archeologie

De Nederlandse collectie uit de steentijd bevat veel vervalsingen – en die komen van één amateurarcheoloog

Er liggen heel wat vervalste werktuigen in Nederlandse steentijdcollecties, laten archeologen zien in het boek Valsheid in gesteente. En volgens hen is de dader ook betrokken bij het beruchtste Nederlandse vervalsingsschandaal uit hun vak: de affaire-Vermaning.

Geertje Dekkers
Tjerk Vermaning met een van zijn ‘vondsten', de blauwmeerbijl, in Hoogersmilde circa 1969. Beeld Archief B. Hindriks, fotograaf onbekend
Tjerk Vermaning met een van zijn ‘vondsten', de blauwmeerbijl, in Hoogersmilde circa 1969.Beeld Archief B. Hindriks, fotograaf onbekend

Er was iets vreemds aan de hand met de steentijdwerktuigen in het Haagse Museon. Dat zagen archeologen toen ze in 2018 vuurstenen gereedschappen uit het museum onder de microscoop legden. Daarop ontbraken de sporen van verwering die er wel op hoorden te zitten. Normaal gesproken glimt dit soort gereedschappen nadat ze duizenden jaren in de grond hebben gezeten, maar hier waren veel stukken glansloos.

De werktuigen vertoonden bovendien sporen die niet klopten met de tijd waaruit ze zouden stammen, sporen die wel kunnen worden achtergelaten door moderne manieren van slijpen. Conclusie: de gereedschappen waren vervalst.

Drie vuistbijlen uit de Vermaningcollectie in Hoogersmilde (1965). Beeld Frans de Vries
Drie vuistbijlen uit de Vermaningcollectie in Hoogersmilde (1965).Beeld Frans de Vries

Dat is een probleem, voor het Museon en voor het steentijdonderzoek in Nederland, schrijven steentijdarcheologen Frans de Vries en Marcel Niekus samen met collega’s in het boek Valsheid in gesteente, dat op 3 juni verscheen. De werktuigen in het Museon waren namelijk verzameld door amateurarcheoloog Ad Wouters, die zich decennialang intensief had bemoeid met onderzoek naar de prehistorie. Werktuigen die door zijn handen gingen, bevinden zich in allerlei collecties.

Het Museon heeft meer dan 20 duizend gereedschappen die Wouters in 1994 aan het museum verkocht. Uit het oudste deel van die collectie kozen de auteurs van Valsheid in gesteente willekeurig dertig stukken om te onderzoeken. Minstens acht daarvan waren vervalst. In een ander museum, Opsterlân in het Friese Gorredijk, lagen elf stukken die Wouters ooit had geschonken. Stuk voor stuk nep, zagen de archeologen. Dus is het volgens hen hoog tijd grondig te kijken naar alle andere verzamelingen waarmee Wouters zich ooit heeft bemoeid.

Het onderzoek naar Wouters was een spin-off van een andere, beruchte zaak, die ook aan bod komt in Valsheid in gesteente. Die draaide om Tjerk Vermaning, ook een amateurarcheoloog. Ergens in de jaren vijftig of de vroege jaren zestig had Vermaning in het streekmuseum van Gorredijk een neanderthalervuistbijl gezien, en hij was gefascineerd geraakt door de vroegste bewoners van Noord-Nederland. Hij ging op zoek, in de hoop ook iets bijzonders te ontdekken. Dat bleek lastig, maar in 1965 deed hij een ongekende dubbelvondst. Bij het Drentse Hoogersmilde ontdekte hij dicht bij elkaar vuistbijlen en ander gereedschap uit de oude steentijd, van het soort dat neanderthalers ooit hadden gebruikt. Het ging om sporen van twee kampementen en dat was uniek: in Nederland was nog nooit een neanderthalerkamp gezien en Vermaning ontdekte er zomaar twee.

Het was een prachtig verhaal, vooral omdat Vermaning een eenvoudig man was. Een schipperszoon die maar een jaar naar de lagere school was geweest en die zijn geld verdiende door potten en pannen te repareren en messen en maaimachines te slijpen.

Tjerk Vermaning, beeld uit Valsheid in gesteente (Hulst 1975). Beeld
Tjerk Vermaning, beeld uit Valsheid in gesteente (Hulst 1975).

In de jaren na de vondsten bij Hoogersmilde bleven de ontdekkingen maar komen: nog een neanderthalerkampement bij Hijken (Drenthe), honderden neanderthalergereedschappen bij Eemster (weer Drenthe) en heel veel meer. Het kon niet op en de media vonden het geweldig. Vermaning werd beroemd.

Maar buitenlandse experts hadden hun twijfels bij de vondsten. En toen nam geoloog Dick Stapert de werktuigen uit Hoogersmilde en Hijken onder de loep. Die waren nep, concludeerde hij in 1974.

Zijn bevindingen mondden uit in een rechtszaak, want Vermaning had vondsten aan de provincie Drenthe verkocht, voor 10.000 gulden. In 1977 werd hij veroordeeld voor oplichting, maar in hoger beroep sprak het hof hem vrij. Er zaten weliswaar nepperds bij zijn ontdekkingen, maar volgens het hof was niet bewezen dat Vermaning die zelf had gemaakt.

Vervolgens bleef de kwestie etteren, ook nadat Vermaning in 1987 was overleden. Aanhangers hielden vol dat onderzoekers als Stapert het mis hadden en dat Vermanings vondsten echt waren. Valsheid in gesteente laat het daarom nog eens grondig zien: de oppervlakken van de vondsten van Vermaning vertonen, net als die van Wouters, sporen die niet kloppen met de tijd waaruit ze zouden stammen. Ze zijn niet verweerd, op een andere manier gemaakt dan de neanderthalers deden en kunstmatig verouderd met moderne slijpmiddelen.

Volgens de auteurs van Valsheid in gesteente handelde Vermaning niet alleen in zijn vervalsingswerk. Daarvoor ontbeerde hij de kennis over de steentijd, stellen zij: hij had hulp nodig en die hulp kwam van Ad Wouters.

Wouters was in de jaren vijftig gefascineerd geraakt door de steentijd. Hij las zich in en werd in het kleine wereldje van het nog jonge steentijdonderzoek een veel gezien figuur, betrokken bij meerdere opgravingen.

Net als Vermaning deed Wouters wel heel bijzondere vondsten en dat op plaatsen waar anderen weinig aantroffen. Op de Mookerhei bijvoorbeeld. Daar vond hij behalve wat gereedschappen een stenen hangertje met een zigzagversiering uit grofweg 10.000 v.Chr. Niemand anders zag iets van dien aard, ook niet na intensief onderzoek. Op zichzelf kan dat een keer gebeuren en in theorie ook een paar keer. Maar Wouters had zo veel vindersgeluk dat collega’s achterdochtig werden.

Wouters en gezin Vermaning in 1977 Beeld P.Wouters
Wouters en gezin Vermaning in 1977Beeld P.Wouters

En de zaak klopte ook echt niet, zo laat Valsheid in gesteente zien. Onder meer de analyses van de stenen in Opsterlân en het Museon bewijzen dat Wouters op serieuze schaal rommelde, tot kort voor zijn dood in 2001.

Wil Roebroeks, hoogleraar archeologie van de oude steentijd in Leiden, is onder de indruk van de manier waarop de auteurs dat zichtbaar maken: ‘Ik vermoedde dat Wouters had gerommeld, maar wist niet dat het op zo’n grote schaal was. Het boek laat dat geraffineerd zien. En ook het bewijs dat Vermaning vervalste, is heel duidelijk.’

Het bewijs voor Wouters’ gerommel zal niet leiden tot grote verschuivingen in het beeld van de steentijd in Nederland, denkt Roebroeks: ‘In grote lijnen zullen onze ideeën over de vroege bewoning hier niet veranderen: daarvoor hebben we genoeg andere vondsten. Het gaat hier om details, maar details zijn belangrijk.’

Uitgerekend vervalser Wouters ging in 1971 op bezoek bij Vermaning en vervolgens gebeurden er opmerkelijke dingen. Zo ‘vond’ Vermaning in 1972 bij Lheebroek (Drenthe) twee vuistbijlen. Die waren vervalst, weten we nu. Maar kort na Vermanings ‘ontdekking’ legde Wouters in dezelfde omgeving drie stukken vuursteen bloot die zó precies op de vuistbijlen pasten dat ze afkomstig moeten zijn uit hetzelfde stuk steen. Een duidelijke aanwijzing dus dat de twee samen hebben gerommeld.

Volgens de auteurs begon de samenwerking al eerder en was Wouters al vanaf 1965 betrokken bij Vermanings vervalsingen. Dat is een opmerkelijke stelling, want er is geen bewijs dat de twee voor 1971 contact hadden.

De auteurs hebben twee hoofdargumenten. In de eerste plaats zijn er de sporen op de werktuigen, zoals krassen, die wijzen op vervalsing. Op spullen van Vermaning en Wouters komt steeds eenzelfde type vervalsingssporen terug. Volgens de auteurs wijst dat op samenwerking, al vanaf het vroege begin van Vermanings gerommel. Wouters zou Vermaning hebben ingewijd in de vervalsingstechniek.

Maar de sporen zijn niet uniek: ze kunnen op verschillende manieren worden veroorzaakt en Wouters en Vermaning, de slijper van scharen en grasmaaiers, kunnen ze ook los van elkaar hebben gemaakt.

Toch zijn de auteurs stellig: Wouters was de mastermind achter Vermanings werk. Ze wijzen bijvoorbeeld op een ‘vondst’ van werktuigen die Vermaning in 1968 deed bij Norgervaart. Die zat zo goed in elkaar, stellen de auteurs, en veronderstelde zo veel kennis, dat Vermaning de vindplaats niet had kunnen creëren, maar Wouters wel. Bovendien waren voor de vervalsingen echte steentijdvondsten gebruikt, die bewerkt waren om ze bijzonderder te laten lijken. Vermaning was helemaal niet in staat om die vondsten bij elkaar te krijgen, zeggen de auteurs. Wouters had wel de nodige middelen en opnieuw de vereiste kennis.

Deze redenering laat zich moeilijk bewijzen, want in 1968 liep Vermaning al een paar jaar mee in het archeologische wereldje. Hij beschikte dus over enige kennis, vondsten en connecties en het is niet uitgesloten dat hij de spullen zelf bij elkaar heeft gebracht, of van iemand anders hulp heeft gehad.

Roebroeks noemt de stelling dat Wouters vanaf het begin betrokken was bij Vermanings vervalsingen dan ook een interessante hypothese: ‘Maar het is heel moeilijk te bewijzen dat het zo is gegaan.’

Hoe dan ook was Wouters betrokken bij allerlei vervalsingen en liggen die nog in een reeks collecties, verspreid over Nederland. Hoog tijd voor een grote schoonmaak, vinden de auteurs daarom en ze roepen de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed op die te organiseren: alle collecties waarmee Wouters zich heeft bemoeid, moeten worden gecontroleerd.

Eelco Rensink, archeoloog bij de Rijksdienst, vindt ingrijpen ook nodig. Hij wil beginnen met de landelijke database van archeologische vondsten, Archis, die de dienst bijhoudt: ‘Ik denk dat we de gebruikers van Archis moeten attenderen op de aanwezigheid van vervalste artefacten in vindplaatsen en collecties waarbij Wouters betrokken was. Dat de wetenschappelijke waarde van deze vindplaatsen nihil is. Dan gebruiken onderzoekers die niet meer voor hun onderzoek en publicaties.’ Of er ook een fysieke opruiming komt, weet hij niet: ‘Het wordt een enorm tijdrovende klus om alles op te sporen.’

Frans de Vries, Lammert Postma, Marten Postma, Marcel Niekus, Hans de Kruijk, Jan Timmner en Henk Kars, Valsheid in gesteente – Waarom zijn de vuistbijlen van Tjerk Vermaning vals en wie zit erachter? Uitgeverij Koninklijke Van Gorcum; 384 pagina’s; € 29,95.

null Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden