INTERVIEW

'De mens zelf is het grootste probleem'

Vincent Munster bestudeert hoe de mens ziek wordt van dieren. In het epicentrum van de recente ebola-uitbraak onderzocht hij vleermuizen. Maandag is hij te gast in het KennisCafé in De Balie.

Viroloog Vincent Munster (rechts) onderzoekt een vleermuis tijdens zijn veldwerk in Congo. Beeld NIH

Vorige week was hij nog in Congo-Brazzaville, in een van de observatiecentra die zijn Amerikaanse onderzoeksinstituut in Montana er heeft voor het bemonsteren van de wilde vleermuispopulaties in Afrika. De in Rotterdam opgeleide viroloog Vincent Munster is groepsleider van een team van de National Institutes of Health dat netten spant, vleermuizen vangt, bloed-, slijm en poepmonsters neemt, die analyseert op virussen en de dieren merkt met een chip. De hamerkopvleerhond, zo staat nu wel ongeveer vast, is vrijwel zeker de bron geweest van de recente ebola-uitbraak in Afrika. En dus rijst de vraag of aan de gesteldheid van de vleermuispopulatie is af te lezen wanneer er wellicht nieuw gevaar dreigt.

Trips naar het hart van de ebola-gebieden. Toch niet een beetje griezelig?

'Het is allemaal statistiek. Natuurlijk is ebola een risico. Maar als je in het woeste verkeer in Brazzaville de taxi neemt, loop je meer kans om te verongelukken. En die taxi neem ik ook.'

En dat vangen van besmette vleermuizen?

'Dat is in principe gevaarlijk en het zijn forse beesten met een spanwijdte van een meter. Dus neem je maatregelen. Maskers, handschoenen. Anderzijds zijn die dieren doorgaans zelf niet ziek, ze dragen iets mee dat een probleem zou kunnen geven in de mens. Maar dat is ook zo als jij verkouden bent en ik je een hand geef.'

Het is wel de bron van ebola, blijkt uit uw onderzoek.

'Ook dat moet je nuanceren. De vleermuizen zijn het reservoir voor bepaalde virussen. Maar eigenlijk spelen ze maar een kleine rol. Ze introduceren een pathogeen [ziekteverwekker, red.] in de mens, in dit geval het virus. Of het daarna een epidemie wordt, hangt van andere factoren af.'

Welke factoren dan?

'De mens zelf is het grootste probleem. Tot een jaar of tien geleden was een uitbraak van ebola een plaatselijk drama, maar door het in te dammen bleef het bij een paar honderd gevallen, hooguit. De mobiliteit is sindsdien enorm toegenomen, deels door de Chinese aanwezigheid in Afrika, waarbij nieuwe doorgaande wegen zijn aangelegd voor de ontsluiting van bos- en mijngebieden. Mensen kunnen opeens in een paar uur naar de hoofdstad komen, waar dat vroegen vier dagen kostte.'

En met een paar uur vliegen staat iemand in Parijs of Amsterdam.

'Vroeger waren ebola en vergelijkbare pathogenen hún probleem, nu is het ieders probleem.'

Zo'n virus is op zich niet gevaarlijker geworden?

'Het bijzondere aan ebola is dat er eigenlijk geen enkele moleculaire verandering te vinden is die het dodelijker of besmettelijker heeft gemaakt. Dat het gemakkelijker op de mens overspringt, komt doordat er meer mensen zijn, waardoor bijvoorbeeld weer meer bushmeat wordt geconsumeerd. Daar begint het.'

Voorlichting over bushmeat klinkt niet heel stevig.

'Ik denk dat we realistisch moeten zijn. Zoönosen [infectieziekten die van een dier op de mens kan overgaan, red.] als ebola zullen altijd een probleem zijn. We moeten er verstandig mee omgaan: preventie en indammen als het opduikt. Tegelijk eet ik in Afrika ook een kippetje van de grill, als het zo uitkomt.'

U kijkt ook naar verschuivingen in regionale weerpatronen. Waarom?

'Omdat het weer een factor is in het ecosysteem van de wilde dierenpopulaties. We proberen te achterhalen of het bijvoorbeeld in sommige periodes riskanter is om bushmeat te eten dan in andere periodes. Dat kan dan een advies zijn aan de bevolking. Zoals we nu al zeggen dat het eten van kadavers niet moet.'

Uw instituut helpt in de zijlijn Artsen Zonder Grenzen in de gebieden met de ebola-diagnostiek. Is er iets geleerd in de laatste grote epidemie?

'Mijn cynische observatie is dat de westerse hulpverleners die ziek werden dat met een snelle behandeling gewoon overleefden. Dat geeft aan dat het behandelbaar is. De kwestie is vooral de gebrekkige gezondheidszorg in de regio. Daar moet veel gebeuren.'

U zegt eigenlijk dat zoönosen, ziekten die overspringen van dier naar mens, onvermijdelijk zijn?

'Er zijn altijd pathogenen in omloop in wilde populaties en de wereldbevolking groeit, dus groeit ook de veeteelt en is er meer contact. Dat geldt ook dichter bij huis; in de intensieve veeteelt vormen pluimvee en varkens potentiële ziektereservoirs, hoe goed je ze ook afschermt. Wat we ons vooral beter moeten realiseren is dat sommige puur economische ontwikkelingen ook gezondheidseffecten kunnen hebben. De doorgaande weg van Monrovia naar Guinee is een voorbeeld. Maar de overstap van varkens naar geiten in Brabant, waardoor Q-koorts opdook, net zo goed.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden