De mythe van de vrouw als betere mens

Feministen maakten steeds de fout mannen en vrouwen als verschillende wezens te blijven zien. In plaats van zich te bevrijden, sloten zich zo op in de seksegevangenis, meent Jolande Withuis....

In 1848 verschenen twee nog altijd wereldberoemde romans: Jane Eyre en Wuthering Heights. Ze verschenen onder mannelijk pseudoniem. Opgestuurd door Charlotte en Emily Brontë zouden ze wellicht nooit door de uitgever zijn geaccepteerd. Charlotte had haar lesje geleerd toen ze tien jaar eerder wat werk had voorgelegd aan de poet laureate Robert Southey en van hem het advies retour had gekregen om ondanks haar onmiskenbare talent het schrijven direct te staken: ‘Literature cannot be the business of a woman’s life & it ought not to be.’ Als vrouwen zouden schrijven, kwam immers de hele maatschappelijke orde op losse schroeven te staan.

Brontë hield zich gelukkig niet aan zijn advies, maar wrong zich wel haar hele leven in bochten om te bewijzen dat zij ondanks haar ambitie de wereld iets mee te delen toch een keurige Victoriaanse dochter was gebleven, een ‘echte vrouw’ dus. Zulke ‘echte vrouwen’ waren toentertijd bescheiden en wilden niets liever dan zich ongezien wijden aan anderen; rebellie tegen de nauw omschreven sekserollen was zondigen tegen Gods schepping.

Wie nu, anderhalve eeuw later, nog vindt dat vrouwen niet mogen lezen of schrijven, is een zonderling. De fictie dat mannen en vrouwen geheel verschillende mensensoorten zijn, woekert echter voort. Hoezeer vrouwen tegenwoordig ook deel hebben aan de ooit aan mannen voorbehouden domeinen van werk en politiek, ze blijven daar als het erop aan komt een bijzondere verschijning.

Van vrouwen in de Kamer of in het kabinet kijkt niemand meer op, maar toen in juni 2006 twee vrouwelijke fractievoorzitters een dito minister lieten struikelen, vulden zich de opiniepagina’s met de vraag of dit nu bewees dat politiek vrouwen hard maakt, of dat vrouwen juist in hun diepste wezen ruziemaaksters zijn, of dat dit onvrouwelijke vrouwen waren. Borrelpraat, maar borrelpraat die voortduurt.

Feministen zelf hebben ook geworsteld met de vraag onder welk mom vrouwen toegang moesten krijgen tot de wereld: omdat ze gelijk zijn, dus simpelweg op grond van een democratisch eerlijkheidsbeginsel, of juist omdat ze zo anders zijn, dus de wereld iets speciaals te bieden hebben. Helaas hebben zij de verleiding niet altijd weerstaan om zichzelf af te schilderen als de betere soort. In plaats van zich te bevrijden uit de seksegevangenis sloten ze zich erin op.

Het feminisme is een paradox: het baseert zich op het beginsel (sekse) dat het wil afschaffen. Men organiseert zich als vrouwen terwijl de bedoeling is dat dit collectief betekenisloos wordt.

De indeling van mensen in twee complementaire seksen met afgebakende, afzonderlijke levenssferen is een historisch product. Vanaf het einde van de 18de eeuw werd in de westerse wereld aan het sekseverschil een steeds groter sociaal gewicht toegekend. Volgens de toen opgang makende ideologie der ‘gescheiden sferen’ hadden mannen en vrouwen fundamenteel verschillende, elkaar aanvullende eigenschappen en taken. Die mythologie raakte snel verbreid via de nieuwe gezins- en vrouwentijdschriften, waarin met name vrouwen gedetailleerd kregen voorgeschreven hoe zij zich behoorden te voelen en gedragen. De echt ‘vrouwelijke’ vrouw deed haar intrede en van die dwingende persoonlijkheid zijn we nog altijd niet verlost.

Voor de seksemythologie werden steeds nieuwe wetenschappelijke bewijzen aangevoerd, die elk op hun beurt werden weerlegd: nu eens werd de Vrouwelijkheid der Vrouw gelokaliseerd in de baarmoeder, dan weer in haar geringere hersengewicht; nu eens waren het hormonen, dan weer genen. Zo werden vrouwen veroordeeld tot een mindere positie, maar tegelijk getroost met de bewering dat die, niettegenstaande alle beperkingen, toch de allermooiste was, want al waren vrouwenhersenen te klein om te kunnen denken, zorgen konden vrouwen als de beste. Ook wie daar niets in zag, moest toch. Die opsluiting heette geen straf maar ‘respect’, een woord dat heden ten dage weer al te luid rondgalmt.

Of het alibi nu religie was of wetenschap, de seksenormeringen leden door de eeuwen heen schipbreuk op de harde werkelijkheid; hoe dapper populaire adviesboeken ook blijven volhouden dat ‘vrouwen van Venus’ komen en ‘mannen van Mars’, iedereen kent aardige mannen en onaardige vrouwen, zorgzame vaders en harteloze moeders. Anatomische en biologische verschillen krijgen pas in sociaal verband betekenis; op zichzelf hebben zij geen psychische of intelligentieverschillen tot gevolg.

Altijd en overal leefden slimme vrouwen naast domme mannen, en mannen met buiken naast vrouwen met spieren. Overal waren de verschillen tussen mannen en vrouwen onderling groter dan die tussen de seksen categoriaal. Altijd waren er vrouwen die geen kinderen kregen, al hadden dokters en dominees bewezen dat ze voor het moederschap in de wieg waren gelegd. Overal bleven vrouwen zonder eileiders of borsten onmiskenbaar vrouw. In talloze landen zijn het de vrouwen die op het land de kost verdienen en parasiteren de mannen op de vruchten van hun arbeid. En altijd waren vrouwen ongelukkig als hun het werken werd verboden.

Behalve dat de realiteit nooit samenviel met de ideologie, varieerden de aan de seksen toebedeelde eeuwige eigenschappen per cultuur en periode. Werd het een eeuw geleden aantrekkelijk en natuurlijk geacht dat vrouwen bescheiden, verlegen en afhankelijk waren, nu zijn zulke karaktertrekken reden voor psychotherapie. ‘Omdat ik het waard ben’, verklaart de dame in de hedendaagse cosmetica-advertentie met een assertiviteit die een kwarteeuw geleden nog ondenkbaar was.

Het gewicht dat wordt toegekend aan iemands sekse leek na de tweede feministische golf ook in Nederland op zijn retour. Het aantal buitenshuis werkende vrouwen steeg gestaag; wettelijke en formele barrières tot het publieke domein werden geslecht; meer vrouwen krijgen geen kinderen; meer vaders zorgen voor hun nageslacht. Maar het sociale arrangement dat mannen de kost verdienen en vrouwen thuis moederen bleef in de kern onaangetast, net als de daaraan ten grondslag liggende seksedichotomie.

Aldus blijven minder zichtbare barrières in stand: impliciete, vaak onbewuste ideeën over hoe mannen en vrouwen ‘zijn’ en wat ze voelen of zouden moeten voelen. Nederland werd deeltijdland en zelfs in deeltijd bleef het percentage hoogleraressen laag.

Inmiddels stagneert het emancipatieproces. Er valt zelfs een retrotrend te bespeuren van hoogopgeleide getrouwde vrouwen die zeggen liever thuis te blijven. Zij zijn kennelijk de realiteit die rond 1970 een feministische beweging voortbracht vergeten, en kunnen nog wel eens van een koude kermis thuiskomen.

Een grootschaliger sociale verandering is de groei van de moslimbevolking en daarmee de herintrede van openlijk vrouwvijandige tradities, ideeën en praktijken. De vrouwen en meisjes die zich daaraan trachten te ontworstelen, verdienen alle steun.

Nederland anno 2007 behoeft dringend een derde feministische golf. Voor allochtoon én autochtoon. Want hoe groot ook de verschillen in posities, perspectieven en problemen, de achterstelling van zowel allochtone als autochtone vrouwen komt voort uit het idee dat mannen en vrouwen twee geheel verschillende soorten mensen zijn, en dat die tweedeling moet blijven bestaan.

In zijn extreemste, meest geseksualiseerde vorm leidt dit idee tot een apartheidssysteem dat mannen en vrouwen segregeert en vrouwen verbiedt vrij over straat te gaan. We kunnen nog jaren kissebissen over zorg- en zoogverlof en de omvang van de ideale werkweek (m/v), het blijft modderen zolang we impliciet of expliciet aannemen dat sekse onze identiteit, persoonlijkheid, intelligentie, ambitie en competentie bepaalt.

Vrouwen zijn de betere noch de slechtere sekse. Wie verder kijkt dan de eigen samenleving en het eigen milieu, ziet hoe gevarieerd dat vermeende ‘wezen der vrouw’ historisch en cultureel is ingevuld. Aan vrouwen en mannen zijn door de eeuwen heen dermate diverse behoeften en talenten toegeschreven, en over hun ware aard en bestemming is zoveel getwist en gemarchandeerd, dat ons maar één conclusie rest: het sekseverschil bestaat niet.

En wat een opluchting is dat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden