'De meeste uitvinders zijn dwarsliggers'

In het digitale tijdperk moeten we innovatie niet verwachten van de eenzame uitvinder in een schuurtje, maar van teams. Die teams bestaan dan wel weer uit mannen die ooit begonnen in een schuurtje. Walter Isaacson brengt een hommage aan deze nerds.

Beeld DB Apple/dpa/Corbis

Toen Jack Dorsey, een van de oprichters van Twitter, zich een paar jaar geleden iets te veel op zijn borst begon te kloppen, zei een van zijn mede-oprichters dat hij zich wat bescheidener moest opstellen. 'Maar ik heb Twitter uitgevonden', zei Dorsey. 'Nee, jij hebt het niet uitgevonden', zei zijn collega. 'Ik trouwens ook niet. In het internettijdperk vinden mensen geen dingen uit. We bouwen alleen maar voort op ideeën die al bestaan.'

De digitale revolutie is teamwerk, zo blijkt in het prachtige boek The Innovators (De uitvinders) van de Amerikaanse auteur Walter Isaacson (62). De computer, de transistor, het eerste computerspel, zo'n beetje alle software: het is allemaal bedacht door grotere of kleinere collectieven, die dingen bedachten, maakten, uitprobeerden, verbeterden en, uiteindelijk, aan de man wisten te brengen.

Tegelijkertijd bestonden die collectieven wel uit briljante individuen.

'Dat is de paradox van de uitvinders', zegt Isaacson telefonisch vanuit Washington. Eerder schreef hij biografieën over Albert Einstein, Benjamin Franklin en Steve Jobs. 'Ik wilde dit keer een boek schrijven over een belangrijke ontwikkeling, niet over een belangrijk persoon. Omdat ik erachter kwam dat een revolutie niet door eenlingen wordt bewerkstelligd. Tegelijkertijd is de digitale revolutie geen anoniem proces. Er zitten wel degelijk mensen achter - mensen met een persoonlijkheid, mensen met een verhaal. Daarom heb ik toch weer gekozen voor de biografische benadering. Waar kwamen die mensen vandaan? Waren ze aardig, waren ze naar? En hoe leidde hun leven tot hun ontdekking?'

Isaacson, die vanaf 1989 het Oostblok versloeg voor Time en later een tijdje baas was van CNN, maakt op deze manier techniek weer menselijk: ook machines hebben een levensverhaal.

Daarnaast is het boek een hommage aan de nerds, de (meestal) jongens en mannen die met grote en kleine slimmigheden voortbouwden aan wat uiteindelijk de digitale revolutie zou vormen. (Overigens was de allereerste nerd een vrouw: Ada Lovelace, dochter van de Engelse romanticus Lord Byron. Terwijl haar vader begin negentiende eeuw in het Engelse parlement de Luddieten verdedigde die gemechaniseerde weefgetouwen stuksloegen, verloor Ada zich in de poëtische kanten van de allereerste mechanische telmachine van Charles Babbage.)

Beeld Getty Images

De nerd heeft de toekomst. Hoe wordt mijn zoon of dochter een innovator?

'Er zijn veel manieren om een innovator te zijn. Aan de hoofdpersonen in mijn boek zie je goed dat er verschillende stijlen zijn. Je hebt types als John Mauchly, een fysicus die zijn inzichten overal vandaan haalde en combineerde tot ideeën die van hemzelf leken. Hij was sociaal vaardig, hield van lekker eten en mooie vrouwen, was slim en ambitieus - en een van de uitvinders van de computer. Maar hij had die ambities nooit kunnen uitvoeren zonder John Presper Eckert, een perfectionist die al op de middelbare school radio's en versterkers bouwde. Eckert was een echte ingenieur. Hij zei: 'Een fysicus is iemand die op zoek is naar inzicht. Een ingenieur is iemand die wil dat het inzicht werkt.'

'Ondanks de verschillen hebben de meeste uitvinders een paar dingen gemeen. Ze zijn dwarsliggers, maar doen het tegelijkertijd heel goed in teamverband. Dat lijken tegengestelde karaktereigenschappen. Maar eigenwijsheid kan mensen inspireren. De eerste computers zijn dus niet gemaakt door eenzame uitvinders in een schuurtje die ineens zo'n gloeilampje boven hun hoofd krijgen. Nee, de eerste computers zijn bedacht door twee fantastische teams. Mauchly en Eckert werkten aan de University of Pennsylvania, en bouwden daar in 1945 de Electrical Numerical Integrator and Computer, de eerste voorprogrammeerbare computer die werkte.

'Het andere team was bezig in Bletchley Park, Engeland, met Alan Turing als belangrijkste man. Turing was echt een solist, hij hield van langeafstandsrennen, hij was een onbegrepen homoseksueel, en de eerste die het concept van een universele computer beschreef. Toen hij naar Bletchley Park kwam, leerde hij hoe hij moest samenwerken. Daar kraakten ze met een prachtige machine de Duitse communicatiecodes in de Tweede Wereldoorlog.'

Veel van de uitvinders in uw boek zijn begonnen met geknutsel in een schuurtje. Hebben kinderen meer aan een schuurtje dan aan school?

'Veel van de mensen over wie ik geschreven heb zijn op een gegeven moment inderdaad van school gegaan. Benjamin Franklin, de uitvinder van de bliksemafleider, Albert Einstein, Steve Jobs. Daarom word ik nooit gevraagd om eindexamenspeeches te houden. Het helpt om een rebel te zijn.

'Aan de andere kant is het tegenwoordig echt belangrijk om een goede opleiding te hebben. Je moet eerst weten waar je het over hebt. Dat lukt lang niet altijd in een schuurtje. Ik zou zeggen: blijf op school totdat je eerste bedrijf succes heeft. Kijk naar Bill Gates, die ook pas met school stopte toen Microsoft groot genoeg was.'

U bent kind van een elektrotechnisch ingenieur, en was ook zo'n knutselaar in een schuurtje. Toch bent u journalist geworden.

'Ja, ik was ook een tinkerer. Heerlijk om een beetje aan te rommelen. Maar ik was er niet zo goed in als de mensen over wie ik schrijf. Dat realiseerde ik me al vroeg: je moet er wel talent voor hebben. Ik had de fascinatie, maar niet de creativiteit. Dat gevoel voor techniek is me later trouwens wel van pas gekomen: ik heb meegewerkt aan de digitale media, onder meer bij CNN. En bij het schrijven van dit boek, bij het vertellen van de verhalen van die uitvinders, heeft het ook geholpen. Ik snap hun passie, ik kan de opwinding overbrengen die zij voelden toen zij bezig waren met hun theorieën en geknutsel.

'Het is enorm belangrijk om te begrijpen hoe producten werken - of het nou een radio is of een auto of een vliegtuig. Om te weten hoe software of hardware ontworpen is. Elke innovator die succesvol was, had de passie om een geweldig product te maken. Degenen die faalden, hadden alleen de passie om een geweldige winst te maken.

'Kijk naar Silicon Valley nu. De mensen die het maken houden van hun producten. Larry Page van Google, Jeff Bezos van Amazon, Elon Musk van Tesla. Mensen die zich richten op marketing zonder het wezen van het product te begrijpen, halen het vaak niet. Ze missen in elk geval veel.'

Welk product vindt u het mooist?

'Toen Steve Jobs op zijn sterfbed lag, vroeg ik hem op welk product hij het meest trots was. De Macintosh, de iPhone? Nee, hij zei: het is moeilijk een goed product te maken, maar het is nog moeilijker een team te maken dat goede producten blijft maken. Mijn favoriete product is het bedrijf Apple.'

Toch kan de technologische vooruitgang ook narigheid brengen. Dat hebben briljante nerds niet altijd door.

'Daar moeten wij als maatschappij voor waken. We moeten ervoor zorgen dat onze morele instincten gelijke tred houden met de technologische ontwikkelingen. Kijk naar Europa: jullie maken je grote zorgen over privacy. Dat is goed. We moeten de techniek op ethisch vlak voor zien te blijven. Zie de discussie over robots. Daarom zijn de sociale wetenschappen net zo belangrijk als de exacte wetenschappen. Er zullen wetten of richtlijnen komen zodat we techniek op een manier blijven gebruiken die ons leven beter maakt. Ach, dat is een debat dat al tweeduizend jaar gaande is. Dat komt wel goed.'

De uitvinders

Walter Isaacson
De uitvinders
Vertaald uit het Engels door Rob de Ridder.
Het Spectrum; 560 pagina's; €25,-.

De uitvinders is een optimistisch boek. In de visie van Walter Isaacson heeft de digitale vooruitgang ons sociale en culturele leven verrijkt. Zonder transistor geen transistorradio, en zonder transistorradio geen rock 'n' roll: vanaf 1954 konden jongeren luisteren naar de muziek die ze zelf mooi vonden, op een plek die ze zelf kozen (daarvoor zat het hele gezin rond zo'n zware radio vol vacuümbuizen). Silicon Valley zit volgens hem nog steeds vol met de idealisten die er in de jaren zeventig neerstreken. De keerzijde van de medaille, zoals de macht van Google en Facebook of de Twitter-propaganda van de Islamitische Staat, laat Isaacson aan anderen over. Daar kun je de uitvinders niet verantwoordelijk voor houden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden