Wetenschap 'Dog Aging Project'

De man die uw hond (en hun baasjes) een langer leven wil geven

Matt Kaeberlein met hond Syl, een Friese Stabij, op Schiphol. Beeld Renate Beense

Matt Kaeberlein maakt naam als ‘de man die uw hond eeuwig wil laten leven’. Tienduizend honden volgt hij vijf jaar lang, waarvan een deel een anti-verouderingsmiddel krijgt. Misschien hebben hun baasjes, op wie zij zo lijken, daar straks ook wat aan.  

De verouderingsbioloog moet hard lachen wanneer hem gevraagd wordt hoe oud hij zelf wil worden. ‘Eerlijk gezegd heb ik daar nooit over nagedacht. Ik wil wel zo lang mogelijk productief zijn, en me goed voelen op een hoge leeftijd. Ik ben nog lang niet klaar om te gaan.’ Zittend aan een tafeltje in het lichte atrium van het UMCG in Groningen, waar hij op een congres van het Europese centrum voor verouderingsonderzoek Eriba hoofdspreker was, laat hij foto’s zien van een van zijn drie honden, een husky. ‘Altijd wanneer ik weg ben van huis, stuurt mijn vrouw wat foto’s van ze. I’m a real dog person.’ Dat Kaeberlein zo’n hondenliefhebber is, heeft er deels voor gezorgd dat het de proefdieren in zijn nieuwe onderzoeksproject zijn.

In het ‘Dog Aging Project’, dat half november van start gaat, wil de Amerikaan erachter komen hoe genen, levensstijl en de leefomgeving het verouderingsproces van honden beïnvloeden. Hij zal de levensstijl van tienduizend honden verspreid over de Verenigde Staten voor vijf jaar lang bijhouden, en bij een deel het middel rapamycine testen. Het onderzoek moet hopelijk ook gaan uitwijzen of dat medicijn, dat al tientallen jaren bij mensen wordt gebruikt voor chemotherapie bij kanker of anti-afstoting van orgaantransplantaties, ook klaar is om veroudering in mensen te vertragen. ‘Honden lijken op hun baasjes: ze zijn vaak een beetje te dik, hoeven niet meer te jagen, als ze ziek zijn krijgen ze een dierenarts voor hun neus, ze ademen dezelfde lucht in. Hun leefomstandigheden weerspiegelen deels die waar wij ook mee te maken hebben, waardoor de resultaten waarschijnlijk goed te vertalen zijn naar mensen,’ aldus Kaeberlein.

Een deel van de trouwe viervoeters, vrijwillig door hun baasjes opgegeven, zal drie jaar lang drie dagen in de week rapamycine bij het ontbijt krijgen. Toen laboratoriummuizen het medicijn in lage doses kregen toegediend, bleken ze langer te leven en gezonder te verouderen. Als de muizen het middel op gevorderde leeftijd kregen, leefden ze 15 procent langer dan muizen die het middel niet kregen. Begon de rapamycinebehandeling op middelbare leeftijd, dan werden ze wel 60 procent ouder dan gemiddeld. Ook blijkt het medicijn bij mensen iets uit te halen: 264 vijfenzestigplussers die het middel enkele weken innamen, hadden een betere weerstand tegen de griep. Rapamycine zet cellen namelijk in een ‘onderhoudsmodus’, waardoor het immuunsysteem een oppepper krijgt.  

Het is belangrijk dat we de werking van rapamycine verder onderzoeken, vindt Andrea Maier, hoogleraar veroudering aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Ze noemt het ‘Dog Aging Project’ een ‘prachtig initiatief’: ‘Elke keer als ik eraan denk, krijg ik een lach op mijn gezicht: baasjes willen hun dier niet kwijt en hebben daar blijkbaar veel voor over. Ik vind het een knap idee, maar ook risicovol. Zo’n grootschalige studie met huisdieren in een natuurlijke omgeving is nieuw: je weet dan niet precies wat voor bijwerkingen rapamycine gaat hebben.’ Dat het project een nieuwe manier van onderzoeken is, benoemt ook Cor Calkhoven, verouderingsbioloog bij Eriba. ‘Normaal gesproken zijn laboratoriummuizen de proefdieren: dat zijn bijna klonen van elkaar. Net als mensen zijn honden juist divers – dat maakt dit onderzoek interessant.’ 

Voordat de studie met tienduizend honden van start gaat, deed Kaeberlein twee voorstudies met rapamycine. De resultaten na een eerste, korte proef van tien weken bij 24 honden stemden hoopvol: bij sommige dieren leek de hartfunctie iets verbeterd. De tweede voorstudie met een vergelijkbaar aantal honden duurt een jaar en is nog bezig. 

Matt Kaeberlein met hond Syl, een Friese Stabij, op Schiphol. Beeld Renate Beense

Hoe reageren de baasjes op het onderzoek?

‘Heel enthousiast. De meeste baasjes uit de testperiode waren van streek toen bleek dat hun hond in de placebogroep zat, dan merk je weer hoe sterk die band tussen baasje en hond is. Een moeilijk aspect van het onderzoek is dat we de honden hun hele leven blijven onderzoeken, totdat ze overlijden: immers de enige manier waarop we toename van levensduur kunnen meten. Per overleden hond moeten we dan omgaan met baasjes die bedroefd of boos zijn, of die zich afvragen of het overlijden misschien door de rapamycine of juist de placebogroep komt.’

Bent u niet bang dat al die baasjes u gaan aanklagen als er iets misgaat bij uw experiment, bijvoorbeeld vanwege bijwerkingen van rapamycine?

‘We moeten inderdaad voorzichtig zijn. Maar uit onze voorstudies blijkt al dat geen enkele hond bijwerkingen krijgt. Het idee dat rapamycine heftige bijwerkingen geeft, vind ik bovendien misplaatst: de mensen die sterke bijwerkingen ondervonden, waren extreem ziek en combineerden rapamycine met andere medicijnen. De honden nemen een lage dosis en krijgen geen orgaantransplantatie of andere geneesmiddelen, dus ik verwacht alleen daarom al geen bijwerkingen.’

Verouderingswetenschapper bij Leyden Academy David van Bodegom noemt Kaeberlein een serieuze wetenschapper, die goed onderzoek doet. Toch is hij kritisch over deze tak van ouderenwetenschap: ‘Mensen die dit soort onderzoek doen, zien ouder worden als ziekte en zijn op zoek naar het medicijn. Ik vind het maatschappelijk onwenselijk om oudere mensen als patiënt weg te zetten: mensen van 70 kunnen soms gezonder zijn dan mensen van 40. De slijtage die bij ouder worden hoort, is een natuurlijk proces. Bovendien hebben we allang een therapie gevonden om vijf, tien of misschien wel twintig gezonde jaren te winnen: mensen een paar goede wandelschoenen geven.’

Wat vindt u van deze wandelschoenenvisie?

Kaeberlein lacht. ‘Er zit zeker een kern van waarheid in: af en toe sporten en een gezond dieet zullen je gezondheid sowieso helpen. Maar laten we eerlijk wezen: de meeste mensen, in ieder geval in de VS, doen dat niet. Zou het dan niet fijn zijn als we een medicijn hadden waarmee we die mensen kunnen helpen? En het hoeft elkaar niet uit te sluiten: dat middel kan ook naast gezond eten en sporten bestaan. Ik vind het wandelschoenenargument dus niet echt relevant.’

Vindt u dan niet dat ouder worden een natuurlijk proces is?

‘Als je dat vindt, snap ik niet dat je wel zou kunnen vinden dat we alzheimer of prostaatkanker moeten genezen: dat is dan toch ook een natuurlijk proces? Het slaat echt nergens op om te zeggen: het is goed om een ziekte trager te maken als je die eenmaal hebt, maar we willen niet dat je voorkomt dat mensen deze in eerste instantie krijgen.’

CV Matt Kaeberlein

Matt Kaeberlein werd geboren op 15 februari 1971 in Erie, Pennsylvania.

In 2002 promoveerde hij in biologie aan de MIT, waarna hij postdoctoraal werk deed in genetische wetenschappen aan de Universiteit van Washington.

Hij schreef meer dan 140 wetenschappelijke publicaties in wetenschappelijke toptijdschriften, waaronder 19 in Nature en Science. Daarnaast is Kaeberlein directeur van het ­Healthy Aging en Longevity Research Institute, president van de American Aging Association en hoofdonderzoeker in het Kaeberlein Lab, waar hij aan het Dog Aging Project werkt.

Kaeberlein is getrouwd, heeft twee zoons en drie honden.

Denkt u dat rapamycine in de toekomst ouderdom gaat genezen?

‘Ik ben het niet eens met die bewoording, ‘genezen van ouderdom’: dat gaat niet gebeuren. Rapamycine kan veroudering hoogstens vertragen met zo’n 20 tot 30 procent. Er is een bedrijf, Restorbio, dat nu al bezig is met het uittesten van een afgeleid middel van rapamycine op mensen. Dus we zijn misschien nog niet eens zo ver verwijderd van een toekomst waarin veroudering valt uit te stellen.’

Straks worden we door onderzoeken als de uwe allemaal 120. Denkt u weleens na over de maatschappelijke consequenties?

‘Natuurlijk, het zou een dramatische verandering betekenen voor het pensioenstelsel en sociale vangnetten in derdewereldlanden. Daarentegen verwachten we ook grote economische voordelen, omdat mensen langer kunnen werken. Als alleen rijke mensen zich het medicijn kunnen veroorloven, kan er een enorme bestaanskloof tussen mensen ontstaan.’

Ik las dat mensen in Silicon Valley geregeld experimenteren met anti-verouderingsmedicijnen.

‘Ja, dat gebeurt. Ik heb daar geen enkel probleem mee, maar ik denk dat het wetenschappelijk gezien niet erg nuttig is.’ Kaeberlein twijfelt. ‘Behalve.. Behalve als mensen eraan doodgaan: daar zouden we van kunnen leren. Tegelijkertijd zou het hele onderzoeksveld dan onverdiend gezichtsverlies lijden. Wat trouwens nu ook gebeurt, omdat deze malloten in de media zeggen dat ze onsterfelijk zijn. Dat is totaal ongegrond. De meeste verouderingsbiologen zijn legitieme onderzoekers die kwalitatief goed onderzoek doen. Als de mensen van de wetenschapsfinanciering denken dat dit veld alleen uit onsterfelijkheidsgekkies bestaat, hebben we minder kans op financiering .’

Wat is voor u het ultieme doel van het Dog Aging Project?

‘Dat zijn er veel. Maar voor mij persoonlijk is dat het vertragen van veroudering in honden.’ Lachend: ‘Ik wil dat mijn honden zo lang mogelijk leven, snap je. Daarnaast hoop ik nieuwe informatie te genereren over hoe dieren verouderen, waarvan ik verwacht dat die hetzelfde zal zijn voor mensen. Dan kunnen we een directe invloed hebben op het verouderingsproces van mensen.’

‘Er zou een paradigmaverschuiving moeten komen in de geneeskunde, waarin we niet langer wachten tot mensen ziek zijn en vervolgens proberen die ziekte te genezen, maar waarin we proberen die ziektes te voorkomen. Je kunt beter veroudering aanpakken dan afzonderlijke ziekten, omdat de meeste ziekten door ouderdom komen. Dat is makkelijk om uit te leggen, maar moeilijk voor mensen om te begrijpen.’

Slikt u zelf al rapamycine?

‘Daar ga ik liever niet op in. Ik wil niemand ertoe verleiden zonder medisch toezicht deze geneesmiddelen te nemen of aan hun hond te geven.’

Het spraakmakende middel rapamycine dankt zijn naam aan Rapa Nui, oftewel Paaseiland. In de jaren zeventig werd het daar ontdekt als medicijn tegen schimmelinfecties, maar al snel bleek het ook een afweeronderdrukkende werking te hebben. Rapamycine haakt aan op een enzym genaamd mTOR, een belangrijke sensor van voedingsstoffen in een cel. Verstoor mTOR, en de cel bespeurt een voedseltekort. Hoe zou dat levensverlenging kunnen stimuleren? Zo: lichaamscellen ontdoen zich tijdens een periode van lage calorie-inname van afvalstoffen die op den duur tot slijten van de cel kunnen leiden. Rapamycine spiegelt mTOR zo’n calorietekort voor, en de cel gaat in ‘overlevingsmodus’: omdat er geen energietoevoer van buiten is, kijkt de cel wat hij binnen in de cel kan opeten. Afvalstoffen in de cel worden opgeruimd, met een gezondere staat als gevolg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden