De mythe die Jane Harrison werd

Jane Ellen Harrison (1850-1928) was de grootste vrouwelijke classicus uit de Engelse geschiedenis, maar die kwalificatie werd ook gebruikt voor Eugénie Sellers Strong (1860-1943)....

EEN DETECTIVE kan te scherpzinnig zijn voor de oplossing van een probleem. Hij verliest zich zo in zijn met uiterste spitsheid verrichte deelonderzoeken - stuk voor stuk bewonderenswaardig - dat het hoofdprobleem uit het zicht verdwijnt. En de buitenstaander kan zich gaan afvragen of er eigenlijk wel een hoofdprobleem is. Is er wel een lijk? Zo'n superieure detaillist zou een schitterende roman kunnen opleveren: een hoofdfiguur die niet verder komt in zijn onderzoek, ook doordat hij van de interpretatie van de gevonden kleinigheden niet helemaal zeker is. Dit is zijn fatale scherpzinnigheid: hij kan voor de juistheid van elke vondst evenveel voors en tegens bedenken.

Onder de Engelse schrijvers van detectives zijn vrouwen altijd talrijk (en vooraanstaand) geweest. De jongste heet Mary Beard. Zij doceert klassieken aan de universiteit van Cambridge en alleen enkele specialisten zullen haar studie met de speelse titel Pausanias in Petticoats kennen. Onlangs zag van haar een mozaïek van vergeefse vondsten het licht: The Invention of Jane Harrison. Het boek, waaraan jaren moet zijn gewerkt, had ook kunnen heten The Disappearance of Eugénie Sellers Strong; die zou de speurtocht die het boek is, meer recht hebben gedaan.

Jane Ellen Harrison (1850-1928) heet de grootste vrouwelijke classicus uit de Engelse geschiedenis. Zij studeerde klassieken aan het toen nog jonge Newnham College (voor vrouwen) in Cambridge. Misschien is de aandacht voor de klassieke Oudheid, met name de Griekse, in Engeland nooit zo groot geweest als in de jaren - de laatste decennia van de negentiende eeuw - dat zij zich begon te ontplooien: in voordrachten met lichtbeelden voor een groot publiek, waarbij zij een wat hooghartige actrice was, en in boeken. Optreden en publicaties waren zeer succesvol.

Zij hield zich bezig met de Griekse kunst, maar op een antropologische en sociologische manier: de oorsprong van de kunst lag in de religie en de riten; in die zin interpreteeerde zij die kunst, op even bezielende, als, in elk geval tijdelijk, overtuigende wijze. Twee keer werd zij afgewezen voor een leerstoel in de klassieke archeologie. Van 1898 tot 1922 doceerde zij klassieke archeologie aan Newnham College.

Zij was in veel opzichten uiterst excentriek; in haar wetenschappelijk werk lijkt de verbeelding soms groter dan verantwoord is. Zij hoort in elk geval tot de vele Griekenland-aanbidders die Engeland in de negentiende eeuw heeft voortgebracht. Een halfjaar na haar dood werd de eerste 'Harrison Memorial Lecture' gegeven en wel door Gilbert Murray, de 'briljantste graecus van zijn generatie'. (De bron is Engels; de overtreffende trap is, Europees gezien, meestal: iets hoger dan gelijkvloers). Hij werd in zijn toespraak de eerste schepper van de mythe die Jane Harrison zou worden en blijven. De eerste van buitenaf: zij had zelf danig aan de mythevorming meegewerkt.

Eugénie Sellers Strong (1860-1943) heet de grootste vrouwelijke Engelse classicus die Engeland heeft voortgebracht. Het spijt me, het is gezegd. Ook zij studeerde klassieken in Cambridge. Harrison, hoewel niet direct haar docente, beschouwde haar als haar leerling. Hun belangstelling loopt parallel. Zij studeert archeologie in Athene en in Rome. Na zeven jaar huwelijk wordt ze weduwe. Vanaf 1909 tot haar dood woont zij in Rome, waar zij tot 1925 verbonden was aan de British School. Bij haar afscheid krijgt zij in Londen een huldiging in aanwezigheid van vele groten uit wetenschap, kunst en politiek. In haar publicaties houdt zij zich met de Romeinse kunst bezig, op gelijke wijze als Harrison met de Griekse. Elk is dus een zijde van de medaille. Sellers is echter de keerzijde geworden en ook daardoor vergeten. Harrison werd een mythe, Sellers verdween. De vergroting van de een, het verdwijnen van de ander intrigeert Mary Beard. Zij tracht het leven van beiden, en dat ook in relatie tot elkaar, te reconstrueren en daarmee tegelijk aan te tonen hoezeer het beeld van Harrison een uitvinding is.

De beeldvorming van Jane Harrison is gericht en geregeld door vrienden, maar vooral vriendinnen, die voor een deel door Harrison zelf 'geregisseerd' werden, ook postuum! Die beeldvorming is een gelijk doorgaand proces; elke biografische schets of levensbeschrijving is een bevestiging van het beeld. Wat Beard tracht te doen is dat proces, dat volgens haar eigen is aan bijna elke biografische traditie, te doorbreken. Door nieuw onderzoek. En dat wordt mede geleid door de vraag naar het verdwijnen van Sellers.

Een heel minutieuze speurtocht in de jaren negentig brengt een zeer nauwe relatie tussen Harrison en Sellers 'aan het licht', maar dat is te scherp: 'aan het schemerlicht' is beter, want er blijft toch meer te vermoeden dan te beweren. De relatie - romantisch dwepend? lesbisch? - wordt verbroken. Is dat er de oorzaak van dat in het wetenschapelijk werk van Harrison het werk van Sellers nooit wordt genoemd? De auteur suggereert het. Sellers bestaat niet bij Harrison, waardoor de laatste unieker wordt. Ondanks de door Beard voortdurend benadrukte parallelliteit van beider werk.

Was Harrison wel zo oorspronkelijk? Een heel hoofdstuk wordt aan de ontkenning van die vraag besteed. Haar benadering van de kunst via religie en riten was al gangbaar in Cambridge en daarmee de symbolische interpretatie van de antieke kunst. In dit hoofdstuk verliest Harrison haar uniekheid (ze wordt binnen de verhoudingen teruggebracht) en wint Sellers: ook zij is een leerling van Cambridge.

Dit hoofdstuk is het beste van het boek, een heel goed stuk wetenschapsgeschiedenis. In bijna alle andere hoofdstukken is Beard een detaillistische detective, die nu eens uit briefjes, dan weer uit foto's iets wil verklaren, zonder dat helemaal duidelijk wordt wat, ondanks alle spitsheden. De uitvinding van Harrison is vaak ver weg. De wijze van onderzoek wordt schitterend zichtbaar in de stijl van het boek. Voortdurend, vaak vijf, zes keer op een bladzijde, zet de auteur een zin of een zinsdeel tussen haakjes. De tekst barst haast uit de toevoegingen. Als de falende detective laat ze zich steeds weer door nieuwe kleinigheden of invallen, maar ook relativeringen, afleiden.

Beard kijkt voortdurend op uit haar eigen verhaal. Ze knikkert zonder dat de regels van het spel duidelijk worden.

Beard stelt de mythe, zonder dat ze zich op de aard daarvan bezint. De mythe is hardnekkig en blijft dat, ook na de ontmythologisering. De mythe lijkt noodzakelijk te zijn, want aan een behoefte te voldoen, ook al weten we beter. Zonder vergroting kunnen we de normale proporties niet zien. In haar dit jaar gehouden inaugurale rede heeft Marita Mathijsen zelfs een pleidooi gehouden voor de mythe in onze visie op het literaire verleden. Harrison zal een mythe blijven, in Cambridge dan en daar nog alleen onder classici. Dat mythisch karakter dankt zij mede aan haar vrouw-zijn. Als de eerste binnen haar vaak was ze vele geleerde mannen te erg. Ze was ook en wellicht vooral een uiterst origineel mens die met een iets anders gerichte drift een niet zo groot schrijfster had kunnen worden.

Sellers was niet alleen conventioneler, minder flamboyant, maar ook veel meer een leerling. Geen vertoon, hard werken, publiceren. Als persoon verliest ze het van Harrison, niet als geleerde. Maar dat doet niet ter zake. Niet Harrisons werk, maar haar mythe houdt haar persoon levend. Dat is eigenlijk alles. De oplossing van het probleem lag bij Beard voor de deur. Maar zij verlaat het huis door de achteruitgang, begint een speurtocht van jaren en keert weer terug door diezelfde achterdeur. Aan het einde van haar boek zijn ontelbare raadseltjes opgelost, maar het probleem blijft een mysterie.

In elk geval is Sellers even uit de nevelen van de vergetelheid tevoorschijn gekomen. Ze blijkt een der velen. Dat hadden we kunnen weten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden