‘De natuurkunde is voorbij’

Evolutie is overal, zegt fysicus Frans Saris. In de biologie, maar ook in de wetenschap en de cultuur. ‘Darwin is de echte theorie van alles.’ Door Martijn van Calmthout..

Destijds, in 1982, bij zijn aantreden aan de Universiteit Utrecht als hoogleraar in de vaste-stoffysica, bracht zijn oratie een rel teweeg. Collega’s weigerden hem na afloop de hand te schudden. Trokken hun toga uit en vertrokken boos huiswaarts.

Terwijl, zegt Frans Saris (65) een kwart eeuw later, op een van de laatste dagen waarop hij als decaan van de Leidse bètafaculteit in zijn bestuurskamer zit – wat had hij nou helemaal gezegd?

Hij had geciteerd uit zijn dagboek, dat overigens helemaal geen echt dagboek was, maar een literaire vorm om te vertellen wat hij wilde vertellen. Later verscheen het in het tijdschrift De Gids, waarvan hij nóg later lange tijd redacteur zou worden. Een harde bèta tussen de alfa's, zoals eerder Philips-coryfee en fysicus H.B.G. Casimir en anderen.

In dat Dagboek van een Fysicus deed Saris, toen nog volledig onderzoeker aan het FOM-instituut Amolf in Amsterdam, uit de doeken hoezeer de nobele wetenschap wordt voortgestuwd door eerzucht, naijver en hoe lawaaiig het eraan toegaat. Hoe onfris de onderlinge beoordeling van artikelen gaat. En hoe pervers het allemaal kan zijn. Of in elk geval: ook kan zijn.

Daar werd de vuile was buiten gehangen, vonden velen.

Dramatisch hoogtepunt in zijn oratie was de scène waarin hij tijdens een congres in Bombay met een bus vol over kristalroosters bekvechtende fysici dwars door de stad vol bedelaars en ellende rijdt. ‘Ik kon gewoon niet meer tegen de vrijblijvendheid’, zegt hij er nu over. ‘En het is ook niet goed voor de wetenschap als die zichzelf naar buiten anders voorstelt dan ze is.’

Waarbij, dat weet hij nu ook beter dan toen, ook een zekere mate van midlife crisis een niet te verwaarlozen rol speelde.

Gisteren nam Saris afscheid van zijn Leidse faculteit, waar hij vijf jaar decaan was. Afscheid ook van een redelijk indrukwekkende wetenschappelijke carrière van decennia, eerst als vooraanstaand onderzoeker, later als directeur van het Amsterdamse FOM-instituut en het Energieonderzoek Centrum Nederland in Petten.

Saris neemt geen afscheid met een regulier afscheidscollege, maar met het opvoeren van een toneelstuk van zijn eigen hand. Noblesse oblige, vindt hij, jarenlang columnist in NRC-Handelsblad en auteur van een aantal boeken, ook een beetje.

In zijn stuk treden grote namen op, voor een deel Leids. Darwin, Kamerlingh Onnes. Niko Tinbergen. Albert Einstein. Spinoza, Francis Bacon. Maar ook Franz Kafka, wiens Vor dem Gesetz hem als 16-jarige scholier al bij de keel greep. Zozeer dat hij op eigen houtje aan een vertaling begon. Om het te begrijpen.

Het zijn stuk voor stuk mensen die hij de dingen in de mond kon leggen die hij toch nog eens over wetenschap wilde zeggen. Bottom line, en dat is dit najaar ook de strekking van zijn nieuwe boek Waarom Wetenschap: wetenschap is cruciaal voor ons overleven.

Saris: ‘Ons vermogen wetenschap te bedrijven is een evolutionair voordeel omdat je ermee vooruit kunt kijken, anticiperen op wat er komen gaat. Niet alleen is dat handig, het geeft aan wetenschap bovendien een duidelijke morele opdracht.’

Alsof de wetenschap, de natuurkunde voorop, alleen maar goeie dingen heeft gebracht?

‘Tuurlijk niet. Aberraties te over – weet ik best. De wetenschap, in het bijzonder de natuurkunde, heeft de mensheid al een aantal malen op een haar na de das omgedaan. Maar ook dat is eigen aan evolutie. Mutaties geven voordeel, maar houden ook grote risico’s in.’

Dat moeten onderzoekers zich ook realiseren?

‘Wetenschap heeft overlevingswaarde, zoals Niko Tinbergen het noemde. Dus moeten wetenschappers zich afvragen wat ze kunnen en willen bijdragen aan ons overleven. De beroemde waardevrije wetenschap bestaat niet, daar ben ik na al die jaren van overtuigd.’

Waarom hamert juist de fysicus Frans Saris zo op evolutie?

‘Ik ben dat in Leiden pas goed gaan zien. We hebben hier mensen als E.O. Wilson voor de Tinbergen-lezing gehad, Richard Dawkins, Tijs Goldschmidt, Frans de Waal. Biologen die je onvermijdelijk aan het denken zetten.

‘Ik denk echt dat Darwin de theorie van alles heeft gevonden. Niet zoals de natuurkunde die nog steeds nastreeft: een theorie die vertelt hoe alles in elkaar zit. Maar een theorie die aangeeft hoe alles wérkt. Evolutie is een universeel principe, dat werkt van de biologie tot in de cultuur, de economie, de politiek. En ook in de wetenschap zelf, waar ideeën, onderzoekers en instituten met elkaar strijden om de beste interpretaties.’

Niet gewoon wat uitgekeken geraakt op de natuurkunde?

‘De natuurkunde, daar moeten we eerlijk in zijn, is voorbij. De vorige eeuw was de eeuw van de fysica, met de atoombom, de laser, de micro-elektronica. De maatschappelijke invloed van mijn vak was immens. Ikzelf was er op het goeie moment bij en het was fantastisch, geen kick zo groot als iets echt nieuws ontdekken. Dat werkt zelfs absoluut verslavend.’

Zelf ook meegemaakt?

‘Een paar keer. Voor het eerst toen ik snapte waarom botsende argonatomen röntgenstraling uitzenden alsof ze krypton zijn, zoals ik in mijn experimenten in Amsterdam zag: omdat de elektronen de twee kernen even als één geheel zien. Het was huiveringwekkend om je dat te realiseren. Mijn artikel erover sloeg in als een bom. Ik kon overal terecht. Ik was opeens wereldberoemd. Amper 30 jaar was ik.’

Want?

‘Omdat dat kunstje ook opgaat voor botsende atomen van bijvoorbeeld uranium. Je kunt zo dus superzware atomen bestuderen die in werkelijkheid helemaal niet bestaan of zullen bestaan. Heel intrigerend. Maar tegelijk ook helemaal nergens goed voor. Na een paar jaar ben ik eruit gestapt. Iets heel anders gaan doen. Mensen verklaarden me voor gek. Maar ik dacht alleen: dit moet ophouden.’

Snel uitgekeken op dingen?

‘Ik ben vooral verschrikkelijk nieuwsgierig. Als ik een onderwerp doorheb, is de verrassing eraf. Ik heb mijn hele carrière om de zeven jaar een sabbatical genomen en ben daarna aan iets anders begonnen.’

En uiteindelijk eruit gestapt?

‘De natuurkunde is als wetenschap nog lang niet klaar, maar de invloed ervan is zeker tanende. We kunnen alle micro-elektronica bouwen die we willen. Nu is het de beurt aan de biologie over de hele breedte. Daar is het aan het gebeuren, dat voelen wetenschappers, ook de fysici, en studenten haarfijn aan. In die sector hebben we dit jaar 20 procent meer aanmeldingen dan vorig jaar, en toen was het al 15 procent meer dan ervoor.’

Is de moderne biologie net zo fundamenteel als natuurkunde?

‘Natuurlijk. Maar daarbij vind ik het wel heel logisch dat de natuurwetenschappen zich in deze richting ontwikkelen. Wij zijn levende wezens. Dan ligt een grote belangstelling voor het leven voor de hand. We leren het leven begrijpen. Onszelf en onze positie in het leven en de evolutie. Daar hebben we zelf wat aan. De atomen, en sterren en moleculen van de natuurkunde en astronomie kunnen het ook makkelijk zonder ons af. Het leven misschien niet.’

Van spraakmakend onderzoeker bent u bestuurder geworden. Eerst op het Amolf, daarna het ECN. Een logische stap?

‘Er komt een moment dat je moet bedenken waarmee je wetenschap het meest dient: als onderzoeker of als manager met verstand van onderzoek. Dat laatste dus.’

Wat helpt dat precies?

‘Misschien wel vooral dat je weet waar je onderzoekers niet mee lastig moet vallen. Je neemt de onderzoeker in jezelf als model en probeert een omgeving te creëren waar de stimulans opweegt tegen frustratie.’

Niet gevraagd als minister van Onderwijs en Wetenschappen?

‘Nee.’

Ronald Plasterk heeft er goed aan gedaan?

‘Ik denk, hoop dat hij er het talent voor heeft. Ik heb daar het geduld niet voor. Noch de politieke feeling. Ik heb, denk ik, op de plekken gezeten die ik aankon.’

Bij het ECN stond u centraal in een rel over de veiligheid van de kernreactor in Petten. U werd intern verweten een verborgen agenda tegen kernenergie te hebben.

‘Ik heb geen zin daar iets over te zeggen. Het ECN is verleden tijd. Ik vertrek nu uit Leiden.’

Was Leiden een verademing?

‘Na al die jaren in min of meer overheidsinstellingen kwam ik in de academie. Eigenlijk maar op het nippertje, Douwe Breimer belde me terwijl ik op weg was naar Brussel voor het allerlaatste gesprek over een baan als directeur Onderzoek bij de Europese Commissie. De toenmalige minister Jorritsma was razend dat ik afhaakte, maar Leiden kon ik niet laten schieten. Ik verkeer graag in het gezelschap van inspirerende mensen uit heel andere disciplines. Godsdienstwetenschapper Willem Drees, literatuurwetenschapper Frits van Oostrom. Heerlijk.’

Een beetje een culturele omgeving als bij De Gids?

‘Ik heb ook als bèta behoefte aan die breedte, die interactie. En aan schrijven, al ontdekte ik dat pas relatief laat. Mijn oratie was mijn eerste literaire stukje.’

U schrijft in uw nieuwe boek onder meer verontwaardigd over literatuur die de natuurwetenschap verkeerd aanhaalt?

‘Als Harry Mulisch beweert dat de wereld naar de verdommenis gaat, omdat volgens de natuurkunde alles in chaos eindigt, is dat flauwekul. Daar erger ik me aan, ja. Of Michael Crichton die de plank misslaat.’

Maar dat is, met alle respect, toch maar literatuur?

‘Maar? Literatuur en fictie zijn echt enorm belangrijke elementen van onze cultuur. Ze geven schoonheid en troost, zoals Wim Kayzer dat destijds noemde, in een wereld die helemaal zo prettig niet is. En ze bieden je de kans vele levens te leiden in de tijd van één. Lezers lenen andermans ervaringen. Ze zijn tegen veel meer opgewassen dan niet-lezers. Maar dan moet het natuurlijk wel een beetje kloppen wat er staat.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden