De mensen snakken er naar: krokussen

De perfecte krokus

De winter is voorbij als de krokussen opkomen. Carla Teune, oud-hortulanus, weet alles van de bloem en de bol.

Carla Teune: 'In feite zorg ik er nu voor dat er na mijn dood nog steeds bloemen voor het singelpark staan.' Beeld Jérôme Schlomoff

'Wacht, ik heb er een plaatje van. Kijk, dit is 'm, de boerenkrokus. Officieel: de crocus tommasinianus. Echt een leuk ding. Je weet wat je aan hem hebt. Doet het altijd goed.

'Van de boerenkrokussen heb ik er nu achtduizend geplant bij ons op de Hortus aan de singel. Aan de waterkant narcissen en bovenop de helling de krokussen. Hoog en droog, dat hebben ze het liefst.

'Hier aan de Witte Singel was vroeger het stadsbolwerk. Daarvan zit nog allemaal puin in de grond. Dat kunnen krokussen goed hebben omdat ze oorspronkelijk ook uit rotsgebieden komen. Alleen word ik zelf wel eens zeeziek van al dat puin.

'Achtduizend krokussen, dat is twee weken werk. Tot de koffie gaatjes prikken met een riek. En dan op m'n knieën, met knielappen om tegen het vocht. Naast me een bak bollen en dan een voor een erin stoppen. Als je geen gras hebt, zou je kunnen strooien. Maar dat gaan ze echt niet voor me doen, het gras oprollen. We doen het zo en het gaat goed.

'Van krokussen krijg ik een uiterst voorjaarsgevoel. Eerst de winterakonietjes en de sneeuwklokjes. Het begint allemaal heel mager. En dan komen de krokussen. De mensen snakken er naar. Eindelijk is die saaie, koude winter voorbij.

'Half februari, eind februari moet het zover zijn. Vervolgens is het ook snel weer voorbij. Wordt het gras hoger en hebben ze geen kans meer. Als het vriest, duurt het allemaal iets langer. Gaat de vorst erover heen, dan worden ze vies en flets, en gaan ze dood. Maar krokussen kunnen een hoop hebben, hoor.

'De boerenkrokus is halverwege de negentiende eeuw hier terecht gekomen. De oorspronkelijke herkomst is zuidelijk Hongarije en het noordwesten van Bulgarije. Je vindt ze daar tot op 1500 meter hoogte. Daarom kunnen ze ons klimaat ook zo goed aan.

Carla Teune

Carla Teune (73) heeft van 1967 tot 2004 op de Hortus Botanicus van de Leidse universiteit gewerkt, de laatste twintig jaar als hortulanus. Na haar pensionering werkt ze nog dagelijks in de botanische tuin als vrijwilliger. De afgelopen maanden heeft ze zich gewijd aan het planten van bloembollen, waaronder krokussen. Dinsdag 14 februari opent de tentoonstelling Bijzondere Bollen in de Hortus.

'Omdat ze zoveel kunnen hebben, zie je krokussen ook in de middenberm, al is dat wel een stuk minder geworden. Ik heb het gevoel dat er niet zoveel meer geplant wordt in het openbaar groen. Dat zal met de bezuinigingen te maken hebben.

'Wij hebben hier in Leiden nu een project dat singelpark heet, ook een vorm van openbaar groen. In feite ben ik daarvoor nu bezig, dat er na mijn dood nog steeds bloemen voor het singelpark staan.'

'Van krokussen werd altijd gezegd dat ze tot het bijgoed behoren. Daar houd ik helemaal niet van. Alsof klein duimpje ook mag meedoen.

'Tegenwoordig worden ze bijzondere bolgewassen genoemd. Dat is veel beter.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.