De meisje in een kleine bed isj goed

Migranten beïnvloeden de taal. Taalkundige Frans Hinskens is erdoor gefascineerd. Met anderen onderzoekt hij het 'nieuwe Nederlands' dat zo ontstaat onder scholieren op zwarte scholen.

Het Kwakoefestival in Amsterdam op archiefbeeld. Beeld anp
Het Kwakoefestival in Amsterdam op archiefbeeld.Beeld anp

De leuke meisje die daar loopt in plaats van 'het leuke meisje dat daar loopt'. Whallah: Arabische voor 'ik zweer het bij Allah'. Het Surinaamse fawaka voor 'Hoe gaat het?' Het zijn maar een paar voorbeelden van het brede scala aan invloeden dat de taal van migranten heeft op de spraak van vooral jonge Nederlanders.

Taal verandert voortdurend. Nieuwe groepen migranten, maar ook sociale en massamedia laten hun sporen na in de standaardtaal. Soms zijn die invloeden blijvend en krijgen ze voorgoed een plek in het Nederlands, stelt taalkundige Frans Hinskens van het Amsterdamse Meertens Instituut.

Wijdvertakte wortels

Op een doordeweekse dag in een halal fastfoodrestaurant op het multiculturele Buikslotermeerplein in Amsterdam-Noord is hij omringd door voornamelijk vrouwen en kinderen met wortels in diverse windstreken. Er zijn gehoofddoekte moslima's. Er zijn zwarte vrouwen met kinderen. Rondom klinkt een mengelmoes van Turks, Arabisch, Surinaams en Nederlands. Tegen de ober spreken ze Nederlands, ieder met haar eigen accent. Kan Hinskens aan hun Nederlands horen waar de wortels van deze mensen liggen? Hoort hij het verschil tussen het Nederlands van Turken en dat van Marokkanen? Of tussen het Nederlands van Surinamers en dat van Antillianen? 'Nee, dat is een kunst apart', zegt Hinskens. 'Er zijn in het verleden wel dialectologen geweest die hoorden uit welke streek in Nederland of zelfs uit welke plaats sprekers kwamen.'

Frans Hinskens is gefascineerd door de veranderingen in taal als gevolg van de spraak van migranten. Zijn jongste boek, Wijdvertakte wortels, gaat hierover. Het verschijnt deze maand.

Ethnolects

In 2005 zette hij samen met hoogleraar taalwetenschap Pieter Muysken van de Radboud Universiteit het project Roots of Ethnolects op: een onderzoek naar het nieuwe Nederlands dat ontstaat door het door elkaar klutsen van de moedertalen van migranten en het Nederlands van Amsterdam en Nijmegen. Hinskens noemt het resultaat 'etnolecten', talen met 'etnische'elementen erin. Die worden vooral gesproken door tweede- en derdegeneratie-migrantenkinderen, maar ook door jonge blanke Nederlanders, voornamelijk kinderen op zwarte scholen.

Hinskens had graag zelf het veldwerk voor het Rootsproject gedaan, maar daarvoor was het te veelomvattend. Een bataljon promovendi en assistenten heeft die taak op zich genomen. Zij zijn in Amsterdam en in Nijmegen naar zwarte scholen gegaan. Hinskens: 'Daar vinden de taalveranderingen plaats, die sprekers hebben mede de toekomst van het Nederlands in handen.' De onderzoekers hebben alledaagse gesprekken opgenomen tussen 96 jongens van 10 tot 12 jaar en van 18 tot 20 jaar. Jongens van Marokkaanse, Turkse en Nederlandse komaf. Spijtig genoeg was het onderzoeksbudget niet toereikend om ook meisjes voor de microfoon te halen. Bovendien zijn meisjes volgens Hinskens in een semi-officiële omgeving eerder geneigd netjes en dus meer standaardtaal te praten. De jongens met Marokkaanse en Turkse wortels spraken met elkaar, maar ook met Nederlandse leeftijdgenoten. 'Zo kun je constateren of het taalgebruik afhankelijk is van de gesprekspartner.'

De taalkundigen tekenden uit de mond van Marokkaanse en Turkse jongens die met elkaar praatten haperend Nederlands op dat klinkt naar een stevige taalachterstand. Des te opvallender zijn hun gesprekken met Nederlandse jongens: dan laten ze de typische migrantenkenmerken opeens vallen en spreken ze correct Nederlands. Een opmerkelijke constatering. Als die in het algemeen opgaat voor alle migrantenkinderen heeft het onderzoek van Hinskens en Muysken een frappante bijvangst. Veel kinderen van migranten hebben wanneer ze op hun vierde naar de basisschool gaan namelijk een taalachterstand omdat er thuis weinig Nederlands wordt gesproken. Volgens Hinskens lopen ze die achterstand tijdens hun basisschooljaren in.

Op die fissa had ik een fitti met jouw mattie

Jongens met Turkse of Marokkaanse wortels spreken een Nederlands waarin de taal van hun ouders doorklinkt. Op hun beurt vinden sommige Nederlandse jongeren het stoer die invloeden over te nemen.

- De z als eerste klank van het woord wordt soms sterk verlengd: 'zzzon'.

- Turkse en Marokkaanse jongens spreken de p, de t en de k aan het begin van een woord uit met extra lucht, zoals de beginletters van Engelse woorden als tea en pit en cat.

- Woorden als katje en handje klinken als katsje en handsje: na de t-klank volgt een s.

- Turks- en vooral Marokkaans-Nederlands heeft soms een staccato, afgemeten ritme. Dat ontstaat onder andere door het kort uitspreken van lange klinkers: bijvoorbeeld 'maan' klinkt als 'man'.

- Woorden uit allerlei achtergronden zijn opgenomen in de zogeheten straattaal. Blanke Nederlandse jongeren gebruiken ze ook: fissa (feestje/leuk), fitti (vechten/ruzie), mattie (vriend), pattas (schoenen), zemmel (sukkel).

Na-apen

Kinderen met migrantenwortels beïnvloeden op hun beurt het taalgebruik van Nederlandse jongeren. Die pikken - al dan niet expres - vreemde elementen op uit de taal van leeftijdgenoten met een andere etnische achtergrond. Bijvoorbeeld. Het Nederlands kent de-woorden en het-woorden: de man, het meisje. Mensen die opgroeien met een andere taal voelen niet vanzelfsprekend aan welke zelfstandige naamwoorden het-woorden zijn. En ook niet dat bij een het-woord het aanwijzend voornaamwoord 'dat' hoort, plus een bijvoeglijk naamwoord zonder -e erachter. Zo ontstaan fouten zoals de meisje die, een kleine bed. Blanke scholieren spelen met dit soort taalfouten.

De sch in woorden als 'school' en 'schrijven', maar ook in 'is goed' wordt door migrantenkinderen soms uitgesproken als sjch: 'sjchool', 'sjchrijven', 'isj goed'. Nederlandse jongeren mogen deze klanken graag na-apen.

In standaardtaal spreek je 'tot ziens' uit als 'tot-siens'. Het Marokkaans-Arabisch verlengt de z aan het begin van sommige woorden tot een zware zzz. Marokkaanse jongens zeggen 'Tod-zzziens'. Vergelijk ook de uitspraak obzij in plaats van opsij en avzien in plaats van afsien. Sommige Nederlandse scholieren vinden het cool die uitspraak over te nemen.

Of zulke nieuwkomers in het Nederlands blijvend zijn, staat te bezien. Weinig mensen gebruiken het woord senang nog (Indonesisch voor 'tevreden'). Misschien blijft de huidige invloed van migranten beperkt tot deze generatie scholieren. Jongerentaal blijkt vaak generatiegebonden, zoals in de jaren vijftig alles mieters was en in de jaren zeventig alles beregoed.

Frans Hinskens, taalkundige, verbonden aan het Meertens Instituut. Beeld Julius Schrank
Frans Hinskens, taalkundige, verbonden aan het Meertens Instituut.Beeld Julius Schrank
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden