De mythe van de romantische blik

Nieuwe inzichten halen ideeën over oogcontact onderuit

Een beantwoorde blik kan het begin van een romance zijn en een gesprek wordt beter als je iemand aankijkt, denken we. Nieuwe inzichten uit de psychologie halen deze en andere ideeën over oogcontact onderuit.

Beeld Martyn F. Overweel

Oogcontact is geen reden van ontluikende romantiek

'Ik had daarnet oogcontact.' Het is voor veel mensen een alternatieve manier om te zeggen: ik had sjans. Maar wacht na een beantwoorde blik in kroeg of club nog maar even met plannen maken voor Valentijnsdag. Het zegt maar weinig over de gevoelens van de ander, ook niet als het oogcontact wat langer duurt. Dat blijkt uit een nieuwe Britse studie.

Psychologen van het University College in Londen vroegen vorig jaar aan 498 proefpersonen om naar videoclips van een acteur of een actrice te kijken die hen secondenlang zwijgend aanstaarde met een neutraal gezicht. Ze moesten aangeven hoe aantrekkelijk ze de man of vrouw op het scherm vonden, maar ook hoelang het duurde voordat het oogcontact ongemakkelijk werd.

De individuele verschillen waren groot, laat hoofdonderzoekster Nicola Binetti via mail weten. 'Sommige mensen hadden na een seconde al genoeg van het staren, anderen hielden vier seconden oogcontact.'

Die voorkeur had gek genoeg niets te maken met hoe aantrekkelijk ze de man of vrouw op het scherm vonden. Ook proefpersonen die best een beschuitje wilden eten met de acteur of actrice, voelden zich soms na een seconde oogcontact al ongemakkelijk. Kortom: als mensen je blik beantwoorden, heeft dat niet altijd iets te maken met aantrekkingskracht.

'Of je van lang oogcontact houdt, wordt waarschijnlijk bepaald door je omgeving, zoals het gezin waarin je opgroeit. Het is net als met handen geven, de één heeft een stevige handdruk, de andere een slappere', aldus Binetti.

Dat lang oogcontact soms een ongemakkelijk gevoel geeft, is niet zo gek, benadrukt Harold Bekkering, hoogleraar cognitieve psychologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. In het dierenrijk wordt een langgerekte blik zelden opgevat als een teken van seksuele interesse. Bij apen volgt na een staarmoment veel vaker agressie, vertelt hij. 'Denk aan de vrouw die gorilla Bokito lang aanstaarde in de dierentuin waarna hij over de omheining klom. Oogcontact kan bedreigend overkomen, ook bij mensen.'

Een gesprek wordt niet altijd beter door oogcontact

Een langgerekte blik is vooral onheilspellend door de functie van onze oogbewegingen. Gemiddeld verandert onze kijkrichting ongeveer drie keer per seconde om informatie over de omgeving te verzamelen, legt Bekkering uit. 'We kijken naar voorwerpen die we willen pakken, plekken waar we heen willen lopen en de lichaamstaal van personen met wie we praten, zoals een hand die beweegt.' Anderen gebruiken die oogbewegingen op hun beurt onbewust om te voorspellen wat je gaat doen. Als je opeens opvallend lang naar iemand kijkt, wordt de ander al snel zenuwachtig. 'Diegene zal denken: hé, waarom kijkt deze persoon me zo lang aan? Wat wil hij of zij van me? Is er iets mis?'

In films zoeken stelletjes die elkaar in de ogen staren nooit naar de juiste woorden. Maar in werkelijkheid kun je je gevoelens waarschijnlijk juist beter overbrengen als je even de andere kant op kijkt.

Dat ontdekten Japanse wetenschappers aan de universiteit van Kyoto vorig jaar. Ze lieten proefpersonen oogcontact maken met een menselijk gezicht op een computerscherm. Op hetzelfde moment moesten de deelnemers aan het onderzoek een taalspelletje spelen waarbij ze steeds een zelfstandig naamwoord kregen te zien, zoals 'bal' of 'lucht'. Het doel van het spel was om zo snel mogelijk een werkwoord te bedenken dat bij dit woord paste, bijvoorbeeld 'gooien', of 'vliegen'.

Oogcontact vanaf de geboorte

We zijn vanaf onze geboorte al gevoelig voor oogcontact. Baby's vertonen twee dagen na hun geboorte al verhoogde hersenactiviteit als ze foto's krijgen te zien van mensen die hen recht aankijken. Dat ontdekte de Italiaanse onderzoekster Teresa Farroni in 2002. De hersenen van de pasgeborenen reageerden veel minder sterk op foto's van mensen die schuin in de camera keken.

Uit het onderzoek bleek dat mensen sneller goede antwoorden gaven als ze het oogcontact verbraken. Kregen ze de opdracht om dat niet te doen, dan duurde het tergend lang voordat ze met de juiste taalvondsten kwamen.

Harold Bekkering vermoedt dat te veel oogcontact je simpelweg afleidt. 'Als je in de ogen van je gesprekspartner kijkt, ga je automatisch bedenken wat hij of zij denkt, voelt of zal gaan doen. Daardoor kun je je moeilijker concentreren op die andere taak: in dit geval het bedenken van de juiste woorden.' Kortom: als je over iets abstracts of ingewikkelds praat, kan oogcontact een complicerende factor zijn.

Toch zou het onzin zijn om helemaal geen oogcontact te maken tijdens een gesprek, benadrukt Bekkering. 'Je wilt niet alleen de juiste woorden vinden, je wilt ook weten of de boodschap is overgekomen. Daarvoor is oogcontact enorm belangrijk.'

Beeld Martyn F. Overweel

Oogcontact helpt niet om iemand te overtuigen

'Van jongs af aan leren we dat oogcontact belangrijk is bij confrontaties', zegt de Amerikaanse psycholoog Frances Chen. 'Wanneer je ouders je als kind de les lezen, zeggen ze vaak: 'Kijk me aan als ik tegen je praat.' Maar het gekke is dat de boodschap bij die aanpak waarschijnlijk minder goed tot je doordringt.'

Chen kwam tot dat verrassende inzicht bij een onderzoek aan dat ze uitvoerde aan de Universiteit van Freiburg in Duitsland. Ze liet tientallen studenten kijken naar filmpjes waarin politici en opiniemakers standpunten verkondigden over precaire onderwerpen zoals kernenergie en het asielbeleid. Sommige proefpersonen kregen de opdracht zich vooral op de ogen van de spreker te focussen, andere richtten hun blik op de mond. Wat bleek? De studenten die oogcontact vermeden, werden het meeste geraakt door de betogen. Ze veranderden vaker van mening dan de proefpersonen die in de ogen van de sprekers staarden.

Oogcontact met een geit

Als je op een kinderboerderij komt, is de kans groot dat er oogcontact met je wordt gemaakt. Niet door mensen, maar door geiten. Uit onderzoek van de Queen Mary Universiteit in Londen blijkt dat geiten vaak oogcontact zoeken met mensen als ze voedsel zien liggen dat ze zelf niet kunnen bereiken. Wetenschappers namen lang aan dat alleen honden en paarden op deze manier met mensen communiceren.

'Een boodschap komt dus niet harder binnen als je iemand aankijkt', aldus Chen, die vermoedt dat oogcontact bij onenigheid soms simpelweg te intens is. Ze wijst op het gedrag van honden en apen. 'Die vermijden oogcontact altijd in conflictsituaties, waarschijnlijk om gevechten te voorkomen.' Als mensen bewust oogcontact maken met iemand die een tegengestelde mening verkondigt, zorgt dat mogelijk voor stress. 'Je wilt eigenlijk afstand nemen van de ander en stelt je minder open voor wat er gezegd wordt.'

Bekkering heeft een andere verklaring. Volgens hem raakt je toehoorder vooral in de war als je het oogcontact in een discussie niet af en toe verbreekt. 'In een gesprek is oogcontact vooral een communicatiemiddel tussen jou en de ander. Je laat ermee zien hoe je je voelt en of je de ander begrijpt. We noemen dat de pedagogische functie', legt hij uit. 'Maar als je iets duidelijk wilt maken over de wereld om je heen, is het logisch om je ogen daar even op te richten. Je kijkt bijvoorbeeld naar buiten als je het over de natuur hebt, of je staart even naar de deur als je zegt dat je weg moet. Als je alleen je gesprekspartner maar blijft aanstaren, is dat gek. De ander denkt dan: waar gaat dit verhaal eigenlijk over, en raakt eerder de draad kwijt.'

Leugenaars zijn niet te herkennen aan hun blik

Geen volkswijsheid over oogcontact is zo hardnekkig als het idee dat ogen kunnen liegen, oftewel dat leugenaars wegkijken als ze tegen je praten. Onze ouders leerden het ons, de Eagles zongen het, en mensen tot in Swaziland en Samoa geloven het. Een internationaal team met onder meer de Nederlandse onderzoeker Aldert Vrij van de Universiteit van Portsmouth stelde in 2006 vast dat de liegende-ogenovertuiging breed wordt gedeeld in 75 landen.

Een populaire verklaring voor dit 'feitje' komt uit het neurolinguïstisch programmeren (NLP), een pseudowetenschappelijke vorm van psychotherapie. Mensen zouden bij een leugen wegkijken naar linksboven of rechtsboven omdat ze op dat moment een verzonnen gebeurtenis visualiseren.

Onderzoekers van de Universiteit van Hertfordshire maakten in 2012 gehakt van deze veronderstelling. Ze gaven proefpersonen de opdracht om de telefoon van een onderzoeker te verstoppen. Sommige deelnemers moesten vervolgens op camera liegen over de plek waar ze het apparaat hadden neergelegd, anderen vertelden de waarheid. Uit een analyse van de beelden bleek dat er geen enkel verband was tussen oogbewegingen en leugens.

Voor de zekerheid analyseerden de wetenschappers ook tv-beelden van mensen die op een persconferentie verklaringen aflegden, waarvan later bleek dat ze waren verzonnen. Ook deze leugenaars uit de praktijk maakten geen specifieke oogbewegingen naar links of rechts.

'Deze studie laat duidelijk zien dat je uit alleen oogbewegingen niet kunt opmaken of mensen liegen of niet', zegt Harold Bekkering. 'Het klonk mij ook heel vreemd in de oren. Het is totaal niet aannemelijk dat mensen die iets verzinnen naar links, of rechtsboven zouden kijken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.