De mens is een gelovig wezen door zijn brein

Elk jaar met Kerst gedenken pakweg 2,5 miljard mensen de geboorte van Jezus van Nazareth. Waaruit maar weer blijkt dat de mens een gelovig wezen is. Dat komt door zijn brein.

'Het zijn gedachten en sensaties die het lichaam genereert, maar die je gaat toeschrijven aan iets buiten jezelf. Feitelijk ervaren mensen een verstoorde perceptie van de werkelijkheid.' Beeld thinkstock

Waar van een zekere professie vaak wordt gezegd dat het 'het oudste beroep van de wereld' betreft, is de oudste 'bezigheid' ter wereld wellicht geloven. Er werd ongetwijfeld aardig wat gejaagd, verzameld en gevochten, maar stelt u zich onze voorvader of oermoeder eens voor zittend bij het kampvuur, de dagelijkse besognes overpeinzend, het natuurgeweld beziend en pats-boem daar is de hoe-waarom-waartoe-vraag. Het zou zomaar kunnen, toch?

Of je nu fervent atheïst of diepgelovig bent, je zult moeten erkennen: de mensheid is een gelovig gezelschap. Mensen geloven in één god, in een heel pantheon aan goden of beschermheiligen, in onze voorvaderen, in 'iets'.

Ontstaan

De ongrijpbaarheid en de willekeur van het bestaan bieden een overtuigend basisargument voor het ontstaan van religies. Maar kennelijk maakt ook onze bedrading ons zeer gevoelig om te geloven. Hoe dat komt hebben psychologen de afgelopen decennia geprobeerd te ontrafelen.

Een enkele wetenschapper denkt dat het puur in de opvoeding zit, anderen gaan ervan uit dat elk kind met geloofspotentie geboren wordt. Pakweg de grootste groep zweeft ergens in het midden: geloven doen we dankzij een mix van genen en omgeving.

Aangezien niet te bewijzen valt of Hij wel of niet bestaat, is het voor geloofswetenschappers 'the next best thing' om in elk geval te begrijpen waarom ons brein bij uitstek is ingericht voor geloof in het bovennatuurlijke.

Er bestaan daarover tal van wetenschappelijke theorieën. Maar psychologiepromovendus David Maij (Universiteit van Amsterdam) vond theorieën alleen niet bevredigend. Hij wilde ze zelf in het lab testen.

Zo deden Maij en zijn promotor Michiel van Elk deze zomer het Lowlands-festival aan met een godexperiment. De aankondiging 'trippen met de godhelm' leidde dagenlang tot lange rijen voor de tent van de UvA-wetenschappers.

In een huisje met een soort satelliet op het dak kregen deelnemers een helm op het hoofd. Het oogde als een beeld uit een sciencefictionfilm uit de jaren tachtig. Via de draden op de helm zullen wij je brein stimuleren met elektrische pulsen om te kijken wat dit met je doet, kregen de deelnemers te horen. Geblinddoekt en met een koptelefoon met ruis op het hoofd moesten ze vervolgens een kwartier blijven zitten.

'Een ultieme realiteit'

De helft van de tweehonderd deelnemers zei achteraf een ongewone, mystiek aandoende ervaring te hebben beleefd. Tien mensen maakten contact met 'een ultieme realiteit', zeven beschreven de ervaring als 'heilig'. Anderen konden hun lichaam niet meer bewegen, kwamen huilend naar buiten of zeiden uit hun lichaam te zijn getreden.

Een geslaagd experiment, dachten zowel deelnemers als onderzoekers. Alleen wel om geheel andere redenen. Want een week na het festival brachten Maij en Van Elk de waarheid naar buiten: de 'godhelm' was een gewone brommerhelm, er waren geen elektrische pulsen, er was vooral overtuigend geknutseld met draden en ducttape. De deelnemers waren genept. Ze bleken proefpersoon in een ander type onderzoek: hoe snel krijgen mensen een goddelijke ervaring als we de omstandigheden voor suggestie optimaal maken?

Suggestie is het sleutelwoord in het experiment van Maij en Van Elk én vermoedelijk een van de basiselementen die ons geloofsvermogen bepalen. Het tweetal voerde het helm-experiment eerder aan de UvA uit. 'Een man en vrouw in een witte labjas begeleidden het experiment', zegt Maij. 'De setting was overtuigend wetenschappelijk. Er was een fMRI-scanner aanwezig. Dat roept bij mensen onmiddellijk het gevoel op: o, ze gaan in mijn brein kijken. Op Lowlands hadden we de witte jassen en scanner weggelaten, maar ook daar riepen we eerst een serieuze sfeer op door rustig toe te lichten wat iemand zo dadelijk gaat beleven.'



Het was warm in de tent, de vloer trilde een beetje van de concerten in de verte. Suboptimale omstandigheden om je helemaal over te geven, volgens Maij. Toch had de helft van de deelnemers een ongewone, soms als mystiek omschreven, ervaring.

Missie geslaagd, en dat verbaast de onderzoekers slechts ten dele. 'Ga maar eens een half uur mediteren en kijk wat er gebeurt', zegt Van Elk. 'Het zijn gedachten en sensaties die het lichaam genereert, maar die je gaat toeschrijven aan iets buiten jezelf. Feitelijk ervaren mensen een verstoorde perceptie van de werkelijkheid.' Zo bezien is het eerder verwonderlijk dat de andere helft géén bijzondere ervaring had.

Een paar zaken spelen een verklarende rol bij het experiment, legt Maij uit. Hij noemt het 'mensbrede psychologische mechanismen die ons vatbaar maken voor religie'.

Allereerst: hoe is je wereldbeeld? 'Geloof je in een god of in het bovennatuurlijke, dan sta je meer open om een ervaring die je niet direct kunt duiden aan iets externs toe te schrijven', zegt Maij. Een lichtflits is bij iemand met een spiritueel wereldbeeld sneller 'licht aan het einde van de tunnel', terwijl een atheïst zal zeggen: ik zag een lichtflits.

Gods denkers

Dat god tussen de oren zit, betekent niet dat hij daarbuiten niet bestaat. Religie en wetenschap lijken tegengesteld aan elkaar. Maar voor de duidelijkheid: religieonderzoekers en neurotheologen zijn er in soorten en maten. Neem Oxford-wetenschapper Justin Barrett, een gerenommeerd geloofswetenschapper die ervan overtuigd is dat een groep achtergelaten baby's op een onbewoond eiland zal opgroeien tot een gelovige gemeenschap. Barrett is zelf een fanatiek katholiek. Daartegenover staat atheïst Richard Dawkins die juist denkt dat vroegtijdige indoctrinatie de sleutel is voor het verspreiden van het geloof in god.

In het geval van het UvA-team is de verdeling globaal half om half: Michiel van Elk groeide op in de Pinkstergemeente en stapte als volwassene van het geloof af. Het bezorgde hem een levenslange fascinatie voor het menselijk vermogen tot geloven. David Maij omschrijft zichzelf als een pure atheïst, hoewel hij wel 'gelooft' in de wetenschap. Voor hem is zijn non-religieuze oorsprong juist de basis voor een fascinatie voor het geloof.

Dan: hoe gevoelig ben je voor suggestie en beïnvloeding (laat je je gemakkelijk meevoeren door een opzwepende spreker of een spannende of droevige film)? 'Het heersende idee is dat mensen bij dit soort ervaringen als het ware de controle een beetje uit handen geven', zegt Van Elk. 'Er is veel onderzoek gedaan naar hypnose. Vermoedelijk berust het op een vergelijkbaar mechanisme. Iemand die ervoor openstaat zal er gemakkelijker in meegaan.'

Een ander mechanisme dat een rol speelt is: hoe goed kun je mentaliseren? Hoe goed kun je je eigen en andermans gedrag- en gedachtenwereld inbeelden en begrijpen. Hoe beter je het kan, hoe groter de kans dat je een god kan 'verzinnen'. Zo blijkt uit een Amerikaanse studie dat mensen met autisme minder vaak gelovig zijn. Dat hun vermogen tot mentaliseren (iets voor de geest halen of inbeelden dat niet aanwezig is) minder goed ontwikkeld is, zou een mogelijke verklaring kunnen zijn, zegt Maij. 'Dit onderzoek hebben wij ook gedaan, maar bij ons kwam het er niet uit.'

'Geloof je in een god of in het bovennatuurlijke, dan sta je meer open om een ervaring die je niet direct kunt duiden aan iets externs toe te schrijven.' Beeld thinkstock

Lowlands

En tot slot: hoe gevoelig ben je voor aanwezigheidsdetectie? Dat is een mooi woord voor het idee dat veel mensen wel herkennen: tijdens het kijken van een enge film in een donker huis iets horen kraken, schrikken en denken 'wat was dat?'. De meeste mensen zijn in meer of mindere mate vatbaar voor dergelijke inbeelding, zegt Maij. 'Zet iemand in zijn eentje in een donker bos en de kans is groot dat hij of zij 'het gevoel heeft niet alleen te zijn'.'

Twee hersengebieden spelen hierbij een belangrijke rol: de aandachts- en de controlenetwerken. Die helpen onze aandacht te richten en controle op ons gedrag uit te oefenen. Onder hypnose neemt de activiteit van deze gebieden af en is iemand makkelijker beïnvloedbaar. Een vergelijkbaar proces speelt waarschijnlijk een rol bij het onderzoek met de godhelm op Lowlands.

Van Elk legt uit dat het type experiment dat zij gebruiken noodzakelijk is. Foppen is niet leuk, maar religie en spiritualiteit zijn lastig te manipuleren. Mensen zijn gelovig of niet. Dat kun je niet zomaar veranderen. 'Met de godhelm kun je tegen een deel van de proefpersonen zeggen dat-ie aanstaat en tegen een deel dat ie niet aanstaat. Het was een bonus dat we op Lowlands meteen ook konden testen of alcohol en drugs invloed hebben op iemands vatbaarheid voor suggestie.' Dit bleek niet zo te zijn.

De godhelm is overigens niet door Maij en Van Elk zelf bedacht, het object is een klassieker in het geloofsbelevingonderzoek. Het is de Amerikaanse experimentele psycholoog Michael Persinger (Universiteit van Ontario in Canada) die de helm creëerde.

Het 'godhelm'- experiment op het Lowlands-festival.

Godhelm-experiment

In zijn godhelm-experimenten maakte Persinger overigens wel degelijk gebruik van een magneetveld. Hij was en is er nog altijd van overtuigd dat hij met die stimulering van het brein (het gaat om een veld van een paar microtesla - pakweg vergelijkbaar met een magneetveld rond een koelkastmagneet) mensen in 'de godstand' kan krijgen. Iets met het verstoren van het contact tussen de twee hersenhelften.

De Zweedse neurowetenschapper Pehr Granqvist (destijds werkzaam aan de Universiteit van Uppsala, heden in Stockholm) probeerde het onderzoek van Persinger in 2004 te herhalen. Wat bleek: het maakte niets uit of de helm een licht magnetisch veld opwekte of niet. Ook zonder hersenstimulatie kregen proefpersonen buitengewone ervaringen.

Persinger deed de conclusie van Granqvist overigens af als een 'onderzoeksfout'. De onderzoeksopzet van de Zweden was niet op orde, volgens Persinger: zo zouden hun proefpersonen niet lang genoeg aan een elektromagnetisch veld hebben blootgesteld. Nog altijd is Persinger ervan overtuigd dat suggestie niet de belangrijkste verklarende factor is.

Maij en Van Elk maakten gebruik van de conclusie van Granqvist voor hun onderzoek. Om verschillende groepen te onderzoeken, voerden ze het experiment ook uit met studenten aan de universiteit en met mensen die zichzelf als 'paranormaal geïnteresseerd' omschrijven.

Maij: 'Zoals verwacht, hadden de mensen die zich atheïst noemen de minst heftige ervaringen en de mensen die zich als spiritueel aanduidden de heftigste.'

Wat iemand ervaart tijdens zo'n volledige zintuiglijke afsluiting heeft veel te maken met eerdere ervaringen. Zo omschreven diverse proefpersonen op Lowlands hun ervaringen via drugsgerelateerde herinneringen: die keer dat ze paddo's namen of mdma gebruikten, zegt Maij.

Van diverse soorten drugs is bekend dat ze bepaalde hersengebieden die normaliter niet met elkaar in verbinding staan wel in verbinding brengen. Zo kan geluid (bijvoorbeeld muziek) invloed hebben op je visuele waarneming, of kunnen emoties je waarnemingen kleuren. De hersenen verwerken deze zintuiglijke waarnemingen vervolgens bijvoorbeeld tot: de muur die lijkt te ademen, kleuren die door elkaar lopen, of het ervaren van een diepe verbondenheid met mensen om je heen.

'Je kunt hier nuchter op reageren en denken: het zijn de psychedelische middelen die mijn waarneming vervormen', zegt Maij. 'Maar je kunt er ook een onaardse verklaring aan geven, iets met een andere dimensie of een hogere macht.' Net als in het onderzoek van Maij en Van Elk waar de proefpersonen ongewone ervaringen hebben, niet door toedoen van psychedelica maar door 'sensorische deprivatie' (ruis in de oren, oogkapje dicht). Hoe je die psychedelische ervaring interpreteert heeft volgens de onderzoekers veel met je wereldbeeld te maken.

Momenteel schrijft Maij aan zijn proefschrift, al heeft hij het onbevredigende gevoel dat zijn onderzoek nog niet af is. 'De meeste theorieën blijk je lastig in het lab te kunnen bewijzen. Ik zou wel terug willen naar de oorsprong van een religie om te kijken hoe die nou echt is ontstaan', zegt de onderzoeker. Dat brengt zijn promotor Van Elk, die binnenkort naar de VS (Stanford) gaat om onderzoek te doen naar religieuze ervaringen, op een idee. Glimlachend: 'Misschien moeten we als veldexperiment een religie beginnen om te kijken welke psychologische factoren het best werken. Even kijken of dat door de ethische keuring komt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden