De laatste reünie van het verzet

Zaterdag kwamen 22 oud-verzetsstrijders bij elkaar voor de jaarlijkse Dag van het Verzet. Het was de laatste keer. De negentigjarigen zijn niet meer in staat de dag te organiseren. 'Ik heb het gevoel dat ik heb gefaald.'

Thea van Dijk, één van de oud-verzetsstrijders die voor het laatst bij elkaar kwamen.Beeld Julius Schrank / de Volkskrant

'Er is een fax van de koning', roept de receptioniste zodra Rudi Hemmes binnenkomt. De 93-jarige voorzitter van de Stichting Samenwerkend Verzet krijgt het koninklijke A4'tje meteen in zijn handen gedrukt. De voormalige Engelandvaarder kijkt er even naar en bergt het op in zijn attachékoffertje. Bijzonder? Nee, zegt hij. 'Wel heel aardig. We krijgen er elk jaar één.'

Wat wel bijzonder is, is dat het de laatste keer is dat Hemmes en de andere verzetshelden uit de Tweede Wereldoorlog zo'n fax zullen krijgen. Zaterdag vierden ze voor de 43ste keer de Dag van het Verzet in Doorn. Het is de laatste keer dat ze bijeenkomen. Het jongste lid is inmiddels 91, het oudste 99. Telde de stichting - een overkoepelende organisatie voor verschillende verzetsgroepen - bij de oprichting in 1979 nog ruim achtduizend leden, inmiddels zijn dat er 116. De meesten kunnen niet meer komen. Zaterdag kwamen er 22. Ondersteund door rollators, wandelstokken en familieleden. Maar nog altijd behangen met eremedailles en koninklijke onderscheidingen die herinneren aan hun moedige daden.

'Het is niet om te huilen dat dit de laatste keer is, mijn kameraden van toen zijn er toch al niet meer', zegt Jaap Rus (93) uit Vlissingen. 'Maar dit is wel een dag om in dankbaarheid terug te kijken op wat we hebben gehad.'

Dit voorjaar besloot het bestuur te stoppen met het organiseren van deze dag. 'We hadden een bestuursvergadering', zegt Hemmes. 'En er kwamen weer zoveel berichten binnen over overleden leden.' Jammer, vindt de gedistingeerde negentiger. Sterker nog, zegt de man die als jonge jongen meevocht met de geallieerden in Normandië: 'Ik heb het gevoel dat ik heb gefaald. Het bestuur moet deze dagen organiseren, maar wij zijn er niet meer toe in staat.' Zo overleed de penningmeester. 'Niemand kan dat werk overnemen, ik weet niets van boekhouden en ik heb niet meer de leeftijd om een cursus te volgen.'

Als de zaal is gevuld en iedereen een gebakje heeft gekregen, heet Hemmes alle verzetshelden welkom. Hij leest de fax van de koning voor, en spreekt een eerbetoon uit aan prinses Wilhelmina, de vrouw voor wie hij destijds een levensgevaarlijke tocht naar Engeland maakte. 'Achteraf stelt het geen moer voor, hoor. Het was gewoon boffen.'

Tot slot drukt hij de aanwezigen op het hart: 'Als u hier uw maatje heeft getroffen, denk dan niet dat dit de laatste keer hoeft te zijn. Vraag elkaars telefoonnummer.'

'De knokploeg van Kralingen vergaderde in het souterrain'

Thea van Dijk wordt over een paar maanden 99. Ze dankt de Heer nog elke ochtend dat ze ook deze dag mag meemaken.

'Ik vind het niet zielig dat het de laatste Dag van het Verzet is', zegt Thea van Dijk. 'Aan alles komt een eind. Ook aan zulke dagen.' Dat ze in het verzet belandde, ging vanzelf. Met haar man runde ze een opvanghuis voor slachtoffers van de bombardementen op Rotterdam. 'Het was een heel groot huis, daar konden we best wat extra mensen onderbrengen. Dat niet alleen: de knokploeg van Kralingen vergaderde in het souterrain. En we verborgen wapens. We hebben ontzettende mazzel gehad dat we nooit zijn gesnapt.'

Beeld Julius Schrank / de Volkskrant

'Ik hoop dat ik geallieerden heb geholpen bij de invasie'

Jaap Rus (92) uit Vlissingen was 17 toen hij in het verzet kwam.

'Ik was geïrriteerd. Ik zat bij de padvinderij. Die werd verboden. Ik ging bij een gymnastiekclub, die werd ook verboden. Vervolgens ging ik bij een jeugdclub van de kerk, die werd eveneens verboden. Een vriend van me vroeg: ik zit bij een verzetsgroep, wil je meedoen?

Ik werd op een gegeven moment door de Duitsers tewerkgesteld in Westkapelle bij Todt, de bouworganisatie van de Duitse Wehrmacht. Ik moest zandzakken sjouwen, maar kon tegelijkertijd de verdedigingswerken van de Atlantikwall observeren. Ik hoop dat ik de geallieerden zo heb kunnen helpen bij de invasie, dat ze wat hadden aan de informatie die ik doorgaf aan het verzet. Of dat zo is weet ik niet.

'De commandant aan wie ik rapporteerde werd opgepakt en gefusilleerd. Misschien zijn de papieren met mijn schetsen bij hem gevonden en is hij daarom gestorven. Van die gedachte krijg ik een rotgevoel. Maar het kan ook dat de papieren op tijd naar de geallieerden zijn gebracht en dat ze hebben bijgedragen aan de bevrijding. Ik ben er nooit achter gekomen.'

Beeld Julius Schrank / de Volkskrant

'Mijn vader werd uiteindelijk gepakt; hij is verraden'

Mia Lelivelt (91) was 15 toen haar vader met haar wilde praten.

'Ik ben gevraagd door het verzet', zei mijn vader. 'Dat zou betekenen dat jij ook moet meehelpen.' Voor een onderduiker draai ik mijn hand niet om, dacht de tiener. Ze realiseerde zich niet dat het er niet één, maar honderden zouden worden. Haar familie bood hen onderdak in hun agrarisch bedrijf in Lichtenvoorde. 'We hielpen onder meer ontsnapte krijgsgevangenen. Bij ons doken ze onder totdat er een andere plek was gevonden of valse papieren waren geregeld.' Haar vader werd uiteindelijk gepakt, hij was verraden. 'Zes weken later kregen we het bericht dat hij was gefusilleerd.' Mia woont nog steeds in haar ouderlijk huis. Het adres is wel veranderd. De straat is inmiddels vernoemd naar haar vader: de Martin Leliveltstraat.

Beeld Julius Schrank / de Volkskrant

'Het was logisch dat we die Joodse vrienden hielpen'

Op haar 21ste ging Marianne Burgers (95) uit Middelburg in het verzet. Samen met haar 19-jarige zusje.

Een bewuste keuze was het niet. 'Mijn vader had veel Joodse vrienden, het was logisch dat we hen hielpen. Zo zijn we erin gerold.' Maar ze werden gepakt en veroordeeld voor het helpen van Joden en het verspreiden van opruiende teksten. Uiteindelijk belandden ze in concentratiekamp Ravensbrück. 'Ik had difterie en kreeg ook nog eens tyfus. Ik heb een engeltje op mijn schouder gehad dat ik het heb overleefd.' Haar zus overleed in het concentratiekamp. Afgelopen jaren is ze niet naar de Dag van het Verzet gegaan. Ditmaal wel, omdat het de laatste keer is. Herdenken, dat is waar het wat haar betreft om gaat. 'Wij herdenken opdat het niet meer gebeurt. Maar het gebeurt altijd nog. Nog elke dag.'

Beeld Julius Schrank / de Volkskrant

'Het begon met suiker gooien in Duitse benzinetanks'

Rudi Hemmes (93) had als 16-jarige de pest aan Duitsers. 'Nu ik ouder ben, begrijp ik dat ik de pest had aan onrecht.'

Met zijn vriend Bob Tusenius begon zijn verzet met het gooien van suiker in de benzinetanks van Duitse legervoertuigen. 'Al snel ging suiker op de bon en hield dat op.' Toen hij ging studeren in Utrecht dacht hij: nu kan ik me aansluiten bij het echte verzet. Dat bleek lastig. 'Je kunt niet je vinger opsteken en roepen: ik wil bij het verzet.' De vrienden besloten naar Engeland te gaan. Via België, Frankrijk, Spanje en Portugal. 'Wij logen dat we van Organisation Todt (OT) waren, een Duitse club die overal bunkers bouwde. Wij kenden die organisatie helemaal niet, maar de Duitsers ook niet, bleek. Zo waren we op een avond gestrand in Perpignan. We zijn naar een kazerne gelopen en hebben gezegd dat we de wachtcommandant moesten spreken. We werken voor OT, zeiden we, maar onze trein is vertrokken en we moeten hier overnachten. Ja, zei hij. We kregen nog eten ook. Wij hebben vaak geboft. Uiteindelijk kwamen we in Engeland, bij de Prinses Irene Brigade. In augustus 1944 ging ik met de geallieerden mee naar Normandië.'

Beeld Julius Schrank / de Volkskrant

'Ik houd het gevoel: had ik niet meer kunnen doen?'

Joke Folmer (93) was als 18-jarig meisje boos. Boos omdat haar Joodse vriendinnetje niet meer naar school mocht, niet meer naar de bibliotheek of de bioscoop.

'Ik bracht haar huiswerk.' Vervolgens rolde ze in het verzet: het begon met het vervoeren van pakketjes. 'Lichte en zware, ik wist nooit wat erin zat.' Uiteindelijk smokkelde ze mensen. Ze heeft er honderden de grens over gebracht, onder wie geallieerde piloten. Uiteindelijk werd ze gepakt, en ter dood veroordeeld. Ze had het geluk dat het vonnis nooit werd uitgevoerd. Trots op wat ze bereikt heeft, is ze niet. 'Ik heb eerder het gevoel: had ik niet meer kunnen doen? Mijn verstand zegt: Joke, je had het druk genoeg. Toch blijf ik het gevoel houden: had ik niet meer kunnen doen?'

Beeld Julius Schrank / de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden