen, vindt Schulp. Zo had het dier niet de van kippenborst bekende 'kiel' aan zijn borstbeen, voor de bevestiging van spieren. 'Archaeopteryx moet net iets anders hebben geflapperd. Maar hij zit dan ook helemaal aan het begin van het vliegen, heel diep in de oertijd.'