De Marsplannen van een gelovige

Een optimistische blauwdruk voor de exploratie van Mars, dat lijkt de beste aanduiding van dr. Robert Zubrins boek The Case for Mars....

Binnen tien jaar kunnen de eerste mensen op Mars staan, is de visie van Zubrin. Om dat voor elkaar te krijgen, is niet meer nodig dan inventief omgaan met bestaande technologie, plus twintig tot dertig miljard dollar, denkt hij.

Zubrin noemt zich een gepassioneerde optimist, en dat blijkt ook uit de schetsmatige beschrijvingen in het boek. De verschijning ervan, zo'n twee maanden geleden, kan geen toeval zijn. Dit najaar zijn er drie sondevluchten naar Mars gepland. De sondes hebben meetinstrumenten aan boord om de atmosfeer en het oppervlak van de planeet tot in detail in kaart te brengen.

Mars staat dit najaar gunstig ten opzichte van aarde. Zo'n ideaal 'lanceervenster' doet zich eens in de tweeëneenhalf jaar voor. De Amerikaanse Mars Global Surveyer is sinds begin november op weg naar de rode planeet. En drie weken geleden ging de Russische Mars 96 omhoog, om kort na de lancering weer op aarde neer te ploffen. Woensdag vertrok een tweede Amerikaanse sonde, de Mars Pathfinder, voor een tocht van bijna negen maanden.

De sondes gaan naar een planeet die als geen andere de mensheid intrigeert, mede vanwege vermoedens dat er ooit primitief leven geweest kan zijn. Voor 2005 is een Amerikaanse missie gepland voor een sonde die met Marsstenen terug moet komen naar de aarde. Dat zal echter niet meer dan een kilootje zijn, weliswaar weggehaald van een plaats waar de kans sporen van leven te vinden het grootst is, maar toch.

Worden er in die steenmonsters geen aanwijzingen voor leven gevonden, dan zegt dat dus niets, meent Zubrin. De mens zou er zelf heen moeten om op een intelligente manier stenen te verzamelen en die mee terug te nemen, meent hij. Van het entameren van zo'n reis naar Mars heeft Zurbin zijn levenswerk gemaakt.

Begin jaren tachtig bestond in de Verenigde Staten het idee dat de bemande ruimtevaart zich zou moeten richten op Mars. Dat zou moeten gebeuren na de bouw van een ruimtestation, eind jaren negentig, en de bouw van een nederzetting op de maan.

De toenmalige president George Bush wilde in 1988 een historische daad stellen om op gelijke voet te komen met zijn illustere voorganger Kennedy. Die beloofde in 1961 dat er binnen tien jaar een landgenoot op de maan zou staan. Hetgeen geschiedde.

Bush had een bemande reis naar Mars op het oog, binnen dertig jaar. Die wens sprak hij in 1988 uit tijdens een bijeenkomst in het National Air and Space Museum in Washington. Het gevolg was dat NASA in alle haast een plan opstelde. De ruimtevaartorganisatie liet zich daarbij inspireren door eerdere plannen van de beroemde rakettenbouwer Wernher von Braun.

Gezien de enorme afstand naar Mars - vierhonderd miljoen kilometer - zijn reusachtige ruimtevaartuigen nodig om brandstof te bergen voor de heen- en vooral de terugreis. Die ruimteschepen kunnen alleen worden gebouwd in een baan rond de aarde. Draagraketten kunnen maar een beperkte massa lanceren, redeneerde NASA in een rapport dat als de 'negentig-dagenstudie' door het leven gaat.

De realisatie van de plannen zou dertig jaar duren en met de uitvoering zou het astronomische bedrag van 450 miljard dollar zijn gemoeid. Het rapport - en de ideeën - verdwenen in een diepe la. Het plan maakte gezien de economische malaise geen schijn van kans.

Onderzoekers van het ruimtevaartbedrijf Martin Marietta zagen dit met lede ogen aan. De onderneming riep een studiegroep van twaalf man in het leven die opdracht kreeg een nieuw, goedkoper plan te ontwikkelen. Uitgangspunt van de groep was: aanzienlijke vermindering van het gewicht. De uitvoering moet simpeler en dat kan alleen wanneer er geen brandstof voor de terugweg zou worden meegenomen. Die brandstof moet op Mars worden gemaakt in een chemische reactor volgens een procédé dat al meer dan een eeuw bekend is, zo is de gedachte.

Door kooldioxidegas uit de ijle Martiaanse atmosfeer te laten reageren met waterstof, wordt een aardgas/zuurstof-mengsel gevormd dat kan dienen als brandstof voor de raketmotoren. De waterstof moet in vloeibare vorm van de aarde worden meegenomen. Die extra bagage weegt niet veel, niet meer dan 5 procent van wat ermee op Mars aan brandstof kan worden gemaakt.

Zubrin stelt voor eerst een raket, een vergrote space shuttle, naar Mars te sturen met aan boord een retourmodule en een goedkoop chemisch fabriekje dat de brandstof maakt voor de retourmodule. Zijn de tanks daarvan gevuld, dan kan een tweede module naar de planeet worden gestuurd, met een vierkoppige bemanning.

Zubrin denkt dat op deze manier binnen tien jaar mensen op Mars kunnen staan, voor minder dan 10 procent van de kosten die NASA berekende. Er moet snel worden besloten, dat wel, zodat er met de geplande Marsmissie in 2005 - de missie waarbij stenen worden verzameld en naar de aarde gestuurd - zo'n chemisch fabriekje kan worden meegestuurd. Die gaat dan bij wijze van proef brandstof produceren voor de terughaalsonde.

De auteur, gebiologeerd door de planeet, maakt korte metten met vooroordelen als zou de bemanning van een Marscapsule tijdens de reis van tweeeneenhalf jaar - waarvan anderhalf jaar op het Marsoppervlak - onverantwoord lang aan kosmische straling worden blootgesteld. Ach, rekent de aartsoptimist Zubrin voor, de hoeveelheid is weliswaar substantieel, maar het risico op lichamelijk letsel - kanker dus - is aanzienlijk kleiner dan de kans op een dodelijk ongeluk bij bijvoorbeeld bergbeklimmen.

'We gaan niet naar Mars om het zoveelste ruimterecord te vestigen maar omdat we de planeet willen exploreren en om te onderzoeken of er verblijven voor mensen kunnen worden gebouwd', stelt Zubrin. Hij ziet grote mogelijkheden voor de bouw van nederzettingen voor uiteindelijk miljoenen mensen.

De planeet heeft veel grondstoffen. In de bodem zitten ijzer en aluminium, die te gebruiken zijn voor constructies waarin mensen kunnen wonen en voor kassen waarin voedsel kan worden geteeld. Voor de afdekking van die constructies zijn er doorzichtige plastic platen te maken van polyethyleen, met als grondstoffen kooldioxide- en waterstofgas.

Voor de bouw van zo'n nederzetting is in het begin veel energie nodig om al die chemische productieprocessen op gang te houden. Die energie is alleen te betrekken uit een compacte kernreactor. Zonder zo'n reactor zouden er - voor een zelfde hoeveelheid energie - zonnepanelen moeten worden neergezet met een oppervlak van dertien voetbalvelden. Onhaalbaar dus.

Zubrin opereert in het begin van het boek als realist die met innovatieve technische oplossingen komt. Op het eind van het boek, wanneer hij zijn plannen ontvouwt voor een grootschalige nederzetting, ontpopt hij zich als een gelovige. De haalbaarheid wordt kleiner naarmate het paginanummer hoger wordt.

De gelovige Zubrin vermeldt aan het eind hoe de lezer een bijdrage kan leveren aan de realisatie van zijn Marsplannen. Dat kan onder meer door lid te worden van een van de drie verenigingen van Marsadepten, het liefst van de National Space Society - 25 duizend leden - waar Zubrin sinds zijn vertrek bij Martin Marietta voorzitter is van het dagelijks bestuur.

Broer Scholtens

Robert Zubrin: The Case for Mars

The Free Press, import Timeshare Booksellers; ¿ 52,50

ISBN 0 684 82757 3

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.