Reportage

De liefde voor schubben gaat diep bij de vissentellers

Vissenliefde

Vrijwilligers houden op dertien plekken bij hoeveel vissen Nederland binnenglippen. Waar melden zich de meeste en wanneer?

Vrijwilligers halen een net op bij de Scheveningse haven. Ze onderzoeken hoeveel palingen, spieringen en andere vissen landinwaarts trekken. Beeld Jiri Buller

Twee jaar is het tere, doorzichtige palinkje bezig geweest de Atlantische Oceaan en de Noordzee te doorkruisen. Bij Scheveningen is het glasaaltje, inmiddels zo'n 7 centimeter lang, rechtsaf geslagen de vissershaven in, onder de zeiljachten in de Tweede Binnenhaven door, en dan, na een reis van 6.000 kilometer - het zoete water van de Hollandse polder is dichtbij - stoot het zijn neus. De sluisdeur aan het eind van de haven zit dicht.

En daarmee is het leed nog niet voorbij. Elke maandag- en donderdagavond staat hier een groep middelbare mannen met mutsjes en hoofdlampen op klaar om de zojuist gearriveerde migrant op te vissen voor onderzoek.

Dunlipharder

Tot en met juni houden natuurliefhebbers en vissers op dertien plekken langs het Haringvliet, het Hollandsch Diep, de Nieuwe Waterweg en de Noordzee bij hoeveel trekvissen proberen ons land binnen te komen. Om het zoute water buiten te houden, is Nederland afgeschermd met sluizen, gemalen en stuwen. Die belemmeren de toegang van migrerende vissoorten tot een belangrijk deel van hun leefgebied. Dat geldt voor de langzaam uitstervende paling, maar ook andere trekvissen liften mee met het onderzoek. Zoals de driedoornige stekelbaars, die vanuit zee het zoete water opzoekt om zich voort te planten, de spiering, de dunlipharder of piepjonge botjes.

Op de brug bij de sluis aan het eind van de Scheveningse haven doden de vijf vrijwilligers de tijd met het laatste nieuws over de verkiezingsresultaten van Water Natuurlijk, dé waterschapspartij van deze Haagse sportvissers. En natuurlijk gaat het over vissenliefde: snoeken in de polder, vliegvissen in Engeland maar ook voor een broodje makreel, het betere visrestaurant of de exclusieve vangst van een zeilvis bij Samoa.

De driedoornige stekelbaars.

Stekelbaars

Toch gaat de liefde voor schubben dieper dan de vis die aan de haak spartelt, legt Ton van der Spiegel uit, visbioloog en voorzitter van de 's-Gravenhaagse Hengelsport Vereniging, een florerende club die het ledental de afgelopen tien jaar bijna zag verdrievoudigen tot 15 duizend leden. Ook de driedoornige stekelbaars en de spiering zijn hem lief. 'We doen dit voor de natuur; we houden van vissen.'

Het wachten is op het moment dat het kruisnet van 1 bij 1 meter mag worden opgehaald, dat is neergelaten aan de zeezijde voor de sluisdeur. Marius van Kampen, operator bij een raffinaderij, bioloog Rudi Ros, werkzaam voor een Haagse chipkaartorganisatie en David van de Eijnden, zelfstandig automatiseringsadviseur, hijsen na vijf minuten het net omhoog. 'Rustig, rustig, geen boeggolf, gelijkmatig binnenhalen', roept Lars Nanninga, de net herkozen bestuurder bij het Hoogheemraadschap voor Delfland. 'Anders spoelen de visjes weg.'

Hoofdlampen

De hoofdlampen flitsen aan; als één man buigen we ons over het hek om zo snel mogelijk te zien of we 'beet' hebben. Verwachtingsvolle spanning, net als vroeger na de eerste haal met het kinderschepnet. De afgelopen vangdagen hebben de mannen hier de eerste glasalen van het seizoen gevangen. Nu staren we naar een wit, leeg net.

Doordat het eb is, zijn de vooruitzichten slecht, ook voor de rest van de avond, legt Van der Spiegel uit. Glasaaltjes, maar ook ander visgrut, laten zich juist met vloed mee landinwaarts voeren. Grote trekvissen, zoals de zalm of de zeeforel, hebben zo'n zetje in de rug niet nodig, maar die doen geen poging om hier binnen te trekken. Die ruiken dat ze via Scheveningen nooit in hun bruisende geboortebeken belanden, maar zullen blijven steken in de poldervaarten van Delfland. Daarom volgen ze bijvoorbeeld de Nieuwe Waterweg. Tot de Haringvlietdam in 2018 op een kier gaat, is dat de enige open verbinding in Nederland tussen de zee en de grote rivieren richting Duitsland en België.

Het onderzoeksprotocol eist echter dat op alle dertien vangstlocaties hetzelfde type net kort na zonsondergang wordt uitgegooid. Laagwater of niet. Dan is er vergelijking mogelijk: waar melden zich de meeste trekvissen en wanneer. 'We doen de monitoring in het donker omdat de glasaal en andere kleine vissen vooral dan actief zijn', vertelt Martijn Schiphouwer. 'Roofvissen en vogels jagen voor een deel op zicht. Als je klein bent, is het dus slimmer om je 's nachts te verplaatsen.'

Spartelende glasaaltjes. Beeld ANP

Migratieknelpunten

Schiphouwer is werkzaam voor RAVON, de Nederlandse onderzoeksorganisatie voor reptielen, amfibieën en vissen. Hij coördineert samen met Kerry Brink van de World Fish Migration Foundation de telling van de trekvissen, die de komende twee jaar wordt voorgezet. Verschillende waterschappen en Rijkswaterstaat dragen financieel bij. Vanwege Europese regels moeten de waterbeheerders uiterlijk in 2027 migratieknelpunten in het leefgebied van vissen oplossen.

'Met dit onderzoek hopen we te weten te komen op welke plaatsen het meeste aanbod is', verklaart Schiphouwer. 'Dat is niet bekend. Misschien moeten er op meer plekken passages komen om vissen te helpen de barrières te overwinnen. En als er al een vispassage is, dan kunnen we die wellicht beter afstemmen op de behoefte van de vissen.'

Vissersgeduld

In Scheveningen zijn die er voorlopig niet. Bij de tweede 'trek' van de avond bestaat de vangst uit twee garnalen, bij de derde trek uit een strandkrab. Tot overmaat van ramp gaat de sluis open en stroomt zoet water kolkend de haven in. Pas na twee uur, als de sluis weer tot rust is gekomen, wordt het vissersgeduld beloond: een grondel (een brakwatervisje) en vijf glasaaltjes komen even boven water.

Sinds de jaren zeventig is het aantal glasalen dat de Nederlandse binnenwateren afgenomen tot minder dan 1 procent van het oorspronkelijke aantal. Maar deze vijf maken een kans.

Drie jaar geleden heeft het Hoogheemraadschap van Delfland de sluis in Scheveningen en het achterliggende gemaal voor enkele honderdduizenden euro's aangepast zodat een wachtende glasaal één of twee keer per dag kan worden binnengelaten en overgeheveld naar de Haagse grachten, van waaruit ze de poldersloten van Delfland kunnen bereiken.

Over een jaar of vijf tot tien keren ze hier misschien terug voor de terugreis naar de Sargassozee. Als ze daarvoor niet zijn gevangen door een Haagse visser.

De paling sterft langzaamaan uit. Beeld ANP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.